Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Noord-Holland

ECLI:NL:RBNHO:2026:6595

2026-01-28 Civiel recht; Verbintenissenrecht C/15/360155 / HA ZA 24-706
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Uitspraakdatum
2026-01-28
Publicatiedatum
2026-06-04
Rechtsgebied
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure
Bodemzaak
Zaaknummer
C/15/360155 / HA ZA 24-706
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | AR-Updates.nl 2026-0937 | VAAN-AR-Updates.nl 2026-0937

Inhoudsindicatie

Aansprakelijkheid. Vordering tot schadevergoeding. Geen onrechtmatig handelen, afwijzing vordering. Veroordeling tot opheffing van het conservatoir beslag.

Citeert (2)

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (28.176 tekens)
RECHTBANK Noord-Holland


Civiel recht



Zittingsplaats Haarlem



Zaaknummer: C/15/360155 / HA ZA 24-706




Vonnis van 28 januari 2026




in de zaak van




CULIMER EUROPE B.V.,
te Rotterdam,
eisende partij in conventie,
verwerende partij in reconventie,
hierna te noemen: Culimer Europe,
advocaat: mr. M.M. van Leeuwen,



tegen





[gedaagde]
,
te [plaats],
gedaagde partij in conventie,
eisende partij in reconventie,
hierna te noemen: [gedaagde],
advocaat: mr. A. Ester.






1De procedure


1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 25 juni 2025
- de mondelinge behandeling van 16 oktober 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.



1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.





2De feitelijke achtergrond


2.1.

[gedaagde] is in 2006 in dienst getreden bij Culimer B.V. Na het faillissement van Culimer B.V. is [gedaagde] in 2018 in dienst getreden bij Culimer Europe. Culimer Europe houdt zich, net als Culimer B.V. voorheen, bezig met de handel in zeevruchten.



2.2.

[gedaagde], oorspronkelijk afkomstig uit China, is tijdens haar dienstverband belast met het beheer van de Chinese tak van de Culimer groep, Beijing Culimer Seafood Im- Exporting Co. Ltd., hierna Culimer China.



2.3.
In 2020 heeft Culimer Europe vernomen dat [gedaagde] zich samen met haar vader via de vennootschap Ocean Doyen toen al meer dan zes jaar op dezelfde markt begaf als Culimer China. [gedaagde] heeft zich op 6 mei 2020 ziekgemeld en rond diezelfde tijd is zij door Culimer Europe op non-actief gesteld. Op 7 juli 2020 is [gedaagde] op staande voet ontslagen. Bij beschikking van 30 april 2021 van de kantonrechter te Rotterdam is dit ontslag rechtsgeldig geoordeeld. Deze beschikking is onherroepelijk geworden.



2.4.
Het hof Den Haag heeft op 9 juli 2024 geoordeeld dat [gedaagde] tekort is geschoten in de nakoming van haar verplichtingen uit de arbeidsovereenkomsten met Culimer B.V. en Culimer Europe, onder meer omdat zij zich niet als een goed werkneemster heeft gedragen door als manager van Ocean Doyen commercieel actief te zijn op hetzelfde werkterrein als haar werkgeefster en dit te verzwijgen voor haar werkgeefster. Het hof heeft [gedaagde] veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding aan Culimer Europe van USD 145.635,00 wegens misgelopen orders king crab. Een schadevergoeding wegens misgelopen winst op de handel in garnalen is afgewezen, omdat volgens het hof niet kan worden aangenomen dat een condicio sine qua non-verband aanwezig is tussen de tekortkoming van [gedaagde] en het verlies van een kans dat Culimer China ten aanzien van de garnalen dezelfde transacties als Ocean Doyen had kunnen realiseren.



2.5.
De Hoge Raad heeft het arrest van het hof op 19 september 2025 vernietigd, maar alleen wat betreft de afwijzing van de schadevergoeding wegens misgelopen winst op de handel in garnalen. Het incidenteel cassatieberoep van [gedaagde] is verworpen.



2.6.
Deze procedure is een uitvloeisel van een vordering die Ocean Doyen in China heeft ingesteld tegen Culimer China. Volgens Ocean Doyen heeft zij op 30 maart 2020 voor USD 94.836,50 een partij garnalen gekocht van Culimer China, maar is de container met garnalen niet aan haar vrijgegeven vanuit de haven, omdat Culimer China heeft nagelaten om de benodigde ladingspapieren af te geven. [betrokkene 1], jarenlang de leidinggevende van [gedaagde], bericht daarover op 27 mei 2020 aan Ocean Doyen als volgt:


“(…) My name is [betrokkene 1], owner of Culimer group.




We have a shipment for you in transit, that was caught in some internal issues. We are currently investigating business transactions done by our China office, which may cause some delay for your shipment. Mrs [gedaagde] is suspended pending investigations.





Please accept our apology for that, and rest assured nobody is running away with your shipment or money.





During our investigations we have frozen all activities, as we have found some discrepancies that need clarifying. (…)”




2.7.
Tussen 1 juni 2020 en 4 juni 2020 heeft een mailwisseling plaatsgevonden tussen ‘[betrokkene 2]’ van Ocean Doyen en [betrokkene 1].



[betrokkene 2]:



“(…) 1. During last week we have no idea on MP271 docs , Nobody give us answer about release BL and send us original docs. you are wasting of time deliberately;



2. [betrokkene 3] and Culimer company with no sincerity to help us solve problems. never consider us loss and troubles;



3. Untill now we have no any information about our docs and solution how to deal with [bedrijf] issue, so we Oceandoyen already hand-over our laywer to deal [bedrijf] matter. (…)”



[betrokkene 1]:



“(…) I believe I can explain to your boss the nature of the case that we are investigating and he will agree to be patient.




If you insist to hire lawyers, you need to report your case to Rotterdam court as per contract.”




[betrokkene 2]:



“(…) Our boss Mr Wang is waiting your call or face meeting but untill now, no your any information or answer.




We just want to now what is purpose. your Culimer Vet office detain our docs? please let me know and we can deal [bedrijf] issue clearly !





We can not contact you directly just Email. meanwhile we can not find Alice either. please tell me what should we do except prosecute Culimer BJ.





Just let us know your purpose !





waiting your answer asap. (…)”




[betrokkene 1]:



“(…) I am waiting for your answer to my question :




What is official position of mr Wang in your company ? (…)”




[betrokkene 2]:



“(…) Please answer my question :




Why you detain our Oceandoyen docs? tell me your purpose ? (…)”




[betrokkene 1]:



“Please let me talk to your management, I think that logical.




For now I note I do not get any answers on simple questions.”




2.8.
De Chinese advocaat van [gedaagde] heeft vervolgens ten behoeve van Ocean Doyen een dagvaarding opgesteld. De dagvaarding is oorspronkelijk gedateerd op 30 juni 2020. Dit is met pen veranderd naar 16 juli 2020. De dagvaarding vermeldt 26 augustus 2020 als zittingsdatum.



2.9.
Culimer China is niet verschenen in de Chinese procedure. Culimer China is vervolgens bij vonnis van 24 september 2020 veroordeeld tot terugbetaling van de koopprijs en tot betaling van de door Ocean Doyen gemaakte inklaringskosten.



2.10.
Ocean Doyen is overgegaan tot tenuitvoerlegging van dat vonnis. Ocean Doyen heeft zich verhaald op een auto die op naam van Culimer China stond en beslag gelegd op een bankrekening. Dit leverde onvoldoende op om volledig aan de in het vonnis neergelegde betalingsverplichting te voldoen.



2.11.
Aan [betrokkene 1] is in verband met de uitspraak een ‘consumption restriction’ opgelegd. Deze ‘consumption restriction’ houdt in dat hij in China bepaalde uitgaven, zoals het boeken van duurdere hotels of hogesnelheidstrein- of vliegtuigtickets, niet kan doen, althans alleen met eigen vermogen en met voorafgaande toestemming van de rechter.



2.12.
Na het verkrijgen van verlof van de voorzieningenrechter heeft Culimer Europe, tot zekerheid van de in deze procedure ingestelde vordering, op 14 oktober 2024 conservatoir beslag laten leggen op de aan [gedaagde] toebehorende helft in de onverdeelde eigendom van de woning te [plaats].





3Het geschil



in conventie




3.1.
Culimer Europe vordert dat de rechtbank bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, (i) voor recht verklaart dat [gedaagde] aansprakelijk is jegens Culimer UAL (de rechtbank begrijpt: Culimer Europe) voor alle gevolgen van het beschreven handelen en gehouden is om Culimer Europe in alle opzichten schadeloos te stellen, en (ii) [gedaagde] veroordeelt aan Culimer Europe te betalen de schade die deze als gevolg van haar handelen heeft geleden, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, met veroordeling van [gedaagde] in de kosten van deze procedure.



3.2.
Culimer Europe legt aan de vordering het volgende ten grondslag. [gedaagde] heeft – via Ocean Doyen – in China een procedure gestart tegen haar eigen werkgeefster. In het licht van de ontdekking dat [gedaagde] Ocean Doyen feitelijk bestuurde, moet dit handelen als onrechtmatig worden gekwalificeerd. [gedaagde] heeft een verstekvonnis verkregen, zonder dat Culimer Europe zich daar op dat moment van bewust was. Met het verkrijgen van dat verstekvonnis heeft [gedaagde] beoogd om het [betrokkene 1] onmogelijk te maken om handel te drijven in China. Daarin is zij geslaagd, nu aan [betrokkene 1] een ‘consumption restriction’ en mogelijk ook een ‘exit restriction’ is opgelegd. [betrokkene 1] kan daarom niet meer naar China afreizen, omdat hij dan het risico loopt dat hij het land niet meer mag verlaten. [betrokkene 1] heeft daardoor geen orde op zaken kunnen stellen bij Culimer China, waardoor Culimer Europe schade heeft geleden.



3.3.

[gedaagde] voert verweer. [gedaagde] concludeert tot afwijzing van de vorderingen van Culimer Europe, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van Culimer Europe in de kosten van deze procedure.



3.4.

[gedaagde] voert het volgende aan. Ocean Doyen had het volste recht on nakoming van een met Culimer China gesloten overeenkomst te vorderen. Niet valt in te zien waarom het nemen van rechtsmaatregelen onrechtmatig is. Bovendien is geen sprake van een causaal verband tussen het gestelde onrechtmatig handelen en de gestelde schade, omdat de Chinese uitspraak er nooit zou zijn gekomen als de container met garnalen was vrijgegeven aan Ocean Doyen. Ook stond de keuze open om te voldoen aan de uitgesproken veroordeling, waarna Culimer China de partij garnalen zelf had teruggekregen en had kunnen doorverkopen. Deze feiten laten zich ook kwalificeren als eigen schuld. Betwist wordt verder dat schade is geleden. Aan [betrokkene 1] is alleen een ‘consumption restriction’ en geen ‘exit restriction’ opgelegd. Het stond hem en alle andere werknemers van Culimer China vrij om met Culimer China verder zaken te doen in China. [betrokkene 1] heeft de keuze gemaakt om dat niet te doen, waarschijnlijk omdat de handelsrelatie met Ocean Doyen, waarvan beide partijen profijt hadden, inmiddels tot een einde was gekomen. De formulering van de gevorderde verklaring van recht is bovendien gebrekkig. Zonder verdere uitleg wordt gevraagd voor recht te verklaren dat [gedaagde] aansprakelijk is jegens “Culimer UAL”. De verklaring voor recht ziet verder op “alle gevolgen van het beschreven handelen”. Deze formulering is voor een verklaring voor recht onvoldoende concreet.



3.5.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.



in reconventie





3.6.

[gedaagde] vordert – samengevat en onder de voorwaarde dat de vorderingen van Culimer Europe worden afgewezen – dat de rechtbank Culimer Europe bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, veroordeelt tot opheffing van het beslag op de aan [gedaagde] toebehorende helft in de onverdeelde eigendom van haar woning te [plaats], op straffe van een dwangsom, met veroordeling van Culimer Europe in de kosten van deze procedure.



3.7.

[gedaagde] legt aan de vordering het volgende ten grondslag. Als de vorderingen van Culimer Europe worden afgewezen, ontbeert de beslaglegging een verdere grondslag en heeft [gedaagde] recht op en belang bij een veroordeling van Culimer Europe tot opheffing van het op de woning van [gedaagde] gelegde beslag.



3.8.
Culimer Europe voert verweer. Culimer Europe concludeert tot afwijzing van de vordering van [gedaagde].



3.9.
Culimer Europe voert het volgende aan. Of een beslag moet worden opgeheven als er nog geen definitieve uitspraak is gedaan over de vordering tot zekerheid waarvan het beslag strekt, is een kwestie van belangenafweging. [gedaagde] stelt niets over haar belang bij opheffing van het beslag. Culimer Europe heeft er daarentegen belang bij dat zij zekerheid heeft voor de betaling van haar vordering als deze door enige rechter geheel of gedeeltelijk wordt toegewezen. Er wordt daarom ook bezwaar gemaakt tegen het uitvoerbaar bij voorraad verklaren van een eventuele veroordeling tot opheffing van het beslag. Een dwangsom is hoe dan ook overbodig, omdat de rechter zelf in staat is om een beslag op te heffen.



3.10.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.





4De beoordeling



in conventie





Bevoegdheid van de Nederlandse rechter




4.1.
De zaak heeft een internationaal karakter, zodat moet worden beoordeeld of de Nederlandse rechter bevoegd is om van het geschil kennis te nemen. In burgerlijke en handelszaken, zoals deze zaak, is de Nederlandse rechter bevoegd als de gedaagde woonplaats in Nederland heeft. Omdat [gedaagde] woonplaats in Nederland heeft, is de Nederlandse rechter dus bevoegd om van het geschil kennis te nemen.



Toepasselijk recht





4.2.
Partijen verschillen van mening over het toepasselijk recht. Culimer Europe stelt dat [gedaagde] onrechtmatig tegenover haar heeft gehandeld en dat zij daardoor schade heeft geleden. Het recht dat van toepassing is op een onrechtmatige daad is het recht van het land waar de schade zich voordoet. Volgens [gedaagde] is de gestelde schade in China geleden, zodat Chinees recht op de zaak van toepassing is. Culimer Europe betoogt dat Nederlands recht van toepassing is, omdat de schade zich voordoet in Nederland, waar Culimer Europe is gevestigd.



4.3.
Ter onderbouwing van haar betoog heeft Culimer Europe gesteld dat de marges die Culimer China realiseerde toekwamen aan Culimer Europe, doordat [betrokkene 3] (de Vietnamese leverancier) deze niet aan Culimer China uitkeerde, maar apart hield en verrekende met bestellingen die Culimer Europe bij [betrokkene 3] deed voor de handel in Europa. [gedaagde] heeft deze stelling betwist, maar niet onderbouwd waarom de beschreven gang van zaken niet zou kloppen. Dit kon wel van haar worden verwacht, omdat zij jarenlang verantwoordelijk was voor het beheer van Culimer China. [gedaagde] heeft bovendien zelf aangevoerd dat als Ocean Doyen garnalen bestelde bij Culimer China, [betrokkene 1] bepaalde welke prijs er voor de garnalen moest worden gerekend en Ocean Doyen de koopprijs vervolgens aan [betrokkene 3] moest betalen. Deze werkwijze is niet in tegenspraak met de stelling van Culimer Europe, maar juist eerder in lijn daarmee. Gelet op het voorgaande is de betwisting van [gedaagde] onvoldoende onderbouwd, zodat de door Culimer Europe beschreven gang van zaken vaststaat. De gestelde schade doet zich dus voor in Nederland, zodat Nederlands recht op de zaak van toepassing is.



Geen onrechtmatige daad





4.4.
Vooropgesteld moet worden dat het verwijt dat in deze zaak ten grondslag ligt aan de vorderingen van Culimer Europe eruit bestaat dat [gedaagde] namens Ocean Doyen in China een procedure is begonnen tegen haar eigen werkgeefster. Het gaat in deze zaak niet om het verwijt dat [gedaagde] met Ocean Doyen heeft geconcurreerd met haar eigen werkgeefster. Dat verwijt staat centraal in een andere procedure (zie r.o. 2.4 en 2.5), hoewel deze zaak volgens Culimer Europe wel binnen die context moet worden beschouwd. Tijdens de mondelinge behandeling uitdrukkelijk daarnaar gevraagd heeft Culimer Europe bevestigd dat [gedaagde] niet wordt verweten dat zij ervoor heeft gezorgd dat de informatievoorziening richting Culimer China omtrent de Chinese procedure gebrekkig was. De vraag die dus moet worden beantwoord is of [gedaagde] naar Nederlands recht onrechtmatig heeft gehandeld door namens Ocean Doyen in China een procedure te beginnen tegen Culimer China.



4.5.
Van een onrechtmatige daad is onder meer sprake als iemand handelt in strijd met een wettelijke plicht of met hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt. Volgens Culimer Europe heeft [gedaagde] zowel in strijd met een wettelijke plicht als met hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt gehandeld.



4.6.
Van een handelen in strijd met een wettelijke plicht is in deze zaak geen sprake. Er bestaat geen wettelijke plicht op grond waarvan het [gedaagde] niet toegestaan zou zijn om namens Ocean Doyen in China een procedure te starten tegen Culimer China. Anders dan Culimer Europe betoogt, volgt dit ook niet uit de verplichting van een werknemer om zich als een goed werknemer te gedragen. Het is een werknemer in het algemeen toegestaan om een procedure te beginnen tegen de (voormalig) werkgever. Dat geldt dan ook voor een onderneming van een werkneemster, zoals in dit geval Ocean Doyen. [gedaagde] voerde overigens gedurende de Chinese procedure geen werkzaamheden meer uit voor Culimer Europe. Zij is op 7 juli 2020 op staande voet ontslagen en geruime tijd daarvoor al op non-actief gesteld. De Chinese dagvaarding is gedateerd op 30 juni 2020 dan wel 16 juli 2020 (zie r.o. 2.8).



4.7.
Van een handelen in strijd met hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijke verkeer betaamt is ook geen sprake, ook niet in het licht van de dubbelrol die [gedaagde] vervulde bij Culimer China en Ocean Doyen. Dat zou anders kunnen zijn als [gedaagde] namens Ocean Doyen bewust een ongegronde vordering heeft ingesteld. Culimer Europe heeft dat wel gesuggereerd, onder meer door te stellen dat de container met garnalen nooit meer boven water is gekomen en dat de container vermoedelijk bij Ocean Doyen is terechtgekomen. [gedaagde] heeft deze stelling echter betwist en Culimer Europe heeft nagelaten om de stelling te onderbouwen. De e-mail van [betrokkene 1] van 27 mei 2020 (zie r.o. 2.6) en de daaropvolgende mailwisseling tussen ‘[betrokkene 2]’ van Ocean Doyen en [betrokkene 1] (zie r.o. 2.7) wekken ook niet de indruk dat [gedaagde] namens Ocean Doyen bewust een ongegronde vordering heeft ingesteld. Die e-mails bevestigen dat [betrokkene 1], zoals Ocean Doyen in de Chinese procedure heeft gesteld, heeft geweigerd om de benodigde ladingspapieren af te geven, met als gevolg dat Ocean Doyen de lading waar zij al wel voor had betaald, niet in ontvangst heeft kunnen nemen.



4.8.

[gedaagde] heeft dus niet onrechtmatig gehandeld door in China namens Ocean Doyen een procedure te starten tegen Culimer China. De vorderingen van Culimer Europe worden daarom afgewezen.



Proceskosten





4.9.
Culimer Europe is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [gedaagde] worden begroot op:









- griffierecht


€


320,00







- salaris advocaat


€


1.228,00


(2 punten × € 614,00)




- nakosten


€


139,00


(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)




Totaal


€


1.687,00











in reconventie





Veroordeling tot opheffing van het beslag





4.10.
Omdat de vorderingen van Culimer Europe worden afgewezen, treedt de voorwaarde waaronder de eis in reconventie is ingesteld in vervulling. De vordering tot veroordeling van Culimer Europe tot opheffing van het conservatoir beslag op (het aandeel van [gedaagde] in) de woning te [plaats] moet dus worden behandeld.



4.11.
Een beslag kan door de rechter onder meer worden opgeheven als summierlijk blijkt van de ondeugdelijkheid van het door de beslaglegger ingeroepen recht. In dat geval kan de beslaglegger desgevorderd ook worden veroordeeld tot opheffing van het beslag. Gelet op de beoordeling van de vorderingen van Culimer Europe en de afwijzing daarvan, blijkt inderdaad summierlijk van de ondeugdelijkheid van het door Culimer Europe ingeroepen recht. Dat betekent echter niet noodzakelijkerwijs dat Culimer Europe moet worden veroordeeld tot opheffing van het beslag. Op grond van een belangenafweging kan alsnog worden geoordeeld dat het beslag in stand moet blijven.



4.12.
Beoordeeld moet dus worden of het belang van [gedaagde] bij opheffing van het beslag of het belang van Culimer Europe bij handhaving van het beslag zwaarder weegt. Bij deze afweging moet ten gunste van [gedaagde] worden meegewogen dat de vorderingen van Culimer Europe door de rechtbank worden afgewezen. Culimer Europe voert terecht aan dat [gedaagde] haar belang bij opheffing van het beslag niet heeft onderbouwd. Culimer Europe heeft haar belang bij handhaving van het beslag echter ook slechts in beperkte mate onderbouwd. Zij heeft daartoe slechts aangevoerd dat zij, zolang de afwijzing van haar vorderingen niet definitief is, belang heeft bij zekerheid voor de betaling van haar vordering en dat [gedaagde] eerder niet aan veroordelingen heeft voldaan, waarna Culimer Europe de door de rechter toegewezen bedragen slechts heeft kunnen incasseren door middel van executiemaatregelen. Bij die stand van zaken is doorslaggevend dat de vorderingen van Culimer Europe worden afgewezen en valt de belangenafweging daarom uit in het voordeel van [gedaagde]. Culimer Europe zal worden veroordeeld tot opheffing van het beslag. Op grond van dezelfde belangenafweging zal deze veroordeling ook uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard.







Dwangsom





4.13.
De rechtbank ziet aanleiding om, zoals gevorderd, aan de veroordeling tot opheffing van het beslag een dwangsom te verbinden. De gevorderde dwangsom zal worden beperkt en gemaximeerd zoals hierna in de beslissing is vermeld.



4.14.
Culimer Europe betoogt dat een dwangsom onnodig is omdat de rechtbank een beslag ook zelf kan opheffen. Dit betoog slaagt niet, omdat [gedaagde] geen opheffing van het beslag door de rechtbank, maar veroordeling van Culimer Europe tot opheffing van het beslag heeft gevorderd.



Proceskosten





4.15.
Culimer Europe is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [gedaagde] worden begroot op:









- salaris advocaat


€


614,00


(1 punt × € 614,00)




- nakosten


€


139,00


(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)




Totaal


€


753,00













5De beslissing


De rechtbank




in conventie




5.1.
wijst de vorderingen van Culimer Europe af,



5.2.
veroordeelt Culimer Europe in de proceskosten van € 1.687,00,



in reconventie





5.3.
veroordeelt Culimer Europe om binnen 48 uur na betekening van dit vonnis het door Culimer Europe op 14 oktober 2024 gelegde beslag op de aan [gedaagde] toebehorende helft in de onverdeelde eigendom van de onroerende zaak, gelegen aan het adres [adres] te [plaats], kadastrale aanduiding [kadaster nummer], op te heffen en [gedaagde] binnen 48 uur na die opheffing daarvan schriftelijk bewijs toe te zenden,



5.4.
veroordeelt Culimer Europe om aan [gedaagde] een dwangsom te betalen van € 250,00 voor iedere dag dat zij niet aan de hoofdveroordeling voldoet, tot een maximum van € 25.000,00 is bereikt,



5.5.
veroordeelt Culimer Europe in de proceskosten van € 753,00,



in conventie en in reconventie





5.6.
veroordeelt Culimer Europe, als dit vonnis wordt betekend, tot betaling van € 92,00 plus de kosten van betekening,



5.7.
verklaart dit vonnis wat betreft de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad,



5.8.
wijst het meer of anders gevorderde af.


Dit vonnis is gewezen door mr. W.S.J. Thijs, mr. M.P. de Valk en mr. A.J. Wolfs en in het openbaar uitgesproken op 28 januari 2026.




Hof Den Haag 9 juli 2024, ECLI:NL:GHDHA:2024:1116.


HR 19 september 2025, ECLI:NL:HR:2025:1320.


Artikel 1 lid 1 en 4 lid 1 van Verordening (EU) nr. 1215/2012 (Brussel I-bis).


Artikel 4 lid 1 van Verordening (EG) nr. 864/2007 (Rome II).


Artikel 6:162 lid 2 BW.


Artikel 7:611 BW.


Artikel 705 lid 2 Rv.