Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Noord-Holland

ECLI:NL:RBNHO:2026:3528

2026-04-02 Civiel recht; Verbintenissenrecht 11750391 \ CV EXPL 25-1801
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Uitspraakdatum
2026-04-02
Publicatiedatum
2026-04-02
Rechtsgebied
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure
Tussenuitspraak
Zaaknummer
11750391 \ CV EXPL 25-1801
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Ambtshalve toetsing. Verstek. Tussenvonnis. Voldaan aan precontractuele informatieplichten van art. 6:230l BW. Rente- en incassokostenbedingen voorshands oneerlijk. Voornemen vernietiging.

Citeert (2)

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (7.067 tekens)
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Bewind
locatie Zaanstad


Zaaknr./rolnr.: 11750391 \ CV EXPL 25-1801
Uitspraakdatum: 2 april 2026




Tussenvonnis van de kantonrechter in de zaak van:





Health & Lifestyle Milon Clubs B.V.

te Heerhugowaard
de eisende partij
gemachtigde: [gemachtigde]



tegen





[gedaagde]


te [plaats]
de gedaagde partij
niet verschenen





1De procedure


1.1.
De eisende partij heeft de gedaagde partij gedagvaard. Tegen de gedaagde partij is verstek verleend.





2De beoordeling


2.1.
De eisende partij vordert veroordeling van de gedaagde partij tot betaling van € 1.513,64, te vermeerderen met de buitengerechtelijke incassokosten, de wettelijke rente en de proceskosten.



Ambtshalve toetsing van de precontractuele informatieplichten





2.2.
De vordering is gebaseerd op een overeenkomst tussen een handelaar en een consument, anders dan een overeenkomst op afstand of buiten de verkoopruimte gesloten. Bij het sluiten van dergelijke overeenkomsten moet de handelaar voldoen aan de wettelijke precontractuele informatieplichten van artikel 6:230l van het Burgerlijk Wetboek (BW). Dat aan deze plichten is voldaan, moet gemotiveerd worden gesteld en onderbouwd. De kantonrechter moet er ambtshalve op toezien dat die voorschriften worden nageleefd, dus ook als er geen verweer is gevoerd.



2.3.
De kantonrechter is van oordeel dat de eisende partij voldoende heeft toegelicht en onderbouwd dat is voldaan aan de precontractuele informatieplichten.





Ambtshalve toetsing van de algemene voorwaarden





2.4.
De kantonrechter is, gelet op het Dexia-arrest, gehouden om onderzoek te doen naar (mogelijk) oneerlijke bedingen in de toepasselijke algemene voorwaarden. Volgens Richtlijn 93/13/EEG betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten is een beding oneerlijk wanneer dit het evenwicht tussen de wederzijdse rechten en verplichtingen ten nadele van de consument aanzienlijk verstoort. De kantonrechter moet in iedere procedure over ieder onderdeel van de vordering beoordelen of daarover in de algemene voorwaarden afspraken zijn gemaakt en of die afspraken al dan niet oneerlijk zijn ten opzichte van de consument. Als de kantonrechter oordeelt dat een contractuele afspraak oneerlijk is, moet het beding worden vernietigd en moet de vordering op dat onderdeel worden afgewezen (ook als de eisende partij in de procedure een beroep doet op wettelijke bepalingen in plaats van op die contractuele afspraak).



2.5.
Uit de overgelegde stukken blijkt dat op de overeenkomst(en) de volgende algemene voorwaarden van de eisende partij van toepassing zijn verklaard: ‘Algemene voorwaarden’ van Sportinstituut [bedrijf]. (hierna: de algemene voorwaarden).



2.6.
Artikel 10.2 van de algemene voorwaarden betreft een incassokostenbeding. Daarin staat onder meer:‘Bij niet tijdige betaling is de Consument van rechtswege in verzuim. Indien de incasso mislukt zal daarvoor € 4,50 in rekening worden gebracht. Indien de 2e maand weer de incasso mislukt zal er opnieuw € 4,50 in rekening worden gebracht per geïncasseerde abonnementsperiode (…)’



2.7.
Artikel 10.5 van de algemene voorwaarden betreft een rente- en incassokostenbeding. Dat luidt als volgt:‘Indien Sportinstituut over dient te gaan tot incasso van de vordering op de Consument, is hij voorts de administratiekosten en (buitengerechtelijke) incassokosten verschuldigd ter grootte van de staffel incassokosten conform het percentage zoals bedoeld in de relevante incasso wet- en regelgeving, dan wel 15% van het openstaande bedrag, met een minimum van € 40,- euro. Vanaf de datum waarop een bedrag opeisbaar was, kan Sportinstituut de Consument 1% rente per maand in rekening brengen of de wettelijke rente indien die hoger is.’



2.8.
Door deze formulering suggereren de incassokostenbedingen dat vanaf het moment van verzuim direct incassokosten verschuldigd zijn, terwijl dat pas het geval is nadat er een veertiendagenbrief is verstuurd als bedoeld in artikel 6:96 lid 6 BW. Hiervan mag niet worden afgeweken. Op dat punt zijn de bedingen te onduidelijk en onbegrijpelijk. Dat de eisende partij wel een veertiendagenbrief aan de gedaagde partij heeft verstuurd, doet daaraan niet af. Of de eisende partij de consument ook daadwerkelijk aan de bedongen afspraken houdt, is voor de beoordeling van de (on)eerlijkheid van het beding namelijk niet relevant. Daarom is de kantonrechter voornemens om de incassokostenbedingen te vernietigen en de vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten af te wijzen. De eisende partij zal in de gelegenheid worden gesteld om zich hierover uit te laten.



2.12.

In het rentebeding is een rente van 1% per maand bedongen. Dat is meer dan de wettelijke handelsrente op het moment van het sluiten van de overeenkomst. Daarom is dit beding oneerlijk. De kantonrechter is voornemens om dit gedeelte van het beding eveneens te vernietigen en de gevorderde wettelijke rente af te wijzen. De eisende partij zal in de gelegenheid worden gesteld om zich hierover uit te laten.

Conclusie





2.9.
De eisende partij wordt in de gelegenheid gesteld zich bij akte uit te laten over het voorshands uitgesproken oordeel omtrent de oneerlijkheid van de hiervoor genoemde bedingen.



2.10.
Als aan de hierboven bedoelde opdracht niet of niet volledig wordt voldaan, zal de kantonrechter daaraan op grond van de artikelen 22 en 139 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering de gevolgen verbinden die hij geraden acht.



2.11.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.





3De beslissing


De kantonrechter:



3.1.
verwijst de zaak naar de rol van 30 april 2026 om de eisende partij in de gelegenheid te stellen zich bij akte uit te laten over het voorshands uitgesproken oordeel zoals hiervoor is overwogen;



3.2.
houdt iedere verdere beslissing aan.



Dit vonnis is gewezen door mr. W.S.J. Thijs en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.



De griffier De kantonrechter






Zie, onder meer, het arrest van de Hoge Raad van 12 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:1677.


HvJ EU 27 januari 2021, C‑229/19 en C‑289/19, ECLI:EU:C:2021:68 (Dexia).