Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Noord-Holland

ECLI:NL:RBNHO:2026:9863

2026-07-29 Civiel recht; Verbintenissenrecht 12011971 \ CV EXPL 25-8432
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Uitspraakdatum
2026-07-29
Publicatiedatum
2026-08-04
Rechtsgebied
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure
Bodemzaak
Zaaknummer
12011971 \ CV EXPL 25-8432
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Ontbinding door consument van koopovereenkomst tweedehands auto gerechtvaardigd. Auto is non-conform omdat een ander model is geleverd dan het model dat was overeengekomen. Verkoper moet koopsom terugbetalen.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (22.011 tekens)
RECHTBANK
NOORD-HOLLAND



Civiel recht
Kantonrechter



Zittingsplaats Haarlem



Zaaknummer: 12011971 \ CV EXPL 25-8432




Vonnis van 29 juli 2026




in de zaak van





[eiser]
,
te [plaats 1],
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser],
gemachtigde: mr. T.B. Peters,



tegen





[gedaagde] B.V. , h.o.d.n. [bedrijf],
te [plaats 2],
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde],
gemachtigde: mr. R.R. Surquin.




De zaak in het kort


Deze zaak gaat over de vraag of eiser (koper) de met gedaagde (een autobedrijf) gesloten overeenkomst ter zake de koop van een tweedehands auto mocht ontbinden. De kantonrechter oordeelt dat eiser de koopovereenkomst mocht ontbinden, omdat de geleverde auto niet aan de overeenkomst beantwoordt. Gedaagde wordt veroordeeld om mee te werken aan ongedaan making van de koop, onder andere door terugbetaling van de ontvangen koopsom.





1De procedure


1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 4 maart 2026
- de mondelinge behandeling van 2 juli 2026, ter gelegenheid waarvan mr. Peters pleitaantekeningen heeft voorgedragen en overgelegd en waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.



1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.





2Feiten


2.1.

[gedaagde] heeft via een advertentie op Marktplaats een “Volkswagen Passat Variant 1.5 eTSI DSG Businessuitvoering” met kenteken [kenteken] (hierna: de Auto) aan [eiser] verkocht. De koop is op 28 juli 2025 in de showroom van [gedaagde] gesloten voor een koopsom van € 37.129,86. [eiser] heeft daarbij ook een reserveband van € 856,48 gekocht. Als onderdeel van de koop heeft [eiser] zijn Skoda Octavia ingeruild voor € 16.486,34. De resterende, nog door [eiser] te betalen koopsom kwam daarmee uit op € 21.500,-.



2.2.
Op 1 augustus 2025 heeft [gedaagde] de Auto aan [eiser] geleverd en heeft [eiser] € 21.500,- aan [gedaagde] betaald.



2.3.
Na levering van de Auto merkte [eiser] dat een aantal in de advertentie genoemde kenmerken van de Businessuitvoering (waaronder elektrisch inklapbare buitenspiegels, voorstoelen met massagefunctie en sfeerverlichting) ontbraken.



2.4.
Op 4 augustus 2025 heeft [eiser] de uitvoering laten verifiëren bij een officiële Volkswagen dealer. Daaruit bleek dat de Auto een “Passat 1.5 Basicuitvoering” betreft. Dezelfde dag heeft [eiser] hierover contact opgenomen met [gedaagde], die op 6 augustus 2025 herstel heeft toegezegd.



2.5.

[eiser] heeft ten behoeve van de herstelwerkzaamheden de Auto bij [gedaagde] ingeleverd en zijn oude, ingeruilde Skoda teruggekregen.



2.6.
Bij e-mail van 13 augustus 2025 heeft [gedaagde] [eiser] geschreven dat zij pas overgaat tot het monteren van de massagestoelen en de elektrische spiegels nadat een review over [gedaagde] is verwijderd. [eiser] heeft laten weten dat zijn pleegzoon, van wie de review is, de review niet wil verwijderen en dat [eiser] hem daartoe niet kan dwingen.



2.7.
Bij brief van 21 augustus 2025 heeft (een gemachtigde namens) [eiser] de koopovereenkomst buitengerechtelijk ontbonden en [gedaagde] verzocht mee te werken aan ongedaan making van de koop onder andere door de koopsom van € 21.500,- uiterlijk 4 september 2025 aan [eiser] terug te betalen.



2.8.
Bij brief van 29 augustus 2025 heeft [gedaagde] onder meer aan [eiser] geschreven dat zij nog steeds welwillend is om de twee ontbrekende opties te installeren, waarbij wel wordt verwacht dat de review wordt verwijderd.



2.9.
Bij brief van 9 september 2025 heeft (de gemachtigde van) [eiser] medegedeeld dat de eerder ingeroepen buitengerechtelijke ontbinding van de koopovereenkomst wordt gehandhaafd en is [gedaagde] nogmaals verzocht mee te werken aan ongedaan making van de koop door terugbetaling van de betaalde koopsom.



2.10.

[gedaagde] heeft geen gehoor gegeven aan het verzoek van [eiser] om de koop ongedaan te maken en de koopsom aan hem terug te betalen.






3Het geschil


3.1.


[eiser] vordert dat de kantonrechter bij vonnis, zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
I. voor recht verklaart dat de koopovereenkomst aangaande de Auto rechtsgeldig buitengerechtelijk is ontbonden per 21 augustus 2025;
II. in het geval wordt geoordeeld dat de buitengerechtelijke ontbinding geen effect heeft gesorteerd: de koopovereenkomst alsnog gerechtelijk ontbindt;
III. [gedaagde] veroordeelt om aan [eiser] € 21.500,- te voldoen, te vermeerderen met wettelijke rente, te voldoen binnen 14 dagen na betekening van het vonnis, met vrijwaring van [eiser] voor alle aanspraken en heffingen die verband houden met de Auto per datum van retournering;
IV. [gedaagde] veroordeelt om binnen 14 dagen na betekening van het vonnis de Auto op haar naam te (doen) stellen in het kentekenregister en aan [eiser] het vrijwaringsbewijs af te geven, zulks op straffe van een dwangsom;
V. [gedaagde] veroordeelt tot afgifte aan [eiser] van de originele bestuurdersstoel van de ingeruilde Skoda binnen 7 dagen na betekening van het vonnis, zulks op straffe van een dwangsom, en voor zover afgifte onmogelijk blijkt tot vergoeding van de vervangingswaarde;
Vl. [gedaagde] veroordeelt tot betaling van de buitengerechtelijke incassokosten conform het BIK, berekend op € 990,00, te vermeerderen met de wettelijke rente;
VII. [gedaagde] veroordeelt in de (na-)kosten van deze procedure, te voldoen binnen 14 dagen na dagtekening van het vonnis, en - voor het geval voldoening binnen die termijn uitblijft - te vermeerderen met de wettelijke rente, alsmede te vermeerderen met de kosten van betekening indien [gedaagde] niet vrijwillig binnen de gestelde termijn betaalt.




3.2.

[eiser] legt aan de vordering (samengevat) het volgende ten grondslag. [gedaagde] is tekortgeschoten in de nakoming van de (consumenten-)koopovereenkomst door een non-conforme auto te leveren. [gedaagde] is ook in verzuim, omdat het aanbod van [gedaagde] om de Auto om te bouwen niet als herstel kwalificeert en [gedaagde] aan dat aanbod bovendien een onrechtmatige eis heeft gesteld. De tekortkoming is van dien aard dat ontbinding van de overeenkomst gerechtvaardigd is.



3.3.

[gedaagde] voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [eiser] in de kosten van deze procedure. [gedaagde] voert daartoe (samengevat) aan dat (i) geen sprake is van non-conformiteit, dat (voor zover daarvan wel sprake is) (ii) de tekortkoming geen (algehele) ontbinding van de koopovereenkomst rechtvaardigt en (iii) schuldeisersverzuim aan de zijde van [eiser] aan ontbinding in de weg staat.



3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.





4De beoordeling


4.1.
De kern van het geschil is of [eiser] de koopovereenkomst met [gedaagde] buitengerechtelijk mocht ontbinden omdat de Auto niet aan de overeenkomst beantwoordt (non-conformiteit).



4.2.
De kantonrechter beantwoordt deze vraag bevestigend en licht dat hieronder toe.



Juridisch kader (consumenten-)koopovereenkomst





4.3.
De tussen partijen gesloten koopovereenkomst kan worden aangemerkt als een consumentenkoop in de zin van artikel 7:5 lid 1 sub a van het Burgerlijk Wetboek (BW). Het gaat namelijk om een koop met betrekking tot een roerende zaak die is gesloten door [gedaagde] als verkoper, die daarbij handelde in de uitoefening van haar bedrijf, en [eiser] als koper, die als natuurlijk persoon handelde buiten zijn beroeps- of bedrijfsactiviteiten. Bij een consumentenkoop kan van de afdelingen 1-7 van titel 1 van Boek 7 van het BW niet ten nadele van de koper worden afgeweken (artikel 7:6 lid 1 BW).



4.4.
In de wet is bepaald dat de consumentkoper bevoegd is om de overeenkomst te ontbinden als het afgeleverde niet aan de overeenkomst beantwoordt (non-conformiteit) (artikel 7:22 lid 1 onder a BW). Deze ontbindingsbevoegdheid ontstaat pas wanneer herstel en vervanging onmogelijk zijn of van de verkoper niet gevergd kunnen worden of verkoper is tekortgeschoten in zijn verplichting tot herstel of vervanging van het geleverde binnen een redelijke termijn en zonder ernstige overlast voor de koper (artikel 7:22 lid 2 BW).



4.5.
Een zaak beantwoordt niet aan de overeenkomst indien zij, mede gelet op de aard van de zaak en de mededelingen die de verkoper over de zaak heeft gedaan, niet de eigenschappen bezit die de koper op grond van de overeenkomst mocht verwachten. De koper mag verwachten dat de zaak de eigenschappen bezit die voor een normaal gebruik daarvan nodig zijn en waarvan hij de aanwezigheid niet behoefde te betwijfelen (artikel 7:17 lid 1 en 2 BW). Een zaak beantwoordt evenmin aan de overeenkomst als een andere zaak wordt geleverd dan is overeengekomen of een zaak van een andere soort (artikel 17 lid 3 BW).



De Auto is non-conform





4.6.
De kantonrechter is van oordeel dat voldoende is komen vast te staan dat [gedaagde] de Auto aan [eiser] heeft verkocht als een Business-uitvoering. Zowel in de Marktplaats advertentie waar [eiser] op af is gekomen als op de factuur van [gedaagde] staat immers dat het om een Volkswagen Passat Business-uitvoering gaat. Verder heeft [eiser] onbetwist gesteld dat hem bij zijn bezoek aan de showroom op 28 juli 2025 ook mondeling is bevestigd dat het om een auto met Business-uitvoering ging. Gelet hierop mocht [eiser] er gerechtvaardigd op vertrouwen dat hij een auto met Business-uitvoering kocht met alle bij die uitvoering behorende opties en functionaliteiten (zoals massagestoelen, elektrische zijspiegels en sfeerverlichting) van dien.



4.7.
Het is niet in geschil dat de auto die aan [eiser] is geleverd, een Basic-uitvoering betreft, die in een aantal opties en functionaliteiten verschilt van de Business-uitvoering. Nu er een andere uitvoering is geleverd dan de uitvoering die tussen partijen is overeengekomen (en die [eiser] op basis van de mededelingen van [gedaagde] mocht verwachten), beantwoordt de zaak niet aan de overeenkomst en is sprake van non-conformiteit in de zin van artikel 17 lid 3 BW. Daaraan doet niet(s) af dat de auto functioneel technisch uitstekend functioneert en geschikt is voor normaal gebruik, zoals [gedaagde] heeft aangevoerd.



4.8.

[gedaagde] heeft aangevoerd dat het verwachtingspatroon van [eiser] begrensd is door de disclaimer in de advertentie dat aan de advertentie geen rechten kunnen worden ontleend, omdat fouten in het uitrustingsniveau niet volledig uitgesloten kunnen worden. Dit verweer slaagt niet. [gedaagde] heeft immers niet alleen in de advertentie gemeld dat het een auto met Business-uitvoering is. Zij heeft dat ook mondeling aan [eiser] gemeld ten tijde van het sluiten van de koop in de showroom, en op de factuur vermeld. Daarmee staat vast dat de koopovereenkomst betrekking had op een Business-uitvoering in plaats van een Basic-uitvoering.



4.9.
Verder heeft [gedaagde] aangevoerd dat het ontbreken van de massagestoelen en elektrisch inklapbare buitenspiegels zichtbaar was bij de bezichtiging, maar dat [eiser] de Auto desondanks heeft geaccepteerd. Daarom mocht [gedaagde] ervan uitgaan dat de Auto in deze staat aan de wensen van [eiser] voldeed. De kantonrechter gaat hier niet in mee. [eiser] mocht er op basis van de advertentie, de mededeling van [gedaagde] tijdens de bezichtiging en de vermelding op de factuur, op vertrouwen dat hij een Business-uitvoering kocht. Het was primair de verantwoordelijkheid [gedaagde], als professioneel autobedrijf/verkoper, om [eiser] (consument/koper) er voor het sluiten van de koop op te wijzen dat het om een andere (Basic-) uitvoering ging. Dat heeft zij niet gedaan en onder die omstandigheden kan [gedaagde] zich er niet op beroepen dat [eiser] niet aan zijn onderzoeksplicht heeft voldaan. Dat [gedaagde] kennelijk zelf ook in de veronderstelling verkeerde dat het om een Business-uitvoering ging – waardoor zij niet aan haar spreekplicht kon voldoen - is een omstandigheid die voor haar rekening en risico blijft.



De koopovereenkomst mocht worden ontbonden





4.10.
Omdat hiervoor is geoordeeld dat Auto niet aan de overeenkomst beantwoordt, is sprake is van een toerekenbare tekortkoming in de nakoming van de overeenkomst. In dat geval mag een de consumentenkoper overgaan tot ontbinding van de overeenkomst, tenzij (i) de tekortkoming, gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis, deze ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt (artikelen 6:265 en 7:22 lid 1 BW) of (ii) herstel of vervanging van de tekortkoming nog mogelijk is c.q. nog van de verkoper gevergd kan worden en de verkoper in de verplichtingen terzake niet tekortgeschoten is (artikel 7:22 lid 2 BW).



4.11.
De kantonrechter volgt [gedaagde] niet in haar verweer dat de tekortkoming te gering is om ontbinding te kunnen rechtvaardigen. [gedaagde] heeft haar verweer terzake onvoldoende onderbouwd in het licht van de gemotiveerde betwisting door [eiser]. Uit de overgelegde stukken en toelichting van partijen ter zitting blijkt dat de Basic-uitvoering in elk geval de massagestoelen, elektrisch inklapbare buitenspiegels, sfeerverlichting en chromen dakrails en raamlijsten ontbeert. Daarnaast verschillen de uitvoeringen volgens [eiser] ook mechanisch, voor wat betreft het benzineverbruik en voor wat betreft de geblindeerde ruiten. Niet gezegd kan worden dat deze tekortkomingen, die het gevolg zijn van een onjuist geleverd type, te gering zijn om ontbinding te rechtvaardigen. Dat geldt te meer nu [eiser] onbetwist heeft gesteld dat het hem specifiek te doen was om het Business-model met bijbehorende luxe uitvoering.



4.12.
De kantonrechter is met [eiser] eens dat het aanbod van [gedaagde] om enkele opties door een derde partij (niet zijnde een officiële Volkswagen dealer) te laten inbouwen, niet afdoende is om de tekortkoming recht te zetten. Daarmee kan immers de uitvoering van de auto immers niet worden gewijzigd. Herstel van de tekortkoming kan alleen plaatsvinden door de Auto te vervangen door het juiste model/uitvoering. Gesteld noch gebleken is dat [gedaagde] daartoe in staat of bereid was. [eiser] was daarom op grond van artikel 7:22 lid 1 BW bevoegd de overeenkomst te ontbinden.



4.14.
Omdat hiervoor is overwogen dat [eiser] het herstelaanbod van [gedaagde] niet hoefde te accepteren, is van schuldeisersverzuim aan de zijde van [eiser] geen sprake.



4.15.
Tot slot heeft [gedaagde] aangevoerd dat volstaan moet worden met partiele ontbinding in de vorm van prijsvermindering (artikel 7:22 lid 1 sub b BW). Daarbij wordt eraan voorbij gegaan dat artikel 7:22 lid 1 BW de koper bevoegdheid geeft om ofwel de overeenkomst te ontbinden ofwel de prijs te verminderen. Daarmee ligt de keuze bij de consument-koper en kan [gedaagde] als verkoper geen prijsvermindering (in plaats van ontbinding) afdwingen.



4.16.
De conclusie is dat [eiser] de overeenkomst mocht ontbinden en dat de verweren van [gedaagde] falen.



De vorderingen worden toegewezen





4.17.
De gevorderde verklaring voor recht dat de koopovereenkomst rechtsgeldig is ontbonden per 21 augustus 2025 zal dan ook worden toegewezen.



4.18.
Het gevolg van de ontbinding is dat [gedaagde] wordt veroordeeld tot terugbetaling van de betaalde koopprijs van € 21.500,-, met vrijwaring van [eiser] voor alle aanspraken en heffingen die verband houden met de Auto per datum ontbinding. De wettelijke rente over dit bedrag wordt toegewezen vanaf 5 september 2025, omdat [gedaagde] vanaf deze datum in verzuim is komen te verkeren (zie r.o. 2.7).



4.19.
De vordering van [eiser] om [gedaagde] te veroordelen om de Auto op haar naam te (doen) stellen in het kentekenregister en aan [eiser] het vrijwaringsbewijs af te geven wordt als onbetwist toegewezen. De kantonrechter ziet geen aanleiding daaraan een dwangsom te verbinden.



4.20.
De vordering van [eiser] om [gedaagde] te veroordelen tot afgifte aan [eiser] van de originele bestuurdersstoel van de ingeruilde Skoda wordt als onbetwist toegewezen. De kantonrechter ziet geen aanleiding daaraan een dwangsom te verbinden.



4.21.

[eiser] vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). [eiser] heeft voldoende gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. [eiser] heeft daarom recht op een vergoeding voor de kosten van die werkzaamheden. Het gevorderde is gebaseerd op de toegewezen hoofdsom en is in lijn met de staffel uit het Besluit. Dit bedrag van € 990,- wordt daarom toegewezen. De gevorderde rente over de buitengerechtelijke incassokosten zal worden toegewezen vanaf de dag van dagvaarden (5 december 2025).



4.22.

[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:









- kosten van de dagvaarding


€


148,04







- griffierecht


€


732,00







- salaris gemachtigde


€


1.086,00


(2 punten × € 543,00)




- nakosten


€


144,00


(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)




Totaal


€


2.110,04











4.23.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.





5De beslissing


De kantonrechter



5.1.
verklaart voor recht dat koopovereenkomst aangaande de Volkswagen Passat kenteken [kenteken] rechtsgeldig buitengerechtelijk is ontbonden per 21 augustus 2025;



5.2.
veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan [eiser] van een bedrag van € 21.500,-, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 5 september 2025 tot de dag van volledige betaling, te voldoen binnen 14 dagen na betekening van dit vonnis, met vrijwaring van [eiser] voor alle aanspraken en heffingen die verband houden met de Auto per datum van ontbinding;



5.3.
veroordeelt [gedaagde] om binnen 14 dagen na betekening van dit vonnis de Auto (met kenteken [kenteken]) op haar naam te (doen) stellen in het kentekenregister en aan [eiser] het vrijwaringsbewijs af te geven:



5.4.
veroordeelt [gedaagde] tot afgifte aan [eiser] van de originele bestuurdersstoel van de ingeruilde Skoda binnen 7 dagen na betekening van dit vonnis:



5.5.
veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan [eiser] van buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 5 december 2025 tot de dag van volledige betaling;



5.6.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 2.110,04, te betalen binnen 14 dagen na dagtekening van het vonnis en – voor het geval voldoening binnen die termijn uitblijft – te vermeerderen met de wettelijke rente over de (na)kosten vanaf voormelde termijn tot aan de dag van volledige betaling, alsmede te vermeerderen met de kosten van betekening indien [eiser] niet vrijwillig binnen de gestelde termijn betaalt;



5.7.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.


Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper en in het openbaar uitgesproken op 29 juli 2026.




Hoge Raad 21 december 1999, NJ 1991,251.