Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Noord-Holland

ECLI:NL:RBNHO:2026:9526

2026-07-29 Civiel recht; Personen- en familierecht C/15/380710
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Uitspraakdatum
2026-07-29
Publicatiedatum
2026-07-29
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
C/15/380710
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Voorlopige ondertoezichtstelling en een spoedmachtiging tot uithuisplaatsing.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (7.767 tekens)
RECHTBANK NOORD-HOLLAND




Familie- en Jeugdrecht



Locatie Haarlem



Zaaknummer: C/15/380710 / JU RK 26-1194
Datum uitspraak: 29 juli 2026




Beschikking van de kinderrechter over een voorlopige ondertoezichtstelling en een spoedmachtiging tot uithuisplaatsing




in de zaak van




Raad voor de Kinderbescherming,

hierna te noemen de Raad,
gevestigd te Rotterdam,



over





[de minderjarige]
, geboren op [geboortedatum] in [plaats] ,
hierna te noemen [de minderjarige] .



De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:





[de moeder]
,
hierna te noemen de moeder,
wonende in [plaats] .



De kinderrechter merkt als informant aan:



de gecertificeerde instelling Stichting Jeugdbescherming Regio Amsterdam, hierna te noemen de GI.






1Het verloop van de procedure


1.1.
De kinderrechter neemt mee in de beoordeling:


het mondelinge verzoek van de Raad op 29 juli 2026;


de schriftelijke bevestiging van het verzoek van de Raad met bijlagen, ontvangen op 29 juli 2026.








2De feiten


2.1.
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige] .



2.2.

[de minderjarige] woont bij haar moeder.





3Het verzoek


3.1.
De Raad verzoekt [de minderjarige] voorlopig onder toezicht te stellen voor de duur van drie maanden. Ook verzoekt de Raad een machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlenen voor de duur van drie maanden en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. De Raad verzoekt hierop te beslissen zonder de belanghebbenden te horen.






4De beoordeling


4.1.
De kinderrechter heeft de volgende informatie ontvangen. [de minderjarige] is vannacht verkracht door de vriend van haar moeder. Ze is in het ziekenhuis waar ze is onderzocht, maar ze kan daar niet blijven. De vriend van de moeder is voortvluchtig. [de minderjarige] wil niet naar huis, maar naar haar vriendin. De ouders van de vriendin stemmen hiermee in er is een afspraak op locatie aangemaakt op het adres van de vriendin. De moeder geeft geen toestemming voor het verblijf bij de vriendin en wil dat [de minderjarige] naar haar oma gaat. Veilig Thuis en de Raad zijn bang dat de oma door de moeder onder druk gezet wordt om [de minderjarige] weer naar huis te sturen en dat de veiligheid van [de minderjarige] dan in gevaar komt. Veilig Thuis vindt een plaatsing van [de minderjarige] bij JCK niet passend, omdat daar mogelijk jongens op de groep verblijven en dit is emotioneel niet veilig voor [de minderjarige] . [de minderjarige] heeft een plek nodig waar ze veilig is en waar ze zich veilig voelt. Deze plek is er voor haar bij haar vriendin. Omdat de moeder geen toestemming geeft voor de plaatsing bij de vriendin wordt een voorlopige ondertoezichtstelling en een spoedmachtiging uithuisplaatsing gevraagd.



4.2.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een voorlopige ondertoezichtstelling is voldaan. Er is een ernstig vermoeden dat de ontwikkeling van [de minderjarige] acuut en ernstig wordt bedreigd. De voorlopige ondertoezichtstelling is noodzakelijk om die bedreiging weg te nemen.



4.3.
Daarnaast is de kinderrechter van oordeel dat het noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding, onderzoek van haar geestelijke toestand en onderzoek van haar lichamelijke toestand dat [de minderjarige] uit huis wordt geplaatst.



4.4.
De kinderrechter is ook van oordeel dat een zitting niet kan worden afgewacht zonder onmiddellijk en ernstig gevaar voor [de minderjarige] . Daarom stelt de kinderrechter [de minderjarige] voorlopig onder toezicht voor de duur van drie maanden. Ook machtigt de kinderrechter de GI om [de minderjarige] uit huis te plaatsen voor de duur van vier weken.



4.5.
De kinderrechter verklaart de beslissing om de machtiging tot uithuisplaatsing af te geven uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.



4.6.
De Raad, [de minderjarige] en de belanghebbenden worden in de gelegenheid gesteld hun mening te geven. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.





5De beslissing


De kinderrechter:



5.1.
stelt [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] in [plaats] , voorlopig onder toezicht van Stichting Jeugdbescherming Regio Amsterdam met ingang van 29 juli 2026 tot 29 oktober 2026;



5.2.
verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een netwerkpleeggezin met ingang van 29 juli 2026 tot 26 augustus 2026;


5.3.
verklaart de beslissing onder 5.2. uitvoerbaar bij voorraad;



5.4.
houdt de behandeling van het verzoek voor het overige aan;



5.5.
roept de Raad, de GI en de moeder op voor de zitting van mr. J. Lintjer op [datum] in het gerechtsgebouw van de rechtbank Noord-Holland, locatie Haarlem, aan Jansstraat 81 in Haarlem;


5.6.
bepaalt dat deze beschikking geldt als oproep voor de zitting;


5.7.
vraagt de griffier [de minderjarige] op te roepen voor een kindgesprek.









Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken en op schrift gesteld op 29 juli 2026 door mr. E.G. Roest, kinderrechter, in aanwezigheid van L.I. Fernandes Paredes als griffier.













































Tegen eindbeslissingen in deze beschikking over de machtiging tot uithuisplaatsing is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Amsterdam. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:



degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;


andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.




Tegen eindbeslissingen in deze beschikking over de voorlopige ondertoezichtstelling staat geen hoger beroep open.





Artikel 1:257 BW.


Artikel 1:265b, eerste lid, Burgerlijk Wetboek (BW).


Artikel 807 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv).