Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Noord-Holland

ECLI:NL:RBNHO:2026:12071

2026-09-09 Civiel recht; Personen- en familierecht C/15/381996 / JU RK 26-1401
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Uitspraakdatum
2026-09-09
Publicatiedatum
2026-09-10
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
C/15/381996 / JU RK 26-1401
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Voorlopige ondertoezichtstelling en een spoedmachtiging tot uithuisplaatsing

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (8.367 tekens)
RECHTBANK NOORD-HOLLAND


Familie- en Jeugdrecht
Locatie Haarlem



Zaaknummer: C/15/381996 / JU RK 26-1401
Datum uitspraak: 9 september 2026




Beschikking van de kinderrechter over een voorlopige ondertoezichtstelling en een spoedmachtiging tot uithuisplaatsing




in de zaak van




de Raad voor de Kinderbescherming,
hierna te noemen: de Raad,
gevestigd te Haarlem,



over





[de minderjarige]
, geboren op [geboortedatum] in [plaats] ,
hierna te noemen: [de minderjarige] .



De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:





[de moeder]
,
hierna te noemen: de moeder,
wonende in [plaats] ,





[de vader]
,
hierna te noemen: de vader,
wonende in [plaats] ,



de gecertificeerde instelling Stichting Jeugdbescherming Regio Amsterdam,
hierna te noemen: de GI,
gevestigd te Amsterdam.






1Het verloop van de procedure


De kinderrechter neemt mee in de beoordeling:



het mondelinge verzoek van de Raad op 9 september 2026;


de schriftelijke bevestiging van het verzoek van de Raad met bijlagen, ontvangen op 10 september 2026.







2De feiten


2.1.
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige] .



2.2.

[de minderjarige] woont bij haar moeder.






3Het verzoek


De Raad verzoekt [de minderjarige] voorlopig onder toezicht te stellen voor de duur van drie maanden. Ook verzoekt de Raad een machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een netwerkpleeggezin te verlenen voor de duur van drie maanden en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. De Raad verzoekt hierop te beslissen zonder de belanghebbenden te horen.






4De beoordeling


4.1.
De kinderrechter is op basis van de stukken van oordeel dat een voorlopige ondertoezichtstelling noodzakelijk is voor [de minderjarige] . Zij heeft zich vanmiddag (9 september 2026) met Veilig Thuis gemeld op het politiebureau en verteld dat ze is mishandeld door de vader. Ze heeft zichtbaar letsel, blauwe plekken, en is aan haar haar getrokken. De politie is op zoek naar de vader om hem aan te houden. [de minderjarige] woont normaalgesproken samen met haar meerderjarige zus bij de moeder thuis. De moeder is op dit moment echter met psychotische problemen met een crisismaatregel opgenomen bij Parnassia. De vader komt sindsdien vaker in het huis van de moeder. De meerderjarige zus is echter kort geleden vandaar vertrokken naar een vriendin van de moeder, omdat ze zich thuis niet meer veilig voelde. De vader heeft vanmiddag contact gehad met Veilig Thuis, maar ontkent dat er zorgen zijn en zegt dat [de minderjarige] bij zijn familie kan wonen. Vorig jaar heeft de moeder een melding bij Veilig Thuis gedaan dat de vader zou zijn doorgedraaid. In deze melding staat vermeld dat er mogelijk risico is op femicide en er sprake zou zijn van intieme terreur. De vader heeft ook toen een en ander ontkend. De situatie is toen weer rustig geworden.



4.2.
Gelet op de geschetste situatie is de kinderrechter van oordeel dat er zodanige zorgen zijn over de veiligheid van [de minderjarige] dat er een ernstig vermoeden bestaat dat [de minderjarige] ernstig in haar ontwikkeling wordt bedreigd. De voorlopige ondertoezichtstelling is noodzakelijk om die bedreiging weg te nemen.



4.3.

[de minderjarige] kan in deze situatie niet terug naar huis en de kinderrechter vindt in de huidige (nog onduidelijke) veiligheidssituatie, plaatsing bij de familie van de vader niet aan de orde. Er is daarom een machtiging uithuisplaatsing noodzakelijk, zodat [de minderjarige] in het netwerk bij genoemde vriendin van de moeder kan worden geplaatst. Daar kan ze samen met haar zus in een vertrouwde omgeving tot rust komen en kan er meer zicht komen op de opvoedsituatie waarin [de minderjarige] zich bij de moeder thuis bevindt.



4.4.
De kinderrechter is ook van oordeel dat een zitting niet kan worden afgewacht zonder onmiddellijk en ernstig gevaar voor [de minderjarige] . Daarom stelt de kinderrechter [de minderjarige] voorlopig onder toezicht voor de duur van drie maanden. Ook machtigt de kinderrechter de GI om [de minderjarige] uit huis te plaatsen voor de duur van vier weken.


4.5.
De beslissing wordt van rechtswege aangetekend in het gezagsregister.



4.6.
De kinderrechter verklaart de beslissing om de machtiging tot uithuisplaatsing af te geven uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.



4.7.
De Raad, [de minderjarige] en de belanghebbenden worden in de gelegenheid gesteld hun mening te geven. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.






5De beslissing


De kinderrechter:



5.1.
stelt [de minderjarige], geboren op [geboortedatum] in [plaats] , voorlopig onder toezicht van de gecertificeerde instelling Stichting Jeugdbescherming Regio Amsterdam, met ingang van 9 september 2026 tot 9 december 2026;



5.2.
verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige], geboren op [geboortedatum] in [plaats] , in een netwerkpleeggezin met ingang van 9 september 2026 tot 7 oktober 2026;


5.3.
verklaart de beslissing onder 5.2. uitvoerbaar bij voorraad;



5.4.
houdt de behandeling van het verzoek voor het overige aan en bepaalt de voorzetting daarvan op een nader te bepalen zitting;



5.5.
bepaalt dat de griffier de Raad, de GI, de vader en de moeder tijdig zal oproepen voor die zitting;


5.6.
bepaalt dat de griffier [de minderjarige] tijdig zal oproepen voor een kindgesprek.









Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 9 september 2026 door mr. B.M.A. Bataille, kinderrechter, en op schrift gesteld en ondertekend door mr. E.M. ten Bos, kinderrechter op 10 september 2026 in aanwezigheid van M.P. van Driel als griffier.













































Tegen eindbeslissingen in deze beschikking over de machtiging tot uithuisplaatsing is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Amsterdam. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:



degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;


andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.




Tegen eindbeslissingen in deze beschikking over de voorlopige ondertoezichtstelling staat geen hoger beroep open.





Artikel 1:257 BW.


Artikel 1:265b, eerste lid, Burgerlijk Wetboek (BW).


Artikel 2 Besluit gezagsregisters.


Artikel 807 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv).