Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Noord-Nederland

ECLI:NL:RBNNE:2022:3164

2022-08-17 Strafrecht 18/750011-20 ontneming
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Uitspraakdatum
2022-08-17
Publicatiedatum
2022-08-30
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
Zaaknummer
18/750011-20 ontneming
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Mega-zaak Vidar. Inzet criminele burgerinfiltrant. De rechtbank heeft 15 verdachten veroordeeld voor feiten die verband houden met de uitvoer van forse hoeveelheden harddrugs, witwassen, deelname aan een criminele organisatie en wapenbezit. Vijf verdachten zijn vrijgesproken. De straffen die rechtbank heeft opgelegd variëren van 7 jaar gevangenisstraf tot 80 uur taakstraf. Zie ook ECLI:NL:RBNNE:2022:3086.

Citeert (4)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (3.851 tekens)
Uitspraak



RECHTBANK NOORD-NEDERLAND




Afdeling strafrecht Locatie
Leeuwarden



parketnummer 18/750011-20




Beslissing van de meervoudige kamer d.d. 17 augustus 2022 op een vordering van de officieren van justitie tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel




in de zaak tegen




[veroordeelde] , geboren op [geboortedatum] 1965 te [geboorteplaats], wonende te [woonplaats], [straatnaam].


A. Onderzoek van de zaak

Deze beslissing is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 11 februari 2022, 25 maart 2022, 13 april 2022, 19 april 2022 en 12 mei 2022.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officieren van justitie mrs. M.S. Kappeyne van de Coppello en H.J. Mous en van hetgeen verdachte en zijn raadsman mr. J. Boksem, advocaat te Leeuwarden, naar voren hebben gebracht.


Beoordeling van de ontnemingsvordering




1Vaststelling van de feiten

De officieren van justitie hebben op 8 maart 2021 schriftelijk gevorderd dat de rechtbank vaststelt dat het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e, vijfde lid, Sr, wordt geschat op een bedrag van € 41.861,91 en dat aan verdachte de verplichting wordt opgelegd tot betaling van dit bedrag aan de staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.
Op 10 februari 2022 is de officier van justitie overeenkomstig het bepaalde in artikel 511c Sv met verdachte een schriftelijke schikking aangegaan tot overdracht van voorwerpen ter (gedeeltelijke) ontneming van het ingevolge artikel 36e Sr voor ontneming vatbare wederrechtelijk verkregen voordeel. De waarde van deze voorwerpen is geschat op een bedrag van € 16.955,52.
Verdachte heeft tijdig voldaan aan de termen van de schikking en voorkomt daarmee oplegging van de ontnemingsmaatregel.




2Standpunt van de officieren van justitie
De officieren van justitie hebben bij requisitoir gevorderd dat de rechtbank een declaratoir vonnis wijst waarin wordt verstaan dat de ontnemingszaak tegen verdachte van rechtswege is geëindigd.



3Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft geen standpunt ingenomen ten aanzien van de vordering van de officieren van justitie.



4Oordeel van de rechtbank
Het openbaar ministerie is overeenkomstig het bepaalde in artikel 511c Sv een schikking met verdachte aangegaan. Verdachte heeft tijdig aan de termen van die schikking voldaan. Hierdoor is de ontnemingszaak tegen verdachte, waarin reeds een vordering was ingediend, op grond van het bepaalde in artikel 6:4:18, eerste lid, Sv, van rechtswege geëindigd. De rechtbank leidt uit de jurisprudentie van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden af dat een ontnemingszaak in een dergelijk geval afgedaan kan worden met een declaratoir vonnis waarin het voornoemde wordt verstaan. De rechtbank zal daartoe ook overgaan.



C. Beslissing





De rechtbank

Verstaat dat de zaak van rechtswege is geëindigd.



Dit vonnis is gewezen door mr. M. Brinksma, voorzitter, mr. F. Sieders en mr. J.V. Nolta, rechters, bijgestaan door mr. W.D. de Boer en mr. C.G. Velvis, griffiers, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 17 augustus 2022.








Hof Arnhem-Leeuwarden 6 september 2019, ECLI:NL:GHARL:2019:7248.


Vgl. Rb. Noord-Nederland 10 februari 2020, ECLI:NL:RBNNE:2020:571.


Vgl. Rb. Amsterdam 10 december 2021, ECLI:NL:RBAMS:2021:7302.


Vgl. Rb. Rotterdam 24 februari 2022, ECLI:NL:RBROT:2022:1280.