Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Noord-Holland

ECLI:NL:RBNHO:2026:3852

2026-04-10 Civiel recht; Personen- en familierecht C/15/376700 / JU RK 26-567
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Uitspraakdatum
2026-04-10
Publicatiedatum
2026-04-10
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
C/15/376700 / JU RK 26-567
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Spoed vots en muhp

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (9.181 tekens)
RECHTBANK NOORD-HOLLAND


Familie- en Jeugdrecht



Locatie Haarlem



Zaaknummer: C/15/376700 / JU RK 26-567
Datum uitspraak: 10 april 2026




Beschikking van de kinderrechter over een voorlopige ondertoezichtstelling en een spoedmachtiging tot uithuisplaatsing




in de zaak van




de Raad voor de Kinderbescherming te Haarlem,
hierna te noemen de Raad,



over





[de minderjarige]
, geboren op [geboortedatum] in [plaats] ,
hierna te noemen [de minderjarige] .



De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:





[de moeder]
,
hierna te noemen de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,





[de vader]
,
hierna te noemen de vader,
wonende in [plaats] .



De kinderrechter merkt als informant aan:



de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Regio Amsterdam, hierna te noemen de GI.






1Het verloop van de procedure


1.1.

De kinderrechter neemt mee in de beoordeling:
- het schriftelijke verzoek van de Raad met bijlagen, ontvangen op 10 april 2026.







2De feiten


2.1.
De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige] .



2.2.


[de minderjarige] woont bij haar vader.
3. Het verzoek




3.1.
De Raad verzoekt [de minderjarige] voorlopig onder toezicht te stellen voor de duur van drie maanden. Ook verzoekt de Raad een machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlenen voor de duur van drie maanden en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. De Raad verzoekt hierop te beslissen zonder de belanghebbenden te horen.






4De beoordeling


4.1.
Uit het verzoek van de Raad, zoals telefonisch nader is toegelicht, blijkt het volgende. [de minderjarige] woont met haar broertje bij haar vader. Met haar moeder heeft ze weinig tot geen contact. Ook de relatie tussen de ouders onderling is moeizaam. Er zijn al lange tijd zorgen over [de minderjarige] in de thuissituatie. Zo gaat [de minderjarige] al langere tijd niet naar school, loopt ze vaak weg van huis en is ze dan niet eerlijk over waar ze verblijft. Daarnaast bestaan grote zorgen over het netwerk waarin [de minderjarige] zich begeeft. Zo is zij betrokken geraakt bij twee strafbare feiten en staat zij in dat kader onder toezicht van Jeugdbescherming Regio Amsterdam (JBRA).



4.2.
Op 1 maart 2026 heeft een explosie plaatsgevonden bij [de minderjarige] thuis, waardoor de woning op last van de gemeente is gesloten. Het gezin heeft sindsdien verbleven bij mensen uit hun netwerk, maar dat is door [de minderjarige] en haar vader en broertje als zeer belastend ervaren. De vader is daarom halverwege maart 2026 met het broertje van [de minderjarige] naar Egypte vertrokken. [de minderjarige] is bij een vriendin in Nederland gebleven en zou op 9 april 2026 naar Egypte vertrekken.



4.3.

Hoewel JBRA goed in contact was met [de minderjarige] , is zij sinds afgelopen woensdag
8 april jl. onbereikbaar. Desgevraagd weet de vader niet waar zij is en zegt hij dat hij ook niet wist dat [de minderjarige] op 9 april 2026 naar Egypte zou vliegen. [de minderjarige] is in elk geval niet bij hem in Egypte. Ook overigens is de kans volgens de Raad groot dat [de minderjarige] nog in Nederland is, omdat volgens de Raad geen passende vluchten naar Egypte zijn vertrokken op 9 april 2026. Ondanks meerdere pogingen daartoe van de ouders van [de minderjarige] , JBRA en de Raad, kan niemand [de minderjarige] bereiken en weet niemand waar zij nu is. De kans is groot dat [de minderjarige] aan het rondzwerven is. Dat is zorgelijk, onveilig en niet in haar belang. Ook voordat [de minderjarige] kwijt was, was bekend bij de Raad dat [de minderjarige] soms tot laat in de sportschool bleef om daar maar te kunnen overnachten.




4.4.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een voorlopige ondertoezichtstelling is voldaan. Er is een ernstig vermoeden dat de ontwikkeling van [de minderjarige] acuut en ernstig wordt bedreigd. De Raad is al langer betrokken bij [de minderjarige] en het is niet gelukt om in een vrijwillig kader de ontwikkelingsbedreiging van [de minderjarige] weg te nemen. Daarom is de voorlopige ondertoezichtstelling noodzakelijk.



4.5.
De kinderrechter realiseert zich dat de meest acute zorg op dit moment is, dat [de minderjarige] geen verblijfsplek heeft. Voor dat enkele doel is de machtiging uithuisplaatsing niet bedoeld. Gelet op de eerdere zorgen die er over [de minderjarige] al waren, in combinatie met de zorgen over huidige veiligheid, is de kinderrechter echter van oordeel dat het noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding dat [de minderjarige] uit huis wordt geplaatst.



4.6.
De kinderrechter is ook van oordeel dat een zitting niet kan worden afgewacht zonder onmiddellijk en ernstig gevaar voor [de minderjarige] . Daarom stelt de kinderrechter [de minderjarige] voorlopig onder toezicht voor de duur van drie maanden. Ook machtigt de kinderrechter de GI om [de minderjarige] uit huis te plaatsen voor de duur van twee weken. De kinderrechter acht een termijn van twee weken passend, omdat [de minderjarige] op dit moment onvindbaar is. De verwachting en hoop is dat zij binnen deze termijn gevonden zal worden en de verdere vervolgstappen bekeken kunnen worden. Inmiddels is plek voor haar gevonden bij Nabijzorg. Dat betekent dat zodra [de minderjarige] terecht is, zij daar kan verblijven.



4.7.
De kinderrechter verklaart de beslissing om de machtiging tot uithuisplaatsing af te geven uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.



4.8.
De Raad, [de minderjarige] en de belanghebbenden worden in de gelegenheid gesteld hun mening te geven. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.






5De beslissing


De kinderrechter:



5.1.
stelt [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] in [plaats] , voorlopig onder toezicht van Jeugdbescherming Regio Amsterdam met ingang van 10 april 2026 tot 10 juli 2026;



5.2.
verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder met ingang van 10 april 2026 tot 24 april 2026;


5.3.
verklaart de beslissing onder 5.2. uitvoerbaar bij voorraad;



5.4.
houdt de behandeling van het verzoek voor het overige aan en bepaalt de voortzetting daarvan op een nader te bepalen zitting;



5.5.
bepaalt dat de griffier de Raad, de GI, de vader en de moeder tijdig zal oproepen voor die zitting;


5.6.
vraagt de griffier [de minderjarige] tijdig op te roepen voor een kindgesprek.









Deze beschikking is gegeven door mr. A.K. Mireku, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 10 april 2026, in aanwezigheid van L.I. Fernandes Paredes als griffier.














































Tegen eindbeslissingen in deze beschikking over de machtiging tot uithuisplaatsing is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Amsterdam. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:



degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;


andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.





Artikel 1:257 BW.


Artikel 1:265b, eerste lid, Burgerlijk Wetboek (BW).