Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Noord-Holland

ECLI:NL:RBNHO:2026:11878

2026-09-23 Civiel recht; Verbintenissenrecht K/4102/12161258
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Uitspraakdatum
2026-09-23
Publicatiedatum
2026-09-08
Rechtsgebied
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure
Bodemzaak
Zaaknummer
K/4102/12161258
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Duploos koop op afstand (AT).

Citeert (5)

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (11.383 tekens)
RECHTBANK
NOORD-HOLLAND



Civiel recht
Kantonrechter



Zittingsplaats Haarlem



Zaaknummer: 12161258 \ CV EXPL 26-2023




Vonnis van 23 september 2026




in de zaak van



de rechtspersoon naar buitenlands recht,

ALEKTUM CAPITAL II AG,
te Zug (Zwitserland)
eisende partij,
hierna te noemen: Alektum,
gemachtigde: [gemachtigde],



tegen





[gedaagde]
,
te [plaats],
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde],
procederend in persoon.





1De procedure


1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding;- de conclusie van antwoord;- de conclusie van repliek.




1.2.

[gedaagde] heeft (hoewel zij daartoe in de gelegenheid is gesteld) niet meer gereageerd. Ten slotte is vonnis bepaald.





2Het geschil


2.1.
Alektum vordert - samengevat - veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 636,34, vermeerderd met de wettelijke rente over € 538,39 en de proceskosten.



2.2.
Alektum legt – kort gezegd – het volgende aan de vordering ten grondslag. [gedaagde] heeft meerdere bestellingen geplaatst op de website van Wish (hierna ook: de webwinkel), waarbij zij heeft gekozen voor de achteraf betaalmethode van Klarna. Dat wil zeggen dat [gedaagde] de gekochte goederen later, namelijk binnen 30 dagen na de aankoop of binnen 14 dagen na verzending van de bestelling, zou betalen aan Klarna. [gedaagde] heeft dat niet (volledig) gedaan. Klarna heeft de vordering op [gedaagde] vervolgens verkocht aan Alektum.


2.3.

[gedaagde] voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen van Alektum. Volgens [gedaagde] zijn de spullen besteld met een oud e-mailadres en staan er spullen op de facturen die zij nooit zou bestellen. Ook heeft zij de aanmaningen van Alektum niet ontvangen.



2.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.





3De beoordeling


3.1.
Naar aanleiding van het verweer van [gedaagde] heeft Alektum haar vordering verder onderbouwd. Daarbij is Alektum ook ingegaan op het verweer van [gedaagde]. [gedaagde] heeft deze nadere stellingen van Alektum onweersproken gelaten. De conclusie is dan ook dat het verweer van [gedaagde] faalt en dat de door Alektum gevorderde hoofdsom wordt toegewezen, behoudens het navolgende.



Ambtshalve toetsing van de (pre)contractuele informatieplichten





3.2.
De vordering is mede gebaseerd op een overeenkomst op afstand tussen de webwinkel, zijnde een handelaar, en [gedaagde], zijnde een consument. Bij het sluiten daarvan moet ter bescherming van de consument aan de wettelijke (pre)contractuele informatieplichten van de artikelen 6:230m lid 1 en 6:230v van het Burgerlijk Wetboek (BW) worden voldaan. Dit moet gemotiveerd worden gesteld en onderbouwd. De kantonrechter moet er ambtshalve op toezien dat die voorschriften worden nageleefd, dus ook als er geen verweer is gevoerd.



3.3.
Alektum heeft voldoende toegelicht en onderbouwd dat de webwinkel heeft voldaan aan de (pre)contractuele informatieplichten.



3.4.
Om te kunnen vaststellen dat ook is voldaan aan de contractuele informatieplicht van artikel 6:230v lid 7 onder a BW moet een bestelbevestiging worden overgelegd die voldoet aan de eisen van dat artikel. Alektum heeft enkel de door Klarna aan [gedaagde] verzonden bestelbevestiging overgelegd. Dit stuk bevat niet alle in artikel 6:230m lid 1 BW genoemde informatie, omdat informatie over het ontbindingsrecht (artikel 6:230m lid 1 sub h BW) ontbreekt. Voor deze schending zal een sanctie worden toegepast.



Welke sanctie hoort hierbij?





3.5.

De kantonrechter moet aan de schending van de informatieplichten gevolgen verbinden door passende maatregelen te nemen die de consument effectieve rechtsbescherming bieden. Die maatregelen moeten doeltreffend, afschrikwekkend en evenredig zijn.
De kantonrechter zal daarom op grond van de hiervoor vastgestelde schending(en) de overeenkomst met toepassing van de sanctierichtlijn gedeeltelijk vernietigen in die zin dat de betalingsverplichting van de consument wordt verminderd met 20%.





Ambtshalve toetsing van de kredietovereenkomst





3.6.

[gedaagde] heeft gekozen voor uitgestelde betaling via Klarna. Uitgestelde betaling is een vorm van kredietverstrekking. Daarop zijn de regels voor consumentenkrediet (artikelen 7:57 e.v. BW) van toepassing, tenzij sprake is van een uitzondering als bedoeld in artikel 7:58 lid 2 BW. Overeenkomsten als de onderhavige vallen in beginsel onder de uitzondering van artikel 7:58 lid 2 sub e BW (kredietovereenkomsten met slechts onbetekenende kosten), tenzij die bijkomende kosten (zoals rente en buitengerechtelijke kosten) deel uitmaken van het verdienmodel van de kredietverstrekker, hetgeen hier niet is gebleken. Daarom is toetsing van de overeenkomst aan de regels betreffende consumentenkredietovereenkomsten niet aan de orde.



Ambtshalve toetsing van de algemene voorwaarden





3.7.
De kantonrechter is ook gehouden om ambtshalve onderzoek te doen naar (mogelijk) oneerlijke bedingen in de toepasselijke algemene voorwaarden.



3.8.
Vanwege de door [gedaagde] gekozen betalingswijze, waardoor de vordering van de webwinkel op [gedaagde] direct wordt gecedeerd aan Klarna, zijn de algemene voorwaarden van Klarna van toepassing op de kredietovereenkomst. Deze moeten dan ook ambtshalve worden getoetst.



3.9.
Alektum heeft de algemene voorwaarden van Klarna (Koop nu – Betaal later) van 29 maart 2021 overgelegd. Uit de factuur blijkt echter dat de overeenkomst(en) zijn gesloten op 26 oktober 2020, 31 oktober 2020, 1 november 2020, 16 november 2020, 28 november 2020, 1 december 2020 en 2 december 2020. De overeenkomst is dus tot stand gekomen voordat de overgelegde algemene voorwaarden waren vastgesteld. De overgelegde algemene voorwaarden zijn dus niet de juiste voorwaarden.



3.10.

Vanwege de gevorderde vergoeding voor gemaakte buitengerechtelijke incassokosten en de gevorderde vergoeding van rente moet de kantonrechter ambtshalve beoordelen of Alektum in de toepasselijke algemene voorwaarden bedingen heeft opgenomen over incassokosten en rente, en zo ja, of die bedingen al dan niet oneerlijk zijn. Bij gebreke van (de juiste versie van) de algemene voorwaarden kan de kantonrechter de ambtshalve taak op dit punt niet uitvoeren. Daarom worden deze vorderingen afgewezen (ook al zijn deze vergoedingen in de procedure gebaseerd op wettelijke bepalingen).

Conclusie





3.11.
Gelet op het voorgaande is een bedrag van € 430,71 aan hoofdsom toewijsbaar (€ 538,39 x 0.80).



3.12.

[gedaagde] is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Alektum worden begroot op:









- kosten van de dagvaarding


€


125,57







- griffierecht


€


350,00







- salaris gemachtigde


€


288,00


(2 punten × € 144,00)




- nakosten


€


72,00


(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)




Totaal


€


835,57













4De beslissing


De kantonrechter



4.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan Alektum te betalen een bedrag van € 538,39,



4.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 835,57, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,



4.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,



4.4.
wijst het meer of anders gevorderde af.









Dit vonnis is gewezen door mr. M.P.E. Oomens en in het openbaar uitgesproken op 23 september 2026.





De griffier De kantonrechter
















































Zie, onder meer, het arrest van de Hoge Raad van 12 november 2021,ECLI:NL:HR:2021:1677.


HvJ EU 23 januari 2019, zaak C-430/17, ECLI:EU:C:2019:47 (Walbusch Walter Busch), punt 41; HvJ EU 10 juli 2019, zaak C-649/17, ECLI:EU:C:2019:576 (Amazon EU), punt 44 en onder meer Hoge Raad 12 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:1677.



Richtlijn Sanctiemodel informatieplichten (https://www.rechtspraak.nl/SiteCollectionDocuments/richtlijn-sanctiemodel-informatieplichten.pdf), te vinden op rechtspraak.nl.


HvJ EU 17 oktober 2024, zaak C- 409/23, ECLI:EU:C:2024:895 (Riverty).


HvJ EU 27 januari 2021, C‑229/19 en C‑289/19, ECLI:NL:EU:C:68 (Dexia).