Rechtbank Noord-Holland
ECLI:NL:RBNHO:2026:12179
2026-09-09
Civiel recht; Verbintenissenrecht
C/15/360077 en C/15/363948
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
In de hoofdzaak: terugbetaling van bedragen uit rekening-courantverhouding met familiebedrijf. Geen verrekekening met tegenvordering.: het bestaan van de gestelde geldleningen is onvoldoende onderbouwd en deze vallen onder het finale kwijtingsbeding uit de eerder gesloten vso. In de vrijwaringszaak: vorderingen tegen ex-partner worden afgewezen. Zij is niet mede-draagplichtig voor de rekening-courantschuld.
Citeert (1)
- ECLI:NL:HR:2007:BA3516 Hoge Raad 29-06-2007
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (47.819 tekens)
RECHTBANK Noord-Holland
Civiel recht
Zittingsplaats Alkmaar
Vonnis van 9 september 2026 (bij vervroeging)
in de hoofdzaak met zaaknummer C/15/360077 / HA ZA 24-698 van
HEVEC BEHEER B.V.,
te Den Helder,
eisende partij in conventie,
verwerende partij in reconventie,
hierna te noemen: Hevec ,
advocaten: mr. R.Q. Potter, mr. S. Vlassak en mr. V.G. Snel,
tegen
[gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring]
,
te [woonplaats] ,
gedaagde partij in conventie,
eisende partij in reconventie,
hierna te noemen: [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] ,
advocaat: mr. E. Fransen,
en in de vrijwaringszaak met zaaknummer C/15/363948 / HA ZA 25-193 van
[gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring]
,
te [woonplaats] ,
eisende partij,
advocaat: mr. E. Fransen,
tegen
[gedaagde in vrijwaring] ,
te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde in vrijwaring] ,
advocaat: mr. C.G.A. van Stratum.
De zaken in het kort
Hevec vordert in de hoofdzaak terugbetaling door [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] van de aan hem verstrekte bedragen uit hoofde van een rekening-courantverhouding met Hevec . De rechtbank wijst deze vordering toe. [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] heeft tijdens zijn huwelijk met [gedaagde in vrijwaring] van Hevec geleend via een rekening-courantverhouding. [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] heeft de hoogte van de gestelde schuld onvoldoende gemotiveerd weersproken. [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] vordert op zijn beurt terugbetaling van leningen die hij aan Hevec stelt te hebben verstrekt. De rechtbank wijst deze tegenvordering af. [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] heeft het bestaan van de gestelde leningen aan Hevec onvoldoende onderbouwd. Daarnaast hebben [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] en Hevec eind 2017 in een vaststellingsovereenkomst afgesproken dat zij niets meer van elkaar te vorderen hebben. De vermeende geldvordering van [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] valt onder dit finale kwijtingsbeding. Om die redenen kan [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] zijn vordering niet verrekenen met het bedrag dat hij verschuldigd is op grond van de rekening-courantverhouding met Hevec . [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] wil in de vrijwaringszaak regres nemen op zijn ex-partner [gedaagde in vrijwaring] voor haar aandeel in de rekening-courantschuld. De rechtbank wijst ook deze vordering van [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] af. [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] heeft namelijk onvoldoende onderbouwd dat [gedaagde in vrijwaring] mede-draagplichtig is voor de rekening-courantschuld aan Hevec .
1De procedures
1.1.
Het verloop van de procedure in de hoofdzaak blijkt uit:
- de dagvaarding van 6 december 2024 met producties 1-14;
- de incidentele conclusie tot oproeping in vrijwaring met productie 1;
- de incidentele conclusie van antwoord met producties 15 en 16;
- het vonnis in incident van 12 maart 2025, waarbij de rechtbank [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] heeft toegestaan om [gedaagde in vrijwaring] in vrijwaring op te roepen;
- de conclusie van antwoord tevens houdende eis in reconventie met producties 10-19;
- de conclusie van antwoord in reconventie met producties 15-23;
- het tussenvonnis van 18 juni 2025, waarbij de rechtbank een mondelinge behandeling heeft bevolen.
1.2.
Het verloop van de procedure in de vrijwaringszaak blijkt uit:
- de dagvaarding van 1 april 2025 met producties 1-9;
- de conclusie van antwoord met producties 1-15;
- het tussenvonnis van 18 juni 2025, waarbij de rechtbank een mondelinge behandeling heeft bevolen.
1.3.
Op 6 augustus 2026 heeft de mondelinge behandeling van de hoofdzaak en de vrijwaringszaak gezamenlijk plaatsgevonden. Op de zitting zijn verschenen namens Hevec [bestuurder] , bestuurder, en zijn zoon [zoon van bestuurder] , bijgestaan door mrs. Potter, Vlassak en Snel. Daarnaast zijn verschenen [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] , bijgestaan door mr. Fransen, en [gedaagde in vrijwaring] , bijgestaan door mr. Van Stratum.
1.4.
De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen ter toelichting van hun standpunten naar voren hebben gebracht. Mrs. Snel, Fransen en Van Stratum hebben gebruik gemaakt van spreekaantekeningen, die zij ter zitting aan de rechtbank hebben overgelegd en die daarmee onderdeel zijn geworden van de processtukken.
1.5.
Aan het einde van de mondelinge behandeling heeft de rechter partijen meegedeeld dat de rechtbank op 30 september 2026 of zoveel eerder als mogelijk vonnis wijst.
2De feiten
in de hoofdzaak en in de vrijwaringszaak
2.1.
Hevec is de (voormalige) houdstermaatschappij van ondernemingen die wereldwijd actief zijn op het gebied van verpakkingsmaterialen. Hevec is een familiebedrijf van de familie [gedaagde in vrijwaring] . [bestuurder] is de bestuurder van Hevec .
2.2.
[gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] is van 3 mei 2003 tot 5 juni 2018 getrouwd geweest met [gedaagde in vrijwaring] . Zij is de dochter van [bestuurder] . [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] en [gedaagde in vrijwaring] zijn in verschillende functies betrokken geweest bij het Hevec concern. Tijdens hun huwelijk hebben [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] en [gedaagde in vrijwaring] geld geleend van Hevec via een rekening-courantverhouding.
2.3.
Nadat duidelijk werd dat [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] en [gedaagde in vrijwaring] uit elkaar zouden gaan, is er gesproken over financiële ontvlechting/uittreding van [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] . Tussen, enerzijds, [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] en zijn holdingmaatschappij Dowenta B.V. en, anderzijds, Hevec en haar zes dochtermaatschappijen - alle met [bestuurder] als bestuurder - bestond een aantal geschilpunten dan wel openstaande punten. Om tot afwikkeling van deze punten te komen hebben zij afspraken gemaakt. Die afspraken zijn neergelegd in een vaststellingsovereenkomst die [bestuurder] namens Hevec en haar dochtermaatschappijen en [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] namens zijn holdingmaatschappij en in privé op 28 december 2017 hebben ondertekend (hierna: de vaststellingsovereenkomst).
2.4.
In de vaststellingsovereenkomst is het volgende opgenomen, voor zover van belang:
“ARTIKEL 3 REKENING COURANT
3.1 De bestaande rekening courant tussen Hevec Beheer en [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] (tegen een rentepercentage van 2%) wordt per 31 december 2017 bevroren en wordt zo spoedig mogelijk en uiterlijk op 31 december 2020 volledig afgelost danwel vereffend.
(…)
ARTIKEL 8 KWIJTING
8.1
Partijen verklaren uitdrukkelijk dat de onderwerpen zoals genoemd in deze Overeenkomst alle tussen hen thans bestaande geschilpunten en openstaande punten behelst. Partijen verklaren uitdrukkelijk dat na de uitvoering van de in deze Overeenkomst opgenomen afspraken alle tussen hen thans bestaande geschilpunten en openstaande punten zijn opgelost en zij verlenen elkaar na uitvoering van het bepaalde in de Overeenkomst daarvoor dan ook over en weer finale kwijting.”
2.5.
In maart 2018 zijn [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] en [gedaagde in vrijwaring] een echtscheidingsconvenant (hierna: het convenant) overeengekomen. In het convenant is het volgende opgenomen, voor zover van belang:
“Artikel 3.5.5. Overige niet opgeloste geschilpunten
Met het voorgaande hebben partijen nog niet alle geschilpunten met elkaar kunnen regelen. (…) Het punt dat thans (…) nog in geschil is, betreft het volgende:
- De rekening courant schulden (artikel 3.4 onder e,
toev. rb: van partijen bij Hevec
) Terzake van deze rekening courant schulden zijn overigens al in onderzoek de diverse boekingen die ten gunste dan wel ten laste van die rekening-courant verhoudingen zijn gedaan en in hoeverre e.e.a. geheel dan wel gedeeltelijk ten laste komt van partijen gezamenlijk en/of een van partijen. Partijen zijn inmiddels met elkaar overeengekomen dat deze kwestie zal worden meegenomen in de totaalafwikkeling die partijen voor ogen staat en waarover partijen hierboven onder artikel 3.5.1. onder II afspraken met elkaar hebben gemaakt.”
2.6.
Bij e-mail van 26 mei 2018 heeft [naam 1] (hierna: [naam 1] ), de voormalige accountant van Hevec en sinds de scheiding alleen nog van [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] , aan de toenmalige echtscheidingsadvocaat van [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] en [gedaagde in vrijwaring] het volgende bericht:“Naar aanleiding van het gesprek tussen partijen op 19 mei 2018 en het daarop volgende mailverkeer op 20 mei 2018 waarin de heer [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] heeft aangekondigd op korte termijn met een (totaal)voorstel te doen het volgende: (…)
O.b.v. een Excel sheet zoals verstrekt door het Hevec concern (zie de bijlage) bedraagt de rekening-courantverhouding tussen het Hevec concern en de heer [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] ultimo 2014 € 200.314. Hoewel er een nadere discussie kan ontstaan omtrent de precieze besteding van deze ontvangen gelden is de heer [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] bereid deze rekening-courantverhouding op zijn conto te nemen als verrekening van de schuld van mevrouw [gedaagde in vrijwaring] (zie de vorige bullet) heeft plaatsgevonden. Er resteert dan ultimo 2014 een bedrag ad afgerond € 45.000. (…)”
2.7.
In zijn e-mail van 19 februari 2019 heeft advocaat mr. B. Breederveld (hierna: Breederveld) namens [gedaagde in vrijwaring] aan [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] bericht dat de rekening-courantschuld een gezamenlijke schuld is tegenover Hevec en ter zake de onderlinge draagplicht heeft Breederveld voorgesteld, uitgaande van een saldo van € 245.334,00 medio 2017, dat [gedaagde in vrijwaring] draagplichtig is voor een bedrag van € 200.017,00 en [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] voor een bedrag van € 45.017,00. In dat kader heeft Breederveld ook voorgesteld de rekening-courantschuld in overleg met Hevec op te splitsen in twee afzonderlijke vorderingen/schulden.
2.8.
Bij brief van 30 juli 2021 hebben de toenmalige advocaten van Hevec aan de advocaat van [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] onder meer het volgende bericht:“16. Op grond van artikel 3 van de Vaststellingsovereenkomst [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] moet de per Transactiedatum bestaande R/C verhouding tussen Hevec en [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] worden afgelost. Per Transactiedatum bedroeg de lening van Hevec aan [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] EUR 230.685,00. (Bijlage 8: overzicht R/C verhouding Hevec - [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring]) (…)”
2.9.
Op 6 februari 2023 en 7 maart 2023 heeft [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] aan Hevec verzocht om overzichten vanaf datum aanvang huwelijkse periode, gespecifieerd per jaar en per persoon en voorzien van een toelichting en relevante documentatie, om inzicht te verkrijgen in het verloop van de rekening-courantverhoudingen zowel waar het [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] als [gedaagde in vrijwaring] betreft.
2.10.
Op 13 maart 2023 heeft de toenmalige advocaat van Hevec geantwoord dat het verloop van de lening over de periode 31-12-2016 tot en met 31-12-2020 blijkt uit het overzicht dat als bijlage 8 bij de brief van 30 juli 2021 is gevoegd en dat [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] daarover nimmer vragen heeft gesteld.
2.11.
In de periode juni-oktober 2023 hebben de accountants van Hevec en [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] mailcorrespondentie gevoerd over de lening. Op 12 oktober 2023 heeft de accountant van Hevec aan [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] een overzicht verstrekt van de mutaties in de rekening-courantverhouding vanaf 31 december 2017 tot eind 2021. Die zijn ontleend aan de jaarrekening en financiële administratie van Hevec .
2.12.
In 2024 hebben (de advocaten van) Hevec en [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] over en weer sommatiebrieven gestuurd met betrekking tot gestelde leningen.
3Het geschil
in de hoofdzaak
in conventie
3.1.
Hevec vordert - samengevat - dat de rechtbank bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:
I. [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] veroordeelt binnen vijf werkdagen na betekening van dit vonnis aan Hevec te voldoen een bedrag van € 230.685,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 januari 2021;
II. [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] veroordeelt aan Hevec te voldoen een bedrag van € 2.928,43 aan buitengerechtelijke incassokosten;
III. [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] veroordeelt tot betaling van de (na)kosten van dit geding, te vermeerderen met de wettelijke rente.
3.2.
Hevec legt aan haar vordering, samengevat, het volgende ten grondslag. Tussen Hevec en [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] bestaat een rekening-courantverhouding op grond waarvan [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] flexibel geld heeft kunnen lenen van Hevec . [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] en Hevec hebben in de vaststellingsovereenkomst afgesproken dat het uitstaande bedrag onder deze lening op uiterlijk 31 december 2020 volledig moest zijn afgelost. [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] heeft tot op heden geen terugbetalingen gedaan, ondanks dat Hevec hem meerdere keren overzichten over de hoogte van de lening heeft verstrekt. Hevec is daarom genoodzaakt in rechte te vorderen dat [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] de lening inclusief contractuele rente moet terugbetalen.
3.3.
[gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] concludeert tot niet-ontvankelijkheid van Hevec , dan wel tot afwijzing van de vorderingen van Hevec , met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van Hevec in de (na)kosten van deze procedure. [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] voert, samengevat, het volgende verweer.
3.3.1.
Hevec heeft de gestelde rekening-courantschuld niet onderbouwd. Tussen [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] en Hevec bestaat geen rekening-courantovereenkomst. Het convenant en de vaststellingsovereenkomst kunnen daarvoor niet als bewijs dienen, omdat daarin geen bedragen worden genoemd. Dat Hevec bedragen heeft gestort op de en/of-bankrekening van [gedaagde in vrijwaring] en [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] betekent niet dat [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] akkoord is gegaan met een lening op zijn naam. Dit is boekhoudkundig zo gereconstrueerd door Hevec in opdracht van [gedaagde in vrijwaring] . Ondanks verzoeken daartoe weigert Hevec de benodigde financiële gegevens over de specifieke boekingen te verstrekken. Hevec heeft ook niet aangetoond dat (enkel) [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] gebaat is geweest bij de boekingen. Grotendeels komen deze ten laste van [gedaagde in vrijwaring] , aldus [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] .
in reconventie
3.4.
[gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] vordert - samengevat - dat de rechtbank Hevec veroordeelt tot terugbetaling van de door hem aan/ten behoeve van Hevec uitgeleende bedragen van in totaal € 173.000,-, te vermeerderen met de wettelijke rente, en met veroordeling van Hevec in de (na)kosten van deze procedure.
3.5.
[gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] legt aan zijn vordering ten grondslag dat hij aan verschillende werkmaatschappijen van Hevec en aan Hevec zelf leningen heeft verstrekt van in totaal € 173.000,-. Geen van de leningen is ooit vanuit het concern van Hevec aan hem terugbetaald. De leningen zijn, gelet op zijn sommatie van 8 november 2024, per 11 november 2024 opeisbaar geworden. [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] wenst zijn vordering te verrekenen met het bedrag dat hij eventueel verschuldigd is op grond van de rekening-courantverhouding met Hevec .
3.6.
Hevec concludeert tot afwijzing van de vordering van [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] , met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] in de werkelijke (na)kosten van dit geding, te vermeerderen met de wettelijke rente. Hevec betwist dat [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] de vermeende leningen aan haar heeft verstrekt. Daarnaast voert Hevec aan dat [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] zijn rechten ten aanzien van de vermeende vordering ruimschoots heeft verwerkt en dat [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] in de vaststellingsovereenkomst finale kwijting aan Hevec heeft verleend. [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] kan de vermeende leningen dan ook niet op haar verhalen of zich beroepen op verrekening. Hevec stelt verder dat zij op kosten is gejaagd doordat [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] de op hem rustende waarheidsplicht ingevolge artikel 21 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) heeft geschonden. [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] moet daarom de daadwerkelijk gemaakte proceskosten vergoeden, aldus Hevec .
3.7.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
in de vrijwaringszaak
3.8.
[gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] vordert - samengevat - dat de rechtbank bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
I. voor recht verklaart dat [gedaagde in vrijwaring] naast [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] hoofdelijk aansprakelijk is voor de rekening-courantschuld waarvan betaling van [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] wordt geëist door Hevec in de hoofdzaak, daaronder begrepen rente en kosten;
II. voor recht verklaart dat [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] een regresrecht heeft op [gedaagde in vrijwaring] en dat [gedaagde in vrijwaring] [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] dient te vrijwaren voor haar aandeel in de veroordeling van [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] in de hoofdzaak gelijk aan de verhouding tussen [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] en [gedaagde in vrijwaring] als vermeld onder randnummer 15 van de dagvaarding;
III. bepaalt dat [gedaagde in vrijwaring] aan [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] moet betalen het bedrag gelijk aan het hiervoor onder I. en II. gevorderde;
IV. [gedaagde in vrijwaring] veroordeelt in de (na)kosten van deze procedure.
3.9.
[gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] legt aan de vorderingen, samengevat, het volgende ten grondslag. Indien de rechtbank [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] in de hoofdzaak veroordeelt tot betaling van de rekening-courantschuld aan Hevec , heeft hij een regresrecht op [gedaagde in vrijwaring] . Er is namelijk altijd sprake geweest van een gemeenschappelijke schuld. [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] en [gedaagde in vrijwaring] zijn daarvoor beiden hoofdelijk aansprakelijk. [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] verwijst ter zake naar een accountantsrapport en naar
e-mails van [naam 1] . Breederveld heeft als voormalig advocaat van [gedaagde in vrijwaring] de hoofdelijke aansprakelijkheid ook uitdrukkelijk erkend in een e-mail van 19 februari 2019. Breederveld heeft daarin vastgesteld dat [gedaagde in vrijwaring] voor een (veel) groter deel aansprakelijk is dan [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] . [gedaagde in vrijwaring] is daarom gehouden om overeenkomstig artikel 6:10 van het Burgerlijk Wetboek (BW) bij te dragen in de rekening-courantschuld en in de kosten, in de door Breederveld genoemde verhouding, aldus [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] .
3.10.
[gedaagde in vrijwaring] concludeert tot afwijzing van de vorderingen van [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] , met veroordeling van [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] in de kosten van deze procedure. [gedaagde in vrijwaring] betwist mede draagplichtig te zijn voor de rekening-courantschuld. Zij voert, samengevat, aan dat de rekening-courant is gesplitst, nadat partijen in 2017 uit elkaar gingen. Het bedrag dat Hevec vordert van [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] betreft zijn schuld in rekening-courant. [gedaagde in vrijwaring] heeft niet bepaald op welke wijze de rekening-courantschuld tussen partijen werd verdeeld. Die verdeling heeft plaatsgevonden aan de hand van aparte grootboeknummers en is gedaan vanuit Hevec . [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] was daarmee bekend. De gesplitste rekening-courantposities zijn met hem besproken, waarbij [naam 1] en [naam 2] , de controller van Hevec destijds, betrokken waren. Aan [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] komt daarom geen regresrecht toe, aldus [gedaagde in vrijwaring] .
3.11.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
4De beoordeling
Opmerkingen vooraf
4.1.
Zowel de hoofdzaak als de vrijwaringszaak gaat over bedragen die Hevec via de rekening-courant heeft uitgeleend. Hoewel [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] betwist dat hij een rekening-courant overeenkomst met Hevec heeft gesloten, heeft hij wel erkend dat hij een rekening-courantverhouding met Hevec had. Deze is ontstaan tijdens zijn huwelijk met [gedaagde in vrijwaring] . Verder staat op basis van de gestelde en onvoldoende weersproken feiten het volgende vast.
Tot 2011/2012 waren er twee aparte rekening-courantposities: één van [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] en één van [gedaagde in vrijwaring] .
Vanaf 2012 werd in de administratie van Hevec één en/of rekening-courantpositie ten opzichte van Hevec aangehouden.
Toen [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] en [gedaagde in vrijwaring] uit elkaar gingen is deze rekening-courant gesplitst. De stand van de rekening-courant bedroeg op 31 december 2018 € 557.444,50 (inclusief rente).
Er is toen gereconstrueerd welk deel voor rekening van [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] en van [gedaagde in vrijwaring] komt. Partijen verschillen daarover van mening.
in de hoofdzaak
in conventie en in reconventie
4.2.
In de hoofdzaak stelt Hevec dat [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] een eigen rekening-courantschuld bij haar heeft die per 31 december 2020 € 230.685,- (inclusief rente) bedraagt. [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] betwist de verschuldigdheid van dit bedrag. Hij beroept zich bij wijze van verweer ook op verrekening met de door hem ingestelde tegenvordering.
4.3.
Gelet op de samenhang tussen de vorderingen in conventie en in reconventie zullen deze gezamenlijk worden beoordeeld.
Het verweer tegen de rekening-courantschuld
4.4.
[gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] voert, kort gezegd, aan dat hij niet weet hoe hoog zijn rekening-courantschuld is, omdat de boekhoudkundige verdeling buiten hem om is gegaan. Volgens [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] heeft hij bij Hevec om informatie gevraagd over de boekingen ten laste van hem, maar weigert Hevec de benodigde financiële gegevens te verstrekken. Daardoor heeft Hevec niet aangetoond dat de gestelde schuld geheel voor zijn rekening komt, aldus [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] .
4.5.
De rechtbank verwerpt dit verweer. [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] heeft niet betwist dat hem jarenlang overzichten over de (hoogte van) rekening-courant zijn verstrekt. In mei 2018 beschikte zijn accountant [naam 1] al over een Excelsheet afkomstig van Hevec waaruit blijkt dat de rekening-courantverhouding tussen Hevec en [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] halverwege 2016 € 200.314,26 bedroeg. Daarna heeft Hevec overzichten gedeeld voor onder andere de aangiften inkomstenbelasting. [naam 1] verzorgde die aangiften voor [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] . Het verloop van de rekening-courant is in de loop van de jaren ook mondeling besproken tussen (de accountant en controller van) Hevec en [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] en/of [naam 1] .
4.6.
Nergens blijkt uit dat [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] zich destijds gemotiveerd heeft verzet tegen een lening op zijn naam. Het kan zo zijn dat [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] onvoldoende weet had van de (boekingen van de) rekening-courant, zoals hij stelt, maar [naam 1] beschikte over de relevante gegevens. In dat verband had [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] de mogelijkheid - via [naam 1] - om (de splitsing en hoogte van) de rekening-courant te betwisten. Dat heeft hij niet gedaan. [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] heeft evenmin gereageerd op de overzichten en mutaties over 2019 en 2020 die Hevec hem bij brief van 30 juli 2021 heeft toegestuurd over de eindstand van de rekening-courant per 31 december 2020. Pas in 2023 heeft [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] over het verloop vragen gesteld waarop Hevec heeft gereageerd. [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] heeft vervolgens in deze procedure volstaan met een kale betwisting van de gestelde hoogte van de rekening-courantvordering. Hij is niet gemotiveerd ingegaan op de ten laste van hem gebrachte posten die door Hevec zijn onderbouwd. Dat had, nu deze informatie in zijn domein ligt, namelijk bij [naam 1] , wel op zijn weg gelegen.
4.7.
De rechtbank gaat daarom - als onvoldoende weersproken - uit van de juistheid van de mutaties in de rekening-courant tussen Hevec en [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] , zoals vermeld in het overzicht op pagina 7 van de dagvaarding. Aan bewijslevering komt de rechtbank niet toe.
Uit voornoemd overzicht blijkt een bedrag van € 226.153,- aan hoofdsom per 31 december 2020. Hevec stelt terecht dat zij op basis van artikel 3.1 van de vaststellingsovereenkomst recht heeft op terugbetaling van dit bedrag. Dit geldt ook voor het gevorderde bedrag van € 4.532,- aan rente. [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] heeft tegen het gevorderde (contractuele) rentepercentage van 2% geen afzonderlijk verweer gevoerd.
4.8.
Hevec vordert de wettelijke rente vanaf 1 januari 2021 over het totaalbedrag van € 230.685,-. [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] betwist deze vordering. Volgens [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] is hij geen rente verschuldigd, omdat de non-betaling geheel te wijten is aan Hevec zelf en aldus sprake is van schuldeisersverzuim. Hevec heeft namelijk bewust de gestelde vordering op [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] niet gespecificeerd onderbouwd en verantwoord. Aldus is de gestelde verplichting niet te bepalen en kan betaling niet plaatsvinden, aldus [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] .
4.9.
Dit verwijt van [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] gaat niet op. Zoals hiervoor onder 4.5 en 4.6 overwogen beschikte [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] zelf over de benodigde gegevens en heeft hij de door Hevec onderbouwde schuld van € 230.685,- onvoldoende gemotiveerd betwist. De non-betaling kwam dus niet door Hevec maar door [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] . [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] heeft het terug te betalen bedrag in rekening-courant niet volledig terugbetaald voor de overeengekomen datum, 31 december 2020. Daarmee heeft hij de overeengekomen fatale termijn overschreden en is hij aldus per 1 januari 2021 in verzuim. De gevorderde wettelijke rente is dan ook toewijsbaar vanaf 1 januari 2021, met dien verstande dat deze op grond van de wet niet toewijsbaar is over al berekende rente (€ 4.532,-) voor zover deze niet over een geheel jaar verschuldigd is.
Het verrekeningsverweer en de tegenvordering van [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring]
4.10.
beroept zich bij wijze van verweer op verrekening met een vermeende tegenvordering. Deze tegenvordering betreft de terugbetaling van geldleningen die volgens [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] aan Hevec zijn verstrekt van in totaal € 173.000,-.
4.11.
Hevec voert aan dat [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] op geen enkele manier aannemelijk heeft gemaakt dat hij de vermeende leningen aan Hevec heeft verstrekt. [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] heeft de overgelegde overzichten ten onrechte gepresenteerd als zijnde afschriften van hem. Alle mutaties zijn volgens Hevec te herleiden naar een rekening die op naam van [gedaagde in vrijwaring] staat en deze zijn dus niet van een persoonlijke rekening van [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] afkomstig. [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] stelt daartegenover dat de leningen zijn betaald van de voormalige en/of-rekening van [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] en [gedaagde in vrijwaring] die vrijwel geheel werd gevoed met de inkomsten van [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] . Volgens [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] werd vanuit moedermaatschappij Hevec (in de persoon van [bestuurder] ) het verzoek gedaan om bedragen op de rekeningen van de in financiële problemen verkerende dochtermaatschappijen te storten. Daarmee is de geldleningsovereenkomst impliciet met Hevec gesloten, aldus [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] .
4.12.
De rechtbank verwerpt het verrekeningsverweer van [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] . Het enkele feit dat hij op verzoek van Hevec gelden zou hebben verstrekt aan dochtermaatschappijen van Hevec doet op zich nog geen verplichting tot terugbetaling door Hevec zelf ontstaan. Die verplichting is ook nergens vastgelegd. Verder volstaat [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] ter onderbouwing van zijn vordering met een verwijzing naar overgelegde grootboekmutatiekaarten over 2010 en 2011. Daarop staan echter (enkel) betalingen vermeld aan dochtermaatschappijen van Hevec . [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] heeft daarmee onvoldoende onderbouwd dat Hevec zich tegenover hem heeft verbonden om de gestelde leningen terug te betalen. Dat [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] geen inzicht heeft in de wijze waarop deze door [bestuurder] boekhoudkundig zijn verwerkt, kan hem niet baten. Ter onderbouwing van zijn vordering kon [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] informatie halen uit zijn eigen administratie. Als die niet in zijn administratie is terug te vinden, ligt dat in de risicosfeer van [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] . Hij heeft dan kennelijk zijn eigen administratie niet op orde.
4.13.
Daar komt bij dat Hevec en [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] eind 2017 een vaststellingsovereenkomst zijn aangegaan die betrekking heeft op alle tussen hen bestaande geschilpunten en openstaande punten. Daarvoor hebben zij elkaar finale kwijting verleend. Een redelijke uitleg van die bepaling brengt mee dat de vorderingen die [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] nu pretendeert te hebben daaronder vallen. [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] heeft onvoldoende feiten en omstandigheden gesteld waaruit volgt dat de vermeende leningen uit 2010 en 2011 niet vallen onder dit finale kwijtingsbeding.
4.14.
Om die redenen wijst de rechtbank ook de tegenvordering van [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] af. [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] kan deze vordering dus niet verrekenen met het bedrag dat hij verschuldigd is op grond van de rekening-courantverhouding met Hevec .
Buitengerechtelijke incassokosten
4.15.
Hevec vordert in conventie nog een bedrag van € 2.928,43 aan buitengerechtelijke incassokosten. De gevorderde vergoeding komt niet voor toewijzing in aanmerking. Hevec heeft [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] namelijk geen aanmaning verstuurd die voldoet aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW. Hevec heeft de gevorderde - en door [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] betwiste - kosten ook niet toegelicht.
Slotsom
4.16.
De slotsom is dat [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] in conventie zal worden veroordeeld tot betaling van een bedrag van € 230.685,- te vermeerderen met wettelijke rente. De vordering in reconventie wordt afgewezen. Wat partijen verder nog hebben aangevoerd behoeft geen bespreking. Daarbij merkt de rechtbank op dat, anders dan [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] veronderstelt, in de relatie tussen hem en Hevec niet relevant is of [gedaagde in vrijwaring] voor een deel van de rekening-courantschuld aansprakelijk is. Die vraag komt aan de orde in de vrijwaringszaak.
Proceskosten
4.17.
[gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen.
4.18.
Hevec voert aan dat [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] vanwege schending van artikel 21 Rv de daadwerkelijke proceskosten moet vergoeden. Volgens Hevec is zij op kosten gejaagd, omdat zij de onware stellingen van [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] diende te weerleggen.
4.19.
Een vordering tot vergoeding van de werkelijke advocaatkosten is alleen in ‘buitengewone omstandigheden’ toewijsbaar, zoals in geval van misbruik van procesrecht of onrechtmatige daad. Daarvan is sprake als het instellen van de vordering, gelet op de evidente ongegrondheid ervan, in verband met de betrokken belangen van de wederpartij achterwege had behoren te blijven. Hiervan kan pas sprake zijn als eiser zijn vordering baseert op feiten en omstandigheden waarvan hij de onjuistheid kende dan wel behoorde te kennen of op stellingen waarvan hij op voorhand moest begrijpen dat deze geen kans van slagen hadden. Bij het aannemen van misbruik van procesrecht of onrechtmatig handelen door het aanspannen van een procedure past terughoudendheid, gelet op het recht op toegang tot de rechter dat mede gewaarborgd wordt door artikel 6 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens.
4.20.
Naar het oordeel van de rechtbank kan niet worden gezegd dat de ingestelde vordering van [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] kwalificeert als misbruik van procesrecht of tot een onrechtmatige daad tegenover Hevec leidt. Niet is komen vast te staan dat [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] bewust onjuist heeft verklaard over de vermeende leningen en Hevec op onheuse gronden in rechte heeft betrokken. [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] neemt andere stellingen dan Hevec in over de achtergrond van de vermeende leningen en de reikwijdte van het finale kwijtingsbeding. [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] hoefde echter niet op voorhand te begrijpen dat deze geen kans van slagen hadden. Er zijn daarom geen buitengewone omstandigheden die een volledige vergoedingsplicht van de proceskosten rechtvaardigen. De rechtbank zal een forfaitaire vergoeding toewijzen op basis van het liquidatietarief.
4.21.
De proceskosten van Hevec worden in conventie begroot op:
- kosten van de dagvaarding
€
112,99
- griffierecht
€
6.617,00
- salaris advocaat
€
5.770,00
(2 punten × € 2.885,00)
- nakosten
€
148,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
12.647,99
4.22.
De proceskosten van Hevec worden in reconventie, gelet op de samenhang met de zaak in conventie, begroot op:
- salaris advocaat
€
2.885,00
(1 punt × € 2.885,00)
- nakosten
€
148,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
3.033,00
4.23.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
in de vrijwaringszaak
4.24.
Omdat [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] in de hoofdzaak wordt veroordeeld tot betaling van de rekening-courantschuld aan Hevec , komt de rechtbank toe aan de behandeling van de vorderingen in vrijwaring.
4.25.
Centraal staat de vraag of [gedaagde in vrijwaring] voor een deel van de rekening-courantschuld draagplichtig is.
4.26.
Volgens [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] is sprake van een gemeenschappelijke schuld. [gedaagde in vrijwaring] betwist dat. [gedaagde in vrijwaring] heeft gemotiveerd aangevoerd dat het (in de hoofdzaak gevorderde en toegewezen) bedrag van € 230.685,- de eigen rekening-courantschuld van [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] is. Na de scheiding is de gezamenlijke rekening-courant gesplitst. Ieder heeft zijn deel op naam gekregen en dit is ook besproken met [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] en/of [naam 1] . Volgens [gedaagde in vrijwaring] heeft zij sinds de splitsing een eigen rekening-courantschuld bij Hevec die eind 2018 € 335.721,86 bedroeg. [gedaagde in vrijwaring] verwijst ter onderbouwing van haar standpunt naar mutatieoverzichten waarop Hevec zich in de hoofdzaak ook beroept.
4.27.
[gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] heeft daartegenover onvoldoende ingebracht. Dat had wel op zijn weg gelegen, zoals de rechtbank in de hoofdzaak heeft geoordeeld. Het bestaan van een gezamenlijke schuld aan Hevec eind 2020 kan dan ook niet worden aangenomen. De rechtbank gaat ervan uit dat de splitsing van de rekening-courant heeft geresulteerd in een eindsaldo van € 230.685,- eind 2020 ten laste van [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] . [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] heeft niet concreet toegelicht en onderbouwd waarom [gedaagde in vrijwaring] daarin een aandeel heeft en hij regres op haar kan nemen. Aan de e-mail van Breederveld van 19 februari 2019 waarin Breederveld namens [gedaagde in vrijwaring] voorstelt dat zij een bedrag van € 200.017,- voor haar rekening neemt, kan [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] geen rechten ontlenen. Dit voorstel gaat over een saldo van de rekening-courant medio 2017 en is gedaan in het kader van de financiële afwikkeling van het huwelijk van partijen. [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] heeft dat voorstel ook niet aanvaard.
Slotsom
4.28.
Reeds op grond hiervan zijn de vorderingen van [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] niet toewijsbaar. De overige stellingen van partijen behoeven geen bespreking.
Proceskosten
4.29.
[gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [gedaagde in vrijwaring] worden begroot op:
- griffierecht
€
2.723,00
- salaris advocaat
€
5.770,00
(2 punten × € 2.885,00)
- nakosten
€
189,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
8.682,00
5De beslissing
De rechtbank
in de hoofdzaak
in conventie
5.1.
veroordeelt [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] om binnen vijf werkdagen na betekening van dit vonnis aan Hevec te betalen een bedrag van € 230.685,00 (aan hoofdsom en rente), te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het toegewezen bedrag, met ingang van 1 januari 2021, tot de dag van volledige betaling, met dien verstande dat alleen over achterstallige rente die over een vol jaar verschuldigd is, opnieuw rente in rekening kan worden gebracht,
5.2.
veroordeelt [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] in de proceskosten van € 12.647,99, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.3.
veroordeelt [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
5.4.
wijst het meer of anders gevorderde af,
in reconventie
5.5.
wijst de vorderingen van [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] af,
5.6.
veroordeelt [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] in de proceskosten van € 3.033,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.7.
veroordeelt [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
in conventie en in reconventie
5.8.
verklaart dit vonnis wat betreft de onder 5.1, 5.2, 5.3, 5.6 en 5.7 genoemde beslissingen uitvoerbaar bij voorraad,
in de vrijwaringszaak
5.9.
wijst de vorderingen van [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] af,
5.10.
veroordeelt [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] in de proceskosten van € 8.682,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] niet tijdig aan de veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.H. Gisolf en bij vervroeging in het openbaar uitgesproken door mr. N. Boots, rolrechter, op 9 september 2026.
ST/JG
en uit het overzicht dat Hevec als bijlage 8 bij de brief van 30 juli 2021 aan [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] heeft toegestuurd
HR 29 juni 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA3516.
Civiel recht
Zittingsplaats Alkmaar
Vonnis van 9 september 2026 (bij vervroeging)
in de hoofdzaak met zaaknummer C/15/360077 / HA ZA 24-698 van
HEVEC BEHEER B.V.,
te Den Helder,
eisende partij in conventie,
verwerende partij in reconventie,
hierna te noemen: Hevec ,
advocaten: mr. R.Q. Potter, mr. S. Vlassak en mr. V.G. Snel,
tegen
[gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring]
,
te [woonplaats] ,
gedaagde partij in conventie,
eisende partij in reconventie,
hierna te noemen: [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] ,
advocaat: mr. E. Fransen,
en in de vrijwaringszaak met zaaknummer C/15/363948 / HA ZA 25-193 van
[gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring]
,
te [woonplaats] ,
eisende partij,
advocaat: mr. E. Fransen,
tegen
[gedaagde in vrijwaring] ,
te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde in vrijwaring] ,
advocaat: mr. C.G.A. van Stratum.
De zaken in het kort
Hevec vordert in de hoofdzaak terugbetaling door [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] van de aan hem verstrekte bedragen uit hoofde van een rekening-courantverhouding met Hevec . De rechtbank wijst deze vordering toe. [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] heeft tijdens zijn huwelijk met [gedaagde in vrijwaring] van Hevec geleend via een rekening-courantverhouding. [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] heeft de hoogte van de gestelde schuld onvoldoende gemotiveerd weersproken. [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] vordert op zijn beurt terugbetaling van leningen die hij aan Hevec stelt te hebben verstrekt. De rechtbank wijst deze tegenvordering af. [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] heeft het bestaan van de gestelde leningen aan Hevec onvoldoende onderbouwd. Daarnaast hebben [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] en Hevec eind 2017 in een vaststellingsovereenkomst afgesproken dat zij niets meer van elkaar te vorderen hebben. De vermeende geldvordering van [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] valt onder dit finale kwijtingsbeding. Om die redenen kan [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] zijn vordering niet verrekenen met het bedrag dat hij verschuldigd is op grond van de rekening-courantverhouding met Hevec . [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] wil in de vrijwaringszaak regres nemen op zijn ex-partner [gedaagde in vrijwaring] voor haar aandeel in de rekening-courantschuld. De rechtbank wijst ook deze vordering van [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] af. [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] heeft namelijk onvoldoende onderbouwd dat [gedaagde in vrijwaring] mede-draagplichtig is voor de rekening-courantschuld aan Hevec .
1De procedures
1.1.
Het verloop van de procedure in de hoofdzaak blijkt uit:
- de dagvaarding van 6 december 2024 met producties 1-14;
- de incidentele conclusie tot oproeping in vrijwaring met productie 1;
- de incidentele conclusie van antwoord met producties 15 en 16;
- het vonnis in incident van 12 maart 2025, waarbij de rechtbank [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] heeft toegestaan om [gedaagde in vrijwaring] in vrijwaring op te roepen;
- de conclusie van antwoord tevens houdende eis in reconventie met producties 10-19;
- de conclusie van antwoord in reconventie met producties 15-23;
- het tussenvonnis van 18 juni 2025, waarbij de rechtbank een mondelinge behandeling heeft bevolen.
1.2.
Het verloop van de procedure in de vrijwaringszaak blijkt uit:
- de dagvaarding van 1 april 2025 met producties 1-9;
- de conclusie van antwoord met producties 1-15;
- het tussenvonnis van 18 juni 2025, waarbij de rechtbank een mondelinge behandeling heeft bevolen.
1.3.
Op 6 augustus 2026 heeft de mondelinge behandeling van de hoofdzaak en de vrijwaringszaak gezamenlijk plaatsgevonden. Op de zitting zijn verschenen namens Hevec [bestuurder] , bestuurder, en zijn zoon [zoon van bestuurder] , bijgestaan door mrs. Potter, Vlassak en Snel. Daarnaast zijn verschenen [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] , bijgestaan door mr. Fransen, en [gedaagde in vrijwaring] , bijgestaan door mr. Van Stratum.
1.4.
De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen ter toelichting van hun standpunten naar voren hebben gebracht. Mrs. Snel, Fransen en Van Stratum hebben gebruik gemaakt van spreekaantekeningen, die zij ter zitting aan de rechtbank hebben overgelegd en die daarmee onderdeel zijn geworden van de processtukken.
1.5.
Aan het einde van de mondelinge behandeling heeft de rechter partijen meegedeeld dat de rechtbank op 30 september 2026 of zoveel eerder als mogelijk vonnis wijst.
2De feiten
in de hoofdzaak en in de vrijwaringszaak
2.1.
Hevec is de (voormalige) houdstermaatschappij van ondernemingen die wereldwijd actief zijn op het gebied van verpakkingsmaterialen. Hevec is een familiebedrijf van de familie [gedaagde in vrijwaring] . [bestuurder] is de bestuurder van Hevec .
2.2.
[gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] is van 3 mei 2003 tot 5 juni 2018 getrouwd geweest met [gedaagde in vrijwaring] . Zij is de dochter van [bestuurder] . [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] en [gedaagde in vrijwaring] zijn in verschillende functies betrokken geweest bij het Hevec concern. Tijdens hun huwelijk hebben [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] en [gedaagde in vrijwaring] geld geleend van Hevec via een rekening-courantverhouding.
2.3.
Nadat duidelijk werd dat [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] en [gedaagde in vrijwaring] uit elkaar zouden gaan, is er gesproken over financiële ontvlechting/uittreding van [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] . Tussen, enerzijds, [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] en zijn holdingmaatschappij Dowenta B.V. en, anderzijds, Hevec en haar zes dochtermaatschappijen - alle met [bestuurder] als bestuurder - bestond een aantal geschilpunten dan wel openstaande punten. Om tot afwikkeling van deze punten te komen hebben zij afspraken gemaakt. Die afspraken zijn neergelegd in een vaststellingsovereenkomst die [bestuurder] namens Hevec en haar dochtermaatschappijen en [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] namens zijn holdingmaatschappij en in privé op 28 december 2017 hebben ondertekend (hierna: de vaststellingsovereenkomst).
2.4.
In de vaststellingsovereenkomst is het volgende opgenomen, voor zover van belang:
“ARTIKEL 3 REKENING COURANT
3.1 De bestaande rekening courant tussen Hevec Beheer en [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] (tegen een rentepercentage van 2%) wordt per 31 december 2017 bevroren en wordt zo spoedig mogelijk en uiterlijk op 31 december 2020 volledig afgelost danwel vereffend.
(…)
ARTIKEL 8 KWIJTING
8.1
Partijen verklaren uitdrukkelijk dat de onderwerpen zoals genoemd in deze Overeenkomst alle tussen hen thans bestaande geschilpunten en openstaande punten behelst. Partijen verklaren uitdrukkelijk dat na de uitvoering van de in deze Overeenkomst opgenomen afspraken alle tussen hen thans bestaande geschilpunten en openstaande punten zijn opgelost en zij verlenen elkaar na uitvoering van het bepaalde in de Overeenkomst daarvoor dan ook over en weer finale kwijting.”
2.5.
In maart 2018 zijn [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] en [gedaagde in vrijwaring] een echtscheidingsconvenant (hierna: het convenant) overeengekomen. In het convenant is het volgende opgenomen, voor zover van belang:
“Artikel 3.5.5. Overige niet opgeloste geschilpunten
Met het voorgaande hebben partijen nog niet alle geschilpunten met elkaar kunnen regelen. (…) Het punt dat thans (…) nog in geschil is, betreft het volgende:
- De rekening courant schulden (artikel 3.4 onder e,
toev. rb: van partijen bij Hevec
) Terzake van deze rekening courant schulden zijn overigens al in onderzoek de diverse boekingen die ten gunste dan wel ten laste van die rekening-courant verhoudingen zijn gedaan en in hoeverre e.e.a. geheel dan wel gedeeltelijk ten laste komt van partijen gezamenlijk en/of een van partijen. Partijen zijn inmiddels met elkaar overeengekomen dat deze kwestie zal worden meegenomen in de totaalafwikkeling die partijen voor ogen staat en waarover partijen hierboven onder artikel 3.5.1. onder II afspraken met elkaar hebben gemaakt.”
2.6.
Bij e-mail van 26 mei 2018 heeft [naam 1] (hierna: [naam 1] ), de voormalige accountant van Hevec en sinds de scheiding alleen nog van [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] , aan de toenmalige echtscheidingsadvocaat van [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] en [gedaagde in vrijwaring] het volgende bericht:“Naar aanleiding van het gesprek tussen partijen op 19 mei 2018 en het daarop volgende mailverkeer op 20 mei 2018 waarin de heer [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] heeft aangekondigd op korte termijn met een (totaal)voorstel te doen het volgende: (…)
O.b.v. een Excel sheet zoals verstrekt door het Hevec concern (zie de bijlage) bedraagt de rekening-courantverhouding tussen het Hevec concern en de heer [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] ultimo 2014 € 200.314. Hoewel er een nadere discussie kan ontstaan omtrent de precieze besteding van deze ontvangen gelden is de heer [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] bereid deze rekening-courantverhouding op zijn conto te nemen als verrekening van de schuld van mevrouw [gedaagde in vrijwaring] (zie de vorige bullet) heeft plaatsgevonden. Er resteert dan ultimo 2014 een bedrag ad afgerond € 45.000. (…)”
2.7.
In zijn e-mail van 19 februari 2019 heeft advocaat mr. B. Breederveld (hierna: Breederveld) namens [gedaagde in vrijwaring] aan [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] bericht dat de rekening-courantschuld een gezamenlijke schuld is tegenover Hevec en ter zake de onderlinge draagplicht heeft Breederveld voorgesteld, uitgaande van een saldo van € 245.334,00 medio 2017, dat [gedaagde in vrijwaring] draagplichtig is voor een bedrag van € 200.017,00 en [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] voor een bedrag van € 45.017,00. In dat kader heeft Breederveld ook voorgesteld de rekening-courantschuld in overleg met Hevec op te splitsen in twee afzonderlijke vorderingen/schulden.
2.8.
Bij brief van 30 juli 2021 hebben de toenmalige advocaten van Hevec aan de advocaat van [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] onder meer het volgende bericht:“16. Op grond van artikel 3 van de Vaststellingsovereenkomst [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] moet de per Transactiedatum bestaande R/C verhouding tussen Hevec en [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] worden afgelost. Per Transactiedatum bedroeg de lening van Hevec aan [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] EUR 230.685,00. (Bijlage 8: overzicht R/C verhouding Hevec - [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring]) (…)”
2.9.
Op 6 februari 2023 en 7 maart 2023 heeft [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] aan Hevec verzocht om overzichten vanaf datum aanvang huwelijkse periode, gespecifieerd per jaar en per persoon en voorzien van een toelichting en relevante documentatie, om inzicht te verkrijgen in het verloop van de rekening-courantverhoudingen zowel waar het [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] als [gedaagde in vrijwaring] betreft.
2.10.
Op 13 maart 2023 heeft de toenmalige advocaat van Hevec geantwoord dat het verloop van de lening over de periode 31-12-2016 tot en met 31-12-2020 blijkt uit het overzicht dat als bijlage 8 bij de brief van 30 juli 2021 is gevoegd en dat [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] daarover nimmer vragen heeft gesteld.
2.11.
In de periode juni-oktober 2023 hebben de accountants van Hevec en [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] mailcorrespondentie gevoerd over de lening. Op 12 oktober 2023 heeft de accountant van Hevec aan [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] een overzicht verstrekt van de mutaties in de rekening-courantverhouding vanaf 31 december 2017 tot eind 2021. Die zijn ontleend aan de jaarrekening en financiële administratie van Hevec .
2.12.
In 2024 hebben (de advocaten van) Hevec en [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] over en weer sommatiebrieven gestuurd met betrekking tot gestelde leningen.
3Het geschil
in de hoofdzaak
in conventie
3.1.
Hevec vordert - samengevat - dat de rechtbank bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:
I. [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] veroordeelt binnen vijf werkdagen na betekening van dit vonnis aan Hevec te voldoen een bedrag van € 230.685,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 januari 2021;
II. [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] veroordeelt aan Hevec te voldoen een bedrag van € 2.928,43 aan buitengerechtelijke incassokosten;
III. [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] veroordeelt tot betaling van de (na)kosten van dit geding, te vermeerderen met de wettelijke rente.
3.2.
Hevec legt aan haar vordering, samengevat, het volgende ten grondslag. Tussen Hevec en [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] bestaat een rekening-courantverhouding op grond waarvan [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] flexibel geld heeft kunnen lenen van Hevec . [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] en Hevec hebben in de vaststellingsovereenkomst afgesproken dat het uitstaande bedrag onder deze lening op uiterlijk 31 december 2020 volledig moest zijn afgelost. [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] heeft tot op heden geen terugbetalingen gedaan, ondanks dat Hevec hem meerdere keren overzichten over de hoogte van de lening heeft verstrekt. Hevec is daarom genoodzaakt in rechte te vorderen dat [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] de lening inclusief contractuele rente moet terugbetalen.
3.3.
[gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] concludeert tot niet-ontvankelijkheid van Hevec , dan wel tot afwijzing van de vorderingen van Hevec , met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van Hevec in de (na)kosten van deze procedure. [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] voert, samengevat, het volgende verweer.
3.3.1.
Hevec heeft de gestelde rekening-courantschuld niet onderbouwd. Tussen [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] en Hevec bestaat geen rekening-courantovereenkomst. Het convenant en de vaststellingsovereenkomst kunnen daarvoor niet als bewijs dienen, omdat daarin geen bedragen worden genoemd. Dat Hevec bedragen heeft gestort op de en/of-bankrekening van [gedaagde in vrijwaring] en [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] betekent niet dat [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] akkoord is gegaan met een lening op zijn naam. Dit is boekhoudkundig zo gereconstrueerd door Hevec in opdracht van [gedaagde in vrijwaring] . Ondanks verzoeken daartoe weigert Hevec de benodigde financiële gegevens over de specifieke boekingen te verstrekken. Hevec heeft ook niet aangetoond dat (enkel) [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] gebaat is geweest bij de boekingen. Grotendeels komen deze ten laste van [gedaagde in vrijwaring] , aldus [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] .
in reconventie
3.4.
[gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] vordert - samengevat - dat de rechtbank Hevec veroordeelt tot terugbetaling van de door hem aan/ten behoeve van Hevec uitgeleende bedragen van in totaal € 173.000,-, te vermeerderen met de wettelijke rente, en met veroordeling van Hevec in de (na)kosten van deze procedure.
3.5.
[gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] legt aan zijn vordering ten grondslag dat hij aan verschillende werkmaatschappijen van Hevec en aan Hevec zelf leningen heeft verstrekt van in totaal € 173.000,-. Geen van de leningen is ooit vanuit het concern van Hevec aan hem terugbetaald. De leningen zijn, gelet op zijn sommatie van 8 november 2024, per 11 november 2024 opeisbaar geworden. [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] wenst zijn vordering te verrekenen met het bedrag dat hij eventueel verschuldigd is op grond van de rekening-courantverhouding met Hevec .
3.6.
Hevec concludeert tot afwijzing van de vordering van [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] , met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] in de werkelijke (na)kosten van dit geding, te vermeerderen met de wettelijke rente. Hevec betwist dat [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] de vermeende leningen aan haar heeft verstrekt. Daarnaast voert Hevec aan dat [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] zijn rechten ten aanzien van de vermeende vordering ruimschoots heeft verwerkt en dat [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] in de vaststellingsovereenkomst finale kwijting aan Hevec heeft verleend. [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] kan de vermeende leningen dan ook niet op haar verhalen of zich beroepen op verrekening. Hevec stelt verder dat zij op kosten is gejaagd doordat [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] de op hem rustende waarheidsplicht ingevolge artikel 21 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) heeft geschonden. [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] moet daarom de daadwerkelijk gemaakte proceskosten vergoeden, aldus Hevec .
3.7.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
in de vrijwaringszaak
3.8.
[gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] vordert - samengevat - dat de rechtbank bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
I. voor recht verklaart dat [gedaagde in vrijwaring] naast [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] hoofdelijk aansprakelijk is voor de rekening-courantschuld waarvan betaling van [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] wordt geëist door Hevec in de hoofdzaak, daaronder begrepen rente en kosten;
II. voor recht verklaart dat [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] een regresrecht heeft op [gedaagde in vrijwaring] en dat [gedaagde in vrijwaring] [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] dient te vrijwaren voor haar aandeel in de veroordeling van [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] in de hoofdzaak gelijk aan de verhouding tussen [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] en [gedaagde in vrijwaring] als vermeld onder randnummer 15 van de dagvaarding;
III. bepaalt dat [gedaagde in vrijwaring] aan [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] moet betalen het bedrag gelijk aan het hiervoor onder I. en II. gevorderde;
IV. [gedaagde in vrijwaring] veroordeelt in de (na)kosten van deze procedure.
3.9.
[gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] legt aan de vorderingen, samengevat, het volgende ten grondslag. Indien de rechtbank [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] in de hoofdzaak veroordeelt tot betaling van de rekening-courantschuld aan Hevec , heeft hij een regresrecht op [gedaagde in vrijwaring] . Er is namelijk altijd sprake geweest van een gemeenschappelijke schuld. [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] en [gedaagde in vrijwaring] zijn daarvoor beiden hoofdelijk aansprakelijk. [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] verwijst ter zake naar een accountantsrapport en naar
e-mails van [naam 1] . Breederveld heeft als voormalig advocaat van [gedaagde in vrijwaring] de hoofdelijke aansprakelijkheid ook uitdrukkelijk erkend in een e-mail van 19 februari 2019. Breederveld heeft daarin vastgesteld dat [gedaagde in vrijwaring] voor een (veel) groter deel aansprakelijk is dan [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] . [gedaagde in vrijwaring] is daarom gehouden om overeenkomstig artikel 6:10 van het Burgerlijk Wetboek (BW) bij te dragen in de rekening-courantschuld en in de kosten, in de door Breederveld genoemde verhouding, aldus [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] .
3.10.
[gedaagde in vrijwaring] concludeert tot afwijzing van de vorderingen van [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] , met veroordeling van [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] in de kosten van deze procedure. [gedaagde in vrijwaring] betwist mede draagplichtig te zijn voor de rekening-courantschuld. Zij voert, samengevat, aan dat de rekening-courant is gesplitst, nadat partijen in 2017 uit elkaar gingen. Het bedrag dat Hevec vordert van [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] betreft zijn schuld in rekening-courant. [gedaagde in vrijwaring] heeft niet bepaald op welke wijze de rekening-courantschuld tussen partijen werd verdeeld. Die verdeling heeft plaatsgevonden aan de hand van aparte grootboeknummers en is gedaan vanuit Hevec . [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] was daarmee bekend. De gesplitste rekening-courantposities zijn met hem besproken, waarbij [naam 1] en [naam 2] , de controller van Hevec destijds, betrokken waren. Aan [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] komt daarom geen regresrecht toe, aldus [gedaagde in vrijwaring] .
3.11.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
4De beoordeling
Opmerkingen vooraf
4.1.
Zowel de hoofdzaak als de vrijwaringszaak gaat over bedragen die Hevec via de rekening-courant heeft uitgeleend. Hoewel [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] betwist dat hij een rekening-courant overeenkomst met Hevec heeft gesloten, heeft hij wel erkend dat hij een rekening-courantverhouding met Hevec had. Deze is ontstaan tijdens zijn huwelijk met [gedaagde in vrijwaring] . Verder staat op basis van de gestelde en onvoldoende weersproken feiten het volgende vast.
Tot 2011/2012 waren er twee aparte rekening-courantposities: één van [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] en één van [gedaagde in vrijwaring] .
Vanaf 2012 werd in de administratie van Hevec één en/of rekening-courantpositie ten opzichte van Hevec aangehouden.
Toen [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] en [gedaagde in vrijwaring] uit elkaar gingen is deze rekening-courant gesplitst. De stand van de rekening-courant bedroeg op 31 december 2018 € 557.444,50 (inclusief rente).
Er is toen gereconstrueerd welk deel voor rekening van [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] en van [gedaagde in vrijwaring] komt. Partijen verschillen daarover van mening.
in de hoofdzaak
in conventie en in reconventie
4.2.
In de hoofdzaak stelt Hevec dat [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] een eigen rekening-courantschuld bij haar heeft die per 31 december 2020 € 230.685,- (inclusief rente) bedraagt. [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] betwist de verschuldigdheid van dit bedrag. Hij beroept zich bij wijze van verweer ook op verrekening met de door hem ingestelde tegenvordering.
4.3.
Gelet op de samenhang tussen de vorderingen in conventie en in reconventie zullen deze gezamenlijk worden beoordeeld.
Het verweer tegen de rekening-courantschuld
4.4.
[gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] voert, kort gezegd, aan dat hij niet weet hoe hoog zijn rekening-courantschuld is, omdat de boekhoudkundige verdeling buiten hem om is gegaan. Volgens [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] heeft hij bij Hevec om informatie gevraagd over de boekingen ten laste van hem, maar weigert Hevec de benodigde financiële gegevens te verstrekken. Daardoor heeft Hevec niet aangetoond dat de gestelde schuld geheel voor zijn rekening komt, aldus [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] .
4.5.
De rechtbank verwerpt dit verweer. [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] heeft niet betwist dat hem jarenlang overzichten over de (hoogte van) rekening-courant zijn verstrekt. In mei 2018 beschikte zijn accountant [naam 1] al over een Excelsheet afkomstig van Hevec waaruit blijkt dat de rekening-courantverhouding tussen Hevec en [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] halverwege 2016 € 200.314,26 bedroeg. Daarna heeft Hevec overzichten gedeeld voor onder andere de aangiften inkomstenbelasting. [naam 1] verzorgde die aangiften voor [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] . Het verloop van de rekening-courant is in de loop van de jaren ook mondeling besproken tussen (de accountant en controller van) Hevec en [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] en/of [naam 1] .
4.6.
Nergens blijkt uit dat [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] zich destijds gemotiveerd heeft verzet tegen een lening op zijn naam. Het kan zo zijn dat [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] onvoldoende weet had van de (boekingen van de) rekening-courant, zoals hij stelt, maar [naam 1] beschikte over de relevante gegevens. In dat verband had [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] de mogelijkheid - via [naam 1] - om (de splitsing en hoogte van) de rekening-courant te betwisten. Dat heeft hij niet gedaan. [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] heeft evenmin gereageerd op de overzichten en mutaties over 2019 en 2020 die Hevec hem bij brief van 30 juli 2021 heeft toegestuurd over de eindstand van de rekening-courant per 31 december 2020. Pas in 2023 heeft [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] over het verloop vragen gesteld waarop Hevec heeft gereageerd. [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] heeft vervolgens in deze procedure volstaan met een kale betwisting van de gestelde hoogte van de rekening-courantvordering. Hij is niet gemotiveerd ingegaan op de ten laste van hem gebrachte posten die door Hevec zijn onderbouwd. Dat had, nu deze informatie in zijn domein ligt, namelijk bij [naam 1] , wel op zijn weg gelegen.
4.7.
De rechtbank gaat daarom - als onvoldoende weersproken - uit van de juistheid van de mutaties in de rekening-courant tussen Hevec en [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] , zoals vermeld in het overzicht op pagina 7 van de dagvaarding. Aan bewijslevering komt de rechtbank niet toe.
Uit voornoemd overzicht blijkt een bedrag van € 226.153,- aan hoofdsom per 31 december 2020. Hevec stelt terecht dat zij op basis van artikel 3.1 van de vaststellingsovereenkomst recht heeft op terugbetaling van dit bedrag. Dit geldt ook voor het gevorderde bedrag van € 4.532,- aan rente. [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] heeft tegen het gevorderde (contractuele) rentepercentage van 2% geen afzonderlijk verweer gevoerd.
4.8.
Hevec vordert de wettelijke rente vanaf 1 januari 2021 over het totaalbedrag van € 230.685,-. [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] betwist deze vordering. Volgens [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] is hij geen rente verschuldigd, omdat de non-betaling geheel te wijten is aan Hevec zelf en aldus sprake is van schuldeisersverzuim. Hevec heeft namelijk bewust de gestelde vordering op [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] niet gespecificeerd onderbouwd en verantwoord. Aldus is de gestelde verplichting niet te bepalen en kan betaling niet plaatsvinden, aldus [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] .
4.9.
Dit verwijt van [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] gaat niet op. Zoals hiervoor onder 4.5 en 4.6 overwogen beschikte [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] zelf over de benodigde gegevens en heeft hij de door Hevec onderbouwde schuld van € 230.685,- onvoldoende gemotiveerd betwist. De non-betaling kwam dus niet door Hevec maar door [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] . [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] heeft het terug te betalen bedrag in rekening-courant niet volledig terugbetaald voor de overeengekomen datum, 31 december 2020. Daarmee heeft hij de overeengekomen fatale termijn overschreden en is hij aldus per 1 januari 2021 in verzuim. De gevorderde wettelijke rente is dan ook toewijsbaar vanaf 1 januari 2021, met dien verstande dat deze op grond van de wet niet toewijsbaar is over al berekende rente (€ 4.532,-) voor zover deze niet over een geheel jaar verschuldigd is.
Het verrekeningsverweer en de tegenvordering van [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring]
4.10.
beroept zich bij wijze van verweer op verrekening met een vermeende tegenvordering. Deze tegenvordering betreft de terugbetaling van geldleningen die volgens [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] aan Hevec zijn verstrekt van in totaal € 173.000,-.
4.11.
Hevec voert aan dat [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] op geen enkele manier aannemelijk heeft gemaakt dat hij de vermeende leningen aan Hevec heeft verstrekt. [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] heeft de overgelegde overzichten ten onrechte gepresenteerd als zijnde afschriften van hem. Alle mutaties zijn volgens Hevec te herleiden naar een rekening die op naam van [gedaagde in vrijwaring] staat en deze zijn dus niet van een persoonlijke rekening van [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] afkomstig. [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] stelt daartegenover dat de leningen zijn betaald van de voormalige en/of-rekening van [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] en [gedaagde in vrijwaring] die vrijwel geheel werd gevoed met de inkomsten van [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] . Volgens [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] werd vanuit moedermaatschappij Hevec (in de persoon van [bestuurder] ) het verzoek gedaan om bedragen op de rekeningen van de in financiële problemen verkerende dochtermaatschappijen te storten. Daarmee is de geldleningsovereenkomst impliciet met Hevec gesloten, aldus [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] .
4.12.
De rechtbank verwerpt het verrekeningsverweer van [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] . Het enkele feit dat hij op verzoek van Hevec gelden zou hebben verstrekt aan dochtermaatschappijen van Hevec doet op zich nog geen verplichting tot terugbetaling door Hevec zelf ontstaan. Die verplichting is ook nergens vastgelegd. Verder volstaat [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] ter onderbouwing van zijn vordering met een verwijzing naar overgelegde grootboekmutatiekaarten over 2010 en 2011. Daarop staan echter (enkel) betalingen vermeld aan dochtermaatschappijen van Hevec . [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] heeft daarmee onvoldoende onderbouwd dat Hevec zich tegenover hem heeft verbonden om de gestelde leningen terug te betalen. Dat [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] geen inzicht heeft in de wijze waarop deze door [bestuurder] boekhoudkundig zijn verwerkt, kan hem niet baten. Ter onderbouwing van zijn vordering kon [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] informatie halen uit zijn eigen administratie. Als die niet in zijn administratie is terug te vinden, ligt dat in de risicosfeer van [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] . Hij heeft dan kennelijk zijn eigen administratie niet op orde.
4.13.
Daar komt bij dat Hevec en [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] eind 2017 een vaststellingsovereenkomst zijn aangegaan die betrekking heeft op alle tussen hen bestaande geschilpunten en openstaande punten. Daarvoor hebben zij elkaar finale kwijting verleend. Een redelijke uitleg van die bepaling brengt mee dat de vorderingen die [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] nu pretendeert te hebben daaronder vallen. [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] heeft onvoldoende feiten en omstandigheden gesteld waaruit volgt dat de vermeende leningen uit 2010 en 2011 niet vallen onder dit finale kwijtingsbeding.
4.14.
Om die redenen wijst de rechtbank ook de tegenvordering van [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] af. [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] kan deze vordering dus niet verrekenen met het bedrag dat hij verschuldigd is op grond van de rekening-courantverhouding met Hevec .
Buitengerechtelijke incassokosten
4.15.
Hevec vordert in conventie nog een bedrag van € 2.928,43 aan buitengerechtelijke incassokosten. De gevorderde vergoeding komt niet voor toewijzing in aanmerking. Hevec heeft [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] namelijk geen aanmaning verstuurd die voldoet aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW. Hevec heeft de gevorderde - en door [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] betwiste - kosten ook niet toegelicht.
Slotsom
4.16.
De slotsom is dat [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] in conventie zal worden veroordeeld tot betaling van een bedrag van € 230.685,- te vermeerderen met wettelijke rente. De vordering in reconventie wordt afgewezen. Wat partijen verder nog hebben aangevoerd behoeft geen bespreking. Daarbij merkt de rechtbank op dat, anders dan [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] veronderstelt, in de relatie tussen hem en Hevec niet relevant is of [gedaagde in vrijwaring] voor een deel van de rekening-courantschuld aansprakelijk is. Die vraag komt aan de orde in de vrijwaringszaak.
Proceskosten
4.17.
[gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen.
4.18.
Hevec voert aan dat [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] vanwege schending van artikel 21 Rv de daadwerkelijke proceskosten moet vergoeden. Volgens Hevec is zij op kosten gejaagd, omdat zij de onware stellingen van [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] diende te weerleggen.
4.19.
Een vordering tot vergoeding van de werkelijke advocaatkosten is alleen in ‘buitengewone omstandigheden’ toewijsbaar, zoals in geval van misbruik van procesrecht of onrechtmatige daad. Daarvan is sprake als het instellen van de vordering, gelet op de evidente ongegrondheid ervan, in verband met de betrokken belangen van de wederpartij achterwege had behoren te blijven. Hiervan kan pas sprake zijn als eiser zijn vordering baseert op feiten en omstandigheden waarvan hij de onjuistheid kende dan wel behoorde te kennen of op stellingen waarvan hij op voorhand moest begrijpen dat deze geen kans van slagen hadden. Bij het aannemen van misbruik van procesrecht of onrechtmatig handelen door het aanspannen van een procedure past terughoudendheid, gelet op het recht op toegang tot de rechter dat mede gewaarborgd wordt door artikel 6 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens.
4.20.
Naar het oordeel van de rechtbank kan niet worden gezegd dat de ingestelde vordering van [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] kwalificeert als misbruik van procesrecht of tot een onrechtmatige daad tegenover Hevec leidt. Niet is komen vast te staan dat [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] bewust onjuist heeft verklaard over de vermeende leningen en Hevec op onheuse gronden in rechte heeft betrokken. [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] neemt andere stellingen dan Hevec in over de achtergrond van de vermeende leningen en de reikwijdte van het finale kwijtingsbeding. [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] hoefde echter niet op voorhand te begrijpen dat deze geen kans van slagen hadden. Er zijn daarom geen buitengewone omstandigheden die een volledige vergoedingsplicht van de proceskosten rechtvaardigen. De rechtbank zal een forfaitaire vergoeding toewijzen op basis van het liquidatietarief.
4.21.
De proceskosten van Hevec worden in conventie begroot op:
- kosten van de dagvaarding
€
112,99
- griffierecht
€
6.617,00
- salaris advocaat
€
5.770,00
(2 punten × € 2.885,00)
- nakosten
€
148,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
12.647,99
4.22.
De proceskosten van Hevec worden in reconventie, gelet op de samenhang met de zaak in conventie, begroot op:
- salaris advocaat
€
2.885,00
(1 punt × € 2.885,00)
- nakosten
€
148,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
3.033,00
4.23.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
in de vrijwaringszaak
4.24.
Omdat [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] in de hoofdzaak wordt veroordeeld tot betaling van de rekening-courantschuld aan Hevec , komt de rechtbank toe aan de behandeling van de vorderingen in vrijwaring.
4.25.
Centraal staat de vraag of [gedaagde in vrijwaring] voor een deel van de rekening-courantschuld draagplichtig is.
4.26.
Volgens [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] is sprake van een gemeenschappelijke schuld. [gedaagde in vrijwaring] betwist dat. [gedaagde in vrijwaring] heeft gemotiveerd aangevoerd dat het (in de hoofdzaak gevorderde en toegewezen) bedrag van € 230.685,- de eigen rekening-courantschuld van [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] is. Na de scheiding is de gezamenlijke rekening-courant gesplitst. Ieder heeft zijn deel op naam gekregen en dit is ook besproken met [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] en/of [naam 1] . Volgens [gedaagde in vrijwaring] heeft zij sinds de splitsing een eigen rekening-courantschuld bij Hevec die eind 2018 € 335.721,86 bedroeg. [gedaagde in vrijwaring] verwijst ter onderbouwing van haar standpunt naar mutatieoverzichten waarop Hevec zich in de hoofdzaak ook beroept.
4.27.
[gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] heeft daartegenover onvoldoende ingebracht. Dat had wel op zijn weg gelegen, zoals de rechtbank in de hoofdzaak heeft geoordeeld. Het bestaan van een gezamenlijke schuld aan Hevec eind 2020 kan dan ook niet worden aangenomen. De rechtbank gaat ervan uit dat de splitsing van de rekening-courant heeft geresulteerd in een eindsaldo van € 230.685,- eind 2020 ten laste van [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] . [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] heeft niet concreet toegelicht en onderbouwd waarom [gedaagde in vrijwaring] daarin een aandeel heeft en hij regres op haar kan nemen. Aan de e-mail van Breederveld van 19 februari 2019 waarin Breederveld namens [gedaagde in vrijwaring] voorstelt dat zij een bedrag van € 200.017,- voor haar rekening neemt, kan [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] geen rechten ontlenen. Dit voorstel gaat over een saldo van de rekening-courant medio 2017 en is gedaan in het kader van de financiële afwikkeling van het huwelijk van partijen. [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] heeft dat voorstel ook niet aanvaard.
Slotsom
4.28.
Reeds op grond hiervan zijn de vorderingen van [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] niet toewijsbaar. De overige stellingen van partijen behoeven geen bespreking.
Proceskosten
4.29.
[gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [gedaagde in vrijwaring] worden begroot op:
- griffierecht
€
2.723,00
- salaris advocaat
€
5.770,00
(2 punten × € 2.885,00)
- nakosten
€
189,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
8.682,00
5De beslissing
De rechtbank
in de hoofdzaak
in conventie
5.1.
veroordeelt [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] om binnen vijf werkdagen na betekening van dit vonnis aan Hevec te betalen een bedrag van € 230.685,00 (aan hoofdsom en rente), te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het toegewezen bedrag, met ingang van 1 januari 2021, tot de dag van volledige betaling, met dien verstande dat alleen over achterstallige rente die over een vol jaar verschuldigd is, opnieuw rente in rekening kan worden gebracht,
5.2.
veroordeelt [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] in de proceskosten van € 12.647,99, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.3.
veroordeelt [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
5.4.
wijst het meer of anders gevorderde af,
in reconventie
5.5.
wijst de vorderingen van [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] af,
5.6.
veroordeelt [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] in de proceskosten van € 3.033,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.7.
veroordeelt [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
in conventie en in reconventie
5.8.
verklaart dit vonnis wat betreft de onder 5.1, 5.2, 5.3, 5.6 en 5.7 genoemde beslissingen uitvoerbaar bij voorraad,
in de vrijwaringszaak
5.9.
wijst de vorderingen van [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] af,
5.10.
veroordeelt [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] in de proceskosten van € 8.682,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] niet tijdig aan de veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.H. Gisolf en bij vervroeging in het openbaar uitgesproken door mr. N. Boots, rolrechter, op 9 september 2026.
ST/JG
en uit het overzicht dat Hevec als bijlage 8 bij de brief van 30 juli 2021 aan [gedaagde in hoofdzaak, eiser in vrijwaring] heeft toegestuurd
HR 29 juni 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA3516.