Rechtbank Noord-Nederland
ECLI:NL:RBNNE:2021:3535
2021-01-08
Bestuursrecht
C18/203296 PR RK 20-423
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
wraking hele rechtbank, kennelijk niet-ontvankelijk
Citeert (2)
- ECLI:NL:RVS:2009:BI0395 Raad van State 30-03-2009
- ECLI:NL:CRVB:2013:CA1191 Centrale Raad van Beroep 22-05-2013
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (2.855 tekens)
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Zittingsplaats Groningen
zaaknummer: C18/203296 PR RK 20-423
beslissing van de meervoudige kamer van 11 januari 2021
op het verzoek tot wraking ingevolge artikel 8:15 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van
mr. A.P. Flinterman (namens Stichting Tzummarum),
wonende te [land] , [adres] ,
verzoeker.
1Procesverloop
Bij brief van 22 december 2020 heeft verzoeker namens Stichting Tzummarum een verzoek tot wraking ingediend in de procedures met nummers LEE 20/2325, LEE 20/2682, LEE 20/3443 en LEE 20/3444 (aanhangig bij de afdeling bestuursrecht van deze rechtbank) waarbij deze stichting als partij is betrokken.
2Overwegingen
2.1.
Ingevolge artikel 8:15 Awb kan op verzoek van een partij elk van de rechters die een zaak behandelen, worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
2.2.
De rechtbank stelt vast dat het verzoek niet strekt tot wraking van een behandelend rechter, maar van de rechtbank Noord-Nederland als geheel. Een rechterlijk college als geheel kan echter niet worden gewraakt (zie onder meer HR 18 december 1998, NJ 1999/271; ABRvS 30 maart 2009, ECLI:NL:RVS:2009:BI0395 en CRvB 22 mei 2013, ECLI:NL:CRVB:2013:CA1191).
2.3.
Het wrakingsverzoek zal daarom kennelijk niet-ontvankelijk worden verklaard. Een mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek kan om die reden achterwege blijven.
3Beslissing
De rechtbank:
3.1.
verklaart het verzoek niet-ontvankelijk;
3.2.
bepaalt dat de procedures in de hoofdzaken (met zaaknummers LEE 20/2325, LEE 20/2682, LEE 20/3443 en LEE 20/3444) worden voortgezet in de stand waarin deze zich bevonden ten tijde van het indienen van het verzoek tot wraking;
3.3.
beveelt de onverwijlde mededeling van deze beslissing aan verzoeker en de afdeling bestuursrecht van deze rechtbank.
Deze beslissing is gegeven door mrs. Th.A. Wiersma, voorzitter, P.J. Duinkerken en L.T. de Jonge, rechters, in tegenwoordigheid van de griffier en in het openbaar uitgesproken op 11 januari 2021.
typ: 692
Zittingsplaats Groningen
zaaknummer: C18/203296 PR RK 20-423
beslissing van de meervoudige kamer van 11 januari 2021
op het verzoek tot wraking ingevolge artikel 8:15 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van
mr. A.P. Flinterman (namens Stichting Tzummarum),
wonende te [land] , [adres] ,
verzoeker.
1Procesverloop
Bij brief van 22 december 2020 heeft verzoeker namens Stichting Tzummarum een verzoek tot wraking ingediend in de procedures met nummers LEE 20/2325, LEE 20/2682, LEE 20/3443 en LEE 20/3444 (aanhangig bij de afdeling bestuursrecht van deze rechtbank) waarbij deze stichting als partij is betrokken.
2Overwegingen
2.1.
Ingevolge artikel 8:15 Awb kan op verzoek van een partij elk van de rechters die een zaak behandelen, worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
2.2.
De rechtbank stelt vast dat het verzoek niet strekt tot wraking van een behandelend rechter, maar van de rechtbank Noord-Nederland als geheel. Een rechterlijk college als geheel kan echter niet worden gewraakt (zie onder meer HR 18 december 1998, NJ 1999/271; ABRvS 30 maart 2009, ECLI:NL:RVS:2009:BI0395 en CRvB 22 mei 2013, ECLI:NL:CRVB:2013:CA1191).
2.3.
Het wrakingsverzoek zal daarom kennelijk niet-ontvankelijk worden verklaard. Een mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek kan om die reden achterwege blijven.
3Beslissing
De rechtbank:
3.1.
verklaart het verzoek niet-ontvankelijk;
3.2.
bepaalt dat de procedures in de hoofdzaken (met zaaknummers LEE 20/2325, LEE 20/2682, LEE 20/3443 en LEE 20/3444) worden voortgezet in de stand waarin deze zich bevonden ten tijde van het indienen van het verzoek tot wraking;
3.3.
beveelt de onverwijlde mededeling van deze beslissing aan verzoeker en de afdeling bestuursrecht van deze rechtbank.
Deze beslissing is gegeven door mrs. Th.A. Wiersma, voorzitter, P.J. Duinkerken en L.T. de Jonge, rechters, in tegenwoordigheid van de griffier en in het openbaar uitgesproken op 11 januari 2021.
typ: 692