Rechtbank Noord-Holland
ECLI:NL:RBNHO:2026:12449
2026-09-16
Civiel recht; Personen- en familierecht
C/15/382222 / JU RK 26-1416
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Voorlopige ondertoezichtstelling en een spoedmachtiging tot uithuisplaatsing
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (10.279 tekens)
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Haarlem
Zaaknummer: C/15/382222 / JU RK 26-1416
Datum uitspraak: 16 september 2026
Beschikking van de kinderrechter over een voorlopige ondertoezichtstelling en een spoedmachtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
de Raad voor de Kinderbescherming,
hierna te noemen: de Raad,
gevestigd te Haarlem,
over
[de minderjarige 1]
, geboren op [geboortedatum] in [plaats] ,
hierna te noemen: [de minderjarige 1] ,
[de minderjarige 2]
, geboren op [geboortedatum] in [plaats] ,
hierna te noemen: [de minderjarige 2] ,
[de minderjarige 3]
, geboren op [geboortedatum] in [plaats] ,
hierna te noemen: [de minderjarige 3] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder]
,
hierna te noemen: de moeder,
wonende te [plaats] ,
thans feitelijk verblijvende in het cellencomplex van de politie,
[de vader]
,
hierna te noemen: de vader,
wonende op een bij de Raad bekend adres,
de gecertificeerde instelling Stichting Jeugdbescherming Regio Amsterdam,
hierna te noemen: de GI,
gevestigd te Amsterdam.
1Het verloop van de procedure
De kinderrechter neemt mee in de beoordeling:
- het schriftelijke verzoek van de Raad met bijlagen, ontvangen op 16 september 2026.
2. De feiten
2.1.
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige 1] , [de minderjarige 2] en [de minderjarige 3] .
2.2.
[de minderjarige 1] , [de minderjarige 2] en [de minderjarige 3] wonen bij hun moeder.
3Het verzoek
De Raad verzoekt [de minderjarige 1] , [de minderjarige 2] en [de minderjarige 3] voorlopig onder toezicht te stellen voor de duur van drie maanden. Ook verzoekt de Raad een machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige 1] , [de minderjarige 2] en [de minderjarige 3] in een gezinsgerichte voorziening (bijv. gezinshuizen, GOM-gezinnen, zorgboerderijen) te verlenen voor de duur van de ondertoezichtstelling en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. De Raad verzoekt hierop te beslissen zonder de belanghebbenden te horen.
4De beoordeling
4.1.
De kinderrechter heeft de volgende informatie ontvangen. De kinderen wonen met moeder in [plaats] . De vader is twee weken geleden thuis vertrokken en verblijft bij een vriend van hem. Eerst gaf vader aan dat hij in zijn auto verbleef. Dit heeft hij ook met zijn dochters gedeeld en zij maakten zich hier grote zorgen om. De kinderen zitten al jarenlang in een situatie van spanning en conflicten tussen ouders. Afgelopen maandag (14 september 2026) is een conflict tussen ouders dusdanig uit de hand gelopen dat moeder is opgepakt en vader vanwege verwondingen in het ziekenhuis moest worden opgenomen. Het lukt ouders onvoldoende om de kinderen buiten de ruzies en conflicten te houden. De Raad is bezorgd dat [de minderjarige 1] , [de minderjarige 2] en [de minderjarige 3] hier veel van meekrijgen, zich onveilig voelen en het gevoel hebben op hun tenen te moeten lopen. Daarnaast kampen beide ouders met eigen problematiek waardoor zij niet volledig fysiek en mentaal beschikbaar zijn om de zorg te dragen voor [de minderjarige 1] , [de minderjarige 2] en [de minderjarige 3] . Zo wordt gezien dat moeder medische klachten heeft en dat de kinderen soms voor haar moeten zorgen. Ook lukt het de moeder niet de kinderen structureel op tijd op school te brengen. Vader heeft geen eigen woonruimte waardoor hij ook niet voor de kinderen kan zorgen. Het netwerk heeft de kinderen tijdelijk opgevangen, maar kan geen langdurige opvang bieden.
4.2.
Ondanks de inzet van hulpverlening – de afgelopen weken ook Ambulante Spoedhulp (ASH) – is het niet gelukt om de zorgen te doen afnemen. Het lukt ouders niet om de aanwijzingen van de hulpverlening uit te voeren, waardoor er geen verandering te zien is in de zorgelijke situatie. Bovendien is het heel zorgelijk dat ouders zich niet, in het belang van hun kinderen, aan de gemaakte veiligheidsafspraken houden. Zo blijven ouders elkaar steeds opzoeken/contacten ondanks de duidelijke afspraak dat ze geen contact mogen hebben, hetgeen leidt tot oplopende conflicten.
4.3.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een voorlopige ondertoezichtstelling is voldaan. Er is een ernstig vermoeden dat de ontwikkeling van [de minderjarige 1] , [de minderjarige 2] en [de minderjarige 3] acuut en ernstig wordt bedreigd. De voorlopige ondertoezichtstelling is noodzakelijk om die bedreiging weg te nemen.
4.4.
Daarnaast is de kinderrechter van oordeel dat het noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding dat [de minderjarige 1] , [de minderjarige 2] en [de minderjarige 3] uit huis worden geplaatst.
4.5.
De kinderrechter is ook van oordeel dat een zitting niet kan worden afgewacht zonder onmiddellijk en ernstig gevaar voor [de minderjarige 1] , [de minderjarige 2] en [de minderjarige 3] . Daarom stelt de kinderrechter [de minderjarige 1] , [de minderjarige 2] en [de minderjarige 3] voorlopig onder toezicht voor de duur van drie maanden. Ook machtigt de kinderrechter de GI om [de minderjarige 1] , [de minderjarige 2] en [de minderjarige 3] uit huis te plaatsen voor de duur van vier weken.
4.6.
De beslissing wordt van rechtswege aangetekend in het gezagsregister.
4.7.
De kinderrechter verklaart de beslissing om de machtiging tot uithuisplaatsing af te geven uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
4.8.
De Raad, [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] en de belanghebbenden worden in de gelegenheid gesteld hun mening te geven. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
5De beslissing
De kinderrechter:
5.1.
stelt:
[de minderjarige 1]
, geboren op [geboortedatum] in [plaats] ;
[de minderjarige 2]
, geboren op [geboortedatum] in [plaats] ; en
[de minderjarige 3]
, geboren op [geboortedatum] in [plaats] ;
voorlopig onder toezicht van de gecertificeerde instelling Stichting Jeugdbescherming Regio Amsterdam met ingang van 16 september 2026 tot 16 december 2026;
5.2.
verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van:
[de minderjarige 1]
, geboren op [geboortedatum] in [plaats] ;
[de minderjarige 2]
, geboren op [geboortedatum] in [plaats] ; en
[de minderjarige 3]
, geboren op [geboortedatum] in [plaats] ;
in een gezinsgerichte voorziening (bijv. gezinshuizen, GOM-gezinnen, zorgboerderijen) met ingang van 16 september 2026 tot 14 oktober 2026;
5.3.
verklaart de beslissing onder 5.2. uitvoerbaar bij voorraad;
5.4.
houdt de behandeling van het verzoek voor het overige aan en bepaalt de voorzetting daarvan op een nader te bepalen zitting;
5.5.
bepaalt dat de griffier de Raad, de GI, de vader en de moeder tijdig zal oproepen voor die zitting;
5.6.
bepaalt dat de griffier [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] tijdig zal oproepen voor een kindgesprek.
Deze beschikking is gegeven door mr. E.C.M. van Mierlo, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 16 september 2026, in aanwezigheid van M.P. van Driel als griffier.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking over de machtiging tot uithuisplaatsing is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Amsterdam. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking over de voorlopige ondertoezichtstelling staat geen hoger beroep open.
Artikel 1:257 BW.
Artikel 1:265b, eerste lid, Burgerlijk Wetboek (BW).
Artikel 2 Besluit gezagsregisters.
Artikel 807 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv).
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Haarlem
Zaaknummer: C/15/382222 / JU RK 26-1416
Datum uitspraak: 16 september 2026
Beschikking van de kinderrechter over een voorlopige ondertoezichtstelling en een spoedmachtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
de Raad voor de Kinderbescherming,
hierna te noemen: de Raad,
gevestigd te Haarlem,
over
[de minderjarige 1]
, geboren op [geboortedatum] in [plaats] ,
hierna te noemen: [de minderjarige 1] ,
[de minderjarige 2]
, geboren op [geboortedatum] in [plaats] ,
hierna te noemen: [de minderjarige 2] ,
[de minderjarige 3]
, geboren op [geboortedatum] in [plaats] ,
hierna te noemen: [de minderjarige 3] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder]
,
hierna te noemen: de moeder,
wonende te [plaats] ,
thans feitelijk verblijvende in het cellencomplex van de politie,
[de vader]
,
hierna te noemen: de vader,
wonende op een bij de Raad bekend adres,
de gecertificeerde instelling Stichting Jeugdbescherming Regio Amsterdam,
hierna te noemen: de GI,
gevestigd te Amsterdam.
1Het verloop van de procedure
De kinderrechter neemt mee in de beoordeling:
- het schriftelijke verzoek van de Raad met bijlagen, ontvangen op 16 september 2026.
2. De feiten
2.1.
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige 1] , [de minderjarige 2] en [de minderjarige 3] .
2.2.
[de minderjarige 1] , [de minderjarige 2] en [de minderjarige 3] wonen bij hun moeder.
3Het verzoek
De Raad verzoekt [de minderjarige 1] , [de minderjarige 2] en [de minderjarige 3] voorlopig onder toezicht te stellen voor de duur van drie maanden. Ook verzoekt de Raad een machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige 1] , [de minderjarige 2] en [de minderjarige 3] in een gezinsgerichte voorziening (bijv. gezinshuizen, GOM-gezinnen, zorgboerderijen) te verlenen voor de duur van de ondertoezichtstelling en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. De Raad verzoekt hierop te beslissen zonder de belanghebbenden te horen.
4De beoordeling
4.1.
De kinderrechter heeft de volgende informatie ontvangen. De kinderen wonen met moeder in [plaats] . De vader is twee weken geleden thuis vertrokken en verblijft bij een vriend van hem. Eerst gaf vader aan dat hij in zijn auto verbleef. Dit heeft hij ook met zijn dochters gedeeld en zij maakten zich hier grote zorgen om. De kinderen zitten al jarenlang in een situatie van spanning en conflicten tussen ouders. Afgelopen maandag (14 september 2026) is een conflict tussen ouders dusdanig uit de hand gelopen dat moeder is opgepakt en vader vanwege verwondingen in het ziekenhuis moest worden opgenomen. Het lukt ouders onvoldoende om de kinderen buiten de ruzies en conflicten te houden. De Raad is bezorgd dat [de minderjarige 1] , [de minderjarige 2] en [de minderjarige 3] hier veel van meekrijgen, zich onveilig voelen en het gevoel hebben op hun tenen te moeten lopen. Daarnaast kampen beide ouders met eigen problematiek waardoor zij niet volledig fysiek en mentaal beschikbaar zijn om de zorg te dragen voor [de minderjarige 1] , [de minderjarige 2] en [de minderjarige 3] . Zo wordt gezien dat moeder medische klachten heeft en dat de kinderen soms voor haar moeten zorgen. Ook lukt het de moeder niet de kinderen structureel op tijd op school te brengen. Vader heeft geen eigen woonruimte waardoor hij ook niet voor de kinderen kan zorgen. Het netwerk heeft de kinderen tijdelijk opgevangen, maar kan geen langdurige opvang bieden.
4.2.
Ondanks de inzet van hulpverlening – de afgelopen weken ook Ambulante Spoedhulp (ASH) – is het niet gelukt om de zorgen te doen afnemen. Het lukt ouders niet om de aanwijzingen van de hulpverlening uit te voeren, waardoor er geen verandering te zien is in de zorgelijke situatie. Bovendien is het heel zorgelijk dat ouders zich niet, in het belang van hun kinderen, aan de gemaakte veiligheidsafspraken houden. Zo blijven ouders elkaar steeds opzoeken/contacten ondanks de duidelijke afspraak dat ze geen contact mogen hebben, hetgeen leidt tot oplopende conflicten.
4.3.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een voorlopige ondertoezichtstelling is voldaan. Er is een ernstig vermoeden dat de ontwikkeling van [de minderjarige 1] , [de minderjarige 2] en [de minderjarige 3] acuut en ernstig wordt bedreigd. De voorlopige ondertoezichtstelling is noodzakelijk om die bedreiging weg te nemen.
4.4.
Daarnaast is de kinderrechter van oordeel dat het noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding dat [de minderjarige 1] , [de minderjarige 2] en [de minderjarige 3] uit huis worden geplaatst.
4.5.
De kinderrechter is ook van oordeel dat een zitting niet kan worden afgewacht zonder onmiddellijk en ernstig gevaar voor [de minderjarige 1] , [de minderjarige 2] en [de minderjarige 3] . Daarom stelt de kinderrechter [de minderjarige 1] , [de minderjarige 2] en [de minderjarige 3] voorlopig onder toezicht voor de duur van drie maanden. Ook machtigt de kinderrechter de GI om [de minderjarige 1] , [de minderjarige 2] en [de minderjarige 3] uit huis te plaatsen voor de duur van vier weken.
4.6.
De beslissing wordt van rechtswege aangetekend in het gezagsregister.
4.7.
De kinderrechter verklaart de beslissing om de machtiging tot uithuisplaatsing af te geven uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
4.8.
De Raad, [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] en de belanghebbenden worden in de gelegenheid gesteld hun mening te geven. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
5De beslissing
De kinderrechter:
5.1.
stelt:
[de minderjarige 1]
, geboren op [geboortedatum] in [plaats] ;
[de minderjarige 2]
, geboren op [geboortedatum] in [plaats] ; en
[de minderjarige 3]
, geboren op [geboortedatum] in [plaats] ;
voorlopig onder toezicht van de gecertificeerde instelling Stichting Jeugdbescherming Regio Amsterdam met ingang van 16 september 2026 tot 16 december 2026;
5.2.
verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van:
[de minderjarige 1]
, geboren op [geboortedatum] in [plaats] ;
[de minderjarige 2]
, geboren op [geboortedatum] in [plaats] ; en
[de minderjarige 3]
, geboren op [geboortedatum] in [plaats] ;
in een gezinsgerichte voorziening (bijv. gezinshuizen, GOM-gezinnen, zorgboerderijen) met ingang van 16 september 2026 tot 14 oktober 2026;
5.3.
verklaart de beslissing onder 5.2. uitvoerbaar bij voorraad;
5.4.
houdt de behandeling van het verzoek voor het overige aan en bepaalt de voorzetting daarvan op een nader te bepalen zitting;
5.5.
bepaalt dat de griffier de Raad, de GI, de vader en de moeder tijdig zal oproepen voor die zitting;
5.6.
bepaalt dat de griffier [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] tijdig zal oproepen voor een kindgesprek.
Deze beschikking is gegeven door mr. E.C.M. van Mierlo, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 16 september 2026, in aanwezigheid van M.P. van Driel als griffier.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking over de machtiging tot uithuisplaatsing is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Amsterdam. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking over de voorlopige ondertoezichtstelling staat geen hoger beroep open.
Artikel 1:257 BW.
Artikel 1:265b, eerste lid, Burgerlijk Wetboek (BW).
Artikel 2 Besluit gezagsregisters.
Artikel 807 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv).