Rechtbank Noord-Holland
ECLI:NL:RBNHO:2026:12372
2026-08-24
Civiel recht; Personen- en familierecht
C/15/378859 FA RK 26-3168
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
beëindiging gezag moeder
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (18.737 tekens)
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Haarlem
Zaaknummer: C/15/378859 / FA RK 26-3168
Datum uitspraak: 24 augustus 2026
Beschikking van de meervoudige kamer over de gezagsbeëindiging
in de zaak van
de Raad voor de Kinderbescherming,
hierna te noemen: de Raad,
gevestigd te Haarlem,
over
[de minderjarige]
, geboren op [geboortedatum] in [plaats] ,
hierna te noemen: [de minderjarige] .
De rechtbank merkt als belanghebbende aan:
[de moeder]
,
hierna te noemen: de moeder,
wonende in [plaats] , op dit moment verblijvende in Penitentiaire Inrichting [PI] locatie [locatie] ,
advocaat: mr. E. Stam, kantoorhoudende te Heerhugowaard.
de gecertificeerde instelling De Jeugd- & Gezinsbeschermers,
hierna te noemen: de GI,
gevestigd te Heerhugowaard.
De rechtbank merkt als informant aan:
[de grootouders] ,
hierna te noemen: de grootouders (mz), tevens de pleegouders van [de minderjarige] ,
wonende in [plaats] .
1Het verloop van de procedure
1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 3 juni 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 24 augustus 2026. Daarbij waren aanwezig:
- de advocaat van de moeder;
- de Raad, vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger van de raad] ;
- de GI, vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger van de GI] (telefonisch);
- de grootouders.
1.3.
De moeder is, hoewel goed opgeroepen, niet op de zitting verschenen. De moeder was aanvankelijk wel vanuit de Penitentiaire Inrichting naar de rechtbank gebracht. Zij heeft er gelet op de grote tijdspanne tussen aankomst op de rechtbank en het tijdstip van de zitting en de grote onrust die dat voor haar meebracht na overleg met haar advocaat voor gekozen zich terug te laten brengen.
1.4.
De rechtbank heeft [de minderjarige] naar zijn mening gevraagd. [de minderjarige] heeft hierover een gesprek gevoerd met de voorzitter. Tijdens de zitting heeft de voorzitter samengevat wat [de minderjarige] heeft verteld.
2De feiten
2.1.
De moeder is belast met het gezag over [de minderjarige] .
2.2.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 5 juni 2024 [de minderjarige] onder toezicht gesteld tot 5 juni 2025. Deze ondertoezichtstelling is nadien steeds verlengd en duurt nog tot 5 juni 2027.
2.3.
Tevens heeft de kinderrechter in deze rechtbank bij beschikking van 5 juni 2024 een machtiging verleend om [de minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een voorziening voor pleegzorg, te weten bij de grootouders, tot 5 december 2024. De kinderrechter heeft bij beschikking van 28 november 2024 het aangehouden deel van dit
verzoek toegewezen en de machtiging tot uithuisplaatsing verlengd tot 5 juni 2025. De uithuisplaatsing is nadien steeds verlengd en duurt nog tot 5 juni 2027. Bij beschikking van 15 mei 2025 heeft de rechtbank het perspectiefbesluit van de GI dat niet meer zal worden toegewerkt naar thuisplaatsing van [de minderjarige] bij de moeder onderschreven.
2.4.
[de minderjarige] woont op basis van voornoemde beschikkingen bij de grootouders.
2.5.
De GI heeft zich bij brief van 28 mei 2026 bereid verklaard om de voogdij te aanvaarden.
3Het verzoek
3.1.
De Raad verzoekt het gezag van de moeder te beëindigen, de GI tot voogd over [de minderjarige] te benoemen en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
3.2.
De Raad onderbouwt het verzoek – samengevat – als volgt. De moeder kampt met veel persoonlijke en psychische problemen, waardoor [de minderjarige] veel heeft moeten overleven bij de moeder. De moeder was in geen enkel opzicht stabiel en beschikbaar. Zij kampt met schizofrenie, maar erkent de diagnose zelf niet. Dit zorgde voor zorgelijke situaties. [de minderjarige] is een jongen met een specifieke opvoedbehoefte en verblijft nu bij de grootouders. Zij hebben altijd goed voor hem gezorgd. [de minderjarige] geeft zelf ook aan dat hij hier wil blijven wonen. Het zijn de grootouders die op de hoogte zijn van wat zich afspeelt in het leven van [de minderjarige] en inhoudelijke beslissingen nemen. De moeder tekent wat ze moet tekenen, maar geeft zelf ook aan bang te zijn om verkeerde beslissingen te nemen. Volgens de Raad is de moeder onvoldoende in staat om weloverwogen beslissingen te nemen die aansluiten bij de behoeften van [de minderjarige] . De Raad concludeert dat de aanvaardbare termijn voor [de minderjarige] is verstreken en dat het in het belang van [de minderjarige] noodzakelijk is om het gezag van de moeder te beëindigen. Volgens de Raad kan niet langer worden volstaan met een lichtere maatregel, te weten een ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing. Het is voor [de minderjarige] belangrijk dat hij weet bij wie hij moet zijn als het gaat om het nemen van grote beslissingen, waarbij hij weet dat hij dan niet meer afhankelijk is van de (gemoedstoestand van) zijn moeder. De Raad is van mening dat de GI voor nu moet worden belast met de voogdij over [de minderjarige] , zodat de relatie tussen de grootouders en de moeder niet onder druk komt te staan.
3.3.
Op termijn is het de bedoeling dat de voogdij bij de grootouders komt te liggen. Tot die tijd zal de GI de beslissingen over [de minderjarige] in overleg met de grootouders nemen. De Raad hoopt dat de moeder door deze beslissing zal berusten in het feit dat [de minderjarige] zal opgroeien bij de grootouders.
4De standpunten
de moeder
4.1.
Namens de moeder is primair afwijzing van het verzoek verzocht. Gezag is het belangrijkste wat een ouder heeft en er wordt niet voldaan aan de criteria van gezagsbeëindiging. De moeder is zeer betrokken en altijd bereikbaar. Verder is geen sprake van een bedreigde ontwikkeling van [de minderjarige] . Hij woont bij de grootouders en daar gaat het goed met hem. De moeder zal per oktober 2026 geplaatst worden in een open setting in de kliniek waar zij nu verblijft, waardoor zij bereikbaar blijft voor de grootouders. Bovendien blijft de advocaat van de moeder betrokken bij het gezin. De advocaat kan daardoor ook zaken met de grootouders overleggen. Verder heeft de moeder een tijd moeten wennen aan de plek waar zij nu verblijft. Zij voelde zich daar niet op haar plek, wat ook heeft meegespeeld in het verminderde contact met [de minderjarige] . De uitlatingen van de moeder dat ze bang is verkeerde beslissingen te nemen en het gevoel te hebben dat ze haar zoon niet meer zo goed kent moeten in dat kader worden gezien. Nu gaat het beter met haar. Als het gezag al zou moeten worden beëindigd dan vindt de moeder dat de voogdij bij de grootouders moet komen te liggen in plaats van bij de GI. De moeder begrijpt niet waarom de voogdij eerst bij de GI moet komen te liggen en mogelijk pas later bij de grootouders.
de grootouders
4.2.
De grootouders hebben op de zitting aangegeven achter het verzoek te staan. Het is een ingrijpende beslissing, maar zij stellen het belang van [de minderjarige] voorop. De grootouders benadrukken dat zij hem het contact met de moeder nooit zullen ontnemen. Op dit moment regelen de grootouders alle praktische zaken voor [de minderjarige] . De moeder verleent daarvoor waar nodig toestemming. De grootouders vinden het voor nu het beste dat de GI de voogdij op zich zal nemen De moeder werkt soms mee, maar op andere momenten verloopt dit moeizamer. Zij kunnen zich dan geheel richten op hun taak als opvoeders van [de minderjarige] en als grootouders. Zij gaan ervan uit dat de GI belangrijke beslissingen over [de minderjarige] met hen zal blijven bespreken. Uiteindelijk willen de grootouders zelf met de voogdij over [de minderjarige] worden belast.
de GI
4.3.
De GI heeft op de zitting aangegeven dat het de bedoeling is dat de grootouders uiteindelijk worden belast met de voogdij over [de minderjarige] . Voor nu vindt de GI het wenselijk dat de voogdij bij haar komt te liggen, zodat eventuele escalaties met de moeder bij de grootouders - en [de minderjarige] - kunnen worden weggehouden. Beslissingen over [de minderjarige] zullen steeds in overleg met de grootouders worden genomen. Zij weten wat het beste is voor [de minderjarige] .
5De mening van [de minderjarige]
5.1.
heeft in het gesprek met de voorzitter aangegeven dat hij het fijn heeft bij de grootouders. Hij heeft veel vriendjes in de buurt. [de minderjarige] heeft de moeder voor de zomervakantie voor het laatst gezien. Dat was leuk. Verder belt hij elke dag met haar. [de minderjarige] vindt het logisch als de grootouders de beslissingen over hem nemen omdat ze zijn opa en oma zijn en aangezien hij daar al heel lang woont.
6De beoordeling
6.1.
De rechtbank is van oordeel dat aan de wettelijke vereisten voor beëindiging van het gezag van de moeder is voldaan en zal het verzoek toewijzen. De rechtbank legt hierna uit waarom.
6.2.
Het doel van een kinderbeschermingsmaatregel, zoals beëindiging van het gezag, is de ontwikkelingsbedreiging van de minderjarige weg te nemen als de ouder daartoe niet in staat is. Het gevolg van het beëindigen van het gezag moet in een redelijke verhouding staan tot dat doel. Als de ontwikkelingsbedreiging van de minderjarige kan worden weggenomen met een lichtere maatregel dan gezagsbeëindiging, dan beëindigt de rechtbank het gezag niet. Omdat beëindiging van het gezag ingrijpt in het privé- en gezinsleven van de ouder en de minderjarige beoordeelt de rechtbank ook of de maatregel niet onnodig ingrijpend is. De belangen van de minderjarige staan voor de rechtbank bij haar beslissing voorop. De rechtbank weegt deze belangen zorgvuldig af tegen de belangen van de ouder.
6.3.
Naar het oordeel van de rechtbank wordt de ontwikkeling van [de minderjarige] ernstig bedreigd en kan de moeder de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding van [de minderjarige] niet binnen een aanvaardbare termijn dragen. [de minderjarige] heeft veel meegemaakt in de periode waarin hij bij de moeder woonde. Door haar persoonlijke problematiek is de moeder al langere tijd onvoldoende in staat gebleken haar rol als ouder op een stabiele en voor [de minderjarige] voorspelbare wijze uit te oefenen. [de minderjarige] heeft in die periode onvoldoende veiligheid en stabiliteit ervaren. Ondanks de ingezette hulpverlening blijft de gemoedstoestand van de moeder instabiel. Er zijn onvoldoende aanknopingspunten om te verwachten dat in de psychische problematiek van moeder binnen afzienbare tijd een zodanig substantiële verbetering zal optreden dat de moeder de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding van [de minderjarige] weer kan dragen. [de minderjarige] woont inmiddels al ruim twee jaar bij de grootouders, waar het goed met hem gaat. In maart 2026 is het opvoedbesluit genomen dat [de minderjarige] bij de grootouders zal blijven wonen. Daarmee ligt het perspectief van [de minderjarige] niet langer bij de moeder.
6.4.
De moeder en [de minderjarige] hebben nog wel contact met elkaar. [de minderjarige] heeft de moeder voor de zomervakantie gezien en zij spreken elkaar dagelijks telefonisch. De rechtbank acht het positief dat het contact tussen [de minderjarige] en de moeder wordt onderhouden. Tegelijkertijd gaat het om korte telefonische contactmomenten en vervult de moeder in het dagelijks leven van [de minderjarige] al langere tijd niet de rol van verzorgende en opvoedende ouder. Grootouders hebben weliswaar een manier gevonden om beslissingen over [de minderjarige] te kunnen nemen waarbij toestemming van de moeder wordt gevraagd als dat nodig is, maar dit komt er feitelijk op neer dat de moeder al langere tijd niet meer degene is die inhoudelijk gezien de beslissingen over [de minderjarige] neemt.
6.5.
Tijdens de mondelinge behandeling is duidelijk geworden dat zowel de Raad, de GI als de grootouders het in het belang van [de minderjarige] noodzakelijk vinden dat voor hem duidelijkheid ontstaat over wie verantwoordelijk is voor het nemen van belangrijke beslissingen over hem. De rechtbank is eveneens van oordeel dat het in het belang van [de minderjarige] noodzakelijk is hierover duidelijkheid te hebben en dat hij hierover niet langer in onzekerheid mag verkeren. Met een lichtere maatregel die de ontwikkelingsbedreiging van [de minderjarige] kan wegnemen kan niet worden volstaan vanwege de behoefte van [de minderjarige] aan voornoemde duidelijkheid en de onrust die jaarlijkse zittingen voor een verlenging ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing voor hem meebrengen. Gelet op de duur van de plaatsing bij de grootouders, het genomen perspectiefbesluit en het ontbreken van een reëel vooruitzicht dat de moeder binnen een voor [de minderjarige] aanvaardbare termijn de verantwoordelijkheid voor zijn verzorging en opvoeding weer kan dragen, is aan de wettelijke vereisten voor beëindiging van het gezag voldaan. De rechtbank zal het gezag van de moeder over [de minderjarige] daarom beëindigen.
6.6.
Door de beëindiging van het gezag van de moeder is er niemand meer om gezagsbeslissingen over [de minderjarige] te nemen. De rechtbank benoemt daarom een voogd over [de minderjarige] die voortaan de gezagsbeslissingen neemt. De GI heeft zich bereid verklaard de voogdij op zich te nemen. Hoewel de grootouders in staat zijn de voogdij op zich te nemen, acht de rechtbank het nu van belang dat een partij tussen de grootouders en de moeder staat, zodat eventuele escalaties niet direct bij de grootouders terecht komen en de grootouders zich in rust kunnen richten op hun taak als opvoeders.
6.7.
Deze beslissing betekent niet dat de moeder geen rol meer kan spelen in het leven van [de minderjarige] . De moeder zal altijd de moeder van [de minderjarige] blijven. De gezagsbeëindiging betekent ook niet dat geen contact en/of omgang meer zal zijn tussen hen. De rechtbank gaat ervanuit en heeft er ook vertrouwen in dat alle betrokkenen zich zullen inzetten voor een betekenisvolle rol van de moeder in het leven van [de minderjarige] , op een wijze die passend is bij de belastbaarheid van [de minderjarige] . De grootouders hebben ter zitting ook expliciet benadrukt zich hiervoor in te zetten.
6.8.
De rechtbank zal bepalen dat de moeder aan de GI die tot voogd wordt benoemd rekening en verantwoording moet afleggen over het door haar gevoerde bewind over het vermogen van [de minderjarige] . Dit betekent dat zij de GI op de hoogte moet stellen van alle geldzaken die over [de minderjarige] gaan, zodat de GI vanaf nu voor [de minderjarige] de geldzaken kan regelen.
6.9.
De beslissing wordt van rechtswege aangetekend in het gezagsregister.
6.10.
De rechtbank verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
7De beslissing
De rechtbank:
7.1.
beëindigt het ouderlijk gezag van [de moeder], geboren op [geboortedatum] in [plaats] , over [de minderjarige], geboren op [geboortedatum] in [plaats] ;
7.2.
benoemt de gecertificeerde instelling Stichting De Jeugd- & Gezinsbeschermers, gevestigd in Alkmaar tot voogd over genoemde minderjarige;
7.3.
bepaalt dat de moeder rekening en verantwoording moet afleggen over het door haar gevoerde bewind over het vermogen van [de minderjarige] ;
7.4.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
7.5.
draagt de griffie op om de beslissing aan te tekenen in het centraal gezagsregister.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 24 augustus 2026 door mr. E.M. ten Bos, mr. A.K. Mireku en mr. M.M. Cuypers, kinderrechters, in aanwezigheid van mr. S.E. Apon als griffier, en op schrift gesteld op 7 september 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Amsterdam. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.
Artikel 8 EVRM en artikel 3 IVRK.
Artikel 1:266, eerste lid, onder a, BW.
Artikel 1:275, eerste lid, BW.
Artikel 1:276, eerste lid, BW.
Artikel 2 Besluit gezagsregisters.
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Haarlem
Zaaknummer: C/15/378859 / FA RK 26-3168
Datum uitspraak: 24 augustus 2026
Beschikking van de meervoudige kamer over de gezagsbeëindiging
in de zaak van
de Raad voor de Kinderbescherming,
hierna te noemen: de Raad,
gevestigd te Haarlem,
over
[de minderjarige]
, geboren op [geboortedatum] in [plaats] ,
hierna te noemen: [de minderjarige] .
De rechtbank merkt als belanghebbende aan:
[de moeder]
,
hierna te noemen: de moeder,
wonende in [plaats] , op dit moment verblijvende in Penitentiaire Inrichting [PI] locatie [locatie] ,
advocaat: mr. E. Stam, kantoorhoudende te Heerhugowaard.
de gecertificeerde instelling De Jeugd- & Gezinsbeschermers,
hierna te noemen: de GI,
gevestigd te Heerhugowaard.
De rechtbank merkt als informant aan:
[de grootouders] ,
hierna te noemen: de grootouders (mz), tevens de pleegouders van [de minderjarige] ,
wonende in [plaats] .
1Het verloop van de procedure
1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 3 juni 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 24 augustus 2026. Daarbij waren aanwezig:
- de advocaat van de moeder;
- de Raad, vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger van de raad] ;
- de GI, vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger van de GI] (telefonisch);
- de grootouders.
1.3.
De moeder is, hoewel goed opgeroepen, niet op de zitting verschenen. De moeder was aanvankelijk wel vanuit de Penitentiaire Inrichting naar de rechtbank gebracht. Zij heeft er gelet op de grote tijdspanne tussen aankomst op de rechtbank en het tijdstip van de zitting en de grote onrust die dat voor haar meebracht na overleg met haar advocaat voor gekozen zich terug te laten brengen.
1.4.
De rechtbank heeft [de minderjarige] naar zijn mening gevraagd. [de minderjarige] heeft hierover een gesprek gevoerd met de voorzitter. Tijdens de zitting heeft de voorzitter samengevat wat [de minderjarige] heeft verteld.
2De feiten
2.1.
De moeder is belast met het gezag over [de minderjarige] .
2.2.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 5 juni 2024 [de minderjarige] onder toezicht gesteld tot 5 juni 2025. Deze ondertoezichtstelling is nadien steeds verlengd en duurt nog tot 5 juni 2027.
2.3.
Tevens heeft de kinderrechter in deze rechtbank bij beschikking van 5 juni 2024 een machtiging verleend om [de minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een voorziening voor pleegzorg, te weten bij de grootouders, tot 5 december 2024. De kinderrechter heeft bij beschikking van 28 november 2024 het aangehouden deel van dit
verzoek toegewezen en de machtiging tot uithuisplaatsing verlengd tot 5 juni 2025. De uithuisplaatsing is nadien steeds verlengd en duurt nog tot 5 juni 2027. Bij beschikking van 15 mei 2025 heeft de rechtbank het perspectiefbesluit van de GI dat niet meer zal worden toegewerkt naar thuisplaatsing van [de minderjarige] bij de moeder onderschreven.
2.4.
[de minderjarige] woont op basis van voornoemde beschikkingen bij de grootouders.
2.5.
De GI heeft zich bij brief van 28 mei 2026 bereid verklaard om de voogdij te aanvaarden.
3Het verzoek
3.1.
De Raad verzoekt het gezag van de moeder te beëindigen, de GI tot voogd over [de minderjarige] te benoemen en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
3.2.
De Raad onderbouwt het verzoek – samengevat – als volgt. De moeder kampt met veel persoonlijke en psychische problemen, waardoor [de minderjarige] veel heeft moeten overleven bij de moeder. De moeder was in geen enkel opzicht stabiel en beschikbaar. Zij kampt met schizofrenie, maar erkent de diagnose zelf niet. Dit zorgde voor zorgelijke situaties. [de minderjarige] is een jongen met een specifieke opvoedbehoefte en verblijft nu bij de grootouders. Zij hebben altijd goed voor hem gezorgd. [de minderjarige] geeft zelf ook aan dat hij hier wil blijven wonen. Het zijn de grootouders die op de hoogte zijn van wat zich afspeelt in het leven van [de minderjarige] en inhoudelijke beslissingen nemen. De moeder tekent wat ze moet tekenen, maar geeft zelf ook aan bang te zijn om verkeerde beslissingen te nemen. Volgens de Raad is de moeder onvoldoende in staat om weloverwogen beslissingen te nemen die aansluiten bij de behoeften van [de minderjarige] . De Raad concludeert dat de aanvaardbare termijn voor [de minderjarige] is verstreken en dat het in het belang van [de minderjarige] noodzakelijk is om het gezag van de moeder te beëindigen. Volgens de Raad kan niet langer worden volstaan met een lichtere maatregel, te weten een ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing. Het is voor [de minderjarige] belangrijk dat hij weet bij wie hij moet zijn als het gaat om het nemen van grote beslissingen, waarbij hij weet dat hij dan niet meer afhankelijk is van de (gemoedstoestand van) zijn moeder. De Raad is van mening dat de GI voor nu moet worden belast met de voogdij over [de minderjarige] , zodat de relatie tussen de grootouders en de moeder niet onder druk komt te staan.
3.3.
Op termijn is het de bedoeling dat de voogdij bij de grootouders komt te liggen. Tot die tijd zal de GI de beslissingen over [de minderjarige] in overleg met de grootouders nemen. De Raad hoopt dat de moeder door deze beslissing zal berusten in het feit dat [de minderjarige] zal opgroeien bij de grootouders.
4De standpunten
de moeder
4.1.
Namens de moeder is primair afwijzing van het verzoek verzocht. Gezag is het belangrijkste wat een ouder heeft en er wordt niet voldaan aan de criteria van gezagsbeëindiging. De moeder is zeer betrokken en altijd bereikbaar. Verder is geen sprake van een bedreigde ontwikkeling van [de minderjarige] . Hij woont bij de grootouders en daar gaat het goed met hem. De moeder zal per oktober 2026 geplaatst worden in een open setting in de kliniek waar zij nu verblijft, waardoor zij bereikbaar blijft voor de grootouders. Bovendien blijft de advocaat van de moeder betrokken bij het gezin. De advocaat kan daardoor ook zaken met de grootouders overleggen. Verder heeft de moeder een tijd moeten wennen aan de plek waar zij nu verblijft. Zij voelde zich daar niet op haar plek, wat ook heeft meegespeeld in het verminderde contact met [de minderjarige] . De uitlatingen van de moeder dat ze bang is verkeerde beslissingen te nemen en het gevoel te hebben dat ze haar zoon niet meer zo goed kent moeten in dat kader worden gezien. Nu gaat het beter met haar. Als het gezag al zou moeten worden beëindigd dan vindt de moeder dat de voogdij bij de grootouders moet komen te liggen in plaats van bij de GI. De moeder begrijpt niet waarom de voogdij eerst bij de GI moet komen te liggen en mogelijk pas later bij de grootouders.
de grootouders
4.2.
De grootouders hebben op de zitting aangegeven achter het verzoek te staan. Het is een ingrijpende beslissing, maar zij stellen het belang van [de minderjarige] voorop. De grootouders benadrukken dat zij hem het contact met de moeder nooit zullen ontnemen. Op dit moment regelen de grootouders alle praktische zaken voor [de minderjarige] . De moeder verleent daarvoor waar nodig toestemming. De grootouders vinden het voor nu het beste dat de GI de voogdij op zich zal nemen De moeder werkt soms mee, maar op andere momenten verloopt dit moeizamer. Zij kunnen zich dan geheel richten op hun taak als opvoeders van [de minderjarige] en als grootouders. Zij gaan ervan uit dat de GI belangrijke beslissingen over [de minderjarige] met hen zal blijven bespreken. Uiteindelijk willen de grootouders zelf met de voogdij over [de minderjarige] worden belast.
de GI
4.3.
De GI heeft op de zitting aangegeven dat het de bedoeling is dat de grootouders uiteindelijk worden belast met de voogdij over [de minderjarige] . Voor nu vindt de GI het wenselijk dat de voogdij bij haar komt te liggen, zodat eventuele escalaties met de moeder bij de grootouders - en [de minderjarige] - kunnen worden weggehouden. Beslissingen over [de minderjarige] zullen steeds in overleg met de grootouders worden genomen. Zij weten wat het beste is voor [de minderjarige] .
5De mening van [de minderjarige]
5.1.
heeft in het gesprek met de voorzitter aangegeven dat hij het fijn heeft bij de grootouders. Hij heeft veel vriendjes in de buurt. [de minderjarige] heeft de moeder voor de zomervakantie voor het laatst gezien. Dat was leuk. Verder belt hij elke dag met haar. [de minderjarige] vindt het logisch als de grootouders de beslissingen over hem nemen omdat ze zijn opa en oma zijn en aangezien hij daar al heel lang woont.
6De beoordeling
6.1.
De rechtbank is van oordeel dat aan de wettelijke vereisten voor beëindiging van het gezag van de moeder is voldaan en zal het verzoek toewijzen. De rechtbank legt hierna uit waarom.
6.2.
Het doel van een kinderbeschermingsmaatregel, zoals beëindiging van het gezag, is de ontwikkelingsbedreiging van de minderjarige weg te nemen als de ouder daartoe niet in staat is. Het gevolg van het beëindigen van het gezag moet in een redelijke verhouding staan tot dat doel. Als de ontwikkelingsbedreiging van de minderjarige kan worden weggenomen met een lichtere maatregel dan gezagsbeëindiging, dan beëindigt de rechtbank het gezag niet. Omdat beëindiging van het gezag ingrijpt in het privé- en gezinsleven van de ouder en de minderjarige beoordeelt de rechtbank ook of de maatregel niet onnodig ingrijpend is. De belangen van de minderjarige staan voor de rechtbank bij haar beslissing voorop. De rechtbank weegt deze belangen zorgvuldig af tegen de belangen van de ouder.
6.3.
Naar het oordeel van de rechtbank wordt de ontwikkeling van [de minderjarige] ernstig bedreigd en kan de moeder de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding van [de minderjarige] niet binnen een aanvaardbare termijn dragen. [de minderjarige] heeft veel meegemaakt in de periode waarin hij bij de moeder woonde. Door haar persoonlijke problematiek is de moeder al langere tijd onvoldoende in staat gebleken haar rol als ouder op een stabiele en voor [de minderjarige] voorspelbare wijze uit te oefenen. [de minderjarige] heeft in die periode onvoldoende veiligheid en stabiliteit ervaren. Ondanks de ingezette hulpverlening blijft de gemoedstoestand van de moeder instabiel. Er zijn onvoldoende aanknopingspunten om te verwachten dat in de psychische problematiek van moeder binnen afzienbare tijd een zodanig substantiële verbetering zal optreden dat de moeder de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding van [de minderjarige] weer kan dragen. [de minderjarige] woont inmiddels al ruim twee jaar bij de grootouders, waar het goed met hem gaat. In maart 2026 is het opvoedbesluit genomen dat [de minderjarige] bij de grootouders zal blijven wonen. Daarmee ligt het perspectief van [de minderjarige] niet langer bij de moeder.
6.4.
De moeder en [de minderjarige] hebben nog wel contact met elkaar. [de minderjarige] heeft de moeder voor de zomervakantie gezien en zij spreken elkaar dagelijks telefonisch. De rechtbank acht het positief dat het contact tussen [de minderjarige] en de moeder wordt onderhouden. Tegelijkertijd gaat het om korte telefonische contactmomenten en vervult de moeder in het dagelijks leven van [de minderjarige] al langere tijd niet de rol van verzorgende en opvoedende ouder. Grootouders hebben weliswaar een manier gevonden om beslissingen over [de minderjarige] te kunnen nemen waarbij toestemming van de moeder wordt gevraagd als dat nodig is, maar dit komt er feitelijk op neer dat de moeder al langere tijd niet meer degene is die inhoudelijk gezien de beslissingen over [de minderjarige] neemt.
6.5.
Tijdens de mondelinge behandeling is duidelijk geworden dat zowel de Raad, de GI als de grootouders het in het belang van [de minderjarige] noodzakelijk vinden dat voor hem duidelijkheid ontstaat over wie verantwoordelijk is voor het nemen van belangrijke beslissingen over hem. De rechtbank is eveneens van oordeel dat het in het belang van [de minderjarige] noodzakelijk is hierover duidelijkheid te hebben en dat hij hierover niet langer in onzekerheid mag verkeren. Met een lichtere maatregel die de ontwikkelingsbedreiging van [de minderjarige] kan wegnemen kan niet worden volstaan vanwege de behoefte van [de minderjarige] aan voornoemde duidelijkheid en de onrust die jaarlijkse zittingen voor een verlenging ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing voor hem meebrengen. Gelet op de duur van de plaatsing bij de grootouders, het genomen perspectiefbesluit en het ontbreken van een reëel vooruitzicht dat de moeder binnen een voor [de minderjarige] aanvaardbare termijn de verantwoordelijkheid voor zijn verzorging en opvoeding weer kan dragen, is aan de wettelijke vereisten voor beëindiging van het gezag voldaan. De rechtbank zal het gezag van de moeder over [de minderjarige] daarom beëindigen.
6.6.
Door de beëindiging van het gezag van de moeder is er niemand meer om gezagsbeslissingen over [de minderjarige] te nemen. De rechtbank benoemt daarom een voogd over [de minderjarige] die voortaan de gezagsbeslissingen neemt. De GI heeft zich bereid verklaard de voogdij op zich te nemen. Hoewel de grootouders in staat zijn de voogdij op zich te nemen, acht de rechtbank het nu van belang dat een partij tussen de grootouders en de moeder staat, zodat eventuele escalaties niet direct bij de grootouders terecht komen en de grootouders zich in rust kunnen richten op hun taak als opvoeders.
6.7.
Deze beslissing betekent niet dat de moeder geen rol meer kan spelen in het leven van [de minderjarige] . De moeder zal altijd de moeder van [de minderjarige] blijven. De gezagsbeëindiging betekent ook niet dat geen contact en/of omgang meer zal zijn tussen hen. De rechtbank gaat ervanuit en heeft er ook vertrouwen in dat alle betrokkenen zich zullen inzetten voor een betekenisvolle rol van de moeder in het leven van [de minderjarige] , op een wijze die passend is bij de belastbaarheid van [de minderjarige] . De grootouders hebben ter zitting ook expliciet benadrukt zich hiervoor in te zetten.
6.8.
De rechtbank zal bepalen dat de moeder aan de GI die tot voogd wordt benoemd rekening en verantwoording moet afleggen over het door haar gevoerde bewind over het vermogen van [de minderjarige] . Dit betekent dat zij de GI op de hoogte moet stellen van alle geldzaken die over [de minderjarige] gaan, zodat de GI vanaf nu voor [de minderjarige] de geldzaken kan regelen.
6.9.
De beslissing wordt van rechtswege aangetekend in het gezagsregister.
6.10.
De rechtbank verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
7De beslissing
De rechtbank:
7.1.
beëindigt het ouderlijk gezag van [de moeder], geboren op [geboortedatum] in [plaats] , over [de minderjarige], geboren op [geboortedatum] in [plaats] ;
7.2.
benoemt de gecertificeerde instelling Stichting De Jeugd- & Gezinsbeschermers, gevestigd in Alkmaar tot voogd over genoemde minderjarige;
7.3.
bepaalt dat de moeder rekening en verantwoording moet afleggen over het door haar gevoerde bewind over het vermogen van [de minderjarige] ;
7.4.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
7.5.
draagt de griffie op om de beslissing aan te tekenen in het centraal gezagsregister.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 24 augustus 2026 door mr. E.M. ten Bos, mr. A.K. Mireku en mr. M.M. Cuypers, kinderrechters, in aanwezigheid van mr. S.E. Apon als griffier, en op schrift gesteld op 7 september 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Amsterdam. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.
Artikel 8 EVRM en artikel 3 IVRK.
Artikel 1:266, eerste lid, onder a, BW.
Artikel 1:275, eerste lid, BW.
Artikel 1:276, eerste lid, BW.
Artikel 2 Besluit gezagsregisters.