Rechtbank Noord-Holland
ECLI:NL:RBNHO:2026:9425
2026-07-28
Strafrecht
15/321114-24
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Veroordeling tot gevangenisstraf van 30 maanden, tbs-maatregel met voorwaarden en gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel. Bewezenverklaring van verschillende (online) zedenfeiten en zware mishandeling. Verwerping alternatief scenario en beroep op noodweer. Verminderde toerekenbaarheid. Overschrijding redelijke termijn. Toewijzing vordering benadeelde partij. Onttrekking aan verkeer van telefoons en computer.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (79.203 tekens)
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Team Straf, zittingsplaats Haarlem
Meervoudige strafkamer
Parketnummer: 15/321114-24 (P)
Uitspraakdatum: 28 juli 2026
Tegenspraak
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 14 juli 2026 in de zaak tegen:
[verdachte]
,
geboren op [geboortedatum 1] 1980 te [geboorteplaats] ,
ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres: [adres] ,
nu gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Alphen aan den Rijn.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie
mr. R.H.I. van Dongen en van wat de verdachte en zijn raadsman, mr. S. Faber, advocaat te Haarlem, naar voren hebben gebracht.
1Tenlastelegging
Aan de verdachte is, na wijziging van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat hij zich – samengevat – heeft schuldig gemaakt aan het volgende:
feit 1: een beroep of gewoonte maken van het vervaardigen, verwerven, in bezit hebben van en/of zich de toegang verschaffen tot kinderporno, in de periode van 22 december 2024 tot en met 30 mei 2025;
feit 2: een kind beneden de leeftijd van zestien jaar getuige doen zijn van seksuele handelingen die schadelijk zijn te achten voor kinderen beneden de leeftijd van zestien jaar, in de periode van 22 december 2024 tot en met 30 mei 2025;
feit 3: het op 21 juni 2020 vertonen van een afbeelding waarvan de vertoning schadelijk is te achten voor personen beneden de zestien jaar, aan [slachtoffer 1] , van wie de verdachte wist dat hij jonger was dan zestien jaar;
feit 4: het in de periode van 1 februari 2020 tot en met 12 november 2020 vertonen van een afbeelding waarvan de vertoning schadelijk is te achten voor personen beneden de zestien jaar, aan [slachtoffer 2] , van wie de verdachte wist dat hij jonger was dan zestien jaar;
feit 5: een gewoonte maken van het vervaardigen, verwerven, in bezit hebben van en/of zich de toegang verschaffen tot kinderporno, in de periode van 13 augustus 2013 tot en met 29 oktober 2021;
feit 6: het verspreiden van kinderporno in de periode van 24 juni 2020 tot en met 2 juli 2020;
feit 7: een gewoonte maken van het in bezit hebben van en/of zich de toegang verschaffen tot kinderporno, in de periode van 25 juli 2015 tot en met 18 december 2024;
feit 8: zware mishandeling van [slachtoffer 3] op 30 mei 2025, subsidiair mishandeling met zwaar lichamelijk letsel tot gevolg.
De volledige tekst van de tenlastelegging is als bijlage 1 aan dit vonnis gehecht en maakt daarvan deel uit.
2Voorvragen
De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.
3Beoordeling van het bewijs
3.1
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gerekwireerd tot vrijspraak van het onder 8 primair ten laste gelegde feit, omdat het opzet op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel niet kan worden bewezen. De officier van justitie heeft voorts gerekwireerd tot bewezenverklaring van de onder 1 tot en met 7 en 8 subsidiair ten laste gelegde feiten.
3.2
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft bepleit dat de verdachte moet worden vrijgesproken van de onder 1, 2 en 7 ten laste gelegde feiten. De raadsman heeft voorts bepleit dat de verdachte partieel moet worden vrijgesproken van het onder 5 ten laste gelegde feit, namelijk voor zover het ziet op vervaardigen, verwerven en zich de toegang verschaffen. Hiertoe heeft de raadsman kort gezegd aangevoerd dat de verdachte een alternatief scenario heeft geschetst waarin hij niet schuldig is aan deze zedenfeiten.
De onder 3, 4, 5 voor het overige (bezit) en 6 ten laste gelegde feiten kunnen volgens de raadsman worden bewezen. De raadsman heeft geen bewijsverweer gevoerd ten aanzien van feit 8.
3.3
Oordeel van de rechtbank
3.3.1
Bewijs
De rechtbank komt tot bewezenverklaring van de onder 1 tot en met 7 en 8 primair ten laste gelegde feiten op grond van de bewijsmiddelen die in bijlage 2 bij dit vonnis zijn opgenomen.
De rechtbank spreekt de verdachte partieel vrij van de afbeeldingen waarvan de feitelijke beschrijving in het dossier niet voldoet aan de ten laste gelegde seksuele gedragingen (feit 1, feit 5, foto 5) en waarvan een feitelijke beschrijving in het dossier ontbreekt (feit 5, foto 24).
Ten aanzien van feit 6 geldt dat het proces-verbaal beschrijving kinderpornografisch materiaal weliswaar geen feitelijke beschrijving van foto 38 bevat, maar uit de inhoud van de bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang bezien, volgt dat de foto is bedoeld die staat beschreven op pagina 225 van het dossier (de tweede verzonden foto op 2 juli 2020). Ten aanzien van feit 7 geldt het volgende. Foto 16 betreft een zogeheten cache-bestand waarbij binnen de rechtspraak in beginsel wordt aangenomen dat dit soort bestanden niet direct benaderbaar zijn voor de gebruiker van de telefoon. In deze zaak staat echter vast dat de verdachte zich bewust moet zijn geweest van de aanwezigheid van de afbeelding op zijn telefoon. De verdachte heeft immers foto 16 gebruikt om foto 17 te vervaardigen, door een foto van zijn hoofd in de afbeelding te plakken.
De rechtbank is van oordeel dat de bewezenverklaring volgt uit de inhoud van de bewijsmiddelen en, mede gelet op wat door de verdediging is aangevoerd, geen nadere motivering behoeft behoudens de hierna volgende overwegingen ten aanzien van de feiten 1, 2, 5 en 7 en van feit 8 primair.
3.3.2
Beoordeling alternatief scenario ten aanzien van feiten 1, 2, 5 en 7
Door en namens de verdachte is een alternatief scenario geschetst dat in de kern inhoudt dat niet hij, maar (onbekend gebleven) anderen verantwoordelijk zijn voor de kinderporno die de politie op zijn gegevensdragers heeft aangetroffen (ruim 22.000 kinderpornografische afbeeldingen). Al die kinderpornografische afbeeldingen zijn door anderen op zijn gegevensdragers geplaatst en het beeldmateriaal waarin de verdachte zelf is te zien en/of te horen is ook door anderen bewerkt, aldus de verdachte. De verdachte heeft verklaard dat hij zodanig is bedreigd en/of onder druk is gezet dat hij de kinderporno niet durfde te verwijderen en niet naar de politie durfde te gaan om de situatie te beëindigen. Dat na inbeslagname van zijn gegevensdragers wederom kinderporno op zijn (nieuwe) telefoon is aangetroffen, is volgens de verdachte te wijten aan synchronisatie met de Google Cloud (waarin de kinderporno nog was opgeslagen).
De rechtbank is van oordeel dat het door de verdachte geschetste alternatieve scenario geenszins aannemelijk is geworden. De verdediging heeft dat scenario op geen enkele manier met feiten en omstandigheden onderbouwd. De verklaring van de verdachte vindt ook geen steun in het strafdossier. Dat de verdachte na inbeslagname van zijn gegevensdragers in 2024 geen wetenschap zou hebben gehad van de aanwezigheid van kinderporno op zijn nieuwe telefoon, vindt bovendien weerlegging in het dossier. Daaruit blijkt immers dat op de Samsung Galaxy A25 op tijdstippen na de inbeslagname opnieuw kinderporno is benaderd en vervaardigd (bewerkt), waaronder materiaal waarop de stem van de verdachte als voice-over is te horen. Daar komt bij dat op die telefoon kinderpornografisch beeldmateriaal stond dat niet op de eerder inbeslaggenomen gegevensdragers was aangetroffen.
De rechtbank acht de verklaring van de verdachte dan ook ongeloofwaardig en stelt deze terzijde.
3.3.3
Nadere bewijsoverweging ten aanzien van feit 8 primair
De rechtbank stelt op grond van de bewijsmiddelen vast dat de verdachte meerdere malen met zijn vuist en met kracht op het linkeroog en de zijkant van het gezicht van de aangever heeft geslagen. Ter terechtzitting heeft de verdachte verklaard dat hij de aangever meerdere malen hard heeft geslagen en daarbij zijn volle gewicht heeft gebruikt. De aangever heeft als gevolg van de vuistslagen van de verdachte meerdere breuken in het bot onder zijn linkeroog en een verschuiving van zijn linker jukbeen opgelopen. Uit het dossier blijkt dat er een operatieve ingreep nodig is om dit te herstellen. Dit letsel kwalificeert daarom als zwaar lichamelijk letsel als bedoeld in artikel 82 van het Wetboek van Strafrecht (Sr).
Voorts is de rechtbank van oordeel dat is bewezen dat de verdachte voorwaardelijk opzet heeft gehad op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel aan de aangever. Een ieder, en dus ook de verdachte, moet weten dat het meermalen met kracht uitdelen van vuistslagen in het gezicht zwaar lichamelijk letsel kan veroorzaken en dat de kans daarop aanmerkelijk is. De gedragingen van de verdachte zoals beschreven zijn naar de uiterlijke verschijningsvorm daarvan zo zeer gericht op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel, dat het niet anders kan dan dat de verdachte de aanmerkelijke kans daarop ook bewust heeft aanvaard. Van contra-indicaties is niet gebleken.
De rechtbank komt daarmee tot bewezenverklaring van het onder feit 8 primair ten laste gelegde feit, te weten zware mishandeling.
3.4
Bewezenverklaring
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de onder 1 tot en met 7 en 8 primair ten laste gelegde feiten heeft begaan, met dien verstande dat
Feit 1
hij in de periode van 22 december 2024 tot en met 30 mei 2025 in Nederland visuele weergaven van seksuele aard en/of met onmiskenbaar seksuele strekking waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt, was betrokken
heeft vervaardigd en/of verworven en/of in bezit heeft gehad
te weten al dan niet bewerkte foto’s en/of video’s en/of een gegevensdrager bevattende afbeeldingen, te weten een telefoon (merk Samsung Galaxy A25, beslagcode 1735517) bevattende al dan niet bewerkte foto’s en video’s, waarop te zien is dat:
het eigen lichaam vaginaal en/of anaal wordt gepenetreerd door die persoon (toonmap visuele weergave #8 (video 1), PV bevindingen Samsung Galaxy a25 m.b.t. nieuw materiaal, p. 21, bestand wa.db en/of toonmap visuele weergave #9 (video 2), PV bevindingen Samsung Galaxy a25 m.b.t. nieuw materiaal, p. 21, bestand YouCut_20250418_215316055.mp4)
en/of
het geslachtsdeel en de billen van die persoon worden aangeraakt(toonmap visuele weergave #4 (foto 4), PV bevindingen Samsung Galaxy a25 m.b.t. nieuw materiaal, p. 20, bestand lmg_snapshot_1735511780886_2043322645.webp)
en/of
die persoon het eigen geslachtsdeel aanraakt (toonmap visuele weergaven #10 en #11 (video’s 3 en 4), PV bevindingen Samsung Galaxy a25 m.b.t. nieuw materiaal, p. 22, bestanden YouCut_20250510_070057283.mp4 en YouCut_20250510_150216448.mp4)
en/of
die persoon poserend of in een pose is afgebeeld, waarbij - die persoon geheel of gedeeltelijk naakt is en/of in een (erotisch getinte) houding op een wijze die niet bij zijn leeftijd past en/of - door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van die persoon en/of de uitsnede van de foto’s nadrukkelijk het geslachtsdeel van die persoon in beeld wordt gebracht (toonmap visuele weergave #1 (foto 1), PV bevindingen Samsung Galaxy a25 m.b.t. nieuw materiaal, p. 20, bestand img_snapshot_1735511696596_374940441.webp) en/of toonmap visuele weergave #2 (foto 2), PV bevindingen Samsung Galaxy a25 m.b.t. nieuw materiaal, p. 20, bestand img_snapshot_1735511747777_780017495.webp en/of toonmap visuele weergave #6 (foto 6), PV bevindingen Samsung Galaxy a25 m.b.t. nieuw materiaal, p. 20, bestand Screenshot_20250323_225530_YouCut - Video Editor.jpg)
terwijl van het begaan van dit feit een gewoonte werd gemaakt;
Feit 2
hij in de periode van 22 december 2024 tot en met 30 mei 2025 in Nederland kinderen beneden de leeftijd van zestien jaren, te weten onbekend gebleven kinderen, getuige heeft doen zijn van handelingen van seksuele aard op een wijze die schadelijk te achten was voor kinderen beneden de leeftijd van zestien jaren, door telkens zichzelf voor de webcam af te trekken;
Feit 3
hij op 21 juni 2020 in Nederland een afbeelding, te weten een filmpje waarvan de vertoning schadelijk is te achten voor personen beneden de leeftijd van zestien jaar, heeft vertoond aan een minderjarige, te weten [slachtoffer 1] , geboren op [geboortedatum 2] 2005, terwijl hij wist dat die [slachtoffer 1] jonger was dan zestien jaar, immers heeft verdachte op voornoemde datum aan die [slachtoffer 1] een filmpje verzonden waarop hij geheel ontkleed was en waarop werd ingezoomd op zijn blote penis;
Feit 4
hij in de periode van 1 februari 2020 tot en met 12 november 2020 in Nederland een afbeelding, te weten een filmpje waarvan de vertoning schadelijk is te achten voor personen beneden de leeftijd van zestien jaar, heeft vertoond aan een minderjarige, te weten [slachtoffer 2] , geboren op [geboortedatum 3] 2005, terwijl hij wist dat die [slachtoffer 2] jonger was dan zestien jaar, immers heeft verdachte in voornoemde periode aan die [slachtoffer 2] een filmpje verzonden waarop hij geheel ontkleed was en waarop werd ingezoomd op zijn blote penis;
Feit 5
hij in de periode van 13 augustus 2013 tot en met 29 oktober 2021 in Nederland, afbeeldingen, te weten foto’s – en/of gegevensdragers, bevattende afbeeldingen, te weten een mobiele telefoon (Samsung Galaxy S10, beslagnummer 1310761) en een computer (Acer Aspire Xc100, beslagnummer 1310836) – van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, is betrokken
heeftverworven enin bezit gehad
welke seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - onder meer bestonden uit:
het met de hand betasten en/of aanraken van het geslachtsdeel en de billen van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt enhet met de hand betasten en/of aanraken van het geslachtsdeel en de billen van een ander persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt (toonmap foto 8, pv p. 249, bestandsnaam: 152605283153gttt.jpg)
en/of
het geheel of gedeeltelijk naakt poseren door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, waarbij deze persoon gekleed is en/of poseert in een omgeving en/of in een erotisch getinte houding op een wijze die niet bij zijn/haar leeftijd past/passen en/of waarbij deze persoon zich (vervolgens) in opeenvolgende afbeeldingen van zijn/haar kleding ontdoet en/of (waarna) door het camerastandpunt, de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van deze persoon en/of de uitsnede van de foto’s nadrukkelijk het (ontblote) geslachtsdeel en/of de (ontblote) billen in beeld gebracht worden waarbij de afbeelding aldus telkens een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling (toonmap foto 6, pv p. 249, bestandsnaam: 122.jpg)
en/of
het houden van een penis bij/naast het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt waarbij de afbeelding aldus een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling (toonmap foto 48, pv p. 249, bestandsnaam: Screenshot_20210910-161758_Cupace.jpg)
en hij aldus van het plegen van dit misdrijf een gewoonte heeft gemaakt;
Feit 6
hij op 2 juli 2020 in Nederland een afbeelding, te weten een foto van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, is betrokken heeft verspreid (door het verzenden van die foto via WhatsApp) welke seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit: het met de mond betasten en/of aanraken van het geslachtsdeel van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt; (toonmap foto 38, bestandsnaam: IMG-20200702-WA004.jpg, pv p. 252)
Feit 7
hij in de periode van 25 juli 2015 tot en met 18 december 2024 in Nederland, afbeeldingen, te weten foto’s – en/of gegevensdragers, te weten een Samsung Galaxy S21 (002.01), bevattende afbeeldingen – van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, is betrokken
in bezit heeft gehad
welke seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit:het met de penis anaal penetreren van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt (Foto 1 van de toonmap, bladzijde 12 van het einddossier)
en
het met de hand en mond/tong betasten en/of aanraken van het geslachtsdeel van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt enhet met de hand en mond/tong betasten en/of aanraken van het geslachtsdeel van een ander persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt (Foto 19 van de toonmap, bladzijde 13 van het einddossier)
en
het geheel of gedeeltelijk naakt poseren door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, waarbij deze persoon poseert in een erotisch getinte houding op een wijze die niet bij zijn leeftijd past en/of door het camerastandpunt, de (onnatuurlijke) pose nadrukkelijk het (ontblote) geslachtsdeel in beeld gebracht wordt waarbij de afbeelding aldus telkens een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling (Foto 16 en foto 17 van de toonmap, bladzijde 13 van het einddossier)
en hij aldus van het plegen van dit misdrijf een gewoonte heeft gemaakt;
Feit 8
Primair
hij op 30 mei 2025 te Haarlem aan een ander, te weten [slachtoffer 3] , opzettelijk zwaar lichamelijk letsel, te weten: meerdere breuken in het bot onder zijn oog en een verschuiving van zijn jukbeen, heeft toegebracht, door die [slachtoffer 3] meermalen op/tegen zijn oog en/of gezicht te slaan.
De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten zijn verbeterd. Blijkens het verhandelde op de terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in zijn verdediging.
Wat aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.
4Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten
4.1
Kwalificatie
Het bewezenverklaarde levert op:
feit 1:
een visuele weergave van seksuele aard en/of met een onmiskenbaar seksuele strekking, waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt, is betrokken, vervaardigen, meermalen gepleegd en
een visuele weergave van seksuele aard en/of met een onmiskenbaar seksuele strekking, waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt, is betrokken, verwerven en in bezit hebben, terwijl van het begaan van de feiten een gewoonte wordt gemaakt;
feit 2:
een kind beneden de leeftijd van zestien jaren getuige doen zijn van een handeling van seksuele aard op een wijze die schadelijk te achten is voor kinderen beneden de leeftijd van zestien jaren, meermalen gepleegd;
feiten 3 en 4:
telkens: een afbeelding waarvan de vertoning schadelijk is te achten voor personen beneden de leeftijd van zestien jaar, vertonen aan een minderjarige van wie hij weet dat deze jonger is dan zestien jaar;
feit 5:
een afbeelding en/of een gegevensdrager bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken, verwerven en in bezit hebben, terwijl van het plegen van deze misdrijven een gewoonte wordt gemaakt;feit 6:
een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken, verspreiden;
feit 7:
een afbeelding en/of een gegevensdrager bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken, in bezit hebben, terwijl van het plegen van dit misdrijf een gewoonte wordt gemaakt;
feit 8, primair:
zware mishandeling.
4.2
Beroep op noodweer ten aanzien van feit 8 primair
Standpunt van de verdediging
De verdediging heeft ten aanzien van feit 8 bepleit dat de verdachte moet worden ontslagen van alle rechtsvervolging, omdat de verdachte heeft gehandeld uit noodweer.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte geen beroep op noodweer toekomt, omdat de door hem geschetste noodweersituatie niet aannemelijk is geworden.
Oordeel van de rechtbank
Voor aanvaarding van het beroep op noodweer is onder meer vereist dat de rechtbank van oordeel is dat de feitelijke grondslag van dat beroep, gelet op wat de verdachte daarover heeft verklaard en in het licht van het verhandelde ter terechtzitting, voldoende aannemelijk is geworden.
De verklaring van de verdachte houdt in dat hij in zijn woning is geconfronteerd met een ogenblikkelijke, wederrechtelijke aanranding door zijn buurman (de aangever), waartegen hij zichzelf noodgedwongen heeft verdedigd. De aangever sloeg hem uit het niets in zijn gezicht en drong toen zijn woning binnen. Tijdens een worsteling in de hal sloeg de aangever hem opnieuw en op dat moment vielen een lamp en een glazen fotolijst stuk op de grond. De aangever viel achterover de keuken in en trok de verdachte met zich mee, waardoor hij bovenop de aangever viel. Hierdoor viel de magnetron kapot op de grond. Al liggend op de grond bleef de aangever de verdachte vasthouden, waardoor de verdachte niet kon opstaan. De verdachte heeft vervolgens meermalen met zijn vuist tegen het gezicht van de aangever geslagen. De aangever liet los en smeerde vervolgens overal (zijn) bloed op de muren in de woning, aldus de verklaring van de verdachte.
De rechtbank acht de feiten en omstandigheden die de verdediging aan het beroep op noodweer ten grondslag heeft gelegd, niet aannemelijk geworden. De politie is vijftien minuten na de melding ter plaatse gekomen en heeft in de woning van de verdachte geen sporen aangetroffen die passen bij de aanval die de verdachte heeft geschetst. De magnetron stond op het kastje in de keuken en er is geen glas op de vloer of bloed op de muren aangetroffen. Ook heeft de politie geen letsel waargenomen in het gezicht van de verdachte.
De in het kader van het beroep op noodweer gestelde feiten en omstandigheden vinden geen feitelijke grondslag in het dossier. De rechtbank verwerpt om die reden het beroep op noodweer.
Er is dus geen omstandigheid aannemelijk geworden waardoor de wederrechtelijkheid aan het bewezenverklaarde zou ontbreken. Het bewezenverklaarde is daarom strafbaar.
5Strafbaarheid van de verdachte
Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is daarom strafbaar.
6Motivering van de sancties
6.1
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 54 maanden, met aftrek van het voorarrest, en dat aan hem de maatregel van terbeschikkingstelling (hierna: tbs-maatregel) met dwangverpleging zal worden opgelegd. De officier van justitie heeft daarnaast gevorderd dat aan de verdachte een gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel (hierna: GVM) wordt opgelegd. Volgens de officier van justitie is de redelijke termijn (aangevangen op 9 september 2025) in deze zaak niet overschreden.
6.2
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft onder verwijzing naar het psychiatrisch onderzoek aangevoerd dat de feiten de verdachte in verminderde mate kunnen worden toegerekend. Voorts heeft de raadsman verzocht bij de strafoplegging rekening te houden met de overschrijding van de redelijke termijn, die volgens hem is aangevangen op 29 oktober 2021. De raadsman heeft verzocht te volstaan met een gevangenisstraf die gelijk is aan de duur van het reeds ondergane voorarrest en daarnaast aan de verdachte een tbs-maatregel met voorwaarden op te leggen.
6.3
Oordeel van de rechtbank
Bij de beslissing over de sancties die aan de verdachte moeten worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon van de verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.
Ernst van de feiten
De verdachte heeft zich gedurende een periode van bijna twaalf jaar schuldig gemaakt aan het verwerven en bezitten van tienduizenden kinderpornografische foto’s en video’s. Uit de beschrijvingen door de politie van de onder de verdachte aangetroffen afbeeldingen blijkt dat het veelal om een zware categorie kinderporno gaat, met zeer jonge kinderen waarbij vergaande seksuele handelingen (zoals penetratie) worden gepleegd. De verdachte heeft zelf ook kinderporno vervaardigd, door webcamgesprekken waarin minderjarigen seksuele handelingen verrichten op te nemen en die opnames vervolgens te bewerken tot compilaties voorzien van ingesproken introducties. Ook heeft de verdachte (naakt)foto’s van zichzelf in bestaande kinderporno geplakt. Daarnaast heeft de verdachte een kinderpornografische afbeelding aan een minderjarige gestuurd.
Hoewel de politie de verdachte herhaaldelijk heeft betrapt en zijn gegevensdragers in beslag heeft genomen, heeft de verdachte zich ook daarna weer bezig gehouden met kinderporno. Daaruit blijkt dat de verdachte zich niet heeft laten tegenhouden en steeds weer bewust de keuze heeft gemaakt zich bezig te houden met kinderporno, ten koste van de kinderen die bij het maken van kinderporno ernstig seksueel worden misbruikt en geëxploiteerd.
Het is een feit van algemene bekendheid dat de gevolgen die deze kinderen hiervan in psychische en fysieke zin ondervinden, zeer schadelijk zijn en diepe sporen kunnen nalaten. Zulk misbruik doorkruist een normale seksuele ontwikkeling en kan voor minderjarigen ernstige gevolgen hebben, waar zij nog de rest van hun leven last van kunnen hebben. Naast het misbruik is het voor slachtoffers ook schadelijk dat de afbeeldingen lange tijd op het internet blijven rondgaan. Met het bezit van kinderporno heeft de verdachte bijgedragen aan de instandhouding van de vraag naar kinderporno.
Daarnaast heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan het seksueel corrumperen van minderjarigen door tijdens webcamgesprekken met deze minderjarigen voor de camera te masturberen. Ook heeft de verdachte een video verzonden aan twee minderjarige jongens waarin zijn naakte penis is te zien. In het chatcontact met deze minderjarigen heeft de verdachte zich bovendien seksueel grensoverschrijdend en manipulatief opgesteld. Als jonge personen met dergelijke beelden of seksuele handelingen worden geconfronteerd, kan dat schadelijk zijn voor hun ontwikkeling.
De verdachte heeft bij het plegen van al deze feiten alleen oog gehad voor de bevrediging van zijn eigen lustgevoelens en niet stilgestaan bij de schadelijke gevolgen van zijn handelen. De verdachte heeft bovendien geen enkele verantwoordelijkheid genomen voor zijn handelen maar legt de schuld geheel buiten zichzelf.
Ten slotte heeft de verdachte zijn buurman zwaar mishandeld door hem meermalen hard met de vuist in het gezicht te slaan. Het slachtoffer heeft hierdoor meerdere breuken opgelopen aan zijn linker jukbeen. De verdachte heeft hiermee de lichamelijke integriteit van het slachtoffer ernstig geschonden. Uit de schriftelijke toelichting op de vordering tot schadevergoeding blijkt dat het slachtoffer veel pijn en ongemak heeft geleden en dat een risicovolle operatieve ingreep nodig is om het letsel te herstellen.
Persoon van de verdachte
De rechtbank heeft gelet op het strafblad van de verdachte van 17 november 2025, waaruit blijkt dat hij niet eerder strafrechtelijk is veroordeeld.
Daarnaast heeft de rechtbank kennis genomen van de Pro Justitia rapportages van de psycholoog d.d. 15 april 2026 en de psychiaters d.d. 10 april 2026. De verdachte heeft onvoldoende meegewerkt aan het psychologisch onderzoek, waardoor de psycholoog geen uitspraken heeft kunnen doen over de persoonlijkheid van de verdachte en eventuele psychische stoornissen.
De conclusies van de psychiaters (hierna: de deskundigen) luiden – kort en zakelijk weergegeven – als volgt. De verdachte lijdt aan een borderline persoonlijkheidsstoornis met antisociale en narcistische kenmerken, een stoornis in het gebruik van stimulantium, een stoornis in het gebruik van opioïde, een andere gespecificeerde psychotrauma of stressor gerelateerde stoornis, een aandachtsdeficiëntie-/hyperactiviteitsstoornis en een andere gespecificeerde parafiele stoornis (hyperseksualiteit). Deze stoornissen waren aanwezig ten tijde van de ten laste gelegde feiten.
Er is volgens de deskundigen sprake van ernstige persoonlijkheidspathologie en een ernstige verslaving met jarenlang disfunctioneren op alle levensterreinen. De ten laste gelegde zedenfeiten passen in een patroon waarbij de verdachte continue en dwangmatig op zoek is naar seksuele bevrediging, als coping om met zijn traumatische verleden om te gaan. De verdachte laat zich daarbij leiden door zijn lustgevoelens, kent geen grenzen en is gericht op zijn eigen behoeftebevrediging. Hij gaat op zoek naar steeds extremere prikkels om iets te voelen. De verdachte voelt grenzen van anderen niet aan, wat mogelijk deels verklaard kan worden door het trauma van seksueel misbruik dat hem vroeger, zo lijkt het, is overkomen. De verdachte is sociaal-emotioneel jong en soms puberaal in zijn gedrag en hij lijkt zich te vereenzelvigen met jongere jongens. De verdachte gebruikt drugs als zelfmedicatie, om zijn negatieve gevoelens te onderdrukken dan wel op zoek naar prikkels om iets te voelen. Hij heeft nagenoeg geen copingvaardigheden en gebruikt seks om zijn stress te reguleren.
Gelet op deze omstandigheden adviseren de deskundigen de onder 1 tot en met 7 ten laste gelegde zedenfeiten (tenminste) in verminderde mate aan de verdachte toe te rekenen.
Ten aanzien van het onder 8 ten laste gelegde feit (zware mishandeling) zien de deskundigen onvoldoende gronden voor het advies om dit feit in verminderde mate aan de verdachte toe te rekenen, omdat niet duidelijk is geworden dat de persoonlijkheidspathologie een rol heeft gespeeld in de dynamiek tussen de verdachte en de aangever.
De deskundigen schatten de kans op herhaling van een zedenmisdrijf als hoog in. Er zijn ernstige zorgen over de seksuele voorkeuren van de verdachte en er zijn geen beschermende factoren. De verdachte leeft een geïsoleerd bestaan en heeft nagenoeg alleen online contacten.
De deskundigen achten een langdurige klinische behandeling in een forensische kliniek (beveiligingsniveau 3), gespecialiseerd in zedenproblematiek, noodzakelijk.
De rechtbank neemt deze conclusies van de deskundigen over en maakte deze tot de hare.
Op de vraag binnen welk juridisch kader de interventies ter beperking van het recidivegevaar moeten worden gerealiseerd, hebben de deskundigen (onder meer) het volgende overwogen:“Onderzoekers hebben uitgebreid stilgestaan bij het juridisch kader (…) Betrokkene is deels ontkennend en bagatelliserend ten aanzien van het tenlastegelegde en probleeminzicht ontbreekt. Hij wil alleen behandeling op zijn voorwaarden en is niet van plan te stoppen met middelengebruik. Hij ziet geen kwaad in zijn contacten met de minderjarige jongens. Eerdere ambulante behandeling kwam onvoldoende of niet van de grond. Het juridisch kader waarbinnen bovenstaande noodzakelijke behandeling vorm gegeven kan worden zal daarom stevig dienen te zijn. Een behandeling in het kader van bijzondere voorwaarden bij een voorwaardelijke straf(deel) wordt niet als haalbaar ingeschat. Onderzoekers adviseren een tbs maatregel, indien de strafmaat het toelaat, waarbij uitgebreid is stilgestaan bij tbs met voorwaarden versus tbs met dwangverpleging. Er zijn grote twijfels bij de haalbaarheid van een tbs met voorwaarden. Betrokkene zal vermoedelijk mee willen werken om een tbs met dwangverpleging te voorkomen maar onderzoekers schatten in dat het voor hem, door de hierboven beschreven pathologie, zeer moeilijk gaat zijn om zich aan voorwaarden te houden. Hij zal zeer waarschijnlijk terugvallen in middelengebruik, er is een grote kans dat er conflicten en strijd ontstaan in de behandeling. Daarmee is er een gerede kans dat er omzetting naar tbs met dwang nodig zal zijn. Aan de andere kant kan een tbs met voorwaarden betrokkene mogelijk motiveren om de behandeling in elk geval aan te gaan en is hij vermoedelijk wel bereid naar een kliniek te gaan als hij hiermee een tbs met dwangverpleging kan voorkomen. Bij oplegging van een gemaximeerde tbs met dwangverpleging, mocht dit aan de orde zijn, is het goed mogelijk dat hij ‘zijn tijd uit gaat zitten’ en de behandeling niet aangaat. Het opleggen van een Gedragsbeïnvloedende en Vrijheidsbeperkende Maatregel (GVM) wordt bij een dergelijk kader geadviseerd. Alles overziend adviseren onderzoekers een tbs met voorwaarden met een (langdurige) klinische opname. Hierbij is het van belang dat de klinische opname niet te snel wordt beëindigd, zoals eerder vermoedelijk bij verslavingsopnames is gebeurd.”
De conclusie van de deskundigen is aldus dat de noodzakelijk geachte, langdurige klinische behandeling zou moeten plaatsvinden binnen een tbs-maatregel met voorwaarden.
De rechtbank heeft tot slot acht geslagen op het reclasseringsrapport van 30 juni 2026, opgesteld door GGZ Reclassering Fivoor. De reclassering gaat uit van de medische bevindingen en conclusies van de deskundigen, maar adviseert bij bewezenverklaring geen tbs-maatregel met voorwaarden aan de verdachte op te leggen. Het advies van de reclassering luidt, onder meer, als volgt:
“De reclassering vindt enkel het voorkomen van een tbs maatregel met dwangverpleging onvoldoende motivatie om over te gaan tot een positief advies over tbs met voorwaarden. Een tbs maatregel met voorwaarden gaat uit van vrijwillige behandeling en dat vraagt een langdurige commitment en inzet. De reclassering schat in dat betrokkene zich niet aan dergelijke voorwaarden kan houden. Betrokkene is een ontkennende verdachte en hij toont nauwelijks inzicht in zijn langdurige grensoverschrijdende gedrag. Omdat betrokkene ontkennend is ziet hij de noodzaak voor (klinische) behandeling gericht op risicofactoren niet in. Betrokkene herkent zich niet in de gestelde diagnoses en hij kan naast traumabehandeling geen andere hulpvragen benoemen. Het ontbreekt betrokkene aan inzicht in zijn problematiek, gedragingen en de daarbij behorende risicofactoren. Betrokkene is van mening dat zijn seksualiteitsbeleving geen risicofactor is. Betrokkene ziet zichzelf als slachtoffer van de situatie en hij neemt geen verantwoordelijkheid voor zijn gedrag. Het is moeilijk om met betrokkene in gesprek te gaan over de slachtoffers, omdat hij de ernst van zijn gedrag en de gesprekken met jongeren niet inziet. Desondanks stelt betrokkene dat hij wil meewerken aan een tbs maatregel met voorwaarden. Betrokkene geeft aan dat hij wil meewerken aan een behandeling en dat de behandelaren dan vanzelf wel gaan zien dat zijn problematiek niet zo ernstig is, zoals het omschreven staat in het pro Justitiarapport. Het ontbreekt betrokkene aan intrinsieke motivatie om te werken aan gedragsverandering en recidivevermindering. Samenvattend ziet GGZ Reclassering Fivoor alleen maar beperkingen voor de tbs met voorwaarden. Het hoge risico op zedenrecidive in combinatie met het hoge risico op onttrekking, vanwege het gebrek aan motivatie voor een intensief behandeltraject, vormt een beletsel voor een tbs met voorwaarden.”
Voor het geval de rechtbank komt tot oplegging van een tbs-maatregel met voorwaarden, heeft de reclassering een uitgebreid pakket aan bijzondere voorwaarden geformuleerd, te weten: meewerken aan reclasseringstoezicht; meewerken aan time-out; niet naar het buitenland; opneming in een zorginstelling; ambulante behandeling; verblijf in begeleid wonen of maatschappelijke opvang; verbod verdovende middelen; alcoholverbod; dagbesteding; aflossing schulden; vermijden contact met minderjarigen en vermijden digitale omgevingen seksueel kindermisbruik.
Daarnaast adviseert de reclassering de tbs-maatregel met voorwaarden dadelijk uitvoerbaar te verklaren en een GVM op te leggen.
Vertrekpunt voor straftoemeting
Bij het bepalen van de hoogte van de straf heeft de rechtbank acht geslagen op de landelijke oriëntatiepunten voor straftoemeting (LOVS-oriëntatiepunten). In deze oriëntatiepunten is voor een gewoonte maken van het bezit van kinderporno een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van één jaar als uitgangspunt geformuleerd. Voor het vervaardigen van kinderporno geldt een uitgangspunt van twee jaar gevangenisstraf. In strafverzwarende zin houdt de rechtbank rekening met het grote aantal kinderpornografische afbeeldingen, de langdurige periode waarin de verdachte zich heeft bezig gehouden met kinderporno en de aard van het beeldmateriaal. Het gaat om beeldmateriaal van (zeer) jonge kinderen, verstrekkende seksuele handelingen waaronder penetratie van het lichaam en seksueel misbruik van dieren.
Overschrijding van de redelijke termijn
Voor de feiten 1 tot en met 4, en 6 tot en met 8 primair is geen sprake van overschrijding van de redelijke termijn. Voor deze feiten geldt dat de verdachte niet eerder dan zestien maanden, dan wel twee jaar (feiten 3 en 4) voor datum vonnis kon verwachten dat hij daarvoor vervolgd zou worden. Voor feit 5 geldt het volgende.
De rechtbank is van oordeel dat de redelijke termijn in deze zaak voor feit 5 is aangevangen op 14 mei 2024, de datum waarop de verdachte voor de eerste keer is aangehouden en is verhoord door de politie ten aanzien van de onder 3 tot en met 6 bewezen verklaarde feiten. De rechtbank gaat ervan uit dat op dit moment de verdachte redelijkerwijs kon verwachten dat ten aanzien van feit 5 strafvervolging tegen hem zou worden ingesteld. In dat verhoor is de verdachte immers ermee geconfronteerd dat op zijn op 29 oktober 2021 inbeslaggenomen gegevensdragers een grote hoeveelheid kinderporno is aangetroffen.
De verdachte verkeert sinds 24 september 2025 in voorlopige hechtenis in verband met het onder 5 bewezen verklaarde feit. Dat is minder dan zestien maanden. De rechtbank neemt daarom als uitgangspunt dat de behandeling van de zaak moet zijn afgerond met een eindvonnis binnen twee jaar nadat de redelijke termijn is aangevangen op 14 mei 2024.
De rechtbank stelt vast dat voor feit 5 de redelijke termijn met ruim twee maanden is overschreden. Omdat dit een geringe overschrijding betreft en bovendien alleen voor feit 5, zal de rechtbank volstaan met de constatering dat de redelijke termijn is overschreden.
De op te leggen straf
De rechtbank acht gelet op de aard en de ernst van de bewezen verklaarde feiten geen andere straf dan een langdurige gevangenisstraf op zijn plaats. Anderzijds is de rechtbank op grond van de conclusies van de deskundigen van oordeel dat de onder 1 tot en met 7 bewezen verklaarde feiten de verdachte in verminderde mate moeten worden toegerekend, waarmee in de straftoemeting rekening moet worden gehouden. Ook heeft de rechtbank oog voor de belaste levensloop en bijzondere kwetsbaarheid van de verdachte. Oplegging van een gevangenisstraf die gelijk is aan de duur van het reeds ondergane voorarrest, zoals verzocht door de raadsman, doet echter geen recht aan de ernst van de feiten.
Alles afwegend, acht de rechtbank een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden, met aftrek van het voorarrest, passend en geboden.
Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat aan de verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend als bedoeld in artikel 6:2:10 van het Wetboek van Strafvordering (Sv).
Tbs-maatregel met voorwaarden
De rechtbank is daarnaast van oordeel dat de terbeschikkingstelling van de verdachte moet worden gelast en voorwaarden betreffende zijn gedrag moeten worden gesteld. De rechtbank is van oordeel dat het advies van de deskundigen strekkende tot oplegging van een tbs-maatregel met voorwaarden op zorgvuldige wijze tot stand is gekomen en wordt gedragen door een deugdelijke en inzichtelijk gemotiveerde onderbouwing. De deskundigen hebben alle relevante omstandigheden, waaronder de door de reclassering genoemde bezwaren tegen een tbs-maatregel met voorwaarden, onder ogen gezien, tegen elkaar afgewogen en vervolgens geconcludeerd dat een tbs-maatregel met voorwaarden op dit moment de meest passende maatregel is.
De rechtbank ziet, gelet op het advies van de deskundigen, onvoldoende aanknopingspunten voor het opleggen van een tbs-maatregel met dwangverpleging, zoals de officier van justitie heeft gevorderd.
Aan de tbs-maatregel zal de rechtbank de door de reclassering geformuleerde voorwaarden verbinden. De verdachte heeft zich ter terechtzitting bereid verklaard deze voorwaarden na te leven en daarbij verklaard dat hij de abstinentie van middelen in detentie als positief heeft ervaren en aan zichzelf wil werken.
De rechtbank gelast de terbeschikkingstelling van de verdachte ten aanzien van de onder 1, 5, 6 en 7 bewezen verklaarde feiten. Hoewel artikel 37a, eerste lid, Sr niet meer eist dan een uit gelijktijdigheid bestaand verband, vindt de rechtbank relevant dat volgens de deskundigen niet aannemelijk is geworden dat enig verband bestaat tussen de persoonlijkheidspathologie van de verdachte en het onder 8 primair begane feit. Ten aanzien van feit 8 primair zal de rechtbank daarom geen terbeschikkingstelling gelasten.
De rechtbank stelt vast dat aan de wettelijke eisen voor oplegging van de tbs-maatregel met voorwaarden is voldaan. Bij de verdachte bestond ten tijde van het plegen van de onder 1, 5, 6 en 7 bewezen verklaarde feiten een ziekelijke stoornis van de geestvermogens, als bedoeld in artikel 37a, eerste lid, Sr. Voornoemde feiten (1, 5, 6 en 7) betreffen misdrijven waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van vier jaren of meer is gesteld. Gelet op de ernst van en de omstandigheden waaronder deze feiten hebben plaatsgevonden, vereist de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen dat aan de verdachte de maatregel van terbeschikkingstelling wordt opgelegd.
De rechtbank kan in een later stadium, op vordering van het openbaar ministerie, bevelen dat de ter beschikking gestelde alsnog van overheidswege zal worden verpleegd indien de voorwaarden niet worden nageleefd. De onderhavige maatregel wordt niet opgelegd ter zake van misdrijven die gericht zijn tegen of gevaar veroorzaken voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. Hoewel het vervaardigen van kinderporno onder omstandigheden als geweldsmisdrijf kan worden aangemerkt, is dat gelet op de wijze van vervaardiging (het opnemen van online webcamgesprekken en het bewerken van bestaande kinderporno) in deze zaak niet aan de orde. Ook overigens heeft de rechtbank geen feiten en omstandigheden vastgesteld ten aanzien van de feiten 1, 5, 6 en 7 waarvoor de tbs-maatregel wordt opgelegd, waaruit gedragingen van de verdachte kunnen worden afgeleid die onmiskenbaar zijn gericht tegen of gevaar veroorzaken voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen, zoals bedoeld in artikel 38e, eerste lid, Sr.
De totale duur van een eventuele tbs-maatregel met dwangverpleging is daarom beperkt tot een periode van vier jaar.
Dadelijke uitvoerbaarheid TBS met voorwaarden
Omdat de rechtbank het van belang acht dat de behandeling van de verdachte direct aansluitend aan de detentie zal aanvangen, zal de rechtbank op grond van artikel 38, zesde lid, Sr bevelen dat de tbs-maatregel met voorwaarden dadelijk uitvoerbaar is.
Gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel (artikel 38z Sr)
De rechtbank acht het ter bescherming van de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen noodzakelijk dat ook de GVM als bedoeld in artikel 38z Sr aan de verdachte wordt opgelegd. Aan de wettelijke vereisten voor de oplegging van deze maatregel is voldaan.
De rechtbank leidt uit de rapportages van de deskundigen en de reclassering af dat de psychische problematiek van de verdachte complex en hardnekkig is en dat het recidiverisico op soortgelijke zedenfeiten hoog is. De verdachte zal langdurig en intensief behandeld moeten worden. Gelet daarop moet er naar het oordeel van de rechtbank rekening mee worden gehouden dat ook na beëindiging van de tbs-maatregel met voorwaarden – die naar huidig recht in duur is beperkt tot negen jaar – nog toezicht noodzakelijk is om het recidiverisico terug te dringen naar een aanvaardbaar risico of op een aanvaardbaar niveau te houden.
De rechtbank acht het daarom aangewezen dat de verdachte langdurig onder toezicht wordt gesteld. Hierdoor kan de rechtbank, nadat de tbs-maatregel is beëindigd, op vordering van de officier van justitie en na beoordeling van de op dat moment actuele situatie, de tenuitvoerlegging van een GVM bevelen en de inhoud en de duur daarvan bepalen (artikel 6:6:23b Sv).
7Beslissingen omtrent in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerpen
De rechtbank is van oordeel dat de onder de verdachte in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerpen, te weten drie mobiele telefoons en één computer, moeten worden onttrokken aan het verkeer.
Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de onder 1 t/m 7 bewezen verklaarde feiten met betrekking tot of met behulp van (een of meer van) die voorwerpen zijn begaan. Het ongecontroleerde bezit van deze voorwerpen (waarop kinderpornografisch materiaal staat) is in strijd met de wet en het algemeen belang.
8Vordering benadeelde partij [slachtoffer 3] en schadevergoedingsmaatregel
De benadeelde partij [slachtoffer 3] heeft een vordering tot schadevergoeding van € 2.655,00 ingediend tegen de verdachte wegens materiële en immateriële schade die hij als gevolg van het onder 8 ten laste gelegde feit zou hebben geleden, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag. De gestelde schade bestaat uit € 55,00 aan materiële schade (optometrisch onderzoek) en € 2.600,00 aan immateriële schade.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gerekwireerd tot toewijzing van de gevorderde schade met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering moet worden afgewezen, omdat ontslag van alle rechtsvervolging is bepleit.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank is van oordeel dat de materiële schade rechtstreeks voortvloeit uit het onder 8 primair bewezen verklaarde feit. De vordering is voldoende onderbouwd en komt de rechtbank niet onrechtmatig of ongegrond voor.
Met betrekking tot de gevorderde immateriële schade overweegt de rechtbank dat sprake is geweest van aantasting in de persoon door het oplopen van lichamelijk letsel. Daarmee is er een wettelijke grondslag (artikel 6:106, onder b, Burgerlijk Wetboek) voor de vordering en mogen ook de andere niet als lichamelijk letsel te kwalificeren gevolgen worden meegewogen in de vaststelling van de omvang van de schade naar billijkheid. De rechtbank komt, gelet op de aard en ernst van het feit, de onderbouwing van de vordering, alsmede de bedragen die in min of meer vergelijkbare gevallen worden toegekend en de schadevergoedingen die worden genoemd in de Rotterdamse Schaal, vergoeding van de immateriële schade tot een bedrag van € 2.600,00 billijk voor.
De vordering zal dan ook volledig worden toegewezen. De wettelijke rente over dit bedrag is toewijsbaar als volgt:- voor de materiële schade ad € 55,00 vanaf 2 juli 2025 (de datum van de factuur);
- voor de immateriële schade ad € 2.600,00 vanaf 30 mei 2025 (de datum waarop het schade toebrengende feit - de zware mishandeling - heeft plaatsgevonden),steeds tot aan de dag van algehele voldoening.
Daarnaast dient de verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken.
Schadevergoedingsmaatregel
De rechtbank ziet als gevolg van verdachtes onder 8 primair bewezen verklaarde handelen [kort gezegd: zware mishandeling] aanleiding ter zake van de vordering van de benadeelde partij de schadevergoedingsmaatregel van artikel 36f Sr op te leggen.
9Toepasselijke wettelijke voorschriften
De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:
36b, 36c, 36f, 37a, 38, 38a, 38z, 57, 240a (oud), 240b (oud), 251, 252, 254 en 302 Sr.
10Beslissing
De rechtbank:
Verklaart bewezen dat de verdachte de onder 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7 en 8 primair ten laste gelegde feiten heeft begaan zoals hiervoor onder 3.4 weergegeven.
Verklaart niet bewezen wat aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt hem daarvan vrij.
Bepaalt dat de bewezen verklaarde feiten de hierboven onder 4 vermelde strafbare feiten opleveren.
Verklaart de verdachte hiervoor strafbaar.
Strafoplegging
Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 (dertig) maanden.
Bepaalt dat de tijd die de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Legt op de maatregel tot gedragsbeïnvloeding of vrijheidsbeperking als bedoeld in artikel 38z van het Wetboek van Strafrecht.
Tbs-maatregel met voorwaarden
Gelast ten aanzien van de feiten 1, 5, 6 en 7 dat de verdachte ter beschikking wordt gesteld, en stelt daarbij de volgende voorwaarden betreffende zijn gedrag.
Stelt als algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich niet schuldig maakt een enig strafbaar feit.
Stelt als algemene voorwaarde dat de veroordeelde ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt.
Stelt als bijzondere voorwaarden:
Meewerken aan reclasseringstoezicht
De veroordeelde werkt mee aan het reclasseringstoezicht. Deze medewerking houdt onder andere in dat de veroordeelde:
zich meldt op afspraken bij de reclassering. De reclassering bepaalt hoe vaak dat
nodig is;
zich houdt aan de aanwijzingen van de reclassering. De reclassering kan
aanwijzingen geven die nodig zijn voor de uitvoering van het toezicht of om de veroordeelde te helpen bij het naleven van de voorwaarden;
de reclassering helpt aan een actuele foto waarop zijn gezicht herkenbaar is. Deze foto is nodig voor opsporing bij ongeoorloofde afwezigheid;
meewerkt aan huisbezoeken;
de reclassering inzicht geeft in de voortgang van begeleiding en/of behandeling
door andere instellingen of hulpverleners;
zich niet op een ander adres vestigt zonder toestemming van de reclassering;
meewerkt aan het uitwisselen van informatie met personen en instanties die contact hebben met de veroordeelde, als dat van belang is voor het toezicht;
Meewerken aan time-out
Als de reclassering dat nodig vindt en de veroordeelde daarmee instemt, kan de veroordeelde voor een time-out worden opgenomen in een Forensisch Psychiatrisch Centrum (FPC) of andere instelling. Deze time-out duurt totdat de reclassering of de veroordeelde deze beëindigt, maar maximaal zeven weken, met de mogelijkheid van verlenging met nog eens maximaal zeven weken, tot maximaal veertien weken per jaar.
Niet naar het buitenland
De veroordeelde gaat niet naar het buitenland of het Caribisch deel van het Koninkrijk der Nederlanden, zonder toestemming van de reclassering.
Opneming in een zorginstelling
De veroordeelde laat zich opnemen in een Forensisch Psychiatrische Kliniek (FPK) of soortgelijke instantie, te bepalen door de voor plaatsing verantwoordelijke instantie. De opname start zo spoedig mogelijk. De zorginstelling bepaalt de wijze van behandeling. De behandeling is gericht op psychische problematiek, verslavingsproblematiek, cognitieve vaardigheden, sociale vaardigheden, seksueel grensoverschrijdend gedrag, schuldenproblematiek, woonoverlast en/of andere problematiek. Gelet op de problematiek kan onderdeel van de behandeling zijn dat de veroordeelde voorgeschreven medicatie zal
gebruiken. De veroordeelde houdt zich aan de huisregels en aanwijzingen van de zorginstelling en de behandelaren. Als de reclassering een overgang naar ambulante zorg of verblijf in een instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang nodig vindt, werkt de veroordeelde mee aan de indicatiestelling en plaatsing.
Ambulante behandeling
De veroordeelde laat zich behandelen door een zorgverlener, te bepalen door de reclassering, zolang de reclassering de behandeling nodig vindt. De zorgverlener bepaalt de wijze van behandeling. De behandeling is gericht op psychische problematiek, verslavingsproblematiek, agressiebeheersing, cognitieve vaardigheden, sociale vaardigheden, schuldenproblematiek, of andere problematiek. Gelet op de problematiek kan onderdeel van de behandeling zijn dat de veroordeelde voorgeschreven medicatie zal gebruiken.
Verblijf in begeleid wonen of maatschappelijke opvang
De veroordeelde verblijft in een instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang, te bepalen door de reclassering. De veroordeelde houdt zich aan de huisregels en het dagprogramma dat de instelling in overleg met de reclassering opstelt.
Verbod verdovende middelen
De veroordeelde gebruikt geen verdovende middelen genoemd in lijst I (harddrugs), lijst II (softdrugs) en geenmiddelen die vallen onder een stofgroep genoemd in lijst IA in de Opiumwet, tenzij de reclassering toestemming heeft gegeven voor het gebruik. De veroordeelde moet meewerken aan controles. Dit kunnen zijn urineonderzoek/ademonderzoek/speekseltest. De reclassering bepaalt hoe vaak en met welk controlemiddel wordt gecontroleerd.
Alcoholverbod
De veroordeelde gebruikt geen alcohol, tenzij de reclassering toestemming heeft gegeven voor het gebruik. De veroordeelde moet meewerken aan controles. Dit kunnen zijn urineonderzoek/ademonderzoek/speekseltest. De reclassering bepaalt hoe vaak en met welk controlemiddel wordt gecontroleerd.
Dagbesteding
De veroordeelde spant zich in voor het vinden en behouden van betaald werk, onbetaald werk of vrijetijdsbesteding, met een vaste structuur. De dagbesteding draagt bij aan het voorkomen van delictgedrag.
Aflossing schulden
De veroordeelde werkt mee aan het aflossen van zijn schulden en het treffen van afbetalingsregelingen, ook als dit inhoudt meewerken aan schuldhulpverlening in het kader van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen. De veroordeelde geeft de reclassering inzicht in zijn financiën en schulden.
Vermijden contact met minderjarigen
De veroordeelde zoekt op geen enkele wijze contact met minderjarigen. Hij vermijdt deze contacten zoveel mogelijk. Als contacten onvermijdelijk zijn, zorgt de veroordeelde dat een nader te bepalen persoon en/of instantie hierbij aanwezig is.
Vermijden digitale omgevingen seksueel kindermisbruik
De veroordeelde:
vermijdt digitale omgevingen waarin hij in aanraking kan komen met kinderpornografisch materiaal;
vermijdt digitale omgevingen waarin over seksuele handelingen met minderjarigen wordt gecommuniceerd;
maakt geen gebruik van virtuele machines, versleutelprogramma’s (zoals Bitlocker, Veracrypt) of applicaties die helpen de identiteit te verbergen (zoals een VPN), tenzij de reclassering toestemming heeft gegeven voor het gebruik (zoals voor werk of voor bankzaken);
geeft inzicht in de wijze waarop hij de omgevingen genoemd onder 1. en 2. zal vermijden en bespreekt hoe dit verloopt in gesprekken met de reclassering.
Het toezicht op de naleving van de onderdelen 1 tot en met 3 beperkt zich tot geautomatiseerde controles van digitale apparaten (zoals computers, smart devices, USB-sticks, SD-kaarten, externe harde schijven) waarop bestanden kunnen worden opgeslagen en/of waarmee internet kan worden benaderd en die de veroordeelde in gebruik heeft.
De veroordeelde werkt mee aan deze controles tijdens (on)aangekondigde huisbezoeken en verschaft toegang tot alle aanwezige digitale apparaten die de veroordeelde in gebruik heeft. Hieronder wordt begrepen het verstrekken van wachtwoorden, codes of andere wijzen van ontgrendeling of ontsluiting zoals vingerafdrukken, die nodig zijn voor toegang. Op verzoek past de veroordeelde de instellingen zodanig aan dat controle mogelijk is. De wijzigingen mogen niet leiden tot definitieve wijzigingen aan het apparaat en worden aan het einde van de controle weer teruggezet.
De controles worden uitgevoerd door de reclassering. Indien en voor zover noodzakelijk mag de reclassering voor ondersteuning op technisch en digitaal gebied een specialist, niet zijnde een opsporingsambtenaar meenemen. De controles mogen maximaal (circa) drie keer per jaar worden uitgevoerd, waarbij de persoonlijke levenssfeer van de veroordeelde zoveel mogelijk wordt geëerbiedigd. De controles strekken er in het bijzonder niet toe een min of meer volledig beeld te krijgen van het persoonlijke leven van de veroordeelde.
Geeft opdracht aan de reclassering bij de naleving van de voorwaarden hulp en steun te verlenen.
Beveelt dat de terbeschikkingstelling met voorwaarden dadelijk uitvoerbaar is.
Beslag
Onttrekt aan het verkeer: 1. GSM (Omschrijving: PL1100-2025120911-1735517),
2. GSM (Omschrijving: PL1100-NHRBC20198_838998),
3. Computer (Omschrijving: PL1100-2020273250-G1310836),4. GSM (Omschrijving: PL1100-2020273250-1310761).
Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 3]
Wijst toe de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij geleden schade tot een bedrag van € 2.655,00 (zegge: tweeduizend zeshonderd vijfenvijftig euro), bestaande uit € 55,00 als vergoeding voor de materiële en € 2.600,00 als vergoeding voor de immateriële schade, en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag aan [slachtoffer 3] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
Bepaalt dat het aan de benadeelde partij toegewezen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente:
- over een bedrag van € 55,00 vanaf 2 juli 2025,
- over een bedrag van € 2.600,00 vanaf 30 mei 2025,
tot aan de dag van de algehele voldoening.
Veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken.
Schadevergoedingsmaatregel
Legt de verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van slachtoffer [slachtoffer 3] de verplichting op tot betaling aan de staat van een bedrag van € 2.655,00 (zegge: tweeduizend zeshonderd vijfenvijftig euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 26 (zesentwintig) dagen gijzeling en bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hiervoor genoemde aanvangsdata tot aan de dag der algehele voldoening. De toepassing van de gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.
Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de staat en dat betalingen aan de staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.
Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum
Dit vonnis is gewezen door
mr. P. Reemst, voorzitter,
mr. A.K. Korteweg en mr. A. Talmricht, rechters,
in tegenwoordigheid van de griffiers mr. L.S. Rietdijk en mr. B. Akinrolabu,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 28 juli 2026.
Bijlage 1 – De tenlastelegging
Feit 1
Onderzoek Abarth III
op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 22 december 2024 tot en met 30 mei 2025 te Haarlem, in elk geval in Nederland een of meer visuele weergaven van seksuele aard en/of met onmiskenbaar seksuele strekking waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt, was betrokken of schijnbaar was betrokken
heeft vervaardigd en/of verworven en/of in bezit heeft gehad en/of zich daartoe de toegang heeft verschaft
te weten al dan niet bewerkte foto’s en/of video’s en/of een gegevensdrager bevattende afbeeldingen, te weten een telefoon (merk Samsung Galaxy A25, beslagcode 1735517) bevattende al dan niet bewerkte foto’s en/of video’s, waarop te zien is dat:
het eigen lichaam oraal, vaginaal en/of anaal wordt gepenetreerd door die persoon (toonmap visuele weergave #8, PV bevindingen Samsung Galaxy a25 mbt nieuw materiaal, p. 21, bestand wa.db en/of toonmap visuele weergave #9, PV bevindingen Samsung Galaxy a25 mbt nieuw materiaal, p. 21, bestand YouCut_20250418_215316055.mp4 en/of toonmap visuele weergaven #10 & #11, PV bevindingen Samsung Galaxy a25 mbt nieuw materiaal, p. 22, bestand YouCut_20250510_070057283.mp4 & YouCut_20250510_150216448.mp4 Bestandspad: data\media\0\Movies\youcut)
en/of
het geslachtsdeel, de billen en/of de borsten van die persoon wordt/worden aangeraakt(toonmap visuele weergave #4, PV bevindingen Samsung Galaxy a25 mbt nieuw materiaal, p. 20, bestand lmg_snapshot_1735511780886_2043322645.webp)
en/of
die persoon het eigen geslachtsdeel, de eigen billen en/of de eigen borsten en/of_ander_eigen_lichaamsdeel aanraakt (toonmap visuele weergaven #10 & #11, PV bevindingen Samsung Galaxy a25 mbt nieuw materiaal, p. 22, bestand YouCut_20250510_070057283.mp4 & YouCut_20250510_150216448.mp4)
en/of
die persoon poserend of in een pose is afgebeeld, waarbij - die persoon geheel of gedeeltelijk naakt is en/of gekleed is en/of opgemaakt is en/of in een omgeving en/of met een voorwerp en/of in een (erotisch getinte) houding op een wijze die niet bij zijn/haar leeftijd past en/of - die persoon zich in opeenvolgende afbeeldingen/filmfragmenten van zijn/haar kleding ontdoet en/of - door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van die persoon en/of de uitsnede van de foto’s/films nadrukkelijk het geslachtsdeel, de borsten en/of billen van die persoon in beeld worden gebracht (toonmap visuele weergave #1, PV bevindingen Samsung Galaxy a25 mbt nieuw materiaal, p. 20, bestand img_snapshot_1735511696596_374940441.webp) en/of toonmap visuele weergave #2, PV bevindingen Samsung Galaxy a25 mbt nieuw materiaal, p. 20, bestand img_snapshot_1735511747777_780017495.webp en/of toonmap visuele weergave #6, PV bevindingen Samsung Galaxy a25 mbt nieuw materiaal, p. 20, bestand Screenshot_20250323_225530_YouCut - Video Editor.jpg)
terwijl van het begaan van dit feit een beroep of gewoonte werd gemaakt;
Feit 2
hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 22 december 2024 tot en met 30 mei 2025 te Haarlem, in elk geval in Nederland een kind beneden de leeftijd van zestien jaren, te weten een of meer onbekend gebleven buitenlands(e) kind(eren), getuige heeft doen zijn van (een) handeling(en) en/of (een) visuele weergave(n) van seksuele aard en/of met een onmiskenbaar seksuele strekking op een wijze die schadelijk te achten was voor kinderen beneden de leeftijd van zestien jaren, door (telkens)- zichzelf voor de webcam af te trekken en/of- voor de webcam een dildo in zijn, verdachtes anus te doen en/of- een stofzuigerslang in te brengen;
Feit 3
15/174248-24Onderzoek Abarth I, zaak 1
hij op 21 juni 2020 te Culemborg, in elk geval in Nederland (een) afbeelding(en), ter weten een filmpje en/of (een) foto(‘s) waarvan de vertoning schadelijk is te achten voor personen beneden de leeftijd van zestien jaar, heeft verstrekt en/of aangeboden en/of vertoond aan een minderjarige, te weten [slachtoffer 1] , geboren op [geboortedatum 2] 2005, terwijl hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden, dat die [slachtoffer 1] jonger was dan zestien jaar, immers heeft verdachte in voornoemde periode aan die [slachtoffer 1] een filmpje en/of (een) foto('s) verzonden, in elk geval verstrekt en/of aangeboden en/of vertoond, waarop hij geheel ontkleed was en/of waarop werd ingezoomd op zijn blote penis;
Feit 4
Onderzoek Abarth I, zaak 2
hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 februari 2020 tot en met 12 november 2020 te Culemborg, in elk geval in Nederland (een) afbeelding(en), ter weten een filmpje en/of (een) foto('s) waarvan de vertoning schadelijk is te achten voor personen beneden de leeftijd van zestien jaar, heeft verstrekt en/of aangeboden en/of vertoond aan een minderjarige, te weten [slachtoffer 2] , geboren op [geboortedatum 3] 2005, terwijl hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden, dat die [slachtoffer 2] jonger was dan zestien jaar, immers heeft verdachte in voornoemde periode aan die [slachtoffer 2] een filmpje en/of (een) foto(‘s) verzonden, in elk geval verstrekt en/of aangeboden en/of vertoond, waarop hij geheel ontkleed was en/of waarop werd ingezoomd op zijn blote penis;
Feit 5
Onderzoek Abarth I, zaak 3(Bezit en vervaardigen, pv p. 254 ev)
hij op een of meer tijdstippen in of omtreeks de periode van 13 augustus 2013 tot en met 29 oktober 2021 te Haarlem, althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal telkensafbeeldingen, te weten foto’s en/of video’s - en/of gegevensdragers, bevattende afbeeldingen, te weten een mobiele telefoon (Samsung Galaxy S10, beslagnummer 1310761) en/of een computer (Acer Aspire XclOO, beslagnummer 1310836) - van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken
heeftvervaardigd,verworven,in bezit gehad en/ofzich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang heeft verschaft
welke seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - onder meer bestonden uit:het met de/een penis oraal penetreren van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt (toonmap foto 5, pv p. 257, bestandsnaam: 110x2490tggtttt.jpg)
en/of
het met de/een hand betasten en/of aanraken van het geslachtsdeel, de billen en/of borsten van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en/ofhet met de/een hand betasten en/of aanraken van het geslachtsdeel, de billen en/of borsten van een (ander) persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt (toonmap foto 8, pv p. 257, bestandsnaam: 152605283153gttt.jpg) en/of
het door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt likken en/of in de mond nemen en/of betasten en/of aanraken van het geslachtsdeel van een dier (toonmap foto 24, pv p. 264, bestandsnaam: 67.jpg)
en/of
het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van/door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, waarbij deze persoon gekleed is en/of opgemaakt is en/of poseert in een omgeving en/of met een voorwerp en/of in een erotisch getinte houding (op een wijze) die niet bij zijn/haar leeftijd past/passen en/of waarbij deze persoon zich (vervolgens) in opeenvolgende afbeeldingen/filmfragmenten van zijn/haar kleding ontdoet en/of (waarna) door het camerastandpunt, de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van deze persoon en/of de uitsnede van de foto's/film(s) nadrukkelijk het (ontblote) geslachtsdeel, de borsten en/of billen in beeld gebracht worden (waarbij) de afbeelding (aldus) (telkens) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling (toonmap foto 6, pv p. 257, bestandsnaam: 122.jpg)
en/of
het masturberen boven/bij en/of ejaculeren op het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en/ofhet houden van een (stijve) penis bij/naast het gezicht en/of lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt (waarbij) de afbeelding (aldus) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling (zelf vervaardigd, toonmap foto 48, pv p. 257, bestandsnaam: Screenshot_20210910-161758_Cupace.jpg)
en hij aldus van het plegen van dit misdrijf een gewoonte heeft gemaakt;Feit 6(verspreiden, pv p. 254 ev)
hij in de periode van 24 juni 2020 tot en met 2 juli 2020 te Haarlem, althans in Nederland (telkens) afbeeldingen, te weten (een) foto(‘s) en/of (een) video(‘s) van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken heeft verspreid (door het verzenden van die foto(‘s) en/of video(‘s) via What’s app) welke seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit: het met de/een mond betasten en/of aanraken van het geslachtsdeel, de billen en/of borsten van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt; (toonmap foto 38, bestandsnaam: IMG-20200702-WA004.jpg, pv p. 260)
Feit 7
15/148592-25Onderzoek Abarth II
hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 25 juli 2015 tot en met 18 december 2024 te Haarlem, in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal telkens afbeeldingen, te weten foto’s en/of video’s en/of gegevensdragers, te weten een Samsung Galaxy S21 (002.01), bevattende afbeeldingen van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken
in bezit heeft gehad en/ofzich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang heeft verschaft
welke seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit:het met de/een penis en/of mond/tong en/of vinger/hand oraal en/of anaal penetreren van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en/ofhet met de/een penis en/of mond/tong en/of vinger/hand oraal en/of vaginaal en/of anaal penetreren van het lichaam van een (ander) persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt (Foto 1 van de toonmap, bladzijde 14 van het einddossier)
en/of
het met de/een vinger/hand en/of mond/tong en/of voorwerp betasten en/of aanraken van het geslachtsdeel en/of de billen een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en/ofhet met de/een vinger/hand en/of mond/tong betasten en/of aanraken van het geslachtsdeel, borsten en/of een ander lichaamsdeel van een (ander) persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt (Foto 19 van de toonmap, bladzijde 15 van het einddossier)
en/of
het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van/door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, waarbij deze persoon gekleed is en/of opgemaakt is en/of poseert in een omgeving en/of in een erotisch getinte houding (op een wijze) die niet bij zijn/haar leeftijd past/passen en/of waarbij deze persoon zich (vervolgens) in opeenvolgende afbeeldingen/filmfragmenten van zijn/haar kleding ontdoet en/of (waarna) door het camerastandpunt, de (onnatuurlijke) pose en/of de uitsnede van de foto’s/film(s) nadrukkelijk het (ontblote) geslachtsdeel, de borsten en/of billen in beeld gebracht worden (waarbij) de afbeelding (aldus) (telkens) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling (Foto 16 en 17 van de toonmap, bladzijde 15 van het einddossier)
en hij aldus van het plegen van dit misdrijf een gewoonte heeft gemaakt;
Feit 8
15/166111-25
Primair
hij op of omstreeks 30 mei 2025 te Haarlem aan een ander, te weten [slachtoffer 3] , opzettelijk zwaar lichamelijk letsel, te weten: meerdere breuken in het bot onder zijn oog en/of een verschuiving van zijn jukbeen, heeft toegebracht, door die [slachtoffer 3] (meermalen) op/tegen zijn oog en/of gezicht te slaan;
Subsidiair
hij op of omstreeks 30 mei 2025 te Haarlem [slachtoffer 3] heeft mishandeld, door die [slachtoffer 3] (meermalen) op/tegen zijn oog en/of gezicht te slaan, terwijl het feit zwaar lichamelijk letsel ten gevolge had.
Bijlage 2 - De bewijsmiddelen
(…)
Team Straf, zittingsplaats Haarlem
Meervoudige strafkamer
Parketnummer: 15/321114-24 (P)
Uitspraakdatum: 28 juli 2026
Tegenspraak
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 14 juli 2026 in de zaak tegen:
[verdachte]
,
geboren op [geboortedatum 1] 1980 te [geboorteplaats] ,
ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres: [adres] ,
nu gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Alphen aan den Rijn.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie
mr. R.H.I. van Dongen en van wat de verdachte en zijn raadsman, mr. S. Faber, advocaat te Haarlem, naar voren hebben gebracht.
1Tenlastelegging
Aan de verdachte is, na wijziging van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat hij zich – samengevat – heeft schuldig gemaakt aan het volgende:
feit 1: een beroep of gewoonte maken van het vervaardigen, verwerven, in bezit hebben van en/of zich de toegang verschaffen tot kinderporno, in de periode van 22 december 2024 tot en met 30 mei 2025;
feit 2: een kind beneden de leeftijd van zestien jaar getuige doen zijn van seksuele handelingen die schadelijk zijn te achten voor kinderen beneden de leeftijd van zestien jaar, in de periode van 22 december 2024 tot en met 30 mei 2025;
feit 3: het op 21 juni 2020 vertonen van een afbeelding waarvan de vertoning schadelijk is te achten voor personen beneden de zestien jaar, aan [slachtoffer 1] , van wie de verdachte wist dat hij jonger was dan zestien jaar;
feit 4: het in de periode van 1 februari 2020 tot en met 12 november 2020 vertonen van een afbeelding waarvan de vertoning schadelijk is te achten voor personen beneden de zestien jaar, aan [slachtoffer 2] , van wie de verdachte wist dat hij jonger was dan zestien jaar;
feit 5: een gewoonte maken van het vervaardigen, verwerven, in bezit hebben van en/of zich de toegang verschaffen tot kinderporno, in de periode van 13 augustus 2013 tot en met 29 oktober 2021;
feit 6: het verspreiden van kinderporno in de periode van 24 juni 2020 tot en met 2 juli 2020;
feit 7: een gewoonte maken van het in bezit hebben van en/of zich de toegang verschaffen tot kinderporno, in de periode van 25 juli 2015 tot en met 18 december 2024;
feit 8: zware mishandeling van [slachtoffer 3] op 30 mei 2025, subsidiair mishandeling met zwaar lichamelijk letsel tot gevolg.
De volledige tekst van de tenlastelegging is als bijlage 1 aan dit vonnis gehecht en maakt daarvan deel uit.
2Voorvragen
De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.
3Beoordeling van het bewijs
3.1
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gerekwireerd tot vrijspraak van het onder 8 primair ten laste gelegde feit, omdat het opzet op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel niet kan worden bewezen. De officier van justitie heeft voorts gerekwireerd tot bewezenverklaring van de onder 1 tot en met 7 en 8 subsidiair ten laste gelegde feiten.
3.2
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft bepleit dat de verdachte moet worden vrijgesproken van de onder 1, 2 en 7 ten laste gelegde feiten. De raadsman heeft voorts bepleit dat de verdachte partieel moet worden vrijgesproken van het onder 5 ten laste gelegde feit, namelijk voor zover het ziet op vervaardigen, verwerven en zich de toegang verschaffen. Hiertoe heeft de raadsman kort gezegd aangevoerd dat de verdachte een alternatief scenario heeft geschetst waarin hij niet schuldig is aan deze zedenfeiten.
De onder 3, 4, 5 voor het overige (bezit) en 6 ten laste gelegde feiten kunnen volgens de raadsman worden bewezen. De raadsman heeft geen bewijsverweer gevoerd ten aanzien van feit 8.
3.3
Oordeel van de rechtbank
3.3.1
Bewijs
De rechtbank komt tot bewezenverklaring van de onder 1 tot en met 7 en 8 primair ten laste gelegde feiten op grond van de bewijsmiddelen die in bijlage 2 bij dit vonnis zijn opgenomen.
De rechtbank spreekt de verdachte partieel vrij van de afbeeldingen waarvan de feitelijke beschrijving in het dossier niet voldoet aan de ten laste gelegde seksuele gedragingen (feit 1, feit 5, foto 5) en waarvan een feitelijke beschrijving in het dossier ontbreekt (feit 5, foto 24).
Ten aanzien van feit 6 geldt dat het proces-verbaal beschrijving kinderpornografisch materiaal weliswaar geen feitelijke beschrijving van foto 38 bevat, maar uit de inhoud van de bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang bezien, volgt dat de foto is bedoeld die staat beschreven op pagina 225 van het dossier (de tweede verzonden foto op 2 juli 2020). Ten aanzien van feit 7 geldt het volgende. Foto 16 betreft een zogeheten cache-bestand waarbij binnen de rechtspraak in beginsel wordt aangenomen dat dit soort bestanden niet direct benaderbaar zijn voor de gebruiker van de telefoon. In deze zaak staat echter vast dat de verdachte zich bewust moet zijn geweest van de aanwezigheid van de afbeelding op zijn telefoon. De verdachte heeft immers foto 16 gebruikt om foto 17 te vervaardigen, door een foto van zijn hoofd in de afbeelding te plakken.
De rechtbank is van oordeel dat de bewezenverklaring volgt uit de inhoud van de bewijsmiddelen en, mede gelet op wat door de verdediging is aangevoerd, geen nadere motivering behoeft behoudens de hierna volgende overwegingen ten aanzien van de feiten 1, 2, 5 en 7 en van feit 8 primair.
3.3.2
Beoordeling alternatief scenario ten aanzien van feiten 1, 2, 5 en 7
Door en namens de verdachte is een alternatief scenario geschetst dat in de kern inhoudt dat niet hij, maar (onbekend gebleven) anderen verantwoordelijk zijn voor de kinderporno die de politie op zijn gegevensdragers heeft aangetroffen (ruim 22.000 kinderpornografische afbeeldingen). Al die kinderpornografische afbeeldingen zijn door anderen op zijn gegevensdragers geplaatst en het beeldmateriaal waarin de verdachte zelf is te zien en/of te horen is ook door anderen bewerkt, aldus de verdachte. De verdachte heeft verklaard dat hij zodanig is bedreigd en/of onder druk is gezet dat hij de kinderporno niet durfde te verwijderen en niet naar de politie durfde te gaan om de situatie te beëindigen. Dat na inbeslagname van zijn gegevensdragers wederom kinderporno op zijn (nieuwe) telefoon is aangetroffen, is volgens de verdachte te wijten aan synchronisatie met de Google Cloud (waarin de kinderporno nog was opgeslagen).
De rechtbank is van oordeel dat het door de verdachte geschetste alternatieve scenario geenszins aannemelijk is geworden. De verdediging heeft dat scenario op geen enkele manier met feiten en omstandigheden onderbouwd. De verklaring van de verdachte vindt ook geen steun in het strafdossier. Dat de verdachte na inbeslagname van zijn gegevensdragers in 2024 geen wetenschap zou hebben gehad van de aanwezigheid van kinderporno op zijn nieuwe telefoon, vindt bovendien weerlegging in het dossier. Daaruit blijkt immers dat op de Samsung Galaxy A25 op tijdstippen na de inbeslagname opnieuw kinderporno is benaderd en vervaardigd (bewerkt), waaronder materiaal waarop de stem van de verdachte als voice-over is te horen. Daar komt bij dat op die telefoon kinderpornografisch beeldmateriaal stond dat niet op de eerder inbeslaggenomen gegevensdragers was aangetroffen.
De rechtbank acht de verklaring van de verdachte dan ook ongeloofwaardig en stelt deze terzijde.
3.3.3
Nadere bewijsoverweging ten aanzien van feit 8 primair
De rechtbank stelt op grond van de bewijsmiddelen vast dat de verdachte meerdere malen met zijn vuist en met kracht op het linkeroog en de zijkant van het gezicht van de aangever heeft geslagen. Ter terechtzitting heeft de verdachte verklaard dat hij de aangever meerdere malen hard heeft geslagen en daarbij zijn volle gewicht heeft gebruikt. De aangever heeft als gevolg van de vuistslagen van de verdachte meerdere breuken in het bot onder zijn linkeroog en een verschuiving van zijn linker jukbeen opgelopen. Uit het dossier blijkt dat er een operatieve ingreep nodig is om dit te herstellen. Dit letsel kwalificeert daarom als zwaar lichamelijk letsel als bedoeld in artikel 82 van het Wetboek van Strafrecht (Sr).
Voorts is de rechtbank van oordeel dat is bewezen dat de verdachte voorwaardelijk opzet heeft gehad op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel aan de aangever. Een ieder, en dus ook de verdachte, moet weten dat het meermalen met kracht uitdelen van vuistslagen in het gezicht zwaar lichamelijk letsel kan veroorzaken en dat de kans daarop aanmerkelijk is. De gedragingen van de verdachte zoals beschreven zijn naar de uiterlijke verschijningsvorm daarvan zo zeer gericht op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel, dat het niet anders kan dan dat de verdachte de aanmerkelijke kans daarop ook bewust heeft aanvaard. Van contra-indicaties is niet gebleken.
De rechtbank komt daarmee tot bewezenverklaring van het onder feit 8 primair ten laste gelegde feit, te weten zware mishandeling.
3.4
Bewezenverklaring
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de onder 1 tot en met 7 en 8 primair ten laste gelegde feiten heeft begaan, met dien verstande dat
Feit 1
hij in de periode van 22 december 2024 tot en met 30 mei 2025 in Nederland visuele weergaven van seksuele aard en/of met onmiskenbaar seksuele strekking waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt, was betrokken
heeft vervaardigd en/of verworven en/of in bezit heeft gehad
te weten al dan niet bewerkte foto’s en/of video’s en/of een gegevensdrager bevattende afbeeldingen, te weten een telefoon (merk Samsung Galaxy A25, beslagcode 1735517) bevattende al dan niet bewerkte foto’s en video’s, waarop te zien is dat:
het eigen lichaam vaginaal en/of anaal wordt gepenetreerd door die persoon (toonmap visuele weergave #8 (video 1), PV bevindingen Samsung Galaxy a25 m.b.t. nieuw materiaal, p. 21, bestand wa.db en/of toonmap visuele weergave #9 (video 2), PV bevindingen Samsung Galaxy a25 m.b.t. nieuw materiaal, p. 21, bestand YouCut_20250418_215316055.mp4)
en/of
het geslachtsdeel en de billen van die persoon worden aangeraakt(toonmap visuele weergave #4 (foto 4), PV bevindingen Samsung Galaxy a25 m.b.t. nieuw materiaal, p. 20, bestand lmg_snapshot_1735511780886_2043322645.webp)
en/of
die persoon het eigen geslachtsdeel aanraakt (toonmap visuele weergaven #10 en #11 (video’s 3 en 4), PV bevindingen Samsung Galaxy a25 m.b.t. nieuw materiaal, p. 22, bestanden YouCut_20250510_070057283.mp4 en YouCut_20250510_150216448.mp4)
en/of
die persoon poserend of in een pose is afgebeeld, waarbij - die persoon geheel of gedeeltelijk naakt is en/of in een (erotisch getinte) houding op een wijze die niet bij zijn leeftijd past en/of - door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van die persoon en/of de uitsnede van de foto’s nadrukkelijk het geslachtsdeel van die persoon in beeld wordt gebracht (toonmap visuele weergave #1 (foto 1), PV bevindingen Samsung Galaxy a25 m.b.t. nieuw materiaal, p. 20, bestand img_snapshot_1735511696596_374940441.webp) en/of toonmap visuele weergave #2 (foto 2), PV bevindingen Samsung Galaxy a25 m.b.t. nieuw materiaal, p. 20, bestand img_snapshot_1735511747777_780017495.webp en/of toonmap visuele weergave #6 (foto 6), PV bevindingen Samsung Galaxy a25 m.b.t. nieuw materiaal, p. 20, bestand Screenshot_20250323_225530_YouCut - Video Editor.jpg)
terwijl van het begaan van dit feit een gewoonte werd gemaakt;
Feit 2
hij in de periode van 22 december 2024 tot en met 30 mei 2025 in Nederland kinderen beneden de leeftijd van zestien jaren, te weten onbekend gebleven kinderen, getuige heeft doen zijn van handelingen van seksuele aard op een wijze die schadelijk te achten was voor kinderen beneden de leeftijd van zestien jaren, door telkens zichzelf voor de webcam af te trekken;
Feit 3
hij op 21 juni 2020 in Nederland een afbeelding, te weten een filmpje waarvan de vertoning schadelijk is te achten voor personen beneden de leeftijd van zestien jaar, heeft vertoond aan een minderjarige, te weten [slachtoffer 1] , geboren op [geboortedatum 2] 2005, terwijl hij wist dat die [slachtoffer 1] jonger was dan zestien jaar, immers heeft verdachte op voornoemde datum aan die [slachtoffer 1] een filmpje verzonden waarop hij geheel ontkleed was en waarop werd ingezoomd op zijn blote penis;
Feit 4
hij in de periode van 1 februari 2020 tot en met 12 november 2020 in Nederland een afbeelding, te weten een filmpje waarvan de vertoning schadelijk is te achten voor personen beneden de leeftijd van zestien jaar, heeft vertoond aan een minderjarige, te weten [slachtoffer 2] , geboren op [geboortedatum 3] 2005, terwijl hij wist dat die [slachtoffer 2] jonger was dan zestien jaar, immers heeft verdachte in voornoemde periode aan die [slachtoffer 2] een filmpje verzonden waarop hij geheel ontkleed was en waarop werd ingezoomd op zijn blote penis;
Feit 5
hij in de periode van 13 augustus 2013 tot en met 29 oktober 2021 in Nederland, afbeeldingen, te weten foto’s – en/of gegevensdragers, bevattende afbeeldingen, te weten een mobiele telefoon (Samsung Galaxy S10, beslagnummer 1310761) en een computer (Acer Aspire Xc100, beslagnummer 1310836) – van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, is betrokken
heeftverworven enin bezit gehad
welke seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - onder meer bestonden uit:
het met de hand betasten en/of aanraken van het geslachtsdeel en de billen van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt enhet met de hand betasten en/of aanraken van het geslachtsdeel en de billen van een ander persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt (toonmap foto 8, pv p. 249, bestandsnaam: 152605283153gttt.jpg)
en/of
het geheel of gedeeltelijk naakt poseren door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, waarbij deze persoon gekleed is en/of poseert in een omgeving en/of in een erotisch getinte houding op een wijze die niet bij zijn/haar leeftijd past/passen en/of waarbij deze persoon zich (vervolgens) in opeenvolgende afbeeldingen van zijn/haar kleding ontdoet en/of (waarna) door het camerastandpunt, de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van deze persoon en/of de uitsnede van de foto’s nadrukkelijk het (ontblote) geslachtsdeel en/of de (ontblote) billen in beeld gebracht worden waarbij de afbeelding aldus telkens een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling (toonmap foto 6, pv p. 249, bestandsnaam: 122.jpg)
en/of
het houden van een penis bij/naast het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt waarbij de afbeelding aldus een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling (toonmap foto 48, pv p. 249, bestandsnaam: Screenshot_20210910-161758_Cupace.jpg)
en hij aldus van het plegen van dit misdrijf een gewoonte heeft gemaakt;
Feit 6
hij op 2 juli 2020 in Nederland een afbeelding, te weten een foto van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, is betrokken heeft verspreid (door het verzenden van die foto via WhatsApp) welke seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit: het met de mond betasten en/of aanraken van het geslachtsdeel van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt; (toonmap foto 38, bestandsnaam: IMG-20200702-WA004.jpg, pv p. 252)
Feit 7
hij in de periode van 25 juli 2015 tot en met 18 december 2024 in Nederland, afbeeldingen, te weten foto’s – en/of gegevensdragers, te weten een Samsung Galaxy S21 (002.01), bevattende afbeeldingen – van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, is betrokken
in bezit heeft gehad
welke seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit:het met de penis anaal penetreren van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt (Foto 1 van de toonmap, bladzijde 12 van het einddossier)
en
het met de hand en mond/tong betasten en/of aanraken van het geslachtsdeel van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt enhet met de hand en mond/tong betasten en/of aanraken van het geslachtsdeel van een ander persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt (Foto 19 van de toonmap, bladzijde 13 van het einddossier)
en
het geheel of gedeeltelijk naakt poseren door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, waarbij deze persoon poseert in een erotisch getinte houding op een wijze die niet bij zijn leeftijd past en/of door het camerastandpunt, de (onnatuurlijke) pose nadrukkelijk het (ontblote) geslachtsdeel in beeld gebracht wordt waarbij de afbeelding aldus telkens een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling (Foto 16 en foto 17 van de toonmap, bladzijde 13 van het einddossier)
en hij aldus van het plegen van dit misdrijf een gewoonte heeft gemaakt;
Feit 8
Primair
hij op 30 mei 2025 te Haarlem aan een ander, te weten [slachtoffer 3] , opzettelijk zwaar lichamelijk letsel, te weten: meerdere breuken in het bot onder zijn oog en een verschuiving van zijn jukbeen, heeft toegebracht, door die [slachtoffer 3] meermalen op/tegen zijn oog en/of gezicht te slaan.
De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten zijn verbeterd. Blijkens het verhandelde op de terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in zijn verdediging.
Wat aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.
4Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten
4.1
Kwalificatie
Het bewezenverklaarde levert op:
feit 1:
een visuele weergave van seksuele aard en/of met een onmiskenbaar seksuele strekking, waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt, is betrokken, vervaardigen, meermalen gepleegd en
een visuele weergave van seksuele aard en/of met een onmiskenbaar seksuele strekking, waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt, is betrokken, verwerven en in bezit hebben, terwijl van het begaan van de feiten een gewoonte wordt gemaakt;
feit 2:
een kind beneden de leeftijd van zestien jaren getuige doen zijn van een handeling van seksuele aard op een wijze die schadelijk te achten is voor kinderen beneden de leeftijd van zestien jaren, meermalen gepleegd;
feiten 3 en 4:
telkens: een afbeelding waarvan de vertoning schadelijk is te achten voor personen beneden de leeftijd van zestien jaar, vertonen aan een minderjarige van wie hij weet dat deze jonger is dan zestien jaar;
feit 5:
een afbeelding en/of een gegevensdrager bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken, verwerven en in bezit hebben, terwijl van het plegen van deze misdrijven een gewoonte wordt gemaakt;feit 6:
een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken, verspreiden;
feit 7:
een afbeelding en/of een gegevensdrager bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken, in bezit hebben, terwijl van het plegen van dit misdrijf een gewoonte wordt gemaakt;
feit 8, primair:
zware mishandeling.
4.2
Beroep op noodweer ten aanzien van feit 8 primair
Standpunt van de verdediging
De verdediging heeft ten aanzien van feit 8 bepleit dat de verdachte moet worden ontslagen van alle rechtsvervolging, omdat de verdachte heeft gehandeld uit noodweer.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte geen beroep op noodweer toekomt, omdat de door hem geschetste noodweersituatie niet aannemelijk is geworden.
Oordeel van de rechtbank
Voor aanvaarding van het beroep op noodweer is onder meer vereist dat de rechtbank van oordeel is dat de feitelijke grondslag van dat beroep, gelet op wat de verdachte daarover heeft verklaard en in het licht van het verhandelde ter terechtzitting, voldoende aannemelijk is geworden.
De verklaring van de verdachte houdt in dat hij in zijn woning is geconfronteerd met een ogenblikkelijke, wederrechtelijke aanranding door zijn buurman (de aangever), waartegen hij zichzelf noodgedwongen heeft verdedigd. De aangever sloeg hem uit het niets in zijn gezicht en drong toen zijn woning binnen. Tijdens een worsteling in de hal sloeg de aangever hem opnieuw en op dat moment vielen een lamp en een glazen fotolijst stuk op de grond. De aangever viel achterover de keuken in en trok de verdachte met zich mee, waardoor hij bovenop de aangever viel. Hierdoor viel de magnetron kapot op de grond. Al liggend op de grond bleef de aangever de verdachte vasthouden, waardoor de verdachte niet kon opstaan. De verdachte heeft vervolgens meermalen met zijn vuist tegen het gezicht van de aangever geslagen. De aangever liet los en smeerde vervolgens overal (zijn) bloed op de muren in de woning, aldus de verklaring van de verdachte.
De rechtbank acht de feiten en omstandigheden die de verdediging aan het beroep op noodweer ten grondslag heeft gelegd, niet aannemelijk geworden. De politie is vijftien minuten na de melding ter plaatse gekomen en heeft in de woning van de verdachte geen sporen aangetroffen die passen bij de aanval die de verdachte heeft geschetst. De magnetron stond op het kastje in de keuken en er is geen glas op de vloer of bloed op de muren aangetroffen. Ook heeft de politie geen letsel waargenomen in het gezicht van de verdachte.
De in het kader van het beroep op noodweer gestelde feiten en omstandigheden vinden geen feitelijke grondslag in het dossier. De rechtbank verwerpt om die reden het beroep op noodweer.
Er is dus geen omstandigheid aannemelijk geworden waardoor de wederrechtelijkheid aan het bewezenverklaarde zou ontbreken. Het bewezenverklaarde is daarom strafbaar.
5Strafbaarheid van de verdachte
Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is daarom strafbaar.
6Motivering van de sancties
6.1
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 54 maanden, met aftrek van het voorarrest, en dat aan hem de maatregel van terbeschikkingstelling (hierna: tbs-maatregel) met dwangverpleging zal worden opgelegd. De officier van justitie heeft daarnaast gevorderd dat aan de verdachte een gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel (hierna: GVM) wordt opgelegd. Volgens de officier van justitie is de redelijke termijn (aangevangen op 9 september 2025) in deze zaak niet overschreden.
6.2
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft onder verwijzing naar het psychiatrisch onderzoek aangevoerd dat de feiten de verdachte in verminderde mate kunnen worden toegerekend. Voorts heeft de raadsman verzocht bij de strafoplegging rekening te houden met de overschrijding van de redelijke termijn, die volgens hem is aangevangen op 29 oktober 2021. De raadsman heeft verzocht te volstaan met een gevangenisstraf die gelijk is aan de duur van het reeds ondergane voorarrest en daarnaast aan de verdachte een tbs-maatregel met voorwaarden op te leggen.
6.3
Oordeel van de rechtbank
Bij de beslissing over de sancties die aan de verdachte moeten worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon van de verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.
Ernst van de feiten
De verdachte heeft zich gedurende een periode van bijna twaalf jaar schuldig gemaakt aan het verwerven en bezitten van tienduizenden kinderpornografische foto’s en video’s. Uit de beschrijvingen door de politie van de onder de verdachte aangetroffen afbeeldingen blijkt dat het veelal om een zware categorie kinderporno gaat, met zeer jonge kinderen waarbij vergaande seksuele handelingen (zoals penetratie) worden gepleegd. De verdachte heeft zelf ook kinderporno vervaardigd, door webcamgesprekken waarin minderjarigen seksuele handelingen verrichten op te nemen en die opnames vervolgens te bewerken tot compilaties voorzien van ingesproken introducties. Ook heeft de verdachte (naakt)foto’s van zichzelf in bestaande kinderporno geplakt. Daarnaast heeft de verdachte een kinderpornografische afbeelding aan een minderjarige gestuurd.
Hoewel de politie de verdachte herhaaldelijk heeft betrapt en zijn gegevensdragers in beslag heeft genomen, heeft de verdachte zich ook daarna weer bezig gehouden met kinderporno. Daaruit blijkt dat de verdachte zich niet heeft laten tegenhouden en steeds weer bewust de keuze heeft gemaakt zich bezig te houden met kinderporno, ten koste van de kinderen die bij het maken van kinderporno ernstig seksueel worden misbruikt en geëxploiteerd.
Het is een feit van algemene bekendheid dat de gevolgen die deze kinderen hiervan in psychische en fysieke zin ondervinden, zeer schadelijk zijn en diepe sporen kunnen nalaten. Zulk misbruik doorkruist een normale seksuele ontwikkeling en kan voor minderjarigen ernstige gevolgen hebben, waar zij nog de rest van hun leven last van kunnen hebben. Naast het misbruik is het voor slachtoffers ook schadelijk dat de afbeeldingen lange tijd op het internet blijven rondgaan. Met het bezit van kinderporno heeft de verdachte bijgedragen aan de instandhouding van de vraag naar kinderporno.
Daarnaast heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan het seksueel corrumperen van minderjarigen door tijdens webcamgesprekken met deze minderjarigen voor de camera te masturberen. Ook heeft de verdachte een video verzonden aan twee minderjarige jongens waarin zijn naakte penis is te zien. In het chatcontact met deze minderjarigen heeft de verdachte zich bovendien seksueel grensoverschrijdend en manipulatief opgesteld. Als jonge personen met dergelijke beelden of seksuele handelingen worden geconfronteerd, kan dat schadelijk zijn voor hun ontwikkeling.
De verdachte heeft bij het plegen van al deze feiten alleen oog gehad voor de bevrediging van zijn eigen lustgevoelens en niet stilgestaan bij de schadelijke gevolgen van zijn handelen. De verdachte heeft bovendien geen enkele verantwoordelijkheid genomen voor zijn handelen maar legt de schuld geheel buiten zichzelf.
Ten slotte heeft de verdachte zijn buurman zwaar mishandeld door hem meermalen hard met de vuist in het gezicht te slaan. Het slachtoffer heeft hierdoor meerdere breuken opgelopen aan zijn linker jukbeen. De verdachte heeft hiermee de lichamelijke integriteit van het slachtoffer ernstig geschonden. Uit de schriftelijke toelichting op de vordering tot schadevergoeding blijkt dat het slachtoffer veel pijn en ongemak heeft geleden en dat een risicovolle operatieve ingreep nodig is om het letsel te herstellen.
Persoon van de verdachte
De rechtbank heeft gelet op het strafblad van de verdachte van 17 november 2025, waaruit blijkt dat hij niet eerder strafrechtelijk is veroordeeld.
Daarnaast heeft de rechtbank kennis genomen van de Pro Justitia rapportages van de psycholoog d.d. 15 april 2026 en de psychiaters d.d. 10 april 2026. De verdachte heeft onvoldoende meegewerkt aan het psychologisch onderzoek, waardoor de psycholoog geen uitspraken heeft kunnen doen over de persoonlijkheid van de verdachte en eventuele psychische stoornissen.
De conclusies van de psychiaters (hierna: de deskundigen) luiden – kort en zakelijk weergegeven – als volgt. De verdachte lijdt aan een borderline persoonlijkheidsstoornis met antisociale en narcistische kenmerken, een stoornis in het gebruik van stimulantium, een stoornis in het gebruik van opioïde, een andere gespecificeerde psychotrauma of stressor gerelateerde stoornis, een aandachtsdeficiëntie-/hyperactiviteitsstoornis en een andere gespecificeerde parafiele stoornis (hyperseksualiteit). Deze stoornissen waren aanwezig ten tijde van de ten laste gelegde feiten.
Er is volgens de deskundigen sprake van ernstige persoonlijkheidspathologie en een ernstige verslaving met jarenlang disfunctioneren op alle levensterreinen. De ten laste gelegde zedenfeiten passen in een patroon waarbij de verdachte continue en dwangmatig op zoek is naar seksuele bevrediging, als coping om met zijn traumatische verleden om te gaan. De verdachte laat zich daarbij leiden door zijn lustgevoelens, kent geen grenzen en is gericht op zijn eigen behoeftebevrediging. Hij gaat op zoek naar steeds extremere prikkels om iets te voelen. De verdachte voelt grenzen van anderen niet aan, wat mogelijk deels verklaard kan worden door het trauma van seksueel misbruik dat hem vroeger, zo lijkt het, is overkomen. De verdachte is sociaal-emotioneel jong en soms puberaal in zijn gedrag en hij lijkt zich te vereenzelvigen met jongere jongens. De verdachte gebruikt drugs als zelfmedicatie, om zijn negatieve gevoelens te onderdrukken dan wel op zoek naar prikkels om iets te voelen. Hij heeft nagenoeg geen copingvaardigheden en gebruikt seks om zijn stress te reguleren.
Gelet op deze omstandigheden adviseren de deskundigen de onder 1 tot en met 7 ten laste gelegde zedenfeiten (tenminste) in verminderde mate aan de verdachte toe te rekenen.
Ten aanzien van het onder 8 ten laste gelegde feit (zware mishandeling) zien de deskundigen onvoldoende gronden voor het advies om dit feit in verminderde mate aan de verdachte toe te rekenen, omdat niet duidelijk is geworden dat de persoonlijkheidspathologie een rol heeft gespeeld in de dynamiek tussen de verdachte en de aangever.
De deskundigen schatten de kans op herhaling van een zedenmisdrijf als hoog in. Er zijn ernstige zorgen over de seksuele voorkeuren van de verdachte en er zijn geen beschermende factoren. De verdachte leeft een geïsoleerd bestaan en heeft nagenoeg alleen online contacten.
De deskundigen achten een langdurige klinische behandeling in een forensische kliniek (beveiligingsniveau 3), gespecialiseerd in zedenproblematiek, noodzakelijk.
De rechtbank neemt deze conclusies van de deskundigen over en maakte deze tot de hare.
Op de vraag binnen welk juridisch kader de interventies ter beperking van het recidivegevaar moeten worden gerealiseerd, hebben de deskundigen (onder meer) het volgende overwogen:“Onderzoekers hebben uitgebreid stilgestaan bij het juridisch kader (…) Betrokkene is deels ontkennend en bagatelliserend ten aanzien van het tenlastegelegde en probleeminzicht ontbreekt. Hij wil alleen behandeling op zijn voorwaarden en is niet van plan te stoppen met middelengebruik. Hij ziet geen kwaad in zijn contacten met de minderjarige jongens. Eerdere ambulante behandeling kwam onvoldoende of niet van de grond. Het juridisch kader waarbinnen bovenstaande noodzakelijke behandeling vorm gegeven kan worden zal daarom stevig dienen te zijn. Een behandeling in het kader van bijzondere voorwaarden bij een voorwaardelijke straf(deel) wordt niet als haalbaar ingeschat. Onderzoekers adviseren een tbs maatregel, indien de strafmaat het toelaat, waarbij uitgebreid is stilgestaan bij tbs met voorwaarden versus tbs met dwangverpleging. Er zijn grote twijfels bij de haalbaarheid van een tbs met voorwaarden. Betrokkene zal vermoedelijk mee willen werken om een tbs met dwangverpleging te voorkomen maar onderzoekers schatten in dat het voor hem, door de hierboven beschreven pathologie, zeer moeilijk gaat zijn om zich aan voorwaarden te houden. Hij zal zeer waarschijnlijk terugvallen in middelengebruik, er is een grote kans dat er conflicten en strijd ontstaan in de behandeling. Daarmee is er een gerede kans dat er omzetting naar tbs met dwang nodig zal zijn. Aan de andere kant kan een tbs met voorwaarden betrokkene mogelijk motiveren om de behandeling in elk geval aan te gaan en is hij vermoedelijk wel bereid naar een kliniek te gaan als hij hiermee een tbs met dwangverpleging kan voorkomen. Bij oplegging van een gemaximeerde tbs met dwangverpleging, mocht dit aan de orde zijn, is het goed mogelijk dat hij ‘zijn tijd uit gaat zitten’ en de behandeling niet aangaat. Het opleggen van een Gedragsbeïnvloedende en Vrijheidsbeperkende Maatregel (GVM) wordt bij een dergelijk kader geadviseerd. Alles overziend adviseren onderzoekers een tbs met voorwaarden met een (langdurige) klinische opname. Hierbij is het van belang dat de klinische opname niet te snel wordt beëindigd, zoals eerder vermoedelijk bij verslavingsopnames is gebeurd.”
De conclusie van de deskundigen is aldus dat de noodzakelijk geachte, langdurige klinische behandeling zou moeten plaatsvinden binnen een tbs-maatregel met voorwaarden.
De rechtbank heeft tot slot acht geslagen op het reclasseringsrapport van 30 juni 2026, opgesteld door GGZ Reclassering Fivoor. De reclassering gaat uit van de medische bevindingen en conclusies van de deskundigen, maar adviseert bij bewezenverklaring geen tbs-maatregel met voorwaarden aan de verdachte op te leggen. Het advies van de reclassering luidt, onder meer, als volgt:
“De reclassering vindt enkel het voorkomen van een tbs maatregel met dwangverpleging onvoldoende motivatie om over te gaan tot een positief advies over tbs met voorwaarden. Een tbs maatregel met voorwaarden gaat uit van vrijwillige behandeling en dat vraagt een langdurige commitment en inzet. De reclassering schat in dat betrokkene zich niet aan dergelijke voorwaarden kan houden. Betrokkene is een ontkennende verdachte en hij toont nauwelijks inzicht in zijn langdurige grensoverschrijdende gedrag. Omdat betrokkene ontkennend is ziet hij de noodzaak voor (klinische) behandeling gericht op risicofactoren niet in. Betrokkene herkent zich niet in de gestelde diagnoses en hij kan naast traumabehandeling geen andere hulpvragen benoemen. Het ontbreekt betrokkene aan inzicht in zijn problematiek, gedragingen en de daarbij behorende risicofactoren. Betrokkene is van mening dat zijn seksualiteitsbeleving geen risicofactor is. Betrokkene ziet zichzelf als slachtoffer van de situatie en hij neemt geen verantwoordelijkheid voor zijn gedrag. Het is moeilijk om met betrokkene in gesprek te gaan over de slachtoffers, omdat hij de ernst van zijn gedrag en de gesprekken met jongeren niet inziet. Desondanks stelt betrokkene dat hij wil meewerken aan een tbs maatregel met voorwaarden. Betrokkene geeft aan dat hij wil meewerken aan een behandeling en dat de behandelaren dan vanzelf wel gaan zien dat zijn problematiek niet zo ernstig is, zoals het omschreven staat in het pro Justitiarapport. Het ontbreekt betrokkene aan intrinsieke motivatie om te werken aan gedragsverandering en recidivevermindering. Samenvattend ziet GGZ Reclassering Fivoor alleen maar beperkingen voor de tbs met voorwaarden. Het hoge risico op zedenrecidive in combinatie met het hoge risico op onttrekking, vanwege het gebrek aan motivatie voor een intensief behandeltraject, vormt een beletsel voor een tbs met voorwaarden.”
Voor het geval de rechtbank komt tot oplegging van een tbs-maatregel met voorwaarden, heeft de reclassering een uitgebreid pakket aan bijzondere voorwaarden geformuleerd, te weten: meewerken aan reclasseringstoezicht; meewerken aan time-out; niet naar het buitenland; opneming in een zorginstelling; ambulante behandeling; verblijf in begeleid wonen of maatschappelijke opvang; verbod verdovende middelen; alcoholverbod; dagbesteding; aflossing schulden; vermijden contact met minderjarigen en vermijden digitale omgevingen seksueel kindermisbruik.
Daarnaast adviseert de reclassering de tbs-maatregel met voorwaarden dadelijk uitvoerbaar te verklaren en een GVM op te leggen.
Vertrekpunt voor straftoemeting
Bij het bepalen van de hoogte van de straf heeft de rechtbank acht geslagen op de landelijke oriëntatiepunten voor straftoemeting (LOVS-oriëntatiepunten). In deze oriëntatiepunten is voor een gewoonte maken van het bezit van kinderporno een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van één jaar als uitgangspunt geformuleerd. Voor het vervaardigen van kinderporno geldt een uitgangspunt van twee jaar gevangenisstraf. In strafverzwarende zin houdt de rechtbank rekening met het grote aantal kinderpornografische afbeeldingen, de langdurige periode waarin de verdachte zich heeft bezig gehouden met kinderporno en de aard van het beeldmateriaal. Het gaat om beeldmateriaal van (zeer) jonge kinderen, verstrekkende seksuele handelingen waaronder penetratie van het lichaam en seksueel misbruik van dieren.
Overschrijding van de redelijke termijn
Voor de feiten 1 tot en met 4, en 6 tot en met 8 primair is geen sprake van overschrijding van de redelijke termijn. Voor deze feiten geldt dat de verdachte niet eerder dan zestien maanden, dan wel twee jaar (feiten 3 en 4) voor datum vonnis kon verwachten dat hij daarvoor vervolgd zou worden. Voor feit 5 geldt het volgende.
De rechtbank is van oordeel dat de redelijke termijn in deze zaak voor feit 5 is aangevangen op 14 mei 2024, de datum waarop de verdachte voor de eerste keer is aangehouden en is verhoord door de politie ten aanzien van de onder 3 tot en met 6 bewezen verklaarde feiten. De rechtbank gaat ervan uit dat op dit moment de verdachte redelijkerwijs kon verwachten dat ten aanzien van feit 5 strafvervolging tegen hem zou worden ingesteld. In dat verhoor is de verdachte immers ermee geconfronteerd dat op zijn op 29 oktober 2021 inbeslaggenomen gegevensdragers een grote hoeveelheid kinderporno is aangetroffen.
De verdachte verkeert sinds 24 september 2025 in voorlopige hechtenis in verband met het onder 5 bewezen verklaarde feit. Dat is minder dan zestien maanden. De rechtbank neemt daarom als uitgangspunt dat de behandeling van de zaak moet zijn afgerond met een eindvonnis binnen twee jaar nadat de redelijke termijn is aangevangen op 14 mei 2024.
De rechtbank stelt vast dat voor feit 5 de redelijke termijn met ruim twee maanden is overschreden. Omdat dit een geringe overschrijding betreft en bovendien alleen voor feit 5, zal de rechtbank volstaan met de constatering dat de redelijke termijn is overschreden.
De op te leggen straf
De rechtbank acht gelet op de aard en de ernst van de bewezen verklaarde feiten geen andere straf dan een langdurige gevangenisstraf op zijn plaats. Anderzijds is de rechtbank op grond van de conclusies van de deskundigen van oordeel dat de onder 1 tot en met 7 bewezen verklaarde feiten de verdachte in verminderde mate moeten worden toegerekend, waarmee in de straftoemeting rekening moet worden gehouden. Ook heeft de rechtbank oog voor de belaste levensloop en bijzondere kwetsbaarheid van de verdachte. Oplegging van een gevangenisstraf die gelijk is aan de duur van het reeds ondergane voorarrest, zoals verzocht door de raadsman, doet echter geen recht aan de ernst van de feiten.
Alles afwegend, acht de rechtbank een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden, met aftrek van het voorarrest, passend en geboden.
Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat aan de verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend als bedoeld in artikel 6:2:10 van het Wetboek van Strafvordering (Sv).
Tbs-maatregel met voorwaarden
De rechtbank is daarnaast van oordeel dat de terbeschikkingstelling van de verdachte moet worden gelast en voorwaarden betreffende zijn gedrag moeten worden gesteld. De rechtbank is van oordeel dat het advies van de deskundigen strekkende tot oplegging van een tbs-maatregel met voorwaarden op zorgvuldige wijze tot stand is gekomen en wordt gedragen door een deugdelijke en inzichtelijk gemotiveerde onderbouwing. De deskundigen hebben alle relevante omstandigheden, waaronder de door de reclassering genoemde bezwaren tegen een tbs-maatregel met voorwaarden, onder ogen gezien, tegen elkaar afgewogen en vervolgens geconcludeerd dat een tbs-maatregel met voorwaarden op dit moment de meest passende maatregel is.
De rechtbank ziet, gelet op het advies van de deskundigen, onvoldoende aanknopingspunten voor het opleggen van een tbs-maatregel met dwangverpleging, zoals de officier van justitie heeft gevorderd.
Aan de tbs-maatregel zal de rechtbank de door de reclassering geformuleerde voorwaarden verbinden. De verdachte heeft zich ter terechtzitting bereid verklaard deze voorwaarden na te leven en daarbij verklaard dat hij de abstinentie van middelen in detentie als positief heeft ervaren en aan zichzelf wil werken.
De rechtbank gelast de terbeschikkingstelling van de verdachte ten aanzien van de onder 1, 5, 6 en 7 bewezen verklaarde feiten. Hoewel artikel 37a, eerste lid, Sr niet meer eist dan een uit gelijktijdigheid bestaand verband, vindt de rechtbank relevant dat volgens de deskundigen niet aannemelijk is geworden dat enig verband bestaat tussen de persoonlijkheidspathologie van de verdachte en het onder 8 primair begane feit. Ten aanzien van feit 8 primair zal de rechtbank daarom geen terbeschikkingstelling gelasten.
De rechtbank stelt vast dat aan de wettelijke eisen voor oplegging van de tbs-maatregel met voorwaarden is voldaan. Bij de verdachte bestond ten tijde van het plegen van de onder 1, 5, 6 en 7 bewezen verklaarde feiten een ziekelijke stoornis van de geestvermogens, als bedoeld in artikel 37a, eerste lid, Sr. Voornoemde feiten (1, 5, 6 en 7) betreffen misdrijven waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van vier jaren of meer is gesteld. Gelet op de ernst van en de omstandigheden waaronder deze feiten hebben plaatsgevonden, vereist de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen dat aan de verdachte de maatregel van terbeschikkingstelling wordt opgelegd.
De rechtbank kan in een later stadium, op vordering van het openbaar ministerie, bevelen dat de ter beschikking gestelde alsnog van overheidswege zal worden verpleegd indien de voorwaarden niet worden nageleefd. De onderhavige maatregel wordt niet opgelegd ter zake van misdrijven die gericht zijn tegen of gevaar veroorzaken voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. Hoewel het vervaardigen van kinderporno onder omstandigheden als geweldsmisdrijf kan worden aangemerkt, is dat gelet op de wijze van vervaardiging (het opnemen van online webcamgesprekken en het bewerken van bestaande kinderporno) in deze zaak niet aan de orde. Ook overigens heeft de rechtbank geen feiten en omstandigheden vastgesteld ten aanzien van de feiten 1, 5, 6 en 7 waarvoor de tbs-maatregel wordt opgelegd, waaruit gedragingen van de verdachte kunnen worden afgeleid die onmiskenbaar zijn gericht tegen of gevaar veroorzaken voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen, zoals bedoeld in artikel 38e, eerste lid, Sr.
De totale duur van een eventuele tbs-maatregel met dwangverpleging is daarom beperkt tot een periode van vier jaar.
Dadelijke uitvoerbaarheid TBS met voorwaarden
Omdat de rechtbank het van belang acht dat de behandeling van de verdachte direct aansluitend aan de detentie zal aanvangen, zal de rechtbank op grond van artikel 38, zesde lid, Sr bevelen dat de tbs-maatregel met voorwaarden dadelijk uitvoerbaar is.
Gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel (artikel 38z Sr)
De rechtbank acht het ter bescherming van de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen noodzakelijk dat ook de GVM als bedoeld in artikel 38z Sr aan de verdachte wordt opgelegd. Aan de wettelijke vereisten voor de oplegging van deze maatregel is voldaan.
De rechtbank leidt uit de rapportages van de deskundigen en de reclassering af dat de psychische problematiek van de verdachte complex en hardnekkig is en dat het recidiverisico op soortgelijke zedenfeiten hoog is. De verdachte zal langdurig en intensief behandeld moeten worden. Gelet daarop moet er naar het oordeel van de rechtbank rekening mee worden gehouden dat ook na beëindiging van de tbs-maatregel met voorwaarden – die naar huidig recht in duur is beperkt tot negen jaar – nog toezicht noodzakelijk is om het recidiverisico terug te dringen naar een aanvaardbaar risico of op een aanvaardbaar niveau te houden.
De rechtbank acht het daarom aangewezen dat de verdachte langdurig onder toezicht wordt gesteld. Hierdoor kan de rechtbank, nadat de tbs-maatregel is beëindigd, op vordering van de officier van justitie en na beoordeling van de op dat moment actuele situatie, de tenuitvoerlegging van een GVM bevelen en de inhoud en de duur daarvan bepalen (artikel 6:6:23b Sv).
7Beslissingen omtrent in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerpen
De rechtbank is van oordeel dat de onder de verdachte in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerpen, te weten drie mobiele telefoons en één computer, moeten worden onttrokken aan het verkeer.
Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de onder 1 t/m 7 bewezen verklaarde feiten met betrekking tot of met behulp van (een of meer van) die voorwerpen zijn begaan. Het ongecontroleerde bezit van deze voorwerpen (waarop kinderpornografisch materiaal staat) is in strijd met de wet en het algemeen belang.
8Vordering benadeelde partij [slachtoffer 3] en schadevergoedingsmaatregel
De benadeelde partij [slachtoffer 3] heeft een vordering tot schadevergoeding van € 2.655,00 ingediend tegen de verdachte wegens materiële en immateriële schade die hij als gevolg van het onder 8 ten laste gelegde feit zou hebben geleden, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag. De gestelde schade bestaat uit € 55,00 aan materiële schade (optometrisch onderzoek) en € 2.600,00 aan immateriële schade.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gerekwireerd tot toewijzing van de gevorderde schade met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering moet worden afgewezen, omdat ontslag van alle rechtsvervolging is bepleit.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank is van oordeel dat de materiële schade rechtstreeks voortvloeit uit het onder 8 primair bewezen verklaarde feit. De vordering is voldoende onderbouwd en komt de rechtbank niet onrechtmatig of ongegrond voor.
Met betrekking tot de gevorderde immateriële schade overweegt de rechtbank dat sprake is geweest van aantasting in de persoon door het oplopen van lichamelijk letsel. Daarmee is er een wettelijke grondslag (artikel 6:106, onder b, Burgerlijk Wetboek) voor de vordering en mogen ook de andere niet als lichamelijk letsel te kwalificeren gevolgen worden meegewogen in de vaststelling van de omvang van de schade naar billijkheid. De rechtbank komt, gelet op de aard en ernst van het feit, de onderbouwing van de vordering, alsmede de bedragen die in min of meer vergelijkbare gevallen worden toegekend en de schadevergoedingen die worden genoemd in de Rotterdamse Schaal, vergoeding van de immateriële schade tot een bedrag van € 2.600,00 billijk voor.
De vordering zal dan ook volledig worden toegewezen. De wettelijke rente over dit bedrag is toewijsbaar als volgt:- voor de materiële schade ad € 55,00 vanaf 2 juli 2025 (de datum van de factuur);
- voor de immateriële schade ad € 2.600,00 vanaf 30 mei 2025 (de datum waarop het schade toebrengende feit - de zware mishandeling - heeft plaatsgevonden),steeds tot aan de dag van algehele voldoening.
Daarnaast dient de verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken.
Schadevergoedingsmaatregel
De rechtbank ziet als gevolg van verdachtes onder 8 primair bewezen verklaarde handelen [kort gezegd: zware mishandeling] aanleiding ter zake van de vordering van de benadeelde partij de schadevergoedingsmaatregel van artikel 36f Sr op te leggen.
9Toepasselijke wettelijke voorschriften
De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:
36b, 36c, 36f, 37a, 38, 38a, 38z, 57, 240a (oud), 240b (oud), 251, 252, 254 en 302 Sr.
10Beslissing
De rechtbank:
Verklaart bewezen dat de verdachte de onder 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7 en 8 primair ten laste gelegde feiten heeft begaan zoals hiervoor onder 3.4 weergegeven.
Verklaart niet bewezen wat aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt hem daarvan vrij.
Bepaalt dat de bewezen verklaarde feiten de hierboven onder 4 vermelde strafbare feiten opleveren.
Verklaart de verdachte hiervoor strafbaar.
Strafoplegging
Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 (dertig) maanden.
Bepaalt dat de tijd die de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Legt op de maatregel tot gedragsbeïnvloeding of vrijheidsbeperking als bedoeld in artikel 38z van het Wetboek van Strafrecht.
Tbs-maatregel met voorwaarden
Gelast ten aanzien van de feiten 1, 5, 6 en 7 dat de verdachte ter beschikking wordt gesteld, en stelt daarbij de volgende voorwaarden betreffende zijn gedrag.
Stelt als algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich niet schuldig maakt een enig strafbaar feit.
Stelt als algemene voorwaarde dat de veroordeelde ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt.
Stelt als bijzondere voorwaarden:
Meewerken aan reclasseringstoezicht
De veroordeelde werkt mee aan het reclasseringstoezicht. Deze medewerking houdt onder andere in dat de veroordeelde:
zich meldt op afspraken bij de reclassering. De reclassering bepaalt hoe vaak dat
nodig is;
zich houdt aan de aanwijzingen van de reclassering. De reclassering kan
aanwijzingen geven die nodig zijn voor de uitvoering van het toezicht of om de veroordeelde te helpen bij het naleven van de voorwaarden;
de reclassering helpt aan een actuele foto waarop zijn gezicht herkenbaar is. Deze foto is nodig voor opsporing bij ongeoorloofde afwezigheid;
meewerkt aan huisbezoeken;
de reclassering inzicht geeft in de voortgang van begeleiding en/of behandeling
door andere instellingen of hulpverleners;
zich niet op een ander adres vestigt zonder toestemming van de reclassering;
meewerkt aan het uitwisselen van informatie met personen en instanties die contact hebben met de veroordeelde, als dat van belang is voor het toezicht;
Meewerken aan time-out
Als de reclassering dat nodig vindt en de veroordeelde daarmee instemt, kan de veroordeelde voor een time-out worden opgenomen in een Forensisch Psychiatrisch Centrum (FPC) of andere instelling. Deze time-out duurt totdat de reclassering of de veroordeelde deze beëindigt, maar maximaal zeven weken, met de mogelijkheid van verlenging met nog eens maximaal zeven weken, tot maximaal veertien weken per jaar.
Niet naar het buitenland
De veroordeelde gaat niet naar het buitenland of het Caribisch deel van het Koninkrijk der Nederlanden, zonder toestemming van de reclassering.
Opneming in een zorginstelling
De veroordeelde laat zich opnemen in een Forensisch Psychiatrische Kliniek (FPK) of soortgelijke instantie, te bepalen door de voor plaatsing verantwoordelijke instantie. De opname start zo spoedig mogelijk. De zorginstelling bepaalt de wijze van behandeling. De behandeling is gericht op psychische problematiek, verslavingsproblematiek, cognitieve vaardigheden, sociale vaardigheden, seksueel grensoverschrijdend gedrag, schuldenproblematiek, woonoverlast en/of andere problematiek. Gelet op de problematiek kan onderdeel van de behandeling zijn dat de veroordeelde voorgeschreven medicatie zal
gebruiken. De veroordeelde houdt zich aan de huisregels en aanwijzingen van de zorginstelling en de behandelaren. Als de reclassering een overgang naar ambulante zorg of verblijf in een instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang nodig vindt, werkt de veroordeelde mee aan de indicatiestelling en plaatsing.
Ambulante behandeling
De veroordeelde laat zich behandelen door een zorgverlener, te bepalen door de reclassering, zolang de reclassering de behandeling nodig vindt. De zorgverlener bepaalt de wijze van behandeling. De behandeling is gericht op psychische problematiek, verslavingsproblematiek, agressiebeheersing, cognitieve vaardigheden, sociale vaardigheden, schuldenproblematiek, of andere problematiek. Gelet op de problematiek kan onderdeel van de behandeling zijn dat de veroordeelde voorgeschreven medicatie zal gebruiken.
Verblijf in begeleid wonen of maatschappelijke opvang
De veroordeelde verblijft in een instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang, te bepalen door de reclassering. De veroordeelde houdt zich aan de huisregels en het dagprogramma dat de instelling in overleg met de reclassering opstelt.
Verbod verdovende middelen
De veroordeelde gebruikt geen verdovende middelen genoemd in lijst I (harddrugs), lijst II (softdrugs) en geenmiddelen die vallen onder een stofgroep genoemd in lijst IA in de Opiumwet, tenzij de reclassering toestemming heeft gegeven voor het gebruik. De veroordeelde moet meewerken aan controles. Dit kunnen zijn urineonderzoek/ademonderzoek/speekseltest. De reclassering bepaalt hoe vaak en met welk controlemiddel wordt gecontroleerd.
Alcoholverbod
De veroordeelde gebruikt geen alcohol, tenzij de reclassering toestemming heeft gegeven voor het gebruik. De veroordeelde moet meewerken aan controles. Dit kunnen zijn urineonderzoek/ademonderzoek/speekseltest. De reclassering bepaalt hoe vaak en met welk controlemiddel wordt gecontroleerd.
Dagbesteding
De veroordeelde spant zich in voor het vinden en behouden van betaald werk, onbetaald werk of vrijetijdsbesteding, met een vaste structuur. De dagbesteding draagt bij aan het voorkomen van delictgedrag.
Aflossing schulden
De veroordeelde werkt mee aan het aflossen van zijn schulden en het treffen van afbetalingsregelingen, ook als dit inhoudt meewerken aan schuldhulpverlening in het kader van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen. De veroordeelde geeft de reclassering inzicht in zijn financiën en schulden.
Vermijden contact met minderjarigen
De veroordeelde zoekt op geen enkele wijze contact met minderjarigen. Hij vermijdt deze contacten zoveel mogelijk. Als contacten onvermijdelijk zijn, zorgt de veroordeelde dat een nader te bepalen persoon en/of instantie hierbij aanwezig is.
Vermijden digitale omgevingen seksueel kindermisbruik
De veroordeelde:
vermijdt digitale omgevingen waarin hij in aanraking kan komen met kinderpornografisch materiaal;
vermijdt digitale omgevingen waarin over seksuele handelingen met minderjarigen wordt gecommuniceerd;
maakt geen gebruik van virtuele machines, versleutelprogramma’s (zoals Bitlocker, Veracrypt) of applicaties die helpen de identiteit te verbergen (zoals een VPN), tenzij de reclassering toestemming heeft gegeven voor het gebruik (zoals voor werk of voor bankzaken);
geeft inzicht in de wijze waarop hij de omgevingen genoemd onder 1. en 2. zal vermijden en bespreekt hoe dit verloopt in gesprekken met de reclassering.
Het toezicht op de naleving van de onderdelen 1 tot en met 3 beperkt zich tot geautomatiseerde controles van digitale apparaten (zoals computers, smart devices, USB-sticks, SD-kaarten, externe harde schijven) waarop bestanden kunnen worden opgeslagen en/of waarmee internet kan worden benaderd en die de veroordeelde in gebruik heeft.
De veroordeelde werkt mee aan deze controles tijdens (on)aangekondigde huisbezoeken en verschaft toegang tot alle aanwezige digitale apparaten die de veroordeelde in gebruik heeft. Hieronder wordt begrepen het verstrekken van wachtwoorden, codes of andere wijzen van ontgrendeling of ontsluiting zoals vingerafdrukken, die nodig zijn voor toegang. Op verzoek past de veroordeelde de instellingen zodanig aan dat controle mogelijk is. De wijzigingen mogen niet leiden tot definitieve wijzigingen aan het apparaat en worden aan het einde van de controle weer teruggezet.
De controles worden uitgevoerd door de reclassering. Indien en voor zover noodzakelijk mag de reclassering voor ondersteuning op technisch en digitaal gebied een specialist, niet zijnde een opsporingsambtenaar meenemen. De controles mogen maximaal (circa) drie keer per jaar worden uitgevoerd, waarbij de persoonlijke levenssfeer van de veroordeelde zoveel mogelijk wordt geëerbiedigd. De controles strekken er in het bijzonder niet toe een min of meer volledig beeld te krijgen van het persoonlijke leven van de veroordeelde.
Geeft opdracht aan de reclassering bij de naleving van de voorwaarden hulp en steun te verlenen.
Beveelt dat de terbeschikkingstelling met voorwaarden dadelijk uitvoerbaar is.
Beslag
Onttrekt aan het verkeer: 1. GSM (Omschrijving: PL1100-2025120911-1735517),
2. GSM (Omschrijving: PL1100-NHRBC20198_838998),
3. Computer (Omschrijving: PL1100-2020273250-G1310836),4. GSM (Omschrijving: PL1100-2020273250-1310761).
Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 3]
Wijst toe de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij geleden schade tot een bedrag van € 2.655,00 (zegge: tweeduizend zeshonderd vijfenvijftig euro), bestaande uit € 55,00 als vergoeding voor de materiële en € 2.600,00 als vergoeding voor de immateriële schade, en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag aan [slachtoffer 3] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
Bepaalt dat het aan de benadeelde partij toegewezen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente:
- over een bedrag van € 55,00 vanaf 2 juli 2025,
- over een bedrag van € 2.600,00 vanaf 30 mei 2025,
tot aan de dag van de algehele voldoening.
Veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken.
Schadevergoedingsmaatregel
Legt de verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van slachtoffer [slachtoffer 3] de verplichting op tot betaling aan de staat van een bedrag van € 2.655,00 (zegge: tweeduizend zeshonderd vijfenvijftig euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 26 (zesentwintig) dagen gijzeling en bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hiervoor genoemde aanvangsdata tot aan de dag der algehele voldoening. De toepassing van de gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.
Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de staat en dat betalingen aan de staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.
Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum
Dit vonnis is gewezen door
mr. P. Reemst, voorzitter,
mr. A.K. Korteweg en mr. A. Talmricht, rechters,
in tegenwoordigheid van de griffiers mr. L.S. Rietdijk en mr. B. Akinrolabu,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 28 juli 2026.
Bijlage 1 – De tenlastelegging
Feit 1
Onderzoek Abarth III
op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 22 december 2024 tot en met 30 mei 2025 te Haarlem, in elk geval in Nederland een of meer visuele weergaven van seksuele aard en/of met onmiskenbaar seksuele strekking waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt, was betrokken of schijnbaar was betrokken
heeft vervaardigd en/of verworven en/of in bezit heeft gehad en/of zich daartoe de toegang heeft verschaft
te weten al dan niet bewerkte foto’s en/of video’s en/of een gegevensdrager bevattende afbeeldingen, te weten een telefoon (merk Samsung Galaxy A25, beslagcode 1735517) bevattende al dan niet bewerkte foto’s en/of video’s, waarop te zien is dat:
het eigen lichaam oraal, vaginaal en/of anaal wordt gepenetreerd door die persoon (toonmap visuele weergave #8, PV bevindingen Samsung Galaxy a25 mbt nieuw materiaal, p. 21, bestand wa.db en/of toonmap visuele weergave #9, PV bevindingen Samsung Galaxy a25 mbt nieuw materiaal, p. 21, bestand YouCut_20250418_215316055.mp4 en/of toonmap visuele weergaven #10 & #11, PV bevindingen Samsung Galaxy a25 mbt nieuw materiaal, p. 22, bestand YouCut_20250510_070057283.mp4 & YouCut_20250510_150216448.mp4 Bestandspad: data\media\0\Movies\youcut)
en/of
het geslachtsdeel, de billen en/of de borsten van die persoon wordt/worden aangeraakt(toonmap visuele weergave #4, PV bevindingen Samsung Galaxy a25 mbt nieuw materiaal, p. 20, bestand lmg_snapshot_1735511780886_2043322645.webp)
en/of
die persoon het eigen geslachtsdeel, de eigen billen en/of de eigen borsten en/of_ander_eigen_lichaamsdeel aanraakt (toonmap visuele weergaven #10 & #11, PV bevindingen Samsung Galaxy a25 mbt nieuw materiaal, p. 22, bestand YouCut_20250510_070057283.mp4 & YouCut_20250510_150216448.mp4)
en/of
die persoon poserend of in een pose is afgebeeld, waarbij - die persoon geheel of gedeeltelijk naakt is en/of gekleed is en/of opgemaakt is en/of in een omgeving en/of met een voorwerp en/of in een (erotisch getinte) houding op een wijze die niet bij zijn/haar leeftijd past en/of - die persoon zich in opeenvolgende afbeeldingen/filmfragmenten van zijn/haar kleding ontdoet en/of - door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van die persoon en/of de uitsnede van de foto’s/films nadrukkelijk het geslachtsdeel, de borsten en/of billen van die persoon in beeld worden gebracht (toonmap visuele weergave #1, PV bevindingen Samsung Galaxy a25 mbt nieuw materiaal, p. 20, bestand img_snapshot_1735511696596_374940441.webp) en/of toonmap visuele weergave #2, PV bevindingen Samsung Galaxy a25 mbt nieuw materiaal, p. 20, bestand img_snapshot_1735511747777_780017495.webp en/of toonmap visuele weergave #6, PV bevindingen Samsung Galaxy a25 mbt nieuw materiaal, p. 20, bestand Screenshot_20250323_225530_YouCut - Video Editor.jpg)
terwijl van het begaan van dit feit een beroep of gewoonte werd gemaakt;
Feit 2
hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 22 december 2024 tot en met 30 mei 2025 te Haarlem, in elk geval in Nederland een kind beneden de leeftijd van zestien jaren, te weten een of meer onbekend gebleven buitenlands(e) kind(eren), getuige heeft doen zijn van (een) handeling(en) en/of (een) visuele weergave(n) van seksuele aard en/of met een onmiskenbaar seksuele strekking op een wijze die schadelijk te achten was voor kinderen beneden de leeftijd van zestien jaren, door (telkens)- zichzelf voor de webcam af te trekken en/of- voor de webcam een dildo in zijn, verdachtes anus te doen en/of- een stofzuigerslang in te brengen;
Feit 3
15/174248-24Onderzoek Abarth I, zaak 1
hij op 21 juni 2020 te Culemborg, in elk geval in Nederland (een) afbeelding(en), ter weten een filmpje en/of (een) foto(‘s) waarvan de vertoning schadelijk is te achten voor personen beneden de leeftijd van zestien jaar, heeft verstrekt en/of aangeboden en/of vertoond aan een minderjarige, te weten [slachtoffer 1] , geboren op [geboortedatum 2] 2005, terwijl hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden, dat die [slachtoffer 1] jonger was dan zestien jaar, immers heeft verdachte in voornoemde periode aan die [slachtoffer 1] een filmpje en/of (een) foto('s) verzonden, in elk geval verstrekt en/of aangeboden en/of vertoond, waarop hij geheel ontkleed was en/of waarop werd ingezoomd op zijn blote penis;
Feit 4
Onderzoek Abarth I, zaak 2
hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 februari 2020 tot en met 12 november 2020 te Culemborg, in elk geval in Nederland (een) afbeelding(en), ter weten een filmpje en/of (een) foto('s) waarvan de vertoning schadelijk is te achten voor personen beneden de leeftijd van zestien jaar, heeft verstrekt en/of aangeboden en/of vertoond aan een minderjarige, te weten [slachtoffer 2] , geboren op [geboortedatum 3] 2005, terwijl hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden, dat die [slachtoffer 2] jonger was dan zestien jaar, immers heeft verdachte in voornoemde periode aan die [slachtoffer 2] een filmpje en/of (een) foto(‘s) verzonden, in elk geval verstrekt en/of aangeboden en/of vertoond, waarop hij geheel ontkleed was en/of waarop werd ingezoomd op zijn blote penis;
Feit 5
Onderzoek Abarth I, zaak 3(Bezit en vervaardigen, pv p. 254 ev)
hij op een of meer tijdstippen in of omtreeks de periode van 13 augustus 2013 tot en met 29 oktober 2021 te Haarlem, althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal telkensafbeeldingen, te weten foto’s en/of video’s - en/of gegevensdragers, bevattende afbeeldingen, te weten een mobiele telefoon (Samsung Galaxy S10, beslagnummer 1310761) en/of een computer (Acer Aspire XclOO, beslagnummer 1310836) - van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken
heeftvervaardigd,verworven,in bezit gehad en/ofzich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang heeft verschaft
welke seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - onder meer bestonden uit:het met de/een penis oraal penetreren van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt (toonmap foto 5, pv p. 257, bestandsnaam: 110x2490tggtttt.jpg)
en/of
het met de/een hand betasten en/of aanraken van het geslachtsdeel, de billen en/of borsten van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en/ofhet met de/een hand betasten en/of aanraken van het geslachtsdeel, de billen en/of borsten van een (ander) persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt (toonmap foto 8, pv p. 257, bestandsnaam: 152605283153gttt.jpg) en/of
het door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt likken en/of in de mond nemen en/of betasten en/of aanraken van het geslachtsdeel van een dier (toonmap foto 24, pv p. 264, bestandsnaam: 67.jpg)
en/of
het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van/door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, waarbij deze persoon gekleed is en/of opgemaakt is en/of poseert in een omgeving en/of met een voorwerp en/of in een erotisch getinte houding (op een wijze) die niet bij zijn/haar leeftijd past/passen en/of waarbij deze persoon zich (vervolgens) in opeenvolgende afbeeldingen/filmfragmenten van zijn/haar kleding ontdoet en/of (waarna) door het camerastandpunt, de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van deze persoon en/of de uitsnede van de foto's/film(s) nadrukkelijk het (ontblote) geslachtsdeel, de borsten en/of billen in beeld gebracht worden (waarbij) de afbeelding (aldus) (telkens) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling (toonmap foto 6, pv p. 257, bestandsnaam: 122.jpg)
en/of
het masturberen boven/bij en/of ejaculeren op het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en/ofhet houden van een (stijve) penis bij/naast het gezicht en/of lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt (waarbij) de afbeelding (aldus) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling (zelf vervaardigd, toonmap foto 48, pv p. 257, bestandsnaam: Screenshot_20210910-161758_Cupace.jpg)
en hij aldus van het plegen van dit misdrijf een gewoonte heeft gemaakt;Feit 6(verspreiden, pv p. 254 ev)
hij in de periode van 24 juni 2020 tot en met 2 juli 2020 te Haarlem, althans in Nederland (telkens) afbeeldingen, te weten (een) foto(‘s) en/of (een) video(‘s) van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken heeft verspreid (door het verzenden van die foto(‘s) en/of video(‘s) via What’s app) welke seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit: het met de/een mond betasten en/of aanraken van het geslachtsdeel, de billen en/of borsten van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt; (toonmap foto 38, bestandsnaam: IMG-20200702-WA004.jpg, pv p. 260)
Feit 7
15/148592-25Onderzoek Abarth II
hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 25 juli 2015 tot en met 18 december 2024 te Haarlem, in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal telkens afbeeldingen, te weten foto’s en/of video’s en/of gegevensdragers, te weten een Samsung Galaxy S21 (002.01), bevattende afbeeldingen van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken
in bezit heeft gehad en/ofzich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang heeft verschaft
welke seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit:het met de/een penis en/of mond/tong en/of vinger/hand oraal en/of anaal penetreren van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en/ofhet met de/een penis en/of mond/tong en/of vinger/hand oraal en/of vaginaal en/of anaal penetreren van het lichaam van een (ander) persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt (Foto 1 van de toonmap, bladzijde 14 van het einddossier)
en/of
het met de/een vinger/hand en/of mond/tong en/of voorwerp betasten en/of aanraken van het geslachtsdeel en/of de billen een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en/ofhet met de/een vinger/hand en/of mond/tong betasten en/of aanraken van het geslachtsdeel, borsten en/of een ander lichaamsdeel van een (ander) persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt (Foto 19 van de toonmap, bladzijde 15 van het einddossier)
en/of
het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van/door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, waarbij deze persoon gekleed is en/of opgemaakt is en/of poseert in een omgeving en/of in een erotisch getinte houding (op een wijze) die niet bij zijn/haar leeftijd past/passen en/of waarbij deze persoon zich (vervolgens) in opeenvolgende afbeeldingen/filmfragmenten van zijn/haar kleding ontdoet en/of (waarna) door het camerastandpunt, de (onnatuurlijke) pose en/of de uitsnede van de foto’s/film(s) nadrukkelijk het (ontblote) geslachtsdeel, de borsten en/of billen in beeld gebracht worden (waarbij) de afbeelding (aldus) (telkens) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling (Foto 16 en 17 van de toonmap, bladzijde 15 van het einddossier)
en hij aldus van het plegen van dit misdrijf een gewoonte heeft gemaakt;
Feit 8
15/166111-25
Primair
hij op of omstreeks 30 mei 2025 te Haarlem aan een ander, te weten [slachtoffer 3] , opzettelijk zwaar lichamelijk letsel, te weten: meerdere breuken in het bot onder zijn oog en/of een verschuiving van zijn jukbeen, heeft toegebracht, door die [slachtoffer 3] (meermalen) op/tegen zijn oog en/of gezicht te slaan;
Subsidiair
hij op of omstreeks 30 mei 2025 te Haarlem [slachtoffer 3] heeft mishandeld, door die [slachtoffer 3] (meermalen) op/tegen zijn oog en/of gezicht te slaan, terwijl het feit zwaar lichamelijk letsel ten gevolge had.
Bijlage 2 - De bewijsmiddelen
(…)