Rechtbank Noord-Holland
ECLI:NL:RBNHO:2026:6806
2026-04-29
Civiel recht; Verbintenissenrecht
11989646
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Luchtvaart; bevoegdheidsincident; overstapluchthaven
Citeert (2)
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (5.518 tekens)
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 11989646 \ CV EXPL 25-7989
Uitspraakdatum: 29 april 2026
Vonnis van de kantonrechter in het incident in de zaak van:
de vennootschap naar het recht harer vestiging
AirHelp Germany GmbH
eiseres in de hoofdzaak en verweerster in het incident
gevestigd te Berlijn (Duitsland)
hierna te noemen: AirHelp
gemachtigde: mr. D.E. Lof (Lof Legal Services)
tegen
de buitenlandse vennootschap
Delta Air Lines Inc.
gevestigd te Atlanta (Verenigde Staten)
gedaagde in de hoofdzaak en eiseres in het incident
hierna te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. M. Lustenhouwer (AKD)
1Het procesverloop
1.1.
Het procesverloop blijkt uit:- de dagvaarding;- de incidentele conclusie tot voeging.1.2. Ten slotte is vonnis in incident bepaald.
2De feiten
2.1.
[betrokkene] (hierna: de passagier) heeft een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan de vervoerder hem op 12 juni 2025 moest vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport naar Detroit Metropolitan Wayne County Airport (Verenigde Staten), met vlucht DL135 (hierna: de vlucht).
2.2.
De vervoerder heeft de vlucht vertraagd uitgevoerd. De passagier is met een vertraging van meer dan drie uur aangekomen op de eindbestemming.
2.3.
De passagier heeft zijn vermeende vorderingsrecht gecedeerd aan AirHelp.
2.4.
AirHelp heeft daarom compensatie van de vervoerder gevorderd.
2.5.
De vervoerder heeft niet uitbetaald.
3De vordering in het incident
3.1.
De vervoerder heeft de kantonrechter verzocht zich onbevoegd te verklaren, met veroordeling van AirHelp in de kosten van het incident.
3.2.
De vervoerder legt aan zijn vordering het volgende ten grondslag. AirHelp stelt dat de passagier vertrok vanaf Amsterdam. De passagier had echter een ticket voor rechtstreeks aansluitende vluchten van Otopeni (Roemenië) via Amsterdam naar Detroit (Verenigde Staten). Dit betekent dat de Nederlandse rechter geen rechtsmacht toekomt, aldus de vervoerder.
4De beoordeling
4.1.
De kantonrechter stelt voorop dat de rechtsmacht van de Nederlandse rechter in dit geval moet worden beoordeeld aan de hand van het Nederlandse procesrecht. Hieruit volgt dat de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft als de gedaagde zijn woonplaats of gewone verblijfplaats in Nederland heeft. De vervoerder is gevestigd in de Verenigde Staten. Dit betekent dat de kantonrechter zijn bevoegdheid niet kan ontlenen aan de woonplaats van de vervoerder.
4.2.
De Nederlandse rechter heeft eveneens rechtsmacht als de verbintenis die aan de eis ten grondslag ligt, in Nederland is uitgevoerd. De plaats van uitvoering van diensten is in Nederland gelegen als deze volgens de overeenkomst in Nederland verstrekt werden. Het Hof heeft geoordeeld dat diensten van luchtvervoer worden verstrekt op zowel de plaats van vertrek als de plaats van aankomst van het vliegtuig. Als onbetwist is komen vast te staan dat de passagier is vertrokken vanuit Otopeni (Roemenië). De plaats van aankomst was Detroit (Verenigde Staten). Daarom kan Amsterdam-Schiphol Airport niet als plaats van uitvoering van de overeenkomt worden aangemerkt. Dit was immers slechts een overstapluchthaven.
4.3.
Evenmin is gebleken van andere aanknopingspunten op grond waarvan de Nederlandse rechter bevoegd is om van de vordering kennis te nemen. Daarom komt de Nederlandse rechter geen rechtsmacht toe en zal de kantonrechter zich onbevoegd verklaren.
4.4.
AirHelp zal in het ongelijk worden gesteld. Daarom zal zij worden veroordeeld in de kosten van de procedure.
5De beslissing
De kantonrechter
in het incident
5.1.
veroordeelt AirHelp in de kosten van het incident, aan de zijde van de vervoerder vastgesteld op € 144,00 aan salaris gemachtigde;
5.2.
verklaart dit vonnis – voor wat de proceskostenveroordeling betreft – uitvoerbaar bij voorraad;in de hoofdzaak5.3. verklaart zich onbevoegd om van de vordering kennis te nemen;5.4. veroordeelt AirHelp in de kosten van de hoofdzaak, die aan de zijde van de vervoerder worden vastgesteld op nihil.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter
Artikel 6 van de Verordening (EU) Nr. 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (herschikking).
Artikel 2 Rv jo. artikel 1:10 lid 2 BW.
Artikel 6 aanhef en onder a Rv.
Artikel 6a aanhef en sub b Rv.
HvJEU 9 juli 2009, C-204/08, ECLI:EU:C:2009:439 (Rehder).
Zie ook HvJEU 3 februari 2022, C-20/21, ECLI:EU:C:2022:71.
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 11989646 \ CV EXPL 25-7989
Uitspraakdatum: 29 april 2026
Vonnis van de kantonrechter in het incident in de zaak van:
de vennootschap naar het recht harer vestiging
AirHelp Germany GmbH
eiseres in de hoofdzaak en verweerster in het incident
gevestigd te Berlijn (Duitsland)
hierna te noemen: AirHelp
gemachtigde: mr. D.E. Lof (Lof Legal Services)
tegen
de buitenlandse vennootschap
Delta Air Lines Inc.
gevestigd te Atlanta (Verenigde Staten)
gedaagde in de hoofdzaak en eiseres in het incident
hierna te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. M. Lustenhouwer (AKD)
1Het procesverloop
1.1.
Het procesverloop blijkt uit:- de dagvaarding;- de incidentele conclusie tot voeging.1.2. Ten slotte is vonnis in incident bepaald.
2De feiten
2.1.
[betrokkene] (hierna: de passagier) heeft een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan de vervoerder hem op 12 juni 2025 moest vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport naar Detroit Metropolitan Wayne County Airport (Verenigde Staten), met vlucht DL135 (hierna: de vlucht).
2.2.
De vervoerder heeft de vlucht vertraagd uitgevoerd. De passagier is met een vertraging van meer dan drie uur aangekomen op de eindbestemming.
2.3.
De passagier heeft zijn vermeende vorderingsrecht gecedeerd aan AirHelp.
2.4.
AirHelp heeft daarom compensatie van de vervoerder gevorderd.
2.5.
De vervoerder heeft niet uitbetaald.
3De vordering in het incident
3.1.
De vervoerder heeft de kantonrechter verzocht zich onbevoegd te verklaren, met veroordeling van AirHelp in de kosten van het incident.
3.2.
De vervoerder legt aan zijn vordering het volgende ten grondslag. AirHelp stelt dat de passagier vertrok vanaf Amsterdam. De passagier had echter een ticket voor rechtstreeks aansluitende vluchten van Otopeni (Roemenië) via Amsterdam naar Detroit (Verenigde Staten). Dit betekent dat de Nederlandse rechter geen rechtsmacht toekomt, aldus de vervoerder.
4De beoordeling
4.1.
De kantonrechter stelt voorop dat de rechtsmacht van de Nederlandse rechter in dit geval moet worden beoordeeld aan de hand van het Nederlandse procesrecht. Hieruit volgt dat de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft als de gedaagde zijn woonplaats of gewone verblijfplaats in Nederland heeft. De vervoerder is gevestigd in de Verenigde Staten. Dit betekent dat de kantonrechter zijn bevoegdheid niet kan ontlenen aan de woonplaats van de vervoerder.
4.2.
De Nederlandse rechter heeft eveneens rechtsmacht als de verbintenis die aan de eis ten grondslag ligt, in Nederland is uitgevoerd. De plaats van uitvoering van diensten is in Nederland gelegen als deze volgens de overeenkomst in Nederland verstrekt werden. Het Hof heeft geoordeeld dat diensten van luchtvervoer worden verstrekt op zowel de plaats van vertrek als de plaats van aankomst van het vliegtuig. Als onbetwist is komen vast te staan dat de passagier is vertrokken vanuit Otopeni (Roemenië). De plaats van aankomst was Detroit (Verenigde Staten). Daarom kan Amsterdam-Schiphol Airport niet als plaats van uitvoering van de overeenkomt worden aangemerkt. Dit was immers slechts een overstapluchthaven.
4.3.
Evenmin is gebleken van andere aanknopingspunten op grond waarvan de Nederlandse rechter bevoegd is om van de vordering kennis te nemen. Daarom komt de Nederlandse rechter geen rechtsmacht toe en zal de kantonrechter zich onbevoegd verklaren.
4.4.
AirHelp zal in het ongelijk worden gesteld. Daarom zal zij worden veroordeeld in de kosten van de procedure.
5De beslissing
De kantonrechter
in het incident
5.1.
veroordeelt AirHelp in de kosten van het incident, aan de zijde van de vervoerder vastgesteld op € 144,00 aan salaris gemachtigde;
5.2.
verklaart dit vonnis – voor wat de proceskostenveroordeling betreft – uitvoerbaar bij voorraad;in de hoofdzaak5.3. verklaart zich onbevoegd om van de vordering kennis te nemen;5.4. veroordeelt AirHelp in de kosten van de hoofdzaak, die aan de zijde van de vervoerder worden vastgesteld op nihil.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter
Artikel 6 van de Verordening (EU) Nr. 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (herschikking).
Artikel 2 Rv jo. artikel 1:10 lid 2 BW.
Artikel 6 aanhef en onder a Rv.
Artikel 6a aanhef en sub b Rv.
HvJEU 9 juli 2009, C-204/08, ECLI:EU:C:2009:439 (Rehder).
Zie ook HvJEU 3 februari 2022, C-20/21, ECLI:EU:C:2022:71.