Rechtbank Noord-Holland
ECLI:NL:RBNHO:2026:3861
2026-02-11
Civiel recht; Verbintenissenrecht
11420122 \ CV EXPL 24-8347
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Luchtvaart; Annulering. De vervoerder voert aan dat de annulering het gevolg was van (een doorwerking van) een buitengewone omstandigheid, namelijk het overschrijden van het nachtregime op luchthaven Schiphol. Het betoog van de vervoerder slaagt niet. De vordering wordt toegewezen aan de passagiers.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (12.426 tekens)
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 11420122 \ CV EXPL 24-8347
Uitspraakdatum: 11 februari 2026
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
1
[eiser 1], wonende te [plaats 1]
2. [eiser 2]wonende te [plaats 2]
3. [eiser 3],
4. [eiser 4],
beiden wonende te [plaats 1]
5. [eiser 5]wonende te [plaats 3]
eisers
hierna gezamenlijk te noemen: de passagiers
gemachtigde: [gemachtigde 1] (Yource B.V.)
tegen
De vennootschap naar buitenlands recht
EasyJet Airlines Company Limited
gevestigd te Luton (Verenigd Koninkrijk)
gedaagde
hierna te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. B. Koolhaas (BK legal)
De zaak in het kort
De passagiers hebben van de vervoerder compensatie gevraagd voor een geannuleerde vlucht. De vervoerder voert aan dat de annulering het gevolg was van (een doorwerking van) een buitengewone omstandigheid, namelijk het overschrijden van het nachtregime op luchthaven Schiphol. Het betoog van de vervoerder slaagt niet. De vordering wordt toegewezen aan de passagiers.
1Het procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding:
- de conclusie van antwoord;
- de conclusie van repliek;
- de conclusie van dupliek;- de akte eisers.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2De feiten
2.1.
De passagiers hebben een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hen op 22 mei 2024 vervoeren van Amsterdam naar Venetië (Italië) met vlucht U24072 (hierna: de vlucht).
2.2.
De vervoerder heeft de vlucht geannuleerd. Passagiers 1 t/m 4 hebben de eindbestemming niet bereikt. Passagier 5 heeft geen alternatieve reis aangeboden gekregen en heeft zelf een alternatieve vlucht geboekt.
2.3.
De passagiers hebben daarom compensatie van de vervoerder gevorderd.
2.4.
De vervoerder heeft niet uitbetaald.
3Het geschil
3.1.
De passagiers vorderen dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 2049,39, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de dag van de vlucht tot aan de dag der algehele voldoening;- € 371,95 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;- de proceskosten en de nakosten.
3.2.
De passagiers baseren hun vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat de vervoerder hen vanwege de annulering van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 250,00 per passagier (artikel 7 van de Verordening).
3.3.
Daarnaast stellen zij dat de vervoerder passagier sub 5 na de annulering niet heeft omgeboekt op een alternatieve vlucht. Daarom heeft zij op eigen initiatief een alternatieve vlucht naar de eindbestemming geboekt. De kantonrechter begrijpt dat zij stellen dat passagier sub 5 als gevolg daarvan schade heeft geleden, namelijk de kosten die zij heeft gemaakt voor de alternatieve vlucht. De passagiers vorderen daarom vergoeding van deze kosten (€ 799,39).
3.4.
De vervoerder voert verweer. Hij voert aan dat de annulering van de vlucht gevolg was van (een doorwerking van) een buitengewone omstandigheid. Deze konden ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen worden (artikel 5 lid 3 van de Verordening).
4De beoordeling
4.1.
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.
4.2.
Vast staat dat de vlucht is geannuleerd. In beginsel moet de vervoerder dan compenseren. Dit is anders als de vervoerder kan aantonen dat de annulering het gevolg is geweest van (een doorwerking van) een buitengewone omstandigheid die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden.
4.3.
De vervoerder voert aan dat de vlucht in kwestie onderdeel uitmaakte van de rotatievlucht Venetië-Amsterdam-Venetië (vluchtnummers EZY4071 en EZY4072). Deze rotatie werd door hetzelfde toestel (OE-LKY) uitgevoerd. Vlucht EZY4071 kreeg een latere slottijd opgelegd van 19:12 UTC. Uit productie 5 blijkt dat de latere slottijd is opgelegd wegens ‘REGCAUSE CE 81’. Dit staat voor ‘ATC EN ROUTE DEMAND/CAPACITY problems’. Hieruit valt af te leiden dat de latere slottijd is opgelegd vanwege een reden die buiten de invloedsfeer van de vervoerder ligt en niet het gevolg is van een nieuw gevraagde vertrektijd (EOBT). Als gevolg werd vlucht EZY4071 geannuleerd, omdat het nachtregime in Amsterdam om 21:00 uur UTC ingaat. Indien de vlucht uitgevoerd zou worden, zou het nachtregime overschreden worden. De vlucht in kwestie werd daarom ook geannuleerd. Het nachtregime op luchthaven Schiphol houdt in dat er in de winter vanaf 22:00 uur UTC en in de zomer vanaf 21:00 uur UTC geen vluchten uitgevoerd mogen worden, tenzij er sprake is van een noodsituatie of als er een nachtslot is toegewezen. Als een vlucht zonder nachtslot alsnog wordt uitgevoerd kan de vervoerder een fikse boete krijgen. Het nachtregime van Schiphol is één van de strengste van alle vliegvelden waar de vervoerder vluchten op uitvoert. In dit geval is er sprake van (een doorwerking van) een buitengewone omstandigheid, omdat de vlucht te maken kreeg met ATC-slottijden. Deze slottijden zijn opgelegd aan een specifieke toestel op een specifieke dag. Wanneer de vervoerder een slottijd krijgt opgelegd heeft hij niet de mogelijkheid om toch eerder te vertrekken. Indien er geen slottijden waren opgelegd, dan had de vlucht in kwestie wel uitgevoerd kunnen worden. Dit is niet inherent aan de normale uitoefening van de activiteiten van de vervoerder. De vervoerder kan geen daadwerkelijke invloed uitoefenen hierop, aldus de vervoerder.
4.4.
De passagiers betwisten de ATC-slottijden op zichzelf niet. Echter heeft de vervoerder niet aangetoond dat er restricties waren opgelegd aan de vlucht in kwestie. Daarnaast blijkt uit productie 4 dat de vervoerder de EOBT van vlucht EZY4071 zelf heeft aangepast naar 18:59 uur UTC. Dit terwijl de vlucht een vertrektijd had van 15:10 UTC. Daarop is dan een nieuwe ATC-slot afgegeven. Het verschuiven van de EOBT is geen buitengewone omstandigheid. Vlucht EZY4071 had tijdig kunnen vertrekken als de vervoerder de EOBT niet had aangepast. Het nachtregime is van toepassing tussen 23:00 uur en 06:00 uur (lokale tijd). De vervoerder heeft geen nachtslot, omdat hij daar niet om heeft verzocht. Daarnaast is het uitvoeren van een vlucht tijdens het nachtregime mogelijk. De passagiers hebben overzichten overgelegd, waaruit blijkt dat andere vluchten wel uitgevoerd zijn na het ingaan van het nachtregime. Het annuleren van de vlucht in kwestie is daarom een commercieel besluit. De passagiers hebben zich tevens bij akte uitgelaten. Hierin stellen zij dat doordat vervoerder structureel vluchten dicht op het nachtregime plant, hij risico loopt om hier tegenaan te lopen. Het had op de weg van de vervoerder gelegen om een nachtslot te reserveren voor eventuele vertragingen. De vervoerder heeft niet aangetoond dat hij een nachtslot heeft aangevraagd, aldus de passagiers.
4.5.
De kantonrechter oordeelt dat het verweer van de vervoerder niet slaagt. Weliswaar heeft de vervoerder aangetoond dat vlucht EZY4071 slotrestricties opgelegd kreeg, waardoor de vlucht na het ingaan van het nachtregime op luchthaven Schiphol zou aankomen. Echter heeft hij onvoldoende onderbouwd dat het niet mogelijk was om deze vlucht en de vlucht in kwestie alsnog na het ingaan van het nachtregime uit te voeren, bijvoorbeeld door een nachtslot aan te vragen. Dit volgt ook na de betwisting van passagiers dat het nachtregime op de luchthaven niet zo streng is en dat de vervoerder niet heeft aangetoond dat hij geen nachtslot heeft aangevraagd. Gelet op de gemotiveerde betwisting door de passagiers had dit wel op zijn weg gelegen. Bij deze stand van zaken kan daarom niet worden geoordeeld dat de vervoerder geen invloed had op de annulering. Dit betekent dat de annulering niet het gevolg was van buitengewone omstandigheden. De kantonrechter komt derhalve niet toe aan de bespreking van de overige verweren en alle redelijke maatregelen. De vordering tot betaling van de hoofdsom zal daarom worden toegewezen.
4.6.
Voor de vordering tot compensatie geldt dat de daarover gevorderde rente toewijsbaar is met ingang van de datum waarop de passagiers schade hebben geleden. Dat is de datum waarop de passagiers op de eindbestemming hadden moeten aankomen. Het gaat om een vordering tot vergoeding van forfaitair berekende schade, zodat deze schade meteen opeisbaar is. Het verzuim treedt zonder ingebrekestelling in op het moment dat de schade geacht wordt te zijn geleden. De wettelijke rente over de compensatie wordt daarom toegewezen vanaf 22 mei 2024.
4.7.
Voor de vordering tot vergoeding van de kosten van de alternatieve vlucht geldt dat een schriftelijke ingebrekestelling is vereist waarin de vervoerder een redelijke termijn voor nakoming wordt gesteld. De vervoerder is na afloop van die termijn in verzuim. De passagier heeft niet gesteld op welk moment de vervoerder met de betaling van dit gedeelte van de hoofdsom in verzuim was. Daarom wordt de wettelijke rente over dit gedeelte van de hoofdsom toegewezen vanaf de datum van de dagvaarding.
4.8.
De passagiers hebben een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten gevorderd. De vordering heeft geen betrekking op één van de situaties waarin het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten van toepassing is. Daarom moet de kantonrechter de vraag of buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd zijn, toetsen aan het rapport Voorwerk II. De passagiers hebben onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de verrichte werkzaamheden meer hebben omvat dan de verzending van een enkele (eventueel herhaalde) aanmaning, het enkel doen van een schikkingsvoorstel, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen of het op gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten (en de daarover gevorderde rente) moet daarom worden afgewezen.
4.9.
De vervoerder zal in het ongelijk worden gesteld. Daarom zal hij worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Ook de nakosten worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de passagiers worden gemaakt.
5De beslissing
De kantonrechter:
5.1.
veroordeelt de vervoerder tot betaling aan de passagiers van € 2.049,39, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 1.250,00 vanaf 22 mei 2024, en over € 799,39 vanaf 8 november 2024, tot aan de dag van voldoening van deze bedragen;
5.2.
veroordeelt de vervoerder tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de passagiers tot en met vandaag worden begroot op de bedragen zoals deze hieronder zijn gespecificeerd:
dagvaarding € 135,97;griffierecht € 248,00;salaris gemachtigde € 217,00;
5.3.
veroordeelt de vervoerder tot betaling van € 108,50 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de passagiers worden gemaakt;
5.4.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
5.5.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter
Artikel 6:83 sub b BW.
Artikel 6:82 lid 1 BW.
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 11420122 \ CV EXPL 24-8347
Uitspraakdatum: 11 februari 2026
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
1
[eiser 1], wonende te [plaats 1]
2. [eiser 2]wonende te [plaats 2]
3. [eiser 3],
4. [eiser 4],
beiden wonende te [plaats 1]
5. [eiser 5]wonende te [plaats 3]
eisers
hierna gezamenlijk te noemen: de passagiers
gemachtigde: [gemachtigde 1] (Yource B.V.)
tegen
De vennootschap naar buitenlands recht
EasyJet Airlines Company Limited
gevestigd te Luton (Verenigd Koninkrijk)
gedaagde
hierna te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. B. Koolhaas (BK legal)
De zaak in het kort
De passagiers hebben van de vervoerder compensatie gevraagd voor een geannuleerde vlucht. De vervoerder voert aan dat de annulering het gevolg was van (een doorwerking van) een buitengewone omstandigheid, namelijk het overschrijden van het nachtregime op luchthaven Schiphol. Het betoog van de vervoerder slaagt niet. De vordering wordt toegewezen aan de passagiers.
1Het procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding:
- de conclusie van antwoord;
- de conclusie van repliek;
- de conclusie van dupliek;- de akte eisers.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2De feiten
2.1.
De passagiers hebben een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hen op 22 mei 2024 vervoeren van Amsterdam naar Venetië (Italië) met vlucht U24072 (hierna: de vlucht).
2.2.
De vervoerder heeft de vlucht geannuleerd. Passagiers 1 t/m 4 hebben de eindbestemming niet bereikt. Passagier 5 heeft geen alternatieve reis aangeboden gekregen en heeft zelf een alternatieve vlucht geboekt.
2.3.
De passagiers hebben daarom compensatie van de vervoerder gevorderd.
2.4.
De vervoerder heeft niet uitbetaald.
3Het geschil
3.1.
De passagiers vorderen dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 2049,39, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de dag van de vlucht tot aan de dag der algehele voldoening;- € 371,95 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;- de proceskosten en de nakosten.
3.2.
De passagiers baseren hun vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat de vervoerder hen vanwege de annulering van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 250,00 per passagier (artikel 7 van de Verordening).
3.3.
Daarnaast stellen zij dat de vervoerder passagier sub 5 na de annulering niet heeft omgeboekt op een alternatieve vlucht. Daarom heeft zij op eigen initiatief een alternatieve vlucht naar de eindbestemming geboekt. De kantonrechter begrijpt dat zij stellen dat passagier sub 5 als gevolg daarvan schade heeft geleden, namelijk de kosten die zij heeft gemaakt voor de alternatieve vlucht. De passagiers vorderen daarom vergoeding van deze kosten (€ 799,39).
3.4.
De vervoerder voert verweer. Hij voert aan dat de annulering van de vlucht gevolg was van (een doorwerking van) een buitengewone omstandigheid. Deze konden ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen worden (artikel 5 lid 3 van de Verordening).
4De beoordeling
4.1.
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.
4.2.
Vast staat dat de vlucht is geannuleerd. In beginsel moet de vervoerder dan compenseren. Dit is anders als de vervoerder kan aantonen dat de annulering het gevolg is geweest van (een doorwerking van) een buitengewone omstandigheid die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden.
4.3.
De vervoerder voert aan dat de vlucht in kwestie onderdeel uitmaakte van de rotatievlucht Venetië-Amsterdam-Venetië (vluchtnummers EZY4071 en EZY4072). Deze rotatie werd door hetzelfde toestel (OE-LKY) uitgevoerd. Vlucht EZY4071 kreeg een latere slottijd opgelegd van 19:12 UTC. Uit productie 5 blijkt dat de latere slottijd is opgelegd wegens ‘REGCAUSE CE 81’. Dit staat voor ‘ATC EN ROUTE DEMAND/CAPACITY problems’. Hieruit valt af te leiden dat de latere slottijd is opgelegd vanwege een reden die buiten de invloedsfeer van de vervoerder ligt en niet het gevolg is van een nieuw gevraagde vertrektijd (EOBT). Als gevolg werd vlucht EZY4071 geannuleerd, omdat het nachtregime in Amsterdam om 21:00 uur UTC ingaat. Indien de vlucht uitgevoerd zou worden, zou het nachtregime overschreden worden. De vlucht in kwestie werd daarom ook geannuleerd. Het nachtregime op luchthaven Schiphol houdt in dat er in de winter vanaf 22:00 uur UTC en in de zomer vanaf 21:00 uur UTC geen vluchten uitgevoerd mogen worden, tenzij er sprake is van een noodsituatie of als er een nachtslot is toegewezen. Als een vlucht zonder nachtslot alsnog wordt uitgevoerd kan de vervoerder een fikse boete krijgen. Het nachtregime van Schiphol is één van de strengste van alle vliegvelden waar de vervoerder vluchten op uitvoert. In dit geval is er sprake van (een doorwerking van) een buitengewone omstandigheid, omdat de vlucht te maken kreeg met ATC-slottijden. Deze slottijden zijn opgelegd aan een specifieke toestel op een specifieke dag. Wanneer de vervoerder een slottijd krijgt opgelegd heeft hij niet de mogelijkheid om toch eerder te vertrekken. Indien er geen slottijden waren opgelegd, dan had de vlucht in kwestie wel uitgevoerd kunnen worden. Dit is niet inherent aan de normale uitoefening van de activiteiten van de vervoerder. De vervoerder kan geen daadwerkelijke invloed uitoefenen hierop, aldus de vervoerder.
4.4.
De passagiers betwisten de ATC-slottijden op zichzelf niet. Echter heeft de vervoerder niet aangetoond dat er restricties waren opgelegd aan de vlucht in kwestie. Daarnaast blijkt uit productie 4 dat de vervoerder de EOBT van vlucht EZY4071 zelf heeft aangepast naar 18:59 uur UTC. Dit terwijl de vlucht een vertrektijd had van 15:10 UTC. Daarop is dan een nieuwe ATC-slot afgegeven. Het verschuiven van de EOBT is geen buitengewone omstandigheid. Vlucht EZY4071 had tijdig kunnen vertrekken als de vervoerder de EOBT niet had aangepast. Het nachtregime is van toepassing tussen 23:00 uur en 06:00 uur (lokale tijd). De vervoerder heeft geen nachtslot, omdat hij daar niet om heeft verzocht. Daarnaast is het uitvoeren van een vlucht tijdens het nachtregime mogelijk. De passagiers hebben overzichten overgelegd, waaruit blijkt dat andere vluchten wel uitgevoerd zijn na het ingaan van het nachtregime. Het annuleren van de vlucht in kwestie is daarom een commercieel besluit. De passagiers hebben zich tevens bij akte uitgelaten. Hierin stellen zij dat doordat vervoerder structureel vluchten dicht op het nachtregime plant, hij risico loopt om hier tegenaan te lopen. Het had op de weg van de vervoerder gelegen om een nachtslot te reserveren voor eventuele vertragingen. De vervoerder heeft niet aangetoond dat hij een nachtslot heeft aangevraagd, aldus de passagiers.
4.5.
De kantonrechter oordeelt dat het verweer van de vervoerder niet slaagt. Weliswaar heeft de vervoerder aangetoond dat vlucht EZY4071 slotrestricties opgelegd kreeg, waardoor de vlucht na het ingaan van het nachtregime op luchthaven Schiphol zou aankomen. Echter heeft hij onvoldoende onderbouwd dat het niet mogelijk was om deze vlucht en de vlucht in kwestie alsnog na het ingaan van het nachtregime uit te voeren, bijvoorbeeld door een nachtslot aan te vragen. Dit volgt ook na de betwisting van passagiers dat het nachtregime op de luchthaven niet zo streng is en dat de vervoerder niet heeft aangetoond dat hij geen nachtslot heeft aangevraagd. Gelet op de gemotiveerde betwisting door de passagiers had dit wel op zijn weg gelegen. Bij deze stand van zaken kan daarom niet worden geoordeeld dat de vervoerder geen invloed had op de annulering. Dit betekent dat de annulering niet het gevolg was van buitengewone omstandigheden. De kantonrechter komt derhalve niet toe aan de bespreking van de overige verweren en alle redelijke maatregelen. De vordering tot betaling van de hoofdsom zal daarom worden toegewezen.
4.6.
Voor de vordering tot compensatie geldt dat de daarover gevorderde rente toewijsbaar is met ingang van de datum waarop de passagiers schade hebben geleden. Dat is de datum waarop de passagiers op de eindbestemming hadden moeten aankomen. Het gaat om een vordering tot vergoeding van forfaitair berekende schade, zodat deze schade meteen opeisbaar is. Het verzuim treedt zonder ingebrekestelling in op het moment dat de schade geacht wordt te zijn geleden. De wettelijke rente over de compensatie wordt daarom toegewezen vanaf 22 mei 2024.
4.7.
Voor de vordering tot vergoeding van de kosten van de alternatieve vlucht geldt dat een schriftelijke ingebrekestelling is vereist waarin de vervoerder een redelijke termijn voor nakoming wordt gesteld. De vervoerder is na afloop van die termijn in verzuim. De passagier heeft niet gesteld op welk moment de vervoerder met de betaling van dit gedeelte van de hoofdsom in verzuim was. Daarom wordt de wettelijke rente over dit gedeelte van de hoofdsom toegewezen vanaf de datum van de dagvaarding.
4.8.
De passagiers hebben een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten gevorderd. De vordering heeft geen betrekking op één van de situaties waarin het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten van toepassing is. Daarom moet de kantonrechter de vraag of buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd zijn, toetsen aan het rapport Voorwerk II. De passagiers hebben onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de verrichte werkzaamheden meer hebben omvat dan de verzending van een enkele (eventueel herhaalde) aanmaning, het enkel doen van een schikkingsvoorstel, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen of het op gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten (en de daarover gevorderde rente) moet daarom worden afgewezen.
4.9.
De vervoerder zal in het ongelijk worden gesteld. Daarom zal hij worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Ook de nakosten worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de passagiers worden gemaakt.
5De beslissing
De kantonrechter:
5.1.
veroordeelt de vervoerder tot betaling aan de passagiers van € 2.049,39, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 1.250,00 vanaf 22 mei 2024, en over € 799,39 vanaf 8 november 2024, tot aan de dag van voldoening van deze bedragen;
5.2.
veroordeelt de vervoerder tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de passagiers tot en met vandaag worden begroot op de bedragen zoals deze hieronder zijn gespecificeerd:
dagvaarding € 135,97;griffierecht € 248,00;salaris gemachtigde € 217,00;
5.3.
veroordeelt de vervoerder tot betaling van € 108,50 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de passagiers worden gemaakt;
5.4.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
5.5.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter
Artikel 6:83 sub b BW.
Artikel 6:82 lid 1 BW.