Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Noord-Holland

ECLI:NL:RBNHO:2026:8259

2026-07-22 Civiel recht; Verbintenissenrecht K/4102/12186902
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Uitspraakdatum
2026-07-22
Publicatiedatum
2026-07-07
Rechtsgebied
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure
Bodemzaak
Zaaknummer
K/4102/12186902
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Koop op afstand. Zalando. Ambtshalve toetsing.

Citeert (2)

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (5.464 tekens)
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem


Zaaknr./rolnr.: 12186902 \ CV EXPL 26-2652
Uitspraakdatum: 22 juli 2026




Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:




de rechtspersoon naar buitenlands recht

Alektum Capital V AG

gevestigd te Zug, Zwitserland
de eisende partij
gemachtigde: [gemachtigde]



tegen





[gedaagde]

te [plaats]
de gedaagde partij
niet verschenen





1De procedure


1.1.
Alektum heeft [gedaagde] op 9 april 2026 gedagvaard tegen 29 april 2026. [gedaagde] heeft, ondanks het verleende uitstel, niet gereageerd.



1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.





2De vordering


2.1.
Alektum vordert veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 197,59 aan hoofdsom, te vermeerderen met de buitengerechtelijke incassokosten, de wettelijke rente en de proceskosten.



2.2.
Alektum legt – kort gezegd – het volgende aan de vordering ten grondslag. [gedaagde] heeft goederen gekocht via de website van Zalando (hierna: de webwinkel), waarbij zij heeft gekozen voor de achteraf betaalmethode van Zalando. [gedaagde] heeft niet op tijd betaald. Zalando heeft de vordering op [gedaagde] vervolgens verkocht aan Alektum.





3De beoordeling



De koopovereenkomst




3.1.
De vordering is mede gebaseerd op een overeenkomst op afstand tussen de webwinkel, zijnde een handelaar, en [gedaagde], zijnde een consument. Bij het sluiten daarvan moet ter bescherming van de consument aan de wettelijke (pre)contractuele informatieplichten van de artikelen 6:230m lid 1 en 6:230v van het Burgerlijk Wetboek (BW) worden voldaan. Dit moet gemotiveerd worden gesteld en onderbouwd. De kantonrechter moet er ambtshalve op toezien dat die voorschriften worden nageleefd, dus ook als er geen verweer is gevoerd.



Ambtshalve toetsing van de (pre)contractuele informatieplichten





3.2.
De kantonrechter is van oordeel dat Alektum voldoende heeft toegelicht en onderbouwd dat de webwinkel heeft voldaan aan de (pre)contractuele informatieplichten.



De kredietovereenkomst





3.3.

[gedaagde] heeft gekozen voor uitgestelde betaling. Uitgestelde betaling is een vorm van kredietverstrekking. Daarop zijn de regels voor consumentenkredietovereenkomsten (artikelen 7:57 e.v. BW) van toepassing, tenzij sprake is van een uitzondering als bedoeld in artikel 7:58 lid 2 BW. Het Hof van Justitie heeft geoordeeld dat overeenkomsten als de onderhavige in beginsel onder de uitzondering van artikel 7:58 lid 2 sub e BW (kredietovereenkomsten met slechts onbetekenende kosten) vallen. Dit is alleen anders als die bijkomende kosten (zoals rente en buitengerechtelijke kosten) deel uitmaken van het verdienmodel van de kredietverstrekker, hetgeen hier niet is gebleken. Daarom is toetsing van de overeenkomst aan de regels betreffende consumentenkredietovereenkomsten niet aan de orde.



Ambtshalve toetsing van de algemene voorwaarden





3.4.
De kantonrechter is ook gehouden om ambtshalve onderzoek te doen naar (mogelijk) oneerlijke bedingen in de toepasselijke algemene voorwaarden.



3.5.

Op de overeenkomst(en) zijn de ‘Algemene en aanvullende voorwaarden van Zalando’
van toepassing. Het daarin opgenomen incassobeding is door de kantonrechter getoetst en niet oneerlijk bevonden.

Conclusie en proceskosten





3.6.
De vordering wordt toegewezen, omdat deze de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt.



3.7.

[gedaagde] wordt in het ongelijk gesteld en zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld.





4De beslissing


De kantonrechter:



4.1.
veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan Alektum van € 255,28, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 197,59 vanaf 9 april 2026 tot aan de dag van de gehele betaling;


4.2.

veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van Alektum tot en met vandaag vaststelt op:
dagvaarding € 127,08;
griffierecht € 139,00;
salaris gemachtigde € 82,00;




4.3.
verklaart de veroordeling(en) in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;


4.4.

wijst de vordering voor het overige af.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.P.E. Oomens en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.



De griffier De kantonrechter





Zie, onder meer, het arrest van de Hoge Raad van 12 november 2021,ECLI:NL:HR:2021:1677.


HvJ EU 17 oktober 2024, zaak C- 409/23, ECLI:EU:C:2024:895 (Riverty).


HvJ EU 27 januari 2021, C‑229/19 en C‑289/19, ECLI:NL:EU:C:68 (Dexia).