Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Noord-Holland

ECLI:NL:RBNHO:2026:8788

2026-03-25 Civiel recht; Verbintenissenrecht 11776051 \ CV EXPL 25-4211
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Uitspraakdatum
2026-03-25
Publicatiedatum
2026-07-15
Rechtsgebied
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure
Verstek
Zaaknummer
11776051 \ CV EXPL 25-4211
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Ambtshalve toetsing. Verstek. Eindvonnis na akte. Vernietiging oneerlijk incassokostenbeding in de algemene voorwaarden.

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (6.519 tekens)
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem


Zaaknr./rolnr.: 11776051 \ CV EXPL 25-4211
Uitspraakdatum: 25 maart 2026




Verstekvonnis van de kantonrechter in de zaak van:





Majabox Aalsmeer B.V., v.h.o.d.n. Majabox B.V.

te Aalsmeer
de eisende partij
gemachtigde: De Best & Partners B.V.



tegen





[gedaagde]

te [plaats]
de gedaagde partij
niet verschenen





1De verdere procedure


1.1.
Bij tussenvonnis van 28 januari 2026 (hierna: het tussenvonnis) heeft de kantonrechter de eisende partij in de gelegenheid gesteld om zich bij akte uit te laten over de (on)eerlijkheid van een in de huurovereenkomst opgenomen beding dat verband houdt met de vordering. Ter uitvoering van het tussenvonnis heeft de eisende partij op 25 februari 2026 een akte genomen.





2De verdere beoordeling



Ambtshalve toetsing van de algemene voorwaarden




2.1.
De eisende partij stelt dat het beding eerst dient te worden uitgelegd aan de hand van de Haviltex-maatstaf. Kortheidshalve is in de algemene voorwaarden enkel verwezen naar het Besluit voor de exacte berekening van de hoogte van de incassokosten. Gelet op het dwingendrechtelijke karakter van artikel 6:96 BW is dit artikel reeds van toepassing, ook zonder verwijzing naar het wetsartikel in de algemene voorwaarden. Bovendien vloeit de eis van het expliciet vermelden van een termijn van 14 dagen niet voort uit de wet of (hogere) jurisprudentie, aldus de eisende partij.


2.2.
De kantonrechter volgt dit betoog niet. De formulering van dit artikel van de huurovereenkomst suggereert dat na aanmaning direct incassokosten verschuldigd zijn, terwijl dat pas het geval is nadat er een veertiendagenbrief is verstuurd als bedoeld in artikel 6:96 lid 6 van het Burgerlijk Wetboek (BW). Hiervan mag niet worden afgeweken. Op dat punt is het beding onduidelijk en voldoet het niet aan de wettelijke vereisten. Een beding dat in strijd is met een wettelijke bepaling, is vernietigbaar. Uit de verwijzing naar het Besluit kan niet worden afgeleid dat de buitengerechtelijke incassokosten pas na het verstrijken van de in de veertiendagenbrief genoemde termijn verschuldigd zijn. Dat de eisende partij wel een veertiendagenbrief aan de gedaagde partij heeft verstuurd en in zoverre feitelijk heeft voldaan aan artikel 6:96 lid 5 BW, doet daaraan niet af. Of de eisende partij de consument ook daadwerkelijk aan de bedongen afspraken houdt, is voor de beoordeling van de (on)eerlijkheid van het beding namelijk niet relevant. De conclusie is dat sprake is van een oneerlijk beding en daarom wordt dit beding vernietigd.



2.3.
Het voorgaande heeft tot gevolg dat het incassokostenbeding van de algemene voorwaarden wordt vernietigd. De buitengerechtelijke incassokosten zullen worden afgewezen.



Conclusie en proceskosten





2.4.
Voor het overige blijft de kantonrechter bij wat in het tussenvonnis is overwogen en beslist.



2.5.
De vordering tot betaling van de achterstallige huurpenningen (€ 975,67) wordt toegewezen, omdat deze de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt.



2.6.
De gevorderde ontbinding wordt ook toegewezen. Gelet op de ingrijpende gevolgen voor de gedaagde partij wordt de ontruimingstermijn gesteld op veertien dagen na betekening van dit vonnis.



2.7.
De eisende partij heeft een bedrag aan vervallen wettelijke rente gevorderd. Zij heeft echter niet gespecificeerd over welke periode deze rente is berekend. De kantonrechter kan daardoor niet beoordelen of er een grondslag voor deze vordering bestaat. Daarom wordt dit onderdeel van de vordering afgewezen. De verdere rente zal worden toegewezen vanaf de datum van de dagvaarding.


2.8.
De gedaagde partij wordt in het ongelijk gesteld en zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld. Daarbij wordt de gedaagde partij ook veroordeeld tot betaling van € 72,00 aan nasalaris, voor zover daadwerkelijk nakosten door de eisende partij worden gemaakt. De kosten voor het nemen van de akte blijven voor de eisende partij omdat het aan haar te wijten was dat het nodig was om deze te nemen.






3De beslissing


De kantonrechter:



3.1.
ontbindt de huurovereenkomst tussen partijen met betrekking tot de opslagruimte met nummer [nummer] aan de [adres];



3.2.
veroordeelt de gedaagde partij om voormelde opslagruimte binnen 14 dagen na betekening van dit vonnis te ontruimen en te verlaten met alle zich daarin en/of daarop bevindende zaken (voor zover deze laatste niet het eigendom van de eisende partij zijn);



3.3.
veroordeelt de gedaagde partij tot betaling aan de eisende partij van € 975,67 te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 1 juli 2025 tot aan de dag van de gehele betaling;


3.4.
veroordeelt de gedaagde partij tot betaling aan de eisende partij van € 119,90 per maand aan gebruiksvergoeding, voor iedere maand dat de gedaagde partij het gehuurde vanaf 1 juni 2025 in gebruik houdt;


3.5.

veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van de eisende partij tot en met vandaag vaststelt op:
dagvaarding € 146,14;
griffierecht € 340,00;
salaris gemachtigde € 144,00;




3.6.
veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van € 72,00 aan nasalaris, voor zover daadwerkelijke nakosten door de eisende partij worden gemaakt;



3.7.
verklaart de veroordeling(en) in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;


3.8.

wijst de vordering voor het overige af.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.P.E. Oomens en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.



De griffier De kantonrechter





Hoge Raad van 25 november 2016, ECLI:NL:HR:2016:2704.