Rechtbank Noord-Holland
ECLI:NL:RBNHO:2026:9377
2026-07-15
Civiel recht; Verbintenissenrecht
K/4102/12095710
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Koop op afstand. Er zijn bestellingen geplaatst met het e-mailadres van gedaagde. Gedaagde heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat sprake is van identiteitsfraude.
Citeert (2)
- ECLI:NL:HR:2021:1677 Hoge Raad 12-11-2021
- ECLI:NL:RBNHO:2024:6602 Rechtbank Noord-Holland 26-06-2024
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (8.070 tekens)
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 12095710 \ CV EXPL 26-873
Uitspraakdatum: 15 juli 2026
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
bol.com B.V., (mede) handelend onder de na(a)m(en) bol.com, bol. en bol
te Amsterdam
de eisende partij
gemachtigde: GGN Mastering Credit B.V.
tegen
[gedaagde]
te [plaats]
de gedaagde partij
procederend in persoon
1Het procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
de dagvaarding;
de conclusie van antwoord;
de conclusie van repliek.
1.2.
[gedaagde] heeft daarna niet meer gereageerd.
1.3.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2De vordering
2.1.
Bol vordert veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 301,81, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 229,55 en de proceskosten.
2.2.
Bol legt – kort gezegd – het volgende aan de vordering ten grondslag. [gedaagde] heeft via de website van Bol goederen gekocht. Bij het afronden van de bestelling heeft [gedaagde] gekozen voor de achteraf betaalmethode van Bol. [gedaagde] heeft niet binnen de betalingstermijn betaald.
3De beoordeling
3.1.
[gedaagde] heeft aangevoerd dat hij van 12 januari 2023 tot 17 april 2025 in detentie zat en dat hij de bestelling daarom niet zelf kan hebben geplaatst. Volgens [gedaagde] is sprake van identiteitsfraude. De kantonrechter overweegt daarover als volgt.
3.2.
Uit de stellingen van Bol volgt dat iemand met gebruikmaking van het account [nummer] een trainingspak en schoenen via de website van Bol heeft besteld. Bol heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat dit account toebehoort aan [gedaagde]. Het enkele feit dat [gedaagde] ten tijde van het plaatsen van de bestelling in detentie zat, brengt nog niet mee dat dit betekent dat zijn account niet namens hem door vrienden of familie kan zijn gebruikt. Het had op de weg van [gedaagde] om zijn stellingen dat: i) hij niet degene is geweest die de bestelling heeft gedaan, ii) hij deze ook niet heeft ontvangen en iii) sprake is van identiteitsfraude, met stukken te onderbouwen. Hij had dat bijvoorbeeld kunnen doen door schermafdrukken over te leggen van zijn Bol-account en toe te lichten welk adres gekoppeld is aan dat account, door toe te lichten dat de bestelling niet bij hem thuis is bezorgd, en door toe te lichten of, en zo ja wanneer, hij aangifte heeft gedaan van identiteitsfraude bij de politie. [gedaagde] heeft dat nagelaten. Het kan daarom niet worden vastgesteld dat sprake is van identiteitsfraude. De kantonrechter gaat daarom aan dit verweer van [gedaagde] voorbij.
Ambtshalve toetsing van de (pre)contractuele informatieplichten
3.3.
De vordering is gebaseerd op een overeenkomst op afstand tussen een handelaar en een consument. Bij het sluiten van dergelijke overeenkomsten moet ter bescherming van de consument aan de wettelijke (pre)contractuele informatieplichten van de artikelen 6:230m lid 1 en 6:230v van het Burgerlijk Wetboek (BW) worden voldaan. Dat aan deze plichten is voldaan, moet gemotiveerd worden gesteld en onderbouwd. De kantonrechter moet er ambtshalve op toezien dat die voorschriften worden nageleefd, dus ook als er geen verweer is gevoerd.
3.4.
De kantonrechter is van oordeel dat Bol voldoende heeft toegelicht en onderbouwd dat is voldaan aan de (pre)contractuele informatieplichten.
Ambtshalve toetsing van de algemene voorwaarden
3.5.
De kantonrechter moet ook ambtshalve beoordelen of op de overeenkomst met [gedaagde] algemene voorwaarden van toepassing zijn en zo ja, of daarin geen bedingen zijn opgenomen die oneerlijk zijn ten opzichte van een consument, in de zin van artikel 3 van de Richtlijn 93/13/EEG betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten (hierna: de richtlijn). Dit artikel is in het Nederlandse recht tot uitdrukking gebracht in artikel 6:233 onder a BW, waarin kort gezegd is bepaald dat een beding dat onredelijk bezwarend is, vernietigbaar is.
3.6.
De vordering ziet op verkopen door een of meerdere externe verkoper(s). Op de overeenkomst(en) zijn de volgende algemene voorwaarden van Bol van toepassing verklaard:
Algemene verkoopvoorwaarden zakelijke verkopen via bol.com;
Algemene voorwaarden kopen bij andere verkopers (22 januari 2020).
Rente- en incassobedingen
3.7.
Artikel 15.4 van de ‘Algemene verkoopvoorwaarden zakelijke verkopen via bol.com’ en artikel 6.3 van de ‘Algemene voorwaarden kopen bij andere verkopers’ betreffen rente- en incassobedingen.
3.8.
In een eerdere zaak van Bol heeft de kantonrechter de rente- en incassobedingen in artikel 6.3 van de ‘Algemene voorwaarden kopen bij andere verkopers’ oneerlijk bevonden. Verder heeft de kantonrechter in die zaak geoordeeld dat de oneerlijkheid van dit beding maakt dat ook de combinatie met het (op zichzelf niet oneerlijke) rente- en incassobeding in artikel 15.4 van de ‘Algemene verkoopvoorwaarden zakelijke verkopen via bol.com’ oneerlijk is. Daarom heeft de kantonrechter beiden rente- en incassobedingen vernietigd en als gevolg daarvan de gevorderde rente en buitengerechtelijke incassokosten afgewezen. De kantonrechter ziet, gelet op het gestelde in de dagvaarding en uitgaande van de huidige stand van de jurisprudentie, in deze zaak geen aanleiding om daar anders over te denken.
3.9.
Gelet op het voorgaande vernietigt de kantonrechter artikel 15.4 van de Algemene verkoopvoorwaarden zakelijke verkopen via bol.com en artikel 6.3 van de Algemene voorwaarden kopen bij andere verkopers. Daarom worden de gevorderde rente en buitengerechtelijke incassokosten afgewezen.
Conclusie en proceskosten
3.10.
De gevorderde hoofdsom is toewijsbaar, omdat deze vordering de kantonrechter niet ongegrond of onrechtmatig voorkomt. De gevorderde rente en buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen.
3.11.
[gedaagde] wordt grotendeels in het ongelijk gesteld en zal daarom worden veroordeeld in de proceskosten.
4De beslissing
De kantonrechter:
4.1.
veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan Bol van € 229,55;
4.2.
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van Bol tot en met vandaag vaststelt op:
dagvaarding € 127,08;
griffierecht € 139,00;
salaris gemachtigde € 80,00;
4.3.
verklaart de veroordeling(en) in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
4.4.
wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.J. Dijk en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter
Zie, onder meer, het arrest van de Hoge Raad van 12 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:1677.
Rechtbank Noord-Holland 26 juni 2024, ECLI:NL:RBNHO:2024:6602.
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 12095710 \ CV EXPL 26-873
Uitspraakdatum: 15 juli 2026
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
bol.com B.V., (mede) handelend onder de na(a)m(en) bol.com, bol. en bol
te Amsterdam
de eisende partij
gemachtigde: GGN Mastering Credit B.V.
tegen
[gedaagde]
te [plaats]
de gedaagde partij
procederend in persoon
1Het procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
de dagvaarding;
de conclusie van antwoord;
de conclusie van repliek.
1.2.
[gedaagde] heeft daarna niet meer gereageerd.
1.3.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2De vordering
2.1.
Bol vordert veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 301,81, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 229,55 en de proceskosten.
2.2.
Bol legt – kort gezegd – het volgende aan de vordering ten grondslag. [gedaagde] heeft via de website van Bol goederen gekocht. Bij het afronden van de bestelling heeft [gedaagde] gekozen voor de achteraf betaalmethode van Bol. [gedaagde] heeft niet binnen de betalingstermijn betaald.
3De beoordeling
3.1.
[gedaagde] heeft aangevoerd dat hij van 12 januari 2023 tot 17 april 2025 in detentie zat en dat hij de bestelling daarom niet zelf kan hebben geplaatst. Volgens [gedaagde] is sprake van identiteitsfraude. De kantonrechter overweegt daarover als volgt.
3.2.
Uit de stellingen van Bol volgt dat iemand met gebruikmaking van het account [nummer] een trainingspak en schoenen via de website van Bol heeft besteld. Bol heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat dit account toebehoort aan [gedaagde]. Het enkele feit dat [gedaagde] ten tijde van het plaatsen van de bestelling in detentie zat, brengt nog niet mee dat dit betekent dat zijn account niet namens hem door vrienden of familie kan zijn gebruikt. Het had op de weg van [gedaagde] om zijn stellingen dat: i) hij niet degene is geweest die de bestelling heeft gedaan, ii) hij deze ook niet heeft ontvangen en iii) sprake is van identiteitsfraude, met stukken te onderbouwen. Hij had dat bijvoorbeeld kunnen doen door schermafdrukken over te leggen van zijn Bol-account en toe te lichten welk adres gekoppeld is aan dat account, door toe te lichten dat de bestelling niet bij hem thuis is bezorgd, en door toe te lichten of, en zo ja wanneer, hij aangifte heeft gedaan van identiteitsfraude bij de politie. [gedaagde] heeft dat nagelaten. Het kan daarom niet worden vastgesteld dat sprake is van identiteitsfraude. De kantonrechter gaat daarom aan dit verweer van [gedaagde] voorbij.
Ambtshalve toetsing van de (pre)contractuele informatieplichten
3.3.
De vordering is gebaseerd op een overeenkomst op afstand tussen een handelaar en een consument. Bij het sluiten van dergelijke overeenkomsten moet ter bescherming van de consument aan de wettelijke (pre)contractuele informatieplichten van de artikelen 6:230m lid 1 en 6:230v van het Burgerlijk Wetboek (BW) worden voldaan. Dat aan deze plichten is voldaan, moet gemotiveerd worden gesteld en onderbouwd. De kantonrechter moet er ambtshalve op toezien dat die voorschriften worden nageleefd, dus ook als er geen verweer is gevoerd.
3.4.
De kantonrechter is van oordeel dat Bol voldoende heeft toegelicht en onderbouwd dat is voldaan aan de (pre)contractuele informatieplichten.
Ambtshalve toetsing van de algemene voorwaarden
3.5.
De kantonrechter moet ook ambtshalve beoordelen of op de overeenkomst met [gedaagde] algemene voorwaarden van toepassing zijn en zo ja, of daarin geen bedingen zijn opgenomen die oneerlijk zijn ten opzichte van een consument, in de zin van artikel 3 van de Richtlijn 93/13/EEG betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten (hierna: de richtlijn). Dit artikel is in het Nederlandse recht tot uitdrukking gebracht in artikel 6:233 onder a BW, waarin kort gezegd is bepaald dat een beding dat onredelijk bezwarend is, vernietigbaar is.
3.6.
De vordering ziet op verkopen door een of meerdere externe verkoper(s). Op de overeenkomst(en) zijn de volgende algemene voorwaarden van Bol van toepassing verklaard:
Algemene verkoopvoorwaarden zakelijke verkopen via bol.com;
Algemene voorwaarden kopen bij andere verkopers (22 januari 2020).
Rente- en incassobedingen
3.7.
Artikel 15.4 van de ‘Algemene verkoopvoorwaarden zakelijke verkopen via bol.com’ en artikel 6.3 van de ‘Algemene voorwaarden kopen bij andere verkopers’ betreffen rente- en incassobedingen.
3.8.
In een eerdere zaak van Bol heeft de kantonrechter de rente- en incassobedingen in artikel 6.3 van de ‘Algemene voorwaarden kopen bij andere verkopers’ oneerlijk bevonden. Verder heeft de kantonrechter in die zaak geoordeeld dat de oneerlijkheid van dit beding maakt dat ook de combinatie met het (op zichzelf niet oneerlijke) rente- en incassobeding in artikel 15.4 van de ‘Algemene verkoopvoorwaarden zakelijke verkopen via bol.com’ oneerlijk is. Daarom heeft de kantonrechter beiden rente- en incassobedingen vernietigd en als gevolg daarvan de gevorderde rente en buitengerechtelijke incassokosten afgewezen. De kantonrechter ziet, gelet op het gestelde in de dagvaarding en uitgaande van de huidige stand van de jurisprudentie, in deze zaak geen aanleiding om daar anders over te denken.
3.9.
Gelet op het voorgaande vernietigt de kantonrechter artikel 15.4 van de Algemene verkoopvoorwaarden zakelijke verkopen via bol.com en artikel 6.3 van de Algemene voorwaarden kopen bij andere verkopers. Daarom worden de gevorderde rente en buitengerechtelijke incassokosten afgewezen.
Conclusie en proceskosten
3.10.
De gevorderde hoofdsom is toewijsbaar, omdat deze vordering de kantonrechter niet ongegrond of onrechtmatig voorkomt. De gevorderde rente en buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen.
3.11.
[gedaagde] wordt grotendeels in het ongelijk gesteld en zal daarom worden veroordeeld in de proceskosten.
4De beslissing
De kantonrechter:
4.1.
veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan Bol van € 229,55;
4.2.
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van Bol tot en met vandaag vaststelt op:
dagvaarding € 127,08;
griffierecht € 139,00;
salaris gemachtigde € 80,00;
4.3.
verklaart de veroordeling(en) in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
4.4.
wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.J. Dijk en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter
Zie, onder meer, het arrest van de Hoge Raad van 12 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:1677.
Rechtbank Noord-Holland 26 juni 2024, ECLI:NL:RBNHO:2024:6602.