Rechtbank Noord-Holland
ECLI:NL:RBNHO:2026:5516
2026-05-11
Bestuursrecht; Belastingrecht
HAA 25/2529
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Belanghebbende is in bezwaar terecht kennelijk niet-ontvankelijk verklaard, omdat hij de rekening mrb niet heeft betaald. De rechtbank komt daarom niet toe aan de behandeling van de inhoudelijke gronden van belanghebbende over de toepassing van de overgangsregeling voor oldtimers.
Citeert (2)
- ECLI:NL:GHAMS:2018:2600 Gerechtshof Amsterdam 14-06-2018
- ECLI:NL:HR:2013:1797 Hoge Raad 20-12-2013
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (11.272 tekens)
Rechtbank noord-holland
Zittingsplaats Haarlem
Bestuursrecht
zaaknummer: HAA 25/2529
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 11 mei 2026 in de zaak tussen
[belanghebbende] , wonende te [woonplaats] , belanghebbende,
en
de inspecteur van de Belastingdienst, verweerder.
Procesverloop
Verweerder heeft aan belanghebbende een rekening motorrijtuigenbelasting (hierna: mrb) gestuurd met dagtekening 1 april 2025.
Verweerder heeft bij uitspraak op bezwaar het bezwaar (kennelijk) niet-ontvankelijk verklaard.
Belanghebbende heeft daartegen beroep ingesteld.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 30 maart 2026 te Haarlem. Belanghebbende is verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door [naam 1] en [naam 2] .
Overwegingen
Feiten
1. Belanghebbende is sinds 19 april 2023 houder van de auto met kenteken [#] . In de jaren 2023 en 2024 heeft hij voor deze auto gebruikgemaakt van de overgangsregeling voor oldtimers van artikel 84a van de Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994 (hierna: de overgangsregeling).
2. Verweerder heeft belanghebbende met dagtekening 25 november 2024 een rekening mrb ten bedrage van € 154 gestuurd voor het jaar 2025 en met een kenmerk eindigend op ‘M.5.70001’. Op de rekening is onder andere het volgende vermeld:
“Overgangsregeling oldtimers
Uw motorrijtuig is voor het eerst in gebruik genomen voor 1 januari 1988 en de
datum le ingebruikname is nog geen 40 jaar geleden. Daarom kunt u
gebruikmaken van de overgangsregeling als u en uw motorrijtuig aan de
voorwaarden voldoen. Voldoet u aan de voorwaarden? Dan betaalt u een kwart
van de mrb die u anders had moeten betalen. Voor deze regeling wordt per
kalenderjaar een maximumbedrag vastgesteld. Op belastingdienst.nl/mrb vindt u
dit bedrag. (…)
Betalen overgangsregeling
Het bedrag van de rekening moet u in 1 keer betalen. U kunt geen gebruik maken
van automatische incasso, als u gebruik wilt maken van de overgangsregeling.
U kiest voor deelname aan de regeling door de verschuldigde mrb tijdig en volledig
te betalen.
Wilt u geen gebruik maken van deze overgangsregeling of voldoet u/uw
motorrijtuig niet (meer) aan de voorwaarden? Betaal dan het hiervoor genoemde
bedrag voor de overgangsregeling niet.
Betaal deze rekening op tijd
In de bijgesloten 'Betaalinformatie' vindt u alle informatie over het betalen van
deze rekening.
U bent zelf verantwoordelijk voor het op tijd betalen. Een bank kan soms enkele
dagen nodig hebben om uw betalingsopdracht te verwerken. Als dag van betaling
geldt de dag waarop het bedrag op de rekening van de Belastingdienst staat.
Geen overgangsregeling
Betaalt u niet, niet volledig of niet op tijd? Dan komt u niet in aanmerking voor de
overgangsregeling. Wij sturen u dan een rekening voor het reguliere tarief mrb. Dit
bent u dan verschuldigd vanaf 1 januari van het kalenderjaar of vanaf de datum
tenaamstelling als u in de loop van het jaar houder bent geworden.”
3. Belanghebbende heeft die rekening niet binnen de gegeven termijn betaald (vóór 1 januari 2025).
4. Verweerder heeft belanghebbende met dagtekening 3 februari 2025 voor de periode 2 januari 2025 tot en met 1 april 2025 een rekening mrb gestuurd ten bedrage van € 166. Deze rekening, met een kenmerk eindigend op ‘M.5’, is door belanghebbende betaald op 8 februari 2025.
5. Verweerder heeft belanghebbende met dagtekening 1 april 2025 voor de periode 2 april 2025 tot en met 1 juli 2025 een rekening mrb gestuurd ten bedrage van € 166. Deze rekening, met een kenmerk eindigend op ‘M.5.2’, is door belanghebbende niet betaald.
6. Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen de rekening met het kenmerk dat eindigt op ‘M.5.2’.
Geschil
7. In geschil is of het bezwaar terecht niet-ontvankelijk is verklaard. Indien het bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk is verklaard, is in geschil of de overgangsregeling voor oldtimers terecht in het jaar 2025 niet is toegepast.
8. Belanghebbende concludeert tot gegrondverklaring van het beroep en stelt zich op het standpunt dat de overgangsregeling voor oldtimers in 2025 ten onrechte niet is toegepast. Belanghebbende betoogt dat hij de eerste rekening (in het najaar van 2024) nooit ontvangen heeft en dat verweerder hem ten onrechte niet herinnerd heeft aan het doen van de betaling. Belanghebbende stelt voorts dat hij voldoet aan alle inhoudelijke voorwaarden van de overgangsregeling en verzoekt om coulance vanwege zijn persoonlijke omstandigheden.
9. Verweerder concludeert tot ongegrondverklaring van het beroep en stelt zich op het standpunt dat belanghebbende in bezwaar terecht kennelijk niet-ontvankelijk is verklaard, omdat belanghebbende de rekening met dagtekening 1 april 2026 niet heeft betaald. Subsidiair stelt verweerder dat de rekeningen voor de eerste twee tijdvakken van 2025 terecht naar het reguliere tarief zijn berekend, omdat belanghebbende de rekening van 25 november 2024, die was berekend naar het bedrag voor de overgangsregeling voor oldtimers 2025, niet tijdig heeft voldaan.
Beoordeling van het geschil
Toetsingskader
10. Op grond van artikel 14 van de Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994 (hierna: de Wet) moet de mrb op aangifte worden voldaan.
11. Artikel 15 van de Wet bepaalt dat de mrb bij de aanvang van het belastingtijdvak betaald moet zijn.
12. Volgens artikel 22j, aanhef en onder b, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (hierna: Awr) vangt de bezwaartermijn aan met ingang van de dag na die van de voldoening op aangifte.
13. Op grond van artikel 26, tweede lid, van de Awr wordt de voldoening op aangifte van een belastingbedrag voor de mogelijkheid van bezwaar en beroep gelijk gesteld met een voor bezwaar vatbare beschikking.
14. Het Gerechtshof Amsterdam heeft in rechtsoverweging 5.1. van zijn uitspraak van 14 juni 2018 (ECLI:NL:GHAMS:2018:2600) het volgende geoordeeld:
“Belanghebbende heeft zich in hoger beroep primair op het standpunt gesteld dat de onder 1.1 genoemde ‘rekening’ (met dagtekening 22 januari 2016) vatbaar is voor bezwaar. Het Hof verwerpt deze stelling, in navolging van de rechtbank, nu zij geen steun vindt in het recht. De Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994, noch enig ander algemeen verbindend voorschrift voorziet in de toezending van een rekening door de inspecteur. Zo een dergelijke rekening al kan worden gekwalificeerd als publiekrechtelijke rechtshandeling als bedoeld in artikel 1:3 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), lijdt het naar ’s Hofs oordeel geen twijfel dat tegen een rekening niet ingevolge enige bepaling van de belastingwet bezwaar of beroep is opengesteld (vgl. HR 20 december 2013, nr. 12/02872, ECLI:NL:HR:2013:1797, BNB 2014/42). Gelet op het in artikel 26, lid 1, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) verankerde gesloten stelsel van rechtsbescherming in belastingzaken betekent dit dat voor rekeningen als de onderhavige een (inhoudelijke) rechtsingang bij de belastingrechter ontbreekt. Het hoger beroep faalt in zoverre.”
Niet-ontvankelijkheid bezwaar
15. De rechtbank overweegt dat tussen partijen niet in geschil is dat belanghebbende de rekening met dagtekening 1 april 2025 niet heeft betaald en dat gesteld noch gebleken is dat daartoe een betalingsopdracht is verstrekt.
16. In navolging van het Gerechtshof Amsterdam (zie onder 14) is de rechtbank van oordeel dat tegen een onbetaalde rekening mrb, in tegenstelling tot een naheffingsaanslag mrb en een betaalde rekening mrb, geen mogelijkheid tot bezwaar bestaat. De rechtbank overweegt daartoe het volgende.
17. Gelet op artikel 26, tweede lid, van de Awr bestaat slechts voor de voldoening of afdracht op aangifte van een belastingbedrag een bezwaar- en beroepsmogelijkheid. Omdat belanghebbende de rekening mrb niet heeft betaald, is geen sprake van een voldoening of afdracht op aangifte, zodat belanghebbende tegen de rekening geen bezwaar kon maken.
18. De Wet vereist niet dat de Belastingdienst een belastingplichtige door middel van het toesturen van een rekening in de gelegenheid stelt om de mrb te betalen. Uit de artikelen 14 en 15 van de Wet volgt dat de houder van een motorrijtuig de belasting op aangifte moet voldoen en dat de belasting moet zijn betaald bij de aanvang van het tijdvak waarover moet worden betaald. Anders dan belanghebbende meent, heeft verweerder hierin geen actieve informatie- of mededelingsplicht.
19. Verweerder heeft het bezwaar naar het oordeel van de rechtbank dan ook terecht (kennelijk) niet-ontvankelijk verklaard.
Conclusie
20. Gelet op het voorgaande dient het beroep ongegrond te worden verklaard en komt de rechtbank niet toe aan de behandeling van de door belanghebbende aangevoerde inhoudelijke gronden.
Proceskosten
21. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.K.A. Efstratiades, rechter, in aanwezigheid van mr. I. Kroesemeijer, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 11 mei 2026.
griffier rechter
Een afschrift van deze uitspraak is in Mijn Rechtspraak geplaatst. Indien u niet digitaal procedeert, is een afschrift per post verzonden op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof Amsterdam (belastingkamer).
U kunt digitaal beroep instellen via www.rechtspraak.nl. Daar klikt u op “Formulieren en inloggen”. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Amsterdam (belastingkamer), Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.
Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:
1. bij het hogerberoepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.
2. het hogerberoepschrift moet, indien het op papier wordt ingediend, ondertekend zijn. Verder moet het ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
b. de datum van verzending;
c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;
d. de redenen waarom u het niet eens bent met de uitspraak (de gronden van het hoger beroep).
Zittingsplaats Haarlem
Bestuursrecht
zaaknummer: HAA 25/2529
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 11 mei 2026 in de zaak tussen
[belanghebbende] , wonende te [woonplaats] , belanghebbende,
en
de inspecteur van de Belastingdienst, verweerder.
Procesverloop
Verweerder heeft aan belanghebbende een rekening motorrijtuigenbelasting (hierna: mrb) gestuurd met dagtekening 1 april 2025.
Verweerder heeft bij uitspraak op bezwaar het bezwaar (kennelijk) niet-ontvankelijk verklaard.
Belanghebbende heeft daartegen beroep ingesteld.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 30 maart 2026 te Haarlem. Belanghebbende is verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door [naam 1] en [naam 2] .
Overwegingen
Feiten
1. Belanghebbende is sinds 19 april 2023 houder van de auto met kenteken [#] . In de jaren 2023 en 2024 heeft hij voor deze auto gebruikgemaakt van de overgangsregeling voor oldtimers van artikel 84a van de Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994 (hierna: de overgangsregeling).
2. Verweerder heeft belanghebbende met dagtekening 25 november 2024 een rekening mrb ten bedrage van € 154 gestuurd voor het jaar 2025 en met een kenmerk eindigend op ‘M.5.70001’. Op de rekening is onder andere het volgende vermeld:
“Overgangsregeling oldtimers
Uw motorrijtuig is voor het eerst in gebruik genomen voor 1 januari 1988 en de
datum le ingebruikname is nog geen 40 jaar geleden. Daarom kunt u
gebruikmaken van de overgangsregeling als u en uw motorrijtuig aan de
voorwaarden voldoen. Voldoet u aan de voorwaarden? Dan betaalt u een kwart
van de mrb die u anders had moeten betalen. Voor deze regeling wordt per
kalenderjaar een maximumbedrag vastgesteld. Op belastingdienst.nl/mrb vindt u
dit bedrag. (…)
Betalen overgangsregeling
Het bedrag van de rekening moet u in 1 keer betalen. U kunt geen gebruik maken
van automatische incasso, als u gebruik wilt maken van de overgangsregeling.
U kiest voor deelname aan de regeling door de verschuldigde mrb tijdig en volledig
te betalen.
Wilt u geen gebruik maken van deze overgangsregeling of voldoet u/uw
motorrijtuig niet (meer) aan de voorwaarden? Betaal dan het hiervoor genoemde
bedrag voor de overgangsregeling niet.
Betaal deze rekening op tijd
In de bijgesloten 'Betaalinformatie' vindt u alle informatie over het betalen van
deze rekening.
U bent zelf verantwoordelijk voor het op tijd betalen. Een bank kan soms enkele
dagen nodig hebben om uw betalingsopdracht te verwerken. Als dag van betaling
geldt de dag waarop het bedrag op de rekening van de Belastingdienst staat.
Geen overgangsregeling
Betaalt u niet, niet volledig of niet op tijd? Dan komt u niet in aanmerking voor de
overgangsregeling. Wij sturen u dan een rekening voor het reguliere tarief mrb. Dit
bent u dan verschuldigd vanaf 1 januari van het kalenderjaar of vanaf de datum
tenaamstelling als u in de loop van het jaar houder bent geworden.”
3. Belanghebbende heeft die rekening niet binnen de gegeven termijn betaald (vóór 1 januari 2025).
4. Verweerder heeft belanghebbende met dagtekening 3 februari 2025 voor de periode 2 januari 2025 tot en met 1 april 2025 een rekening mrb gestuurd ten bedrage van € 166. Deze rekening, met een kenmerk eindigend op ‘M.5’, is door belanghebbende betaald op 8 februari 2025.
5. Verweerder heeft belanghebbende met dagtekening 1 april 2025 voor de periode 2 april 2025 tot en met 1 juli 2025 een rekening mrb gestuurd ten bedrage van € 166. Deze rekening, met een kenmerk eindigend op ‘M.5.2’, is door belanghebbende niet betaald.
6. Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen de rekening met het kenmerk dat eindigt op ‘M.5.2’.
Geschil
7. In geschil is of het bezwaar terecht niet-ontvankelijk is verklaard. Indien het bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk is verklaard, is in geschil of de overgangsregeling voor oldtimers terecht in het jaar 2025 niet is toegepast.
8. Belanghebbende concludeert tot gegrondverklaring van het beroep en stelt zich op het standpunt dat de overgangsregeling voor oldtimers in 2025 ten onrechte niet is toegepast. Belanghebbende betoogt dat hij de eerste rekening (in het najaar van 2024) nooit ontvangen heeft en dat verweerder hem ten onrechte niet herinnerd heeft aan het doen van de betaling. Belanghebbende stelt voorts dat hij voldoet aan alle inhoudelijke voorwaarden van de overgangsregeling en verzoekt om coulance vanwege zijn persoonlijke omstandigheden.
9. Verweerder concludeert tot ongegrondverklaring van het beroep en stelt zich op het standpunt dat belanghebbende in bezwaar terecht kennelijk niet-ontvankelijk is verklaard, omdat belanghebbende de rekening met dagtekening 1 april 2026 niet heeft betaald. Subsidiair stelt verweerder dat de rekeningen voor de eerste twee tijdvakken van 2025 terecht naar het reguliere tarief zijn berekend, omdat belanghebbende de rekening van 25 november 2024, die was berekend naar het bedrag voor de overgangsregeling voor oldtimers 2025, niet tijdig heeft voldaan.
Beoordeling van het geschil
Toetsingskader
10. Op grond van artikel 14 van de Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994 (hierna: de Wet) moet de mrb op aangifte worden voldaan.
11. Artikel 15 van de Wet bepaalt dat de mrb bij de aanvang van het belastingtijdvak betaald moet zijn.
12. Volgens artikel 22j, aanhef en onder b, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (hierna: Awr) vangt de bezwaartermijn aan met ingang van de dag na die van de voldoening op aangifte.
13. Op grond van artikel 26, tweede lid, van de Awr wordt de voldoening op aangifte van een belastingbedrag voor de mogelijkheid van bezwaar en beroep gelijk gesteld met een voor bezwaar vatbare beschikking.
14. Het Gerechtshof Amsterdam heeft in rechtsoverweging 5.1. van zijn uitspraak van 14 juni 2018 (ECLI:NL:GHAMS:2018:2600) het volgende geoordeeld:
“Belanghebbende heeft zich in hoger beroep primair op het standpunt gesteld dat de onder 1.1 genoemde ‘rekening’ (met dagtekening 22 januari 2016) vatbaar is voor bezwaar. Het Hof verwerpt deze stelling, in navolging van de rechtbank, nu zij geen steun vindt in het recht. De Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994, noch enig ander algemeen verbindend voorschrift voorziet in de toezending van een rekening door de inspecteur. Zo een dergelijke rekening al kan worden gekwalificeerd als publiekrechtelijke rechtshandeling als bedoeld in artikel 1:3 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), lijdt het naar ’s Hofs oordeel geen twijfel dat tegen een rekening niet ingevolge enige bepaling van de belastingwet bezwaar of beroep is opengesteld (vgl. HR 20 december 2013, nr. 12/02872, ECLI:NL:HR:2013:1797, BNB 2014/42). Gelet op het in artikel 26, lid 1, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) verankerde gesloten stelsel van rechtsbescherming in belastingzaken betekent dit dat voor rekeningen als de onderhavige een (inhoudelijke) rechtsingang bij de belastingrechter ontbreekt. Het hoger beroep faalt in zoverre.”
Niet-ontvankelijkheid bezwaar
15. De rechtbank overweegt dat tussen partijen niet in geschil is dat belanghebbende de rekening met dagtekening 1 april 2025 niet heeft betaald en dat gesteld noch gebleken is dat daartoe een betalingsopdracht is verstrekt.
16. In navolging van het Gerechtshof Amsterdam (zie onder 14) is de rechtbank van oordeel dat tegen een onbetaalde rekening mrb, in tegenstelling tot een naheffingsaanslag mrb en een betaalde rekening mrb, geen mogelijkheid tot bezwaar bestaat. De rechtbank overweegt daartoe het volgende.
17. Gelet op artikel 26, tweede lid, van de Awr bestaat slechts voor de voldoening of afdracht op aangifte van een belastingbedrag een bezwaar- en beroepsmogelijkheid. Omdat belanghebbende de rekening mrb niet heeft betaald, is geen sprake van een voldoening of afdracht op aangifte, zodat belanghebbende tegen de rekening geen bezwaar kon maken.
18. De Wet vereist niet dat de Belastingdienst een belastingplichtige door middel van het toesturen van een rekening in de gelegenheid stelt om de mrb te betalen. Uit de artikelen 14 en 15 van de Wet volgt dat de houder van een motorrijtuig de belasting op aangifte moet voldoen en dat de belasting moet zijn betaald bij de aanvang van het tijdvak waarover moet worden betaald. Anders dan belanghebbende meent, heeft verweerder hierin geen actieve informatie- of mededelingsplicht.
19. Verweerder heeft het bezwaar naar het oordeel van de rechtbank dan ook terecht (kennelijk) niet-ontvankelijk verklaard.
Conclusie
20. Gelet op het voorgaande dient het beroep ongegrond te worden verklaard en komt de rechtbank niet toe aan de behandeling van de door belanghebbende aangevoerde inhoudelijke gronden.
Proceskosten
21. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.K.A. Efstratiades, rechter, in aanwezigheid van mr. I. Kroesemeijer, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 11 mei 2026.
griffier rechter
Een afschrift van deze uitspraak is in Mijn Rechtspraak geplaatst. Indien u niet digitaal procedeert, is een afschrift per post verzonden op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof Amsterdam (belastingkamer).
U kunt digitaal beroep instellen via www.rechtspraak.nl. Daar klikt u op “Formulieren en inloggen”. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Amsterdam (belastingkamer), Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.
Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:
1. bij het hogerberoepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.
2. het hogerberoepschrift moet, indien het op papier wordt ingediend, ondertekend zijn. Verder moet het ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
b. de datum van verzending;
c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;
d. de redenen waarom u het niet eens bent met de uitspraak (de gronden van het hoger beroep).