Rechtbank Noord-Holland
ECLI:NL:RBNHO:2026:7777
2026-06-28
Civiel recht; Personen- en familierecht
C/15/379542 / JU RK 26-990
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Voorlopige ondertoezichtstelling en een spoedmachtiging tot uithuisplaatsing
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (7.998 tekens)
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Haarlem
Zaaknummer: C/15/379542 / JU RK 26-990
Datum uitspraak: 28 juni 2026
Beschikking van de kinderrechter over een voorlopige ondertoezichtstelling en een spoedmachtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
de Raad voor de Kinderbescherming,
hierna te noemen: de Raad,
gevestigd te Haarlem,
over
[de minderjarige]
, geboren op [geboortedatum] in [plaats] ,
hierna te noemen: [de minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder]
,
hierna te noemen: de moeder,
briefadres te [plaats] .
de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering,
hierna te noemen: de GI,
gevestigd te Amsterdam.
1Het verloop van de procedure
De kinderrechter neemt mee in de beoordeling:
het mondelinge verzoek van de Raad op 28 juni 2026;
de schriftelijke bevestiging van het verzoek van de Raad met bijlagen, ontvangen op 29 juni 2026.
2De feiten
2.1.
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige] .
2.2.
[de minderjarige] verblijft met moeder in een moeder-kind-huis (MKH).
3Het verzoek
De Raad verzoekt [de minderjarige] voorlopig onder toezicht te stellen voor de duur van drie maanden. Ook verzoekt de Raad een machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg te verlenen voor de duur van drie maanden en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. De Raad verzoekt hierop te beslissen zonder de belanghebbenden te horen.
4De beoordeling
4.1.
De kinderrechter heeft de volgende informatie ontvangen. [de minderjarige] en zijn moeder verblijven sinds de geboorte van [de minderjarige] in een MKH te [plaats] . De moeder staat volgens de Raad in de Basisregistratie Personen ingeschreven in [plaats] , maar er zou een melding zijn gedaan dat zij dakloos is en drugs gebruikt. De moeder heeft een belast verleden en heeft zelf gedurende haar minderjarigheid onder toezicht gestaan van de GI, ook in het kader van jeugdreclassering. Nadat afgelopen vrijdag bodemeisen zijn gesteld aan de moeder om de veiligheid van de baby en medewerkers en medebewoners van het MKH te garanderen, is het de moeder niet gelukt zich daaraan te houden. De moeder neemt adviezen niet over, laat niet of nauwelijks toezicht op de baby toe, zij voedt de baby onregelmatig en te weinig (zeer risicovol met dit warme weer), rookt in het bijzijn van de baby en zij scheldt en is agressief naar medewerkers van het MKH. Er is geen mogelijkheid om de baby in het netwerk te plaatsen. De relatie met de vader wordt gekenmerkt door ruzies, geweldsincidenten, spanningen en verbale agressie. Aanstaande maandag 29 juni 2026 is een afspraak voor een intake van de moeder bij een ander MKH, maar daar kan zij nu in ieder geval nog niet terecht en onzeker is of de intake tot een plaatsing zal leiden. Voor de baby is voor de komende week een crisispleeggezin gevonden.
4.2.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een voorlopige ondertoezichtstelling is voldaan. Er is een ernstig vermoeden dat de ontwikkeling van [de minderjarige] acuut en ernstig wordt bedreigd. De voorlopige ondertoezichtstelling is noodzakelijk om die bedreiging weg te nemen.
4.3.
Daarnaast is de kinderrechter van oordeel dat het noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding dat [de minderjarige] uit huis wordt geplaatst.
4.4.
De kinderrechter is ook van oordeel dat een zitting niet kan worden afgewacht zonder onmiddellijk en ernstig gevaar voor [de minderjarige] . Daarom stelt de kinderrechter [de minderjarige] voorlopig onder toezicht voor de duur van drie maanden. Ook machtigt de kinderrechter de GI om [de minderjarige] uit huis te plaatsen voor de duur van vier weken.
4.5.
De beslissing wordt van rechtswege aangetekend in het gezagsregister.
4.6.
De kinderrechter verklaart de beslissing om de machtiging tot uithuisplaatsing af te geven uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
4.7.
De Raad en de belanghebbenden worden in de gelegenheid gesteld hun mening te geven. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
5De beslissing
De kinderrechter:
5.1.
stelt [de minderjarige], geboren op [geboortedatum] in [plaats] , voorlopig onder toezicht van de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering met ingang van 28 juni 2026 tot 28 september 2026;
5.2.
verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige], geboren op [geboortedatum] in [plaats] , in een voorziening voor pleegzorg met ingang van 28 juni 2026 tot 26 juli 2026;
5.3.
verklaart de beslissing onder 5.2. uitvoerbaar bij voorraad;
5.4.
houdt de behandeling van het verzoek voor het overige aan;
5.5.
roept de Raad, de GI en de moeder op voor de zitting van mr. J. Lintjer op [datum] in het gerechtsgebouw van deze rechtbank, De Appelaar aan Simon de Vrieshof 1 in Haarlem;
5.6.
bepaalt dat deze beschikking geldt als oproep voor de zitting.
Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 28 juni 2026 door mr. W.P. van der Haak, kinderrechter, en op schrift gesteld en ondertekend door mr. A.K. Mireku, kinderrechter op 29 juni 2026 in aanwezigheid van M.P. van Driel als griffier.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking over de machtiging tot uithuisplaatsing is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Amsterdam. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking over de voorlopige ondertoezichtstelling staat geen hoger beroep open.
Artikel 1:257 BW.
Artikel 1:265b, eerste lid, Burgerlijk Wetboek (BW).
Artikel 2 Besluit gezagsregisters.
Artikel 807 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv).
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Haarlem
Zaaknummer: C/15/379542 / JU RK 26-990
Datum uitspraak: 28 juni 2026
Beschikking van de kinderrechter over een voorlopige ondertoezichtstelling en een spoedmachtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
de Raad voor de Kinderbescherming,
hierna te noemen: de Raad,
gevestigd te Haarlem,
over
[de minderjarige]
, geboren op [geboortedatum] in [plaats] ,
hierna te noemen: [de minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder]
,
hierna te noemen: de moeder,
briefadres te [plaats] .
de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering,
hierna te noemen: de GI,
gevestigd te Amsterdam.
1Het verloop van de procedure
De kinderrechter neemt mee in de beoordeling:
het mondelinge verzoek van de Raad op 28 juni 2026;
de schriftelijke bevestiging van het verzoek van de Raad met bijlagen, ontvangen op 29 juni 2026.
2De feiten
2.1.
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige] .
2.2.
[de minderjarige] verblijft met moeder in een moeder-kind-huis (MKH).
3Het verzoek
De Raad verzoekt [de minderjarige] voorlopig onder toezicht te stellen voor de duur van drie maanden. Ook verzoekt de Raad een machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg te verlenen voor de duur van drie maanden en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. De Raad verzoekt hierop te beslissen zonder de belanghebbenden te horen.
4De beoordeling
4.1.
De kinderrechter heeft de volgende informatie ontvangen. [de minderjarige] en zijn moeder verblijven sinds de geboorte van [de minderjarige] in een MKH te [plaats] . De moeder staat volgens de Raad in de Basisregistratie Personen ingeschreven in [plaats] , maar er zou een melding zijn gedaan dat zij dakloos is en drugs gebruikt. De moeder heeft een belast verleden en heeft zelf gedurende haar minderjarigheid onder toezicht gestaan van de GI, ook in het kader van jeugdreclassering. Nadat afgelopen vrijdag bodemeisen zijn gesteld aan de moeder om de veiligheid van de baby en medewerkers en medebewoners van het MKH te garanderen, is het de moeder niet gelukt zich daaraan te houden. De moeder neemt adviezen niet over, laat niet of nauwelijks toezicht op de baby toe, zij voedt de baby onregelmatig en te weinig (zeer risicovol met dit warme weer), rookt in het bijzijn van de baby en zij scheldt en is agressief naar medewerkers van het MKH. Er is geen mogelijkheid om de baby in het netwerk te plaatsen. De relatie met de vader wordt gekenmerkt door ruzies, geweldsincidenten, spanningen en verbale agressie. Aanstaande maandag 29 juni 2026 is een afspraak voor een intake van de moeder bij een ander MKH, maar daar kan zij nu in ieder geval nog niet terecht en onzeker is of de intake tot een plaatsing zal leiden. Voor de baby is voor de komende week een crisispleeggezin gevonden.
4.2.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een voorlopige ondertoezichtstelling is voldaan. Er is een ernstig vermoeden dat de ontwikkeling van [de minderjarige] acuut en ernstig wordt bedreigd. De voorlopige ondertoezichtstelling is noodzakelijk om die bedreiging weg te nemen.
4.3.
Daarnaast is de kinderrechter van oordeel dat het noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding dat [de minderjarige] uit huis wordt geplaatst.
4.4.
De kinderrechter is ook van oordeel dat een zitting niet kan worden afgewacht zonder onmiddellijk en ernstig gevaar voor [de minderjarige] . Daarom stelt de kinderrechter [de minderjarige] voorlopig onder toezicht voor de duur van drie maanden. Ook machtigt de kinderrechter de GI om [de minderjarige] uit huis te plaatsen voor de duur van vier weken.
4.5.
De beslissing wordt van rechtswege aangetekend in het gezagsregister.
4.6.
De kinderrechter verklaart de beslissing om de machtiging tot uithuisplaatsing af te geven uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
4.7.
De Raad en de belanghebbenden worden in de gelegenheid gesteld hun mening te geven. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
5De beslissing
De kinderrechter:
5.1.
stelt [de minderjarige], geboren op [geboortedatum] in [plaats] , voorlopig onder toezicht van de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering met ingang van 28 juni 2026 tot 28 september 2026;
5.2.
verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige], geboren op [geboortedatum] in [plaats] , in een voorziening voor pleegzorg met ingang van 28 juni 2026 tot 26 juli 2026;
5.3.
verklaart de beslissing onder 5.2. uitvoerbaar bij voorraad;
5.4.
houdt de behandeling van het verzoek voor het overige aan;
5.5.
roept de Raad, de GI en de moeder op voor de zitting van mr. J. Lintjer op [datum] in het gerechtsgebouw van deze rechtbank, De Appelaar aan Simon de Vrieshof 1 in Haarlem;
5.6.
bepaalt dat deze beschikking geldt als oproep voor de zitting.
Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 28 juni 2026 door mr. W.P. van der Haak, kinderrechter, en op schrift gesteld en ondertekend door mr. A.K. Mireku, kinderrechter op 29 juni 2026 in aanwezigheid van M.P. van Driel als griffier.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking over de machtiging tot uithuisplaatsing is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Amsterdam. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking over de voorlopige ondertoezichtstelling staat geen hoger beroep open.
Artikel 1:257 BW.
Artikel 1:265b, eerste lid, Burgerlijk Wetboek (BW).
Artikel 2 Besluit gezagsregisters.
Artikel 807 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv).