Rechtbank Noord-Holland
ECLI:NL:RBNHO:2026:9928
2026-08-04
Civiel recht; Personen- en familierecht
C/15/380896 / JU RK 26-1240
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Voorlopige ondertoezichtstelling en een spoedmachtiging tot uithuisplaatsing
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (8.619 tekens)
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Alkmaar
Zaaknummer: C/15/380896 / JU RK 26-1240
Datum uitspraak: 4 augustus 2026
Beschikking van de kinderrechter over een voorlopige ondertoezichtstelling en een spoedmachtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
de Raad voor de Kinderbescherming,
hierna te noemen: de Raad,
gevestigd te Alkmaar,
over
[de minderjarige]
, geboren op [geboortedatum] in [plaats] ,
hierna te noemen: [de minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder]
,
hierna te noemen: de moeder,
wonende in [plaats] ,
de gecertificeerde instelling De Jeugd- & Gezinsbeschermers,
hierna te noemen: de GI,
gevestigd in Heerhugowaard.
1Het verloop van de procedure
1.1.
De kinderrechter neemt mee in de beoordeling:
het mondelinge verzoek van de Raad op 4 augustus 2026;
de schriftelijke bevestiging van het verzoek van de Raad met bijlagen, ontvangen op 5 augustus 2026.
2De feiten
2.1.
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige] . De vader is niet in beeld.
2.2.
[de minderjarige] woont samen met haar halfbroertje [halfbroertje] bij haar moeder.
3Het verzoek
De Raad verzoekt [de minderjarige] voorlopig onder toezicht te stellen voor de duur van drie maanden. Ook verzoekt de Raad een machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een gezinsvervangende omgeving, te weten een pleeggezin te verlenen voor de duur van drie maanden en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. De Raad verzoekt hierop te beslissen zonder de belanghebbenden te horen.
4De beoordeling
4.1.
De kinderrechter heeft de volgende informatie ontvangen. [de minderjarige] woont met haar halfbroertje bij de moeder. De moeder gebruikt harddrugs en alcohol en is eigenlijk altijd onder invloed. De moeder heeft een nieuwe partner die bij de politie bekend is als gebruiker en agressor. Hij voorziet haar van crack en mishandelt haar. Er zijn vanaf januari bij de politie en Veilig Thuis (VT) meerdere meldingen gedaan van huiselijk geweld tussen de moeder en de partner, waarbij de moeder wordt geslagen en wordt bewerkt met voorwerpen. De kinderen zijn getuige van het huiselijk geweld of liggen boven te slapen. Sinds juni nemen de meldingen van huiselijk geweld toe. Er zou glas in de woning liggen. Ook zijn bij [halfbroertje] blauwe plekken gezien. De moeder belt de politie, maar bagatelliseert vervolgens de situatie. De moeder komt niet meer op afspraken van vrijwillige hulpverlening, de huisarts of het consultatiebureau. Ze zegt dat ze nu op vakantie is, maar ze is gewoon thuis en doet niet open. De politie en VT komen niet meer bij moeder binnen. De oma (mz) was gisteren nog wel in de woning, maar de verwachting is dat de moeder de oma ook niet meer zal toelaten. Er is sprake van een patroon dat niet wordt doorbroken. Er zijn ernstige zorgen over de verwaarloosde staat van de woning, over de hygiëne en over de veiligheid van de kinderen. Gelet op de toename in meldingen, de ernst van de situatie en de jonge leeftijd van de kinderen moet er snel worden ingegrepen. Beide kinderen kunnen opgevangen worden door de pleegouders van de moeder. De machtiging is nodig om deze plaatsing mogelijk te maken en om veiligheidsafspraken te maken. Gelet op de houding van de moeder richting de vrijwillige hulpverlening en haar toestand is er geen vertrouwen dat de plaatsing op vrijwillige basis kan plaatsvinden. De vrees is dat de moeder met de kinderen zal onderduiken in haar netwerk, dat ook uit gebruikers bestaat.
4.2.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een voorlopige ondertoezichtstelling is voldaan. Er is een ernstig vermoeden dat de ontwikkeling van [de minderjarige] acuut en ernstig wordt bedreigd. De voorlopige ondertoezichtstelling is noodzakelijk om die bedreiging weg te nemen.
4.3.
Daarnaast is de kinderrechter van oordeel dat het noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding dat [de minderjarige] uit huis wordt geplaatst.
4.4.
De kinderrechter is ook van oordeel dat een zitting niet kan worden afgewacht zonder onmiddellijk en ernstig gevaar voor [de minderjarige] . Daarom stelt de kinderrechter [de minderjarige] voorlopig onder toezicht voor de duur van drie maanden. Ook machtigt de kinderrechter de GI om [de minderjarige] uit huis te plaatsen in een pleeggezin voor de duur van vier weken.
4.5.
De beslissing wordt van rechtswege aangetekend in het gezagsregister.
4.6.
De kinderrechter verklaart de beslissing om de machtiging tot uithuisplaatsing af te geven uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
4.7.
De Raad en de belanghebbenden worden in de gelegenheid gesteld hun mening te geven. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
5De beslissing
De kinderrechter:
5.1.
stelt [de minderjarige], geboren op [geboortedatum] in [plaats] , voorlopig onder toezicht van de gecertificeerde instelling Stichting De Jeugd- & Gezinsbeschermers te Heerhugowaard, met ingang van 4 augustus 2026 tot 4 november 2026;
5.2.
verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige], geboren op [geboortedatum] in [plaats] , in een gezinsvervangende omgeving, te weten een pleeggezin, met ingang van 4 augustus 2026 tot 1 september 2026;
5.3.
verklaart de beslissing onder 5.2. uitvoerbaar bij voorraad;
5.4.
houdt de behandeling van het verzoek voor het overige aan;
5.5.
roept de Raad, de GI en de moeder op voor de zitting van mr. E. Jonker op [datum] in het gerechtsgebouw van deze rechtbank aan de Kruseman van Eltenweg 2 in Alkmaar;
5.6.
bepaalt dat deze beschikking geldt als oproep voor de zitting.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 4 augustus 2026 door
mr. E.G. van Roest, kinderrechter, in aanwezigheid van M.P. van Driel als griffier, en op schrift gesteld op 5 augustus 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking over de machtiging tot uithuisplaatsing is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Amsterdam. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking over de voorlopige ondertoezichtstelling staat geen hoger beroep open.
Artikel 1:257 BW.
Artikel 1:265b, eerste lid, Burgerlijk Wetboek (BW).
Artikel 2 Besluit gezagsregisters.
Artikel 807 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv).
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Alkmaar
Zaaknummer: C/15/380896 / JU RK 26-1240
Datum uitspraak: 4 augustus 2026
Beschikking van de kinderrechter over een voorlopige ondertoezichtstelling en een spoedmachtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
de Raad voor de Kinderbescherming,
hierna te noemen: de Raad,
gevestigd te Alkmaar,
over
[de minderjarige]
, geboren op [geboortedatum] in [plaats] ,
hierna te noemen: [de minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder]
,
hierna te noemen: de moeder,
wonende in [plaats] ,
de gecertificeerde instelling De Jeugd- & Gezinsbeschermers,
hierna te noemen: de GI,
gevestigd in Heerhugowaard.
1Het verloop van de procedure
1.1.
De kinderrechter neemt mee in de beoordeling:
het mondelinge verzoek van de Raad op 4 augustus 2026;
de schriftelijke bevestiging van het verzoek van de Raad met bijlagen, ontvangen op 5 augustus 2026.
2De feiten
2.1.
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige] . De vader is niet in beeld.
2.2.
[de minderjarige] woont samen met haar halfbroertje [halfbroertje] bij haar moeder.
3Het verzoek
De Raad verzoekt [de minderjarige] voorlopig onder toezicht te stellen voor de duur van drie maanden. Ook verzoekt de Raad een machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een gezinsvervangende omgeving, te weten een pleeggezin te verlenen voor de duur van drie maanden en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. De Raad verzoekt hierop te beslissen zonder de belanghebbenden te horen.
4De beoordeling
4.1.
De kinderrechter heeft de volgende informatie ontvangen. [de minderjarige] woont met haar halfbroertje bij de moeder. De moeder gebruikt harddrugs en alcohol en is eigenlijk altijd onder invloed. De moeder heeft een nieuwe partner die bij de politie bekend is als gebruiker en agressor. Hij voorziet haar van crack en mishandelt haar. Er zijn vanaf januari bij de politie en Veilig Thuis (VT) meerdere meldingen gedaan van huiselijk geweld tussen de moeder en de partner, waarbij de moeder wordt geslagen en wordt bewerkt met voorwerpen. De kinderen zijn getuige van het huiselijk geweld of liggen boven te slapen. Sinds juni nemen de meldingen van huiselijk geweld toe. Er zou glas in de woning liggen. Ook zijn bij [halfbroertje] blauwe plekken gezien. De moeder belt de politie, maar bagatelliseert vervolgens de situatie. De moeder komt niet meer op afspraken van vrijwillige hulpverlening, de huisarts of het consultatiebureau. Ze zegt dat ze nu op vakantie is, maar ze is gewoon thuis en doet niet open. De politie en VT komen niet meer bij moeder binnen. De oma (mz) was gisteren nog wel in de woning, maar de verwachting is dat de moeder de oma ook niet meer zal toelaten. Er is sprake van een patroon dat niet wordt doorbroken. Er zijn ernstige zorgen over de verwaarloosde staat van de woning, over de hygiëne en over de veiligheid van de kinderen. Gelet op de toename in meldingen, de ernst van de situatie en de jonge leeftijd van de kinderen moet er snel worden ingegrepen. Beide kinderen kunnen opgevangen worden door de pleegouders van de moeder. De machtiging is nodig om deze plaatsing mogelijk te maken en om veiligheidsafspraken te maken. Gelet op de houding van de moeder richting de vrijwillige hulpverlening en haar toestand is er geen vertrouwen dat de plaatsing op vrijwillige basis kan plaatsvinden. De vrees is dat de moeder met de kinderen zal onderduiken in haar netwerk, dat ook uit gebruikers bestaat.
4.2.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een voorlopige ondertoezichtstelling is voldaan. Er is een ernstig vermoeden dat de ontwikkeling van [de minderjarige] acuut en ernstig wordt bedreigd. De voorlopige ondertoezichtstelling is noodzakelijk om die bedreiging weg te nemen.
4.3.
Daarnaast is de kinderrechter van oordeel dat het noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding dat [de minderjarige] uit huis wordt geplaatst.
4.4.
De kinderrechter is ook van oordeel dat een zitting niet kan worden afgewacht zonder onmiddellijk en ernstig gevaar voor [de minderjarige] . Daarom stelt de kinderrechter [de minderjarige] voorlopig onder toezicht voor de duur van drie maanden. Ook machtigt de kinderrechter de GI om [de minderjarige] uit huis te plaatsen in een pleeggezin voor de duur van vier weken.
4.5.
De beslissing wordt van rechtswege aangetekend in het gezagsregister.
4.6.
De kinderrechter verklaart de beslissing om de machtiging tot uithuisplaatsing af te geven uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
4.7.
De Raad en de belanghebbenden worden in de gelegenheid gesteld hun mening te geven. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
5De beslissing
De kinderrechter:
5.1.
stelt [de minderjarige], geboren op [geboortedatum] in [plaats] , voorlopig onder toezicht van de gecertificeerde instelling Stichting De Jeugd- & Gezinsbeschermers te Heerhugowaard, met ingang van 4 augustus 2026 tot 4 november 2026;
5.2.
verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige], geboren op [geboortedatum] in [plaats] , in een gezinsvervangende omgeving, te weten een pleeggezin, met ingang van 4 augustus 2026 tot 1 september 2026;
5.3.
verklaart de beslissing onder 5.2. uitvoerbaar bij voorraad;
5.4.
houdt de behandeling van het verzoek voor het overige aan;
5.5.
roept de Raad, de GI en de moeder op voor de zitting van mr. E. Jonker op [datum] in het gerechtsgebouw van deze rechtbank aan de Kruseman van Eltenweg 2 in Alkmaar;
5.6.
bepaalt dat deze beschikking geldt als oproep voor de zitting.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 4 augustus 2026 door
mr. E.G. van Roest, kinderrechter, in aanwezigheid van M.P. van Driel als griffier, en op schrift gesteld op 5 augustus 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking over de machtiging tot uithuisplaatsing is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Amsterdam. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking over de voorlopige ondertoezichtstelling staat geen hoger beroep open.
Artikel 1:257 BW.
Artikel 1:265b, eerste lid, Burgerlijk Wetboek (BW).
Artikel 2 Besluit gezagsregisters.
Artikel 807 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv).