Rechtbank Noord-Holland
ECLI:NL:RBNHO:2026:3510
2026-04-01
Civiel recht; Verbintenissenrecht
11957911 \ CV EXPL 25-7508
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Luchtvaart. Voegingsincident. Vordering tot voeging toegewezen.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (5.106 tekens)
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 11957911 \ CV EXPL 25-7508
Uitspraakdatum: 1 april 2026
Vonnis van de kantonrechter in het incident in de zaak van:
de vennootschap naar het recht harer vestiging AirHelp Germany GmbH
gevestigd te Berlijn, Duitsland
eiseres
hierna te noemen: AirHelp
gemachtigde: mr. D.E. Lof (Lof Legal Services)
tegen
de besloten vennootschap
TUI Airlines Nederland B.V.
gevestigd te Oude Meer
gedaagde
hierna te noemen: de vervoerder
gemachtigden: mr. M. Lustenhouwer en mr. D.H.A. Delger (AKD N.V.)
1Het procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding;
- de incidentele conclusie tot voeging;
- het antwoord in het incident.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2De vordering in de hoofdzaak
2.1.
AirHelp vordert in de hoofdzaak dat de vervoerder bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis veroordeeld zal worden tot betaling van een bedrag van € 2.000,00, te vermeerderen met rente en kosten.
2.2.
AirHelp legt aan de vordering ten grondslag dat [betrokkene 1], [betrokkene 2] en [betrokkene 3] en [betrokkene 4] en [betrokkene 5] (hierna: de passagiers) een overeenkomst met de vervoerder hebben gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hen op 8 juli 2025 vervoeren van Eindhoven naar Antalya, Turkije, met vlucht OR3043 (hierna: de vlucht). De vervoerder heeft de vlucht vertraagd uitgevoerd. De passagiers zijn met een vertraging van meer dan drie uur op de eindbestemming aangekomen. Zij hebben hun eventuele vorderingsrechten overgedragen aan AirHelp.
2.3.
AirHelp baseert haar vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof. Zij stelt dat de vervoerder haar vanwege de vertraging van de vlucht de compensatie moet voldoen van € 400,- per passagier.
3De vordering in het incident
3.1.
De vervoerder vordert in het incident dat de kantonrechter de procedure samenvoegt met vier andere procedures.
3.2.
De vervoerder legt aan zijn vordering ten grondslag dat de procedures zijn verknocht omdat de feitelijke en juridische geschilpunten geheel identiek zijn. De vorderingen zien op dezelfde vlucht. Ook zijn de vorderingen gebaseerd op identieke gronden en worden zowel AirHelp als de vervoerder bijgestaan door dezelfde gemachtigden.
3.3.
AirHelp refereert zich aan het oordeel van de kantonrechter.
4De beoordeling
4.1.
De kantonrechter overweegt als volgt. Voeging kan worden gevorderd in het geval voor dezelfde rechter tussen dezelfde partijen en over hetzelfde onderwerp tegelijk zaken aanhangig zijn, of voor dezelfde rechter verknochte zaken aanhangig zijn.
4.2.
In de zaken waarvoor voeging is gevorderd, is sprake van verknochtheid. De vorderingen vloeien voort uit hetzelfde feitencomplex. De vordering in het incident moet daarom worden toegewezen omdat de doelmatigheid daarmee is gediend.
4.3.
Naar het oordeel van de kantonrechter kan in het incident geen van partijen als de in het ongelijk gestelde partij worden beschouwd. Daarom zullen de proceskosten worden gecompenseerd in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.
5De beslissing
De kantonrechter:
in het incident
5.1.
voegt de hoofdzaak met de bij deze rechtbank aanhangige zaken met;
zaaknummer/rolnummer: 11938286 \ CV EXPL 25-7246;
zaaknummer/rolnummer: 11957900 \ CV EXPL 25-7507;
zaaknummer/rolnummer: 11957926 \ CV EXPL 25-7509;
zaaknummer/rolnummer: 11957939 \ CV EXPL 25-7512;
5.2.
compenseert de proceskosten in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;in de hoofdzaak
5.3.
verwijst de zaak naar de rol van 29 april 2026 voor het nemen van conclusie van antwoord;
5.4.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter
In de zin van artikel 222 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv).
Artikel 7 van de Verordening.
Op grond van artikel 222 Rv.
Artikel 222 Rv.
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 11957911 \ CV EXPL 25-7508
Uitspraakdatum: 1 april 2026
Vonnis van de kantonrechter in het incident in de zaak van:
de vennootschap naar het recht harer vestiging AirHelp Germany GmbH
gevestigd te Berlijn, Duitsland
eiseres
hierna te noemen: AirHelp
gemachtigde: mr. D.E. Lof (Lof Legal Services)
tegen
de besloten vennootschap
TUI Airlines Nederland B.V.
gevestigd te Oude Meer
gedaagde
hierna te noemen: de vervoerder
gemachtigden: mr. M. Lustenhouwer en mr. D.H.A. Delger (AKD N.V.)
1Het procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding;
- de incidentele conclusie tot voeging;
- het antwoord in het incident.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2De vordering in de hoofdzaak
2.1.
AirHelp vordert in de hoofdzaak dat de vervoerder bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis veroordeeld zal worden tot betaling van een bedrag van € 2.000,00, te vermeerderen met rente en kosten.
2.2.
AirHelp legt aan de vordering ten grondslag dat [betrokkene 1], [betrokkene 2] en [betrokkene 3] en [betrokkene 4] en [betrokkene 5] (hierna: de passagiers) een overeenkomst met de vervoerder hebben gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hen op 8 juli 2025 vervoeren van Eindhoven naar Antalya, Turkije, met vlucht OR3043 (hierna: de vlucht). De vervoerder heeft de vlucht vertraagd uitgevoerd. De passagiers zijn met een vertraging van meer dan drie uur op de eindbestemming aangekomen. Zij hebben hun eventuele vorderingsrechten overgedragen aan AirHelp.
2.3.
AirHelp baseert haar vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof. Zij stelt dat de vervoerder haar vanwege de vertraging van de vlucht de compensatie moet voldoen van € 400,- per passagier.
3De vordering in het incident
3.1.
De vervoerder vordert in het incident dat de kantonrechter de procedure samenvoegt met vier andere procedures.
3.2.
De vervoerder legt aan zijn vordering ten grondslag dat de procedures zijn verknocht omdat de feitelijke en juridische geschilpunten geheel identiek zijn. De vorderingen zien op dezelfde vlucht. Ook zijn de vorderingen gebaseerd op identieke gronden en worden zowel AirHelp als de vervoerder bijgestaan door dezelfde gemachtigden.
3.3.
AirHelp refereert zich aan het oordeel van de kantonrechter.
4De beoordeling
4.1.
De kantonrechter overweegt als volgt. Voeging kan worden gevorderd in het geval voor dezelfde rechter tussen dezelfde partijen en over hetzelfde onderwerp tegelijk zaken aanhangig zijn, of voor dezelfde rechter verknochte zaken aanhangig zijn.
4.2.
In de zaken waarvoor voeging is gevorderd, is sprake van verknochtheid. De vorderingen vloeien voort uit hetzelfde feitencomplex. De vordering in het incident moet daarom worden toegewezen omdat de doelmatigheid daarmee is gediend.
4.3.
Naar het oordeel van de kantonrechter kan in het incident geen van partijen als de in het ongelijk gestelde partij worden beschouwd. Daarom zullen de proceskosten worden gecompenseerd in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.
5De beslissing
De kantonrechter:
in het incident
5.1.
voegt de hoofdzaak met de bij deze rechtbank aanhangige zaken met;
zaaknummer/rolnummer: 11938286 \ CV EXPL 25-7246;
zaaknummer/rolnummer: 11957900 \ CV EXPL 25-7507;
zaaknummer/rolnummer: 11957926 \ CV EXPL 25-7509;
zaaknummer/rolnummer: 11957939 \ CV EXPL 25-7512;
5.2.
compenseert de proceskosten in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;in de hoofdzaak
5.3.
verwijst de zaak naar de rol van 29 april 2026 voor het nemen van conclusie van antwoord;
5.4.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter
In de zin van artikel 222 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv).
Artikel 7 van de Verordening.
Op grond van artikel 222 Rv.
Artikel 222 Rv.