Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Noord-Holland

ECLI:NL:RBNHO:2026:4473

2026-04-22 Civiel recht; Verbintenissenrecht 11986858 \ CV EXPL 25-4575
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Uitspraakdatum
2026-04-22
Publicatiedatum
2026-04-24
Rechtsgebied
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure
Verstek
Zaaknummer
11986858 \ CV EXPL 25-4575
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Ambtshalve toetsing. Verstek. 6:230l BW. Voldaan aan de precontractuele informatieplichten. Incassobeding niet volledig leesbaar. Voor zover het incassobeding wel leesbaar is, is het beding overigens oneerlijk omdat de opgenomen termijn te kort en daarmee in strijd is met de dwingendrechtelijke bepaling van artikel 6:96 lid 6 BW.

Citeert (2)

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (5.379 tekens)
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar


Zaaknr./rolnr.: 11986858 \ CV EXPL 25-4575
Uitspraakdatum: 22 april 2026




Verstekvonnis van de kantonrechter in de zaak van:






[eiser] B.V.

te [plaats 1]
de eisende partij
gemachtigde: LAVG BV (Groningen)



tegen





[gedaagde]

te [plaats 2]
de gedaagde partij
niet verschenen





1De procedure


1.1.
De eisende partij heeft de gedaagde partij gedagvaard. Tegen de gedaagde partij is verstek verleend.





2De beoordeling


2.1.
De eisende partij vordert veroordeling van de gedaagde partij tot betaling van € 1.670,00, te vermeerderen met de buitengerechtelijke incassokosten, de wettelijke rente en de proceskosten.



Ambtshalve toetsing van de precontractuele informatieplichten





2.2.
De vordering is gebaseerd op een overeenkomst tussen een handelaar en een consument, anders dan een overeenkomst op afstand of buiten de verkoopruimte gesloten. Bij het sluiten van dergelijke overeenkomsten moet de handelaar voldoen aan de wettelijke precontractuele informatieplichten van artikel 6:230l van het Burgerlijk Wetboek (BW). Dat aan deze plichten is voldaan, moet gemotiveerd worden gesteld en onderbouwd. De kantonrechter moet er ambtshalve op toezien dat die voorschriften worden nageleefd, dus ook als er geen verweer is gevoerd.



2.3.
De kantonrechter is van oordeel dat de eisende partij voldoende heeft toegelicht en onderbouwd dat is voldaan aan de precontractuele informatieplichten.





Ambtshalve toetsing van de algemene voorwaarden





2.4.
De kantonrechter is, gelet op het Dexia-arrest, gehouden om onderzoek te doen naar (mogelijk) oneerlijke bedingen in de toepasselijke algemene voorwaarden. Volgens Richtlijn 93/13/EEG betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten is een beding oneerlijk wanneer dit het evenwicht tussen de wederzijdse rechten en verplichtingen ten nadele van de consument aanzienlijk verstoort. De kantonrechter moet in iedere procedure over ieder onderdeel van de vordering beoordelen of daarover in de algemene voorwaarden afspraken zijn gemaakt en of die afspraken al dan niet oneerlijk zijn ten opzichte van de consument. Als de kantonrechter oordeelt dat een contractuele afspraak oneerlijk is, moet het beding worden vernietigd en moet de vordering op dat onderdeel worden afgewezen (ook als de eisende partij in de procedure een beroep doet op wettelijke bepalingen in plaats van op die contractuele afspraak).



2.5.
Uit de overgelegde stukken blijkt dat op de overeenkomst(en) de volgende algemene voorwaarden van de eisende partij van toepassing zijn verklaard: Amysoft Algemene Voorwaarden Thuiswinkel (hierna: de algemene voorwaarden).



2.6.
Niet alle artikelen van de overgelegde algemene voorwaarden zijn helemaal afgedrukt. De inhoud van het incassobeding (artikel 15) is daardoor onduidelijk en als gevolg daarvan kan de kantonrechter voormelde ambtshalve toets niet doen. Daarom worden de gevorderde buitengerechtelijk kosten afgewezen.



2.7.

Voor zover het incassobeding wel leesbaar is, is het beding overigens oneerlijk omdat de opgenomen termijn te kort en daarmee in strijd is met de dwingendrechtelijke bepaling van artikel 96 lid 6 BW.

Conclusie





2.8.
De gevorderde hoofdsom en rente worden toegewezen, omdat deze vorderingen de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voorkomen. De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen.


2.9.
De gedaagde partij wordt overwegend in het ongelijk gesteld en zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld.





3De beslissing


De kantonrechter:



3.1.
veroordeelt de gedaagde partij tot betaling aan de eisende partij van € 1.829,43, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 1.670,00 vanaf 8 oktober 2026 tot aan de dag van de gehele betaling;


3.2.

veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van de eisende partij tot en met vandaag vaststelt op:
dagvaarding € 120,78;
griffierecht € 385,00;
salaris gemachtigde € 217,00;




3.3.
verklaart de veroordeling(en) in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;


3.4.

wijst de vordering voor het overige af.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.P.E. Oomens en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.



De griffier De kantonrechter





Zie, onder meer, het arrest van de Hoge Raad van 12 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:1677.


HvJ EU 27 januari 2021, C‑229/19 en C‑289/19, ECLI:EU:C:2021:68 (Dexia).