Rechtbank Noord-Holland
ECLI:NL:RBNHO:2026:6699
2026-04-09
Civiel recht; Verbintenissenrecht
K/4102/11841487
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
In deze zaak vordert een ondernemer schadevergoeding van een garagebedrijf. Volgens de ondernemer heeft het garagebedrijf een fout gemaakt bij werkzaamheden aan een bedrijfs¬bus. De kantonrechter oordeelt dat het garagebedrijf de schade moet vergoe¬den, maar alleen de schade die het gevolg is van de fout. Verder wordt geoordeeld dat het garagebedrijf de schadevergoeding mag verrekenen met een deel van de factuur voor werkzaamheden.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (16.499 tekens)
RECHTBANK
NOORD-HOLLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Zaanstad
Zaaknummer: 11841487 \ CV EXPL 25-2383
Vonnis van 9 april 2026
in de zaak van
[eiseres]
,
te [woonplaats] ,
eiseres,
hierna te noemen: [eiseres] ,
gemachtigde: mr. E.W.M. Aalsma,
tegen
de besloten vennootschap Garage Dunnebier B.V.,
te Assendelft,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Dunnebier,
gemachtigde: mr. N.N. Danho (SRM Rechtsbijstand).
De zaak in het kort
In deze zaak vordert een ondernemer schadevergoeding van een garagebedrijf. Volgens de ondernemer heeft het garagebedrijf een fout gemaakt bij werkzaamheden aan een bedrijfsbus. De kantonrechter oordeelt dat het garagebedrijf de schade moet vergoeden, maar alleen de schade die het gevolg is van de fout. Verder wordt geoordeeld dat het garagebedrijf de schadevergoeding mag verrekenen met een deel van de factuur voor werkzaamheden.
1De procedure
1.1.
[eiseres] heeft Dunnebier 13 augustus 2025 gedagvaard. Dunnebier heeft 16 oktober 2025 schriftelijk geantwoord en een tegenvordering ingediend.
1.2.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 17 maart 2026, waar partijen zijn verschenen met hun gemachtigden. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen naar voren hebben gebracht.
2De feiten
2.1.
[eiseres] exploiteert een hondenuitlaatservice en hondenopvang. Voor het vervoeren van de honden gebruikt zij twee bussen.
2.2.
Eind april 2024 heeft Dunnebier bij één van die bussen (een Ford Transit) een onderhoudsbeurt en APK uitgevoerd.
2.3.
Nadat [eiseres] op 26 april 2024 de bus bij Dunnebier had opgehaald, is op 2 mei 2024 de motor van de bus stuk gegaan.
2.4.
[eiseres] heeft Dekra Claims en Expertise B.V. (hierna: Dekra) opdracht gegeven om de bus te onderzoeken. Dekra heeft in het rapport van 15 mei 2024 vastgesteld dat Dunnebier bij eerdergenoemde werkzaamheden een fout heeft gemaakt.
2.5.
De gemachtigde van [eiseres] heeft het rapport van Dekra toegestuurd aan Dunnebier en Dunnebier aansprakelijk gesteld voor de schade van [eiseres] .
2.6.
Dunnebier heeft op 3 juli 2024 een factuur gestuurd aan [eiseres] ter hoogte van € 3.822,14 voor de werkzaamheden aan de bus. [eiseres] heeft een bedrag van € 1.800,00 betaald.
3De vordering, het verweer en de tegenvordering
3.1.
[eiseres] vordert dat Dunnebier wordt veroordeeld tot betaling van de schade van € 6.664,96 (inclusief btw), kosten en rente. [eiseres] legt hieraan ten grondslag – samengevat – dat Dunnebier bij het uitvoeren van haar werkzaamheden een fout heeft gemaakt, waardoor schade is ontstaan. Die schade bestaat onder meer uit kosten voor het inbouwen van hondenkennels in een leenbus en de aanschaf van nieuwe kennels. Verder vordert [eiseres] betaling van de kosten van het rapport van Dekra en advocaatkosten.
3.2.
Dunnebier vindt dat de vordering van [eiseres] moet worden afgewezen. Zij voert aan dat [eiseres] de schade had kunnen beperken door de hondenkennels uit haar bus in de leenbus te monteren. Verder stelt Dunnebier dat een deel van de door [eiseres] genoemde schade niet voor vergoeding in aanmerking komt, omdat die schade niet het gevolg is van de fout van Dunnebier. Ook meent Dunnebier dat een deel van de schade niet vergoed hoeft te worden, omdat Dunnebier eerst de gelegenheid had moet krijgen om de gestelde problemen te verhelpen.
3.3.
Dunnebier heeft [eiseres] tegenvordering dat [eiseres] wordt veroordeeld tot betaling van € 2.022,14, vermeerderd met rente en kosten. Dunnebier stelt dat [eiseres] nog een deel van de factuur voor de werkzaamheden aan de bus moet betalen. [eiseres] vindt dat de tegenvordering moet worden afgewezen.
4De beoordeling van de vordering
waar gaat het om in deze zaak?
4.1.
De kantonrechter moet in deze zaak beoordelen of Dunnebier moet worden veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding van € 6.664,96.
de vordering wordt afgewezen
4.2.
De kantonrechter zal de vordering afwijzen. [eiseres] heeft wel recht op schadevergoeding, maar Dunnebier hoeft dat bedrag niet aan [eiseres] te betalen. De kantonrechter is namelijk van oordeel dat Dunnebier terecht een beroep doet op verrekening met het bedrag van de openstaande factuur voor de werkzaamheden aan de bus. Dit oordeel wordt hierna uitgelegd.
er is recht op schadevergoeding
4.3.
Partijen zijn het erover eens dat een monteur van Dunnebier bij het vervangen van de distributiesnaar een fout heeft gemaakt. Er is namelijk een bout te strak aangedraaid, waardoor die bout tijdens het rijden is afgebroken en er schade aan de motor is ontstaan.
4.4.
Dunnebier heeft een fout gemaakt en moet daarom de schade van [eiseres] vergoeden. Dat betekent niet dat Dunnebier verantwoordelijk is voor alle problemen van de bus. Dunnebier is alleen aansprakelijk voor schade die het gevolg is van deze (of een andere) fout van Dunnebier. De motorschade aan de bus is [eiseres] door Dunnebier hersteld, namelijk door de motor te vervangen. De overige schadeposten worden hierna besproken.
schade Dekra en inbouwen hondenkennels
4.5.
Dunnebier heeft erkend dat zij de kosten van Dekra en het inbouwen van de hondenkennels moet betalen. Deze schade, te weten bedragen van € 762,30 en € 290,40, moet Dunnebier dus in ieder geval vergoeden aan [eiseres] .
schade nieuwe hondenkennels
4.6.
De koopprijs van de nieuwe hondenkennels hoeft Dunnebier maar gedeeltelijk te vergoeden. [eiseres] heeft nieuwe hondenkennels gekocht, omdat ze de oude kennels had ingebouwd in de leenbus. In principe zijn de kosten dus het gevolg van de fout van Dunnebier.
4.7.
Maar Dunnebier heeft wel terecht aangevoerd dat [eiseres] er ook voor had kunnen kiezen om de kennels uit haar eigen bus los te maken en te gebruiken voor de leenbus. Tijdens de zitting heeft [eiseres] hierover gezegd dat de leenbus een iets groter model was dan haar eigen bus, zodat de kennels uit haar eigen bus niet precies pasten in de leenbus (er zou een ‘gat’ ontstaan). Toch vindt de kantonrechter dat [eiseres] dit wel had moeten proberen, in plaats van het kopen van nieuwe kennels. [eiseres] is namelijk verplicht om haar schade te beperken.
4.8.
[eiseres] de kennels uit haar eigen bus zou hebben losgemaakt en zou hebben ingebouwd in de leenbus, en extra maatregelen had moeten nemen om het ‘gat’ dicht te maken, zou dat ook geld hebben gekost. Die kosten had Dunnebier wel moeten vergoeden aan [eiseres] . De kantonrechter ziet daarin aanleiding om de helft van de kosten van de nieuwe kennels toe te wijzen, dus een bedrag van € 365,00.
kosten dynamo
4.9.
De kosten van het vervangen van de dynamo hoeft Dunnebier niet te betalen. Dunnebier heeft namelijk uitgelegd dat een dynamo een slijtageonderdeel is en dat de oude dynamo bij het vervangen van de motor in juni 2024 is teruggeplaatst in de bus. Het is volgens Dunnebier dus niet vreemd dat die oude dynamo een keer vervangen moest worden.
4.10.
Daarom lag het op de weg van [eiseres] om aan te tonen dat het aan Dunnebier te wijten is dat de dynamo stuk is gegaan. [eiseres] heeft hierover alleen gezegd dat dit misschien iets te maken het met het vervangen van de motor door Dunnebier in juni 2024. Vast staat dus dat het probleem met de dynamo niet het gevolg is van de fout in maart 2024. Dat Dunnebier in juni 2024 bij het vervangen van de motor en het terugplaatsen van de dynamo nogmaals een fout heeft gemaakt, heeft [eiseres] niet toegelicht of onderbouwd. [eiseres] heeft dus niet aangetoond dat de problemen met de dynamo zijn veroorzaakt door een fout van Dunnebier.
kosten aandrijfas en motorsteun
4.11.
De kosten van het vastzetten van de aandrijfas en de motorsteun kan [eiseres] om dezelfde redenen niet in rekening brengen bij Dunnebier. [eiseres] heeft onvoldoende concreet uitgelegd dat Dunnebier bij het vervangen van de motor een fout heeft gemaakt. [eiseres] zegt dat de motor in februari 2025 nog maar met één bout vast zat, maar zij heeft dat niet onderbouwd.
kosten vervangen koppeling
4.12.
[eiseres] heeft geen onderbouwing gegeven van haar standpunt dat de koppeling niet goed werkt. Ook over de vraag wat er precies mis is met de koppeling (en of het dus noodzakelijk is om de hele koppeling nog een keer te vervangen) heeft [eiseres] niets gezegd. Dat blijkt ook niet uit de offerte van Vakgarage B&W. Het lag wel op de weg van [eiseres] om dit te onderbouwen, omdat zij stelt dat Dunnebier aansprakelijk is voor de kosten van het (nogmaals) vervangen van de koppeling. Omdat [eiseres] dit onvoldoende heeft toegelicht en onderbouwd, hoeft Dunnebier deze kosten niet te vergoeden.
schade die vergoed moet worden
4.13.
Het voorgaande betekent dat Dunnebier aan schade moet vergoeden een bedrag van € 1.417,70 (€ 762,30 + € 290,40 + € 365,00).
buitengerechtelijke kosten
4.14.
[eiseres] heeft voldoende toegelicht dat haar gemachtigde buitengerechtelijke werkzaamheden heeft verricht. De kosten daarvan moeten door worden vergoed, [eiseres] deze kosten in redelijkheid zijn gemaakt en de omvang daarvan eveneens redelijk is. Dunnebier vindt het niet redelijk dat de kosten zijn gemaakt, omdat het volgens Dunnebier niet nodig was om een gemachtigde in te schakelen. Op dat punt krijgt Dunnebier geen gelijk. Het stond [eiseres] vrij om haar gemachtigde in te schakelen. Wel is de kantonrechter van oordeel dat de hoogte van de gevorderde vergoeding (€ 1.960,20) onredelijk is. De vordering van [eiseres] is namelijk veel hoger dan het wettelijke tarief. Dunnebier is daarom (alleen) het wettelijke tarief van € 212,66 verschuldigd aan [eiseres] .
4.15.
[eiseres] vordert naast vergoeding van de facturen van haar gemachtigde, nogmaals vergoeding van haar buitengerechtelijke kosten (tot een bedrag van € 1.500,00). Dat wordt afgewezen, want Dunnebier hoeft daarvoor niet twee keer een vergoeding te betalen.
de vordering wordt afgewezen vanwege het beroep op verrekening
4.16.
De conclusie van het voorgaande is dat Dunnebier een schadebedrag van € 1.630,36 moet vergoeden aan [eiseres] (€ 1.417,70 + € 212,66). Dit bedrag is inclusief btw.
4.17.
Toch moet de vordering van [eiseres] worden afgewezen. De kantonrechter gaat ervan uit dat partijen over en weer een beroep doen op verrekening. Het beroep van Dunnebier op verrekening van het schadebedrag met eerdergenoemde factuur voor de werkzaamheden die nog openstaat, is terecht. De vordering die [eiseres] heeft op Dunnebier tot vergoeding van de schade van € 1.630,36 is dus teniet gegaan door het beroep op verrekening. De kantonrechter verwijst daarbij mede naar wat hierna wordt overwogen over de tegenvordering.
proceskosten
4.18.
Omdat partijen over en weer in het ongelijk zijn gesteld, zal de kantonrechter bepalen dat partijen hun eigen proceskosten moeten dragen.
5De beoordeling van de tegenvordering
5.1.
Bij de tegenvordering gaat het om de vraag of [eiseres] moet worden veroordeeld tot betaling van € 2.022,14.
5.2.
Dunnebier heeft voor de onderhoudsbeurt en de APK, en voor het vervangen van de distributiesnaar, vier banden en een koppeling, een factuur gestuurd aan [eiseres] hoogte van € 3.822,14 inclusief btw. Daarvan heeft [eiseres] € 1.800,- betaald, zodat € 2.022,14 overblijft.
5.3.
[eiseres] heeft de inhoud van de factuur niet weersproken. Zij moet dit bedrag dus in principe betalen aan Dunnebier.
5.4.
Het door Dunnebier gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten komt overeen met het wettelijke tarief van € 303,32 en is [eiseres] dus ook verschuldigd aan Dunnebier. Het totaal is daarom € 2.325,46.
5.5.
[eiseres] heeft een beroep gedaan op verrekening van haar schade. De schade van [eiseres] bedraagt € 1.630,36 (zie 4.19 van dit vonnis). Er blijft dan € 695,10 (inclusief btw) over.
5.6.
[eiseres] heeft aangevoerd dat zij dit bedrag niet hoeft betalen. Zij beroept zich op gewijzigde omstandigheden en de redelijkheid en billijkheid. Dit verweer van [eiseres] slaagt niet. [eiseres] kan niet worden gevolgd in haar stelling dat zij in feite haar eigen schade moet betalen. Dunnebier moet de schade vergoeden die het gevolg is van haar fout en die voldoende is onderbouwd. [eiseres] moet op haar beurt de factuur betalen voor de werkzaamheden die Dunnebier heeft verricht. Dat [eiseres] na verrekening van die twee vorderingen nog een bedrag van € 695,10 verschuldigd is, is niet onredelijk en rechtvaardigt geen ontbinding of wijziging van de overeenkomst.
5.7.
De tegenvordering van Dunnebier bedraagt na verrekening € 695,10. Die vordering zal worden toegewezen. Dunnebier moet daarover de wettelijke handelsrente betalen. Die rente is niet verschuldigd vanaf de vervaldatum van de factuur, omdat Dunnebier en [eiseres] geen uiterlijke betaaldatum hebben afgesproken. Daarom wijst de kantonrechter de wettelijke handelsrente toe vanaf de dag van de dagvaarding (13 augustus 2025).
5.8.
Ook hier geldt dat partijen over en weer in het ongelijk zijn gesteld en de kantonrechter zal daarom bepalen dat partijen hun eigen proceskosten moeten dragen.
6De beslissing
De kantonrechter
ten aanzien van de vordering van [eiseres]
6.1.
wijst de vordering af;
6.2.
bepaalt dat iedere partij de eigen kosten draagt;
ten aanzien van de tegenvordering van Dunnebier
6.3.
veroordeelt [eiseres] om aan Dunnebier te betalen een bedrag van € 695,10, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente vanaf 13 augustus 2025 tot de dag van volledige betaling;
6.4.
verklaart dit vonnis wat betreft de veroordeling in 6.3 uitvoerbaar bij voorraad;
6.5.
bepaalt dat iedere partij de eigen kosten draagt;
6.6.
wijst af het anders of meer gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. H. Bruin en in het openbaar uitgesproken op 9 april 2026.
Artikel 6:74 lid 1 BW.
Artikel 6:101 BW.
Artikel 6:96 lid 2 sub c BW.
Vgl. het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten.
Artikel 6:127 lid 1 BW.
Artikel 6:258 en 6:248 lid 2 BW.
Artikel 6:119a lid 1 BW.
Uitvoerbaar bij voorraad betekent dat het vonnis meteen moet worden uitgevoerd, ook als er hoger beroep wordt ingesteld.
NOORD-HOLLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Zaanstad
Zaaknummer: 11841487 \ CV EXPL 25-2383
Vonnis van 9 april 2026
in de zaak van
[eiseres]
,
te [woonplaats] ,
eiseres,
hierna te noemen: [eiseres] ,
gemachtigde: mr. E.W.M. Aalsma,
tegen
de besloten vennootschap Garage Dunnebier B.V.,
te Assendelft,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Dunnebier,
gemachtigde: mr. N.N. Danho (SRM Rechtsbijstand).
De zaak in het kort
In deze zaak vordert een ondernemer schadevergoeding van een garagebedrijf. Volgens de ondernemer heeft het garagebedrijf een fout gemaakt bij werkzaamheden aan een bedrijfsbus. De kantonrechter oordeelt dat het garagebedrijf de schade moet vergoeden, maar alleen de schade die het gevolg is van de fout. Verder wordt geoordeeld dat het garagebedrijf de schadevergoeding mag verrekenen met een deel van de factuur voor werkzaamheden.
1De procedure
1.1.
[eiseres] heeft Dunnebier 13 augustus 2025 gedagvaard. Dunnebier heeft 16 oktober 2025 schriftelijk geantwoord en een tegenvordering ingediend.
1.2.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 17 maart 2026, waar partijen zijn verschenen met hun gemachtigden. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen naar voren hebben gebracht.
2De feiten
2.1.
[eiseres] exploiteert een hondenuitlaatservice en hondenopvang. Voor het vervoeren van de honden gebruikt zij twee bussen.
2.2.
Eind april 2024 heeft Dunnebier bij één van die bussen (een Ford Transit) een onderhoudsbeurt en APK uitgevoerd.
2.3.
Nadat [eiseres] op 26 april 2024 de bus bij Dunnebier had opgehaald, is op 2 mei 2024 de motor van de bus stuk gegaan.
2.4.
[eiseres] heeft Dekra Claims en Expertise B.V. (hierna: Dekra) opdracht gegeven om de bus te onderzoeken. Dekra heeft in het rapport van 15 mei 2024 vastgesteld dat Dunnebier bij eerdergenoemde werkzaamheden een fout heeft gemaakt.
2.5.
De gemachtigde van [eiseres] heeft het rapport van Dekra toegestuurd aan Dunnebier en Dunnebier aansprakelijk gesteld voor de schade van [eiseres] .
2.6.
Dunnebier heeft op 3 juli 2024 een factuur gestuurd aan [eiseres] ter hoogte van € 3.822,14 voor de werkzaamheden aan de bus. [eiseres] heeft een bedrag van € 1.800,00 betaald.
3De vordering, het verweer en de tegenvordering
3.1.
[eiseres] vordert dat Dunnebier wordt veroordeeld tot betaling van de schade van € 6.664,96 (inclusief btw), kosten en rente. [eiseres] legt hieraan ten grondslag – samengevat – dat Dunnebier bij het uitvoeren van haar werkzaamheden een fout heeft gemaakt, waardoor schade is ontstaan. Die schade bestaat onder meer uit kosten voor het inbouwen van hondenkennels in een leenbus en de aanschaf van nieuwe kennels. Verder vordert [eiseres] betaling van de kosten van het rapport van Dekra en advocaatkosten.
3.2.
Dunnebier vindt dat de vordering van [eiseres] moet worden afgewezen. Zij voert aan dat [eiseres] de schade had kunnen beperken door de hondenkennels uit haar bus in de leenbus te monteren. Verder stelt Dunnebier dat een deel van de door [eiseres] genoemde schade niet voor vergoeding in aanmerking komt, omdat die schade niet het gevolg is van de fout van Dunnebier. Ook meent Dunnebier dat een deel van de schade niet vergoed hoeft te worden, omdat Dunnebier eerst de gelegenheid had moet krijgen om de gestelde problemen te verhelpen.
3.3.
Dunnebier heeft [eiseres] tegenvordering dat [eiseres] wordt veroordeeld tot betaling van € 2.022,14, vermeerderd met rente en kosten. Dunnebier stelt dat [eiseres] nog een deel van de factuur voor de werkzaamheden aan de bus moet betalen. [eiseres] vindt dat de tegenvordering moet worden afgewezen.
4De beoordeling van de vordering
waar gaat het om in deze zaak?
4.1.
De kantonrechter moet in deze zaak beoordelen of Dunnebier moet worden veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding van € 6.664,96.
de vordering wordt afgewezen
4.2.
De kantonrechter zal de vordering afwijzen. [eiseres] heeft wel recht op schadevergoeding, maar Dunnebier hoeft dat bedrag niet aan [eiseres] te betalen. De kantonrechter is namelijk van oordeel dat Dunnebier terecht een beroep doet op verrekening met het bedrag van de openstaande factuur voor de werkzaamheden aan de bus. Dit oordeel wordt hierna uitgelegd.
er is recht op schadevergoeding
4.3.
Partijen zijn het erover eens dat een monteur van Dunnebier bij het vervangen van de distributiesnaar een fout heeft gemaakt. Er is namelijk een bout te strak aangedraaid, waardoor die bout tijdens het rijden is afgebroken en er schade aan de motor is ontstaan.
4.4.
Dunnebier heeft een fout gemaakt en moet daarom de schade van [eiseres] vergoeden. Dat betekent niet dat Dunnebier verantwoordelijk is voor alle problemen van de bus. Dunnebier is alleen aansprakelijk voor schade die het gevolg is van deze (of een andere) fout van Dunnebier. De motorschade aan de bus is [eiseres] door Dunnebier hersteld, namelijk door de motor te vervangen. De overige schadeposten worden hierna besproken.
schade Dekra en inbouwen hondenkennels
4.5.
Dunnebier heeft erkend dat zij de kosten van Dekra en het inbouwen van de hondenkennels moet betalen. Deze schade, te weten bedragen van € 762,30 en € 290,40, moet Dunnebier dus in ieder geval vergoeden aan [eiseres] .
schade nieuwe hondenkennels
4.6.
De koopprijs van de nieuwe hondenkennels hoeft Dunnebier maar gedeeltelijk te vergoeden. [eiseres] heeft nieuwe hondenkennels gekocht, omdat ze de oude kennels had ingebouwd in de leenbus. In principe zijn de kosten dus het gevolg van de fout van Dunnebier.
4.7.
Maar Dunnebier heeft wel terecht aangevoerd dat [eiseres] er ook voor had kunnen kiezen om de kennels uit haar eigen bus los te maken en te gebruiken voor de leenbus. Tijdens de zitting heeft [eiseres] hierover gezegd dat de leenbus een iets groter model was dan haar eigen bus, zodat de kennels uit haar eigen bus niet precies pasten in de leenbus (er zou een ‘gat’ ontstaan). Toch vindt de kantonrechter dat [eiseres] dit wel had moeten proberen, in plaats van het kopen van nieuwe kennels. [eiseres] is namelijk verplicht om haar schade te beperken.
4.8.
[eiseres] de kennels uit haar eigen bus zou hebben losgemaakt en zou hebben ingebouwd in de leenbus, en extra maatregelen had moeten nemen om het ‘gat’ dicht te maken, zou dat ook geld hebben gekost. Die kosten had Dunnebier wel moeten vergoeden aan [eiseres] . De kantonrechter ziet daarin aanleiding om de helft van de kosten van de nieuwe kennels toe te wijzen, dus een bedrag van € 365,00.
kosten dynamo
4.9.
De kosten van het vervangen van de dynamo hoeft Dunnebier niet te betalen. Dunnebier heeft namelijk uitgelegd dat een dynamo een slijtageonderdeel is en dat de oude dynamo bij het vervangen van de motor in juni 2024 is teruggeplaatst in de bus. Het is volgens Dunnebier dus niet vreemd dat die oude dynamo een keer vervangen moest worden.
4.10.
Daarom lag het op de weg van [eiseres] om aan te tonen dat het aan Dunnebier te wijten is dat de dynamo stuk is gegaan. [eiseres] heeft hierover alleen gezegd dat dit misschien iets te maken het met het vervangen van de motor door Dunnebier in juni 2024. Vast staat dus dat het probleem met de dynamo niet het gevolg is van de fout in maart 2024. Dat Dunnebier in juni 2024 bij het vervangen van de motor en het terugplaatsen van de dynamo nogmaals een fout heeft gemaakt, heeft [eiseres] niet toegelicht of onderbouwd. [eiseres] heeft dus niet aangetoond dat de problemen met de dynamo zijn veroorzaakt door een fout van Dunnebier.
kosten aandrijfas en motorsteun
4.11.
De kosten van het vastzetten van de aandrijfas en de motorsteun kan [eiseres] om dezelfde redenen niet in rekening brengen bij Dunnebier. [eiseres] heeft onvoldoende concreet uitgelegd dat Dunnebier bij het vervangen van de motor een fout heeft gemaakt. [eiseres] zegt dat de motor in februari 2025 nog maar met één bout vast zat, maar zij heeft dat niet onderbouwd.
kosten vervangen koppeling
4.12.
[eiseres] heeft geen onderbouwing gegeven van haar standpunt dat de koppeling niet goed werkt. Ook over de vraag wat er precies mis is met de koppeling (en of het dus noodzakelijk is om de hele koppeling nog een keer te vervangen) heeft [eiseres] niets gezegd. Dat blijkt ook niet uit de offerte van Vakgarage B&W. Het lag wel op de weg van [eiseres] om dit te onderbouwen, omdat zij stelt dat Dunnebier aansprakelijk is voor de kosten van het (nogmaals) vervangen van de koppeling. Omdat [eiseres] dit onvoldoende heeft toegelicht en onderbouwd, hoeft Dunnebier deze kosten niet te vergoeden.
schade die vergoed moet worden
4.13.
Het voorgaande betekent dat Dunnebier aan schade moet vergoeden een bedrag van € 1.417,70 (€ 762,30 + € 290,40 + € 365,00).
buitengerechtelijke kosten
4.14.
[eiseres] heeft voldoende toegelicht dat haar gemachtigde buitengerechtelijke werkzaamheden heeft verricht. De kosten daarvan moeten door worden vergoed, [eiseres] deze kosten in redelijkheid zijn gemaakt en de omvang daarvan eveneens redelijk is. Dunnebier vindt het niet redelijk dat de kosten zijn gemaakt, omdat het volgens Dunnebier niet nodig was om een gemachtigde in te schakelen. Op dat punt krijgt Dunnebier geen gelijk. Het stond [eiseres] vrij om haar gemachtigde in te schakelen. Wel is de kantonrechter van oordeel dat de hoogte van de gevorderde vergoeding (€ 1.960,20) onredelijk is. De vordering van [eiseres] is namelijk veel hoger dan het wettelijke tarief. Dunnebier is daarom (alleen) het wettelijke tarief van € 212,66 verschuldigd aan [eiseres] .
4.15.
[eiseres] vordert naast vergoeding van de facturen van haar gemachtigde, nogmaals vergoeding van haar buitengerechtelijke kosten (tot een bedrag van € 1.500,00). Dat wordt afgewezen, want Dunnebier hoeft daarvoor niet twee keer een vergoeding te betalen.
de vordering wordt afgewezen vanwege het beroep op verrekening
4.16.
De conclusie van het voorgaande is dat Dunnebier een schadebedrag van € 1.630,36 moet vergoeden aan [eiseres] (€ 1.417,70 + € 212,66). Dit bedrag is inclusief btw.
4.17.
Toch moet de vordering van [eiseres] worden afgewezen. De kantonrechter gaat ervan uit dat partijen over en weer een beroep doen op verrekening. Het beroep van Dunnebier op verrekening van het schadebedrag met eerdergenoemde factuur voor de werkzaamheden die nog openstaat, is terecht. De vordering die [eiseres] heeft op Dunnebier tot vergoeding van de schade van € 1.630,36 is dus teniet gegaan door het beroep op verrekening. De kantonrechter verwijst daarbij mede naar wat hierna wordt overwogen over de tegenvordering.
proceskosten
4.18.
Omdat partijen over en weer in het ongelijk zijn gesteld, zal de kantonrechter bepalen dat partijen hun eigen proceskosten moeten dragen.
5De beoordeling van de tegenvordering
5.1.
Bij de tegenvordering gaat het om de vraag of [eiseres] moet worden veroordeeld tot betaling van € 2.022,14.
5.2.
Dunnebier heeft voor de onderhoudsbeurt en de APK, en voor het vervangen van de distributiesnaar, vier banden en een koppeling, een factuur gestuurd aan [eiseres] hoogte van € 3.822,14 inclusief btw. Daarvan heeft [eiseres] € 1.800,- betaald, zodat € 2.022,14 overblijft.
5.3.
[eiseres] heeft de inhoud van de factuur niet weersproken. Zij moet dit bedrag dus in principe betalen aan Dunnebier.
5.4.
Het door Dunnebier gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten komt overeen met het wettelijke tarief van € 303,32 en is [eiseres] dus ook verschuldigd aan Dunnebier. Het totaal is daarom € 2.325,46.
5.5.
[eiseres] heeft een beroep gedaan op verrekening van haar schade. De schade van [eiseres] bedraagt € 1.630,36 (zie 4.19 van dit vonnis). Er blijft dan € 695,10 (inclusief btw) over.
5.6.
[eiseres] heeft aangevoerd dat zij dit bedrag niet hoeft betalen. Zij beroept zich op gewijzigde omstandigheden en de redelijkheid en billijkheid. Dit verweer van [eiseres] slaagt niet. [eiseres] kan niet worden gevolgd in haar stelling dat zij in feite haar eigen schade moet betalen. Dunnebier moet de schade vergoeden die het gevolg is van haar fout en die voldoende is onderbouwd. [eiseres] moet op haar beurt de factuur betalen voor de werkzaamheden die Dunnebier heeft verricht. Dat [eiseres] na verrekening van die twee vorderingen nog een bedrag van € 695,10 verschuldigd is, is niet onredelijk en rechtvaardigt geen ontbinding of wijziging van de overeenkomst.
5.7.
De tegenvordering van Dunnebier bedraagt na verrekening € 695,10. Die vordering zal worden toegewezen. Dunnebier moet daarover de wettelijke handelsrente betalen. Die rente is niet verschuldigd vanaf de vervaldatum van de factuur, omdat Dunnebier en [eiseres] geen uiterlijke betaaldatum hebben afgesproken. Daarom wijst de kantonrechter de wettelijke handelsrente toe vanaf de dag van de dagvaarding (13 augustus 2025).
5.8.
Ook hier geldt dat partijen over en weer in het ongelijk zijn gesteld en de kantonrechter zal daarom bepalen dat partijen hun eigen proceskosten moeten dragen.
6De beslissing
De kantonrechter
ten aanzien van de vordering van [eiseres]
6.1.
wijst de vordering af;
6.2.
bepaalt dat iedere partij de eigen kosten draagt;
ten aanzien van de tegenvordering van Dunnebier
6.3.
veroordeelt [eiseres] om aan Dunnebier te betalen een bedrag van € 695,10, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente vanaf 13 augustus 2025 tot de dag van volledige betaling;
6.4.
verklaart dit vonnis wat betreft de veroordeling in 6.3 uitvoerbaar bij voorraad;
6.5.
bepaalt dat iedere partij de eigen kosten draagt;
6.6.
wijst af het anders of meer gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. H. Bruin en in het openbaar uitgesproken op 9 april 2026.
Artikel 6:74 lid 1 BW.
Artikel 6:101 BW.
Artikel 6:96 lid 2 sub c BW.
Vgl. het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten.
Artikel 6:127 lid 1 BW.
Artikel 6:258 en 6:248 lid 2 BW.
Artikel 6:119a lid 1 BW.
Uitvoerbaar bij voorraad betekent dat het vonnis meteen moet worden uitgevoerd, ook als er hoger beroep wordt ingesteld.