Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Noord-Holland

ECLI:NL:RBNHO:2026:11723

2026-08-26 Civiel recht; Intellectueel-eigendomsrecht C/15/363765
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Uitspraakdatum
2026-08-26
Publicatiedatum
2026-09-07
Rechtsgebied
Civiel recht; Intellectueel-eigendomsrecht
Procedure
Bodemzaak
Zaaknummer
C/15/363765
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

De rechtbank oordeelde dat gedaagde auteursrechtinbreuk had gepleegd door vazen te verkopen die te sterk leken op een eerdere vazencollectie van eiseres. Gedaagde werd gedurende de procedure in staat van faillissement verklaard. Omdat de curator in het faillissement na oproeping niet in de procedure verscheen, werd de zaak deels voortgezet en deels van rechtswege geschorst voor zover het ging om vorderingen die als boedelvordering moesten worden behandeld. De rechtbank wees de belangrijkste vorderingen toe, waaronder een verklaring voor recht, een stakingsbevel, een dwangsom, een informatieverplichting, een terugroepbevel voor nog aanwezige voorraad en een rectificatie op de website als die nog bestaat. De gevorderde dwangsom werd gematigd. Ook werd de rectificatie beperkt in duur. De proceskosten na faillietverklaring werden begroot en toegewezen.

Citeert (6)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (37.107 tekens)
RECHTBANK Noord-Holland


Civiel recht



Zittingsplaats Haarlem



Zaaknummer: C/15/363765 / HA ZA 25-180




Vonnis van 26 augustus 2026




in de zaak van




DES POTS B.V.,
te Best,
eisende partij,
hierna te noemen: Des Pots,
advocaat: mr. N. Disveld,



tegen





[gedaagde] B.V., tevens handelend onder de naam [bedrijf],
te [plaats],
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde],
advocaat (voorheen): mr. M.G. Jansen (onttrokken).






1De procedure


1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 22 oktober 2025
- de brief van mr. Jansen van 12 januari 2025 met daarin de mededeling dat [gedaagde] op 30 december 2025 failliet is verklaard met benoeming van [curator] tot curator;
- de oproeping van de curator op verzoek van Des Pots om op 25 maart 2026 in het geding te verschijnen ten einde verder te procederen in de stand waarin de procedure zich bevindt voor zover de procedure geen betrekking heeft op voldoening van een verbintenis uit de boedel;
- het rolbericht van 5 mei 2026 voor de rolzitting van 6 mei 2026 waarbij mr. Jansen zich heeft onttrokken als advocaat van [gedaagde];
- de akte van Des Pots van 3 juni 2026.



1.2.
Omdat de curator niet in de procedure is verschenen, wordt de procedure op grond van artikel 28 lid 4 Faillissementswet (Fw) voortgezet tussen gedaagde en het gefailleerde [gedaagde] voor zover de procedure geen betrekking heeft op voldoening van een verbintenis uit de boedel (niet verifieerbare vorderingen). Nu de curator, hoewel daartoe behoorlijk in de gelegenheid te zijn gesteld, het geding niet heeft overgenomen mist artikel 25 lid 2 Fw toepassing en is dit vonnis voor deze vorderingen mede bindend voor de boedel. Voor zover de procedure betrekking heeft op voldoening van verbintenissen uit de boedel (die ter verificatie kunnen worden ingediend) is deze van rechtswege geschorst op grond van artikel 29 Fw. Des Pots heeft aangekondigd de vordering onder G ter verificatie in te dienen bij de curator. Verder heeft Des Pots zich het recht voorbehouden de proceskosten ex artikel 1019h Rv als boedelvordering in te dienen voor zover nodig.



1.3.
Nadat de curator, hoewel behoorlijk opgeroepen om het geding over te nemen, niet is verschenen en zich evenmin een nieuwe advocaat voor [gedaagde] heeft gesteld, is de zaak op voet van artikel 7.2 van het Landelijk procesreglement verwezen voor uitlating van Des Pots over het verdere vervolg van de procedure. Des Pots heeft van die gelegenheid gebruik gemaakt en heeft verzocht vonnis te wijzen. Voor zover Des Pots bij die gelegenheid tevens inhoudelijk op de conclusie van antwoord van [gedaagde] reageert, gaat dat de haar geboden gelegenheid te buiten. De rechtbank zal de inhoud van die akte daarom in zoverre buiten beschouwing laten en de vorderingen voor zover de procedure niet is geschorst beoordelen aan de hand van enkel de dagvaarding en de conclusie van antwoord.



1.4.
Ten slotte is op verzoek van eisers vonnis bepaald.





2De feiten


2.1.
Des Pots is een sinds 1989 bestaand Nederlands familiebedrijf dat zich bezig houdt met het creëren en ontwerpen van interieurobjecten van glas en keramiek. Zij verkoopt uitsluitend Business-to-Business. Haar klanten zijn interieur- en bloemenwinkels in binnen en buitenland.



2.2.

[gedaagde] is een groothandel die actief is in de branche van woonaccessoires, waaronder volgens haar website “exclusieve handgemaakte vazen, schalen en accessoires”. Zij verkoopt zowel aan bedrijven als aan consumenten, onder meer via haar webshop www.[gedaagde].nl.



2.3.
Des Pots verkoopt onder meer de hier onder afgebeelde vazen in verschillende kleurenvarianten (zie afbeelding hieronder, hierna: de Bloemenvazen / de Bloemenvazen Collectie).








2.4.
Van 12-15 januari 2025 vond de Trendz beurs plaats in Gorinchem en heeft Des Pots geconstateerd dat [gedaagde] daar de hieronder afgebeelde vazen aanbood (hierna ook: Rozenvaas / Rozenvazen / Inbreukmakende Vazen).
















2.5.
Na een blik op de website van [gedaagde] bleek het Des Pots dat [gedaagde] ook de hieronder afgebeelde Rozenvazen aanbood via haar webshop in twee varianten qua afmeting (normaal en large).
















2.6.
Bij brief van 16 januari 2025 heeft Des Pots [gedaagde] gesommeerd om te stoppen met het maken van inbreuk op de auteursrechten van Des Pots op de Bloemenvazen Collectie en de slaafse nabootsing daarvan.



2.7.

[gedaagde] heeft daarop in een telefonisch overleg de gestelde inbreuk en slaafse nabootsing betwist. Bij e-mailbericht van 21 januari 2025 heeft de gemachtigde van [gedaagde] evenwel aangegeven de verkoop van de Rozenvazen te zullen staken.



2.8.
Des Pots heeft vervolgens bij [gedaagde] aangedrongen ook te voldoen aan de overige vorderingen in de sommatiebrief, waaronder het ondertekenen van een onthoudingsverklaring met boeteclausule, opgave van informatie over de leverancier en aantallen en cijfers, vernietiging van voorraad, een bevestiging dat orders zijn geannuleerd, winstafdracht en een vergoeding van de advocaatkosten. Verder is namens Des Pots aangedrongen op een erkenning van de inbreuk.



2.9.
Des Pots heeft een akte overdracht van auteursrechten overgelegd van 3 januari 2025 tussen mevrouw [betrokkene] en Des Pots met, voor zover van belang, de volgende inhoud:


OVERWEGENDE DAT:
° [betrokkene] al sinds januari 1990 ontwerpwerkzaamheden verricht voor Des Pots en al vele vazen en andere werken voor Des Pots heeft ontwikkeld, waaronder de ontwerpen van de bloemenvazen afgebeeld in Bijlage 1 ("de Werken") welke [betrokkene] in 2006 tot stand heeft gebracht naar haar eigen ontwerp en idee, in het kader van haar reguliere (ontwerp)werkzaamheden voor Des Pots;
° [betrokkene] deze Werken heeft ontwikkeld ten behoeve van Des Pots en Partijen er altijd vanuit zijn gegaan dat de auteursrechten en andere rechten van intellectuele eigendom op de Werken sinds de ontwerpdatum ook toekomen aan Des Pots;
° Partijen zekerheidshalve deze akte van overdracht sluiten (…);
(…)
ZIJN OVEREENGEKOMEN ALS VOLGT:
Artikel 1 De Werken



1.1

[betrokkene] draagt hierbij onvoorwaardelijk, zonder enige beperking, om niet en exclusief aan Des Pots over en levert als zodanig al haar bestaande auteursrechten en tevens bij voorbaat al haar toekomstige auteursrechten, waar ook ter wereld, met betrekking tot de Werken, in welke afmeting en kleur dan ook, alsmede alle overige aan de Werken gerelateerde intellectuele eigendomsrechten, zonder zich enige bevoegdheid voor te behouden. Deze overdracht en levering wordt door Des Pots aanvaard.


1.2

Partijen verklaren dat de overdracht krachtens art. 1.1 meebrengt dat Des Pots de op de Werken rustende rechten mag gebruiken respectievelijk (laten) exploiteren op welke wijze en in welke vorm, afmeting en kleur dan ook, zonder dat daaraan enige beperking is verbonden, waaronder begrepen het aanbrengen van wijzigingen aan de Werken.
(…)




2.10.
Op 30 januari 2025 heeft een klant van [gedaagde] een video gepost op Instagram waarin een zending van [gedaagde] wordt uitgepakt. Een fragment van die post is hieronder afgebeeld.



{afbeelding}


2.11.
Op 31 januari 2025 heeft [gedaagde], ter voorkoming van een verdere problematiek en een juridische procedure, een onthoudingsverklaring getekend waarin zij jegens Des Pots verklaart dat zij, waaronder ook begrepen alle aan haar gelieerde ondernemingen:



onmiddellijk iedere (mogelijke) inbreuk op de auteursrechten die rusten op (de


ontwerpen van) de producten uit de PFV-collectie van Des Pots (zoals weergegeven inBijlage 1 van de sommatiebrief), dan wel ieder (mogelijk) onrechtmatig handelen jegens Des Pots, zal staken en gestaakt zal houden zoals aangegeven in de email van 21 januari 2025, onder andere door het staken van het (doen) aanbieden (zowel online als offline), verhandelen, verkopen, importeren en exporteren van de Inbreukmakende Producten zoals weergegeven in Bijlage 2 van deze sommatiebrief (in alle uitvoeringen, afmetingen en kleuren);


een boete van € 1.000,00 (zegge: duizend euro) zal betalen per overtreding op of na 21 januari 2025 voor het niet nakomen van deze onthoudingsverklaring, alsmede een bedrag vaan € 100,- voor iedere dag dat de overtreding voortduurt.




De overige punten uit de sommatiebrief waren voor [gedaagde] expliciet niet akkoord. De gemachtigde van [gedaagde] deelde in dit kader aan Des Pots mee dat [gedaagde] “geen enkele eurocent aan de bloemenvazen [had] verdiend”, dat er“slechts samples gemaakt [zijn]” en dat “klanten die interesse hebben getoond c.q. besteld hebben reeds [zijn] geïnformeerd dat [de vazen] niet zullen worden geleverd”.




2.12.
Des Pots heeft bij dagvaarding een uitnodiging overgelegd voor een expositie van de Des Pots voorjaarscollectie in haar showroom in Best alsmede in Parijs op respectievelijk 14-23 januari en 26-30 januari 2007 (zie afbeeldingen hieronder). Daarnaast heeft zij bij dagvaarding een prijslijst overgelegd uit 2007-2008 en een verkoopfactuur uit 2007 waaruit de eerste verkopen van de Bloemenvazen blijken.
















2.13.

[gedaagde] heeft op haar beurt bij conclusie van antwoord een factuur aan haar overgelegd van 7 mei 2007 afkomstig van een producent in China voor een aantal artikelen met de omschrijvingen “Flower Pot” in de kleuren “white crackle” en “silver” met bijgevoegd een (ongedateerde) offerte (“quotation”, zie onderstaande afbeelding) met daarop artikel/ itemnummers die overeenkomen met de artikelnummers op de betreffende factuur en afbeeldingen van de betreffende Flower Pots. Daarnaast heeft [gedaagde] daarbij overgelegd de hieronder afgebeelde foto van een Flower Pot / Rozenvaas met daarom de datum 7-8-2007.



{afbeelding}












Tekst
Tekst



3Het geschil


3.1.
Des Pots vordert – voor zover de procedure niet is geschorst op grond van artikel 29 Fw:



voor recht te verklaren dat [gedaagde] door het aanbieden en het verhandelen van deInbreukmakende Vazen (ongeacht de kleur of maat) inbreuk heeft gemaakt op de auteursrechten van Des Pots ten aanzien van de ontwerpen van de bloemenvazen uit de Bloemenvazen Collectie;



[gedaagde] te bevelen onmiddellijk na betekening van het in deze procedure te wijzen vonnis iedere inbreuk op de auteursrechten van Des Pots ten aanzien van de ontwerpen van de bloemenvazen uit de Bloemenvazen Collectie, zoals omschreven in deze dagvaarding, waaronder in ieder geval begrepen het aanbieden en verhandelen van de Inbreukmakende Vazen, te staken en gestaakt te houden;



[gedaagde] te bevelen onmiddellijk na betekening van het in deze procedure te wijzen vonnis het jegens Des Pots onrechtmatige handelen, zoals omschreven in deze dagvaarding, waaronder in ieder geval begrepen het aanbieden en verhandelen van de Inbreukmakende Vazen, te staken en gestaakt te houden;



[gedaagde] te veroordelen tot betaling van een onmiddellijk opeisbare dwangsom van EUR 10.000,- per dag (een gedeelte van een dag daaronder gerekend) dat [gedaagde] in strijd handelt met de onder sub B en/of C gevorderde bevelen, dan wel, naar keuze van Des Pots, EUR 500,- per afzonderlijk product dat in strijd met deze bevelen is aangeboden of verhandeld;



[gedaagde] te bevelen om binnen een termijn van twee weken na betekening van het in deze procedure te wijzen vonnis aan de advocaat van Des Pots een verklaring te verstrekken, voorzien van alle relevante documenten ter staving daarvan, betreffende:



a. het totaal aantal Inbreukmakende Vazen dat [gedaagde] heeft vervaardigd, laten vervaardigen, heeft besteld/ingekocht, in voorraad heeft en heeft verkocht, al het voorgaande gespecificeerd per product;
b. de productie/inkoop- en verkoopprijzen van de Inbreukmakende Vazen, gespecificeerd per product;
c. de met de verkoop van de Inbreukmakende Vazen behaalde nettowinst, gespecificeerd per product, die zal worden berekend door van de verkoopprijs af te trekken de aankoopprijs en de rechtstreeks daaraan verbonden transportkosten;
d. de volledige naam/namen en contactgegevens van de producent(en) en/of leverancier(s) en professionele afnemers van de Inbreukmakende Vazen.


[gedaagde] te veroordelen tot betaling van een onmiddellijk opeisbare dwangsom van EUR 10.000,- per dag (een gedeelte van een dag daaronder gerekend) dat [gedaagde] in strijd handelt met het onder sub E gevorderde bevel;
(…)
[gedaagde] te bevelen om binnen een termijn van twee weken na betekening van het in deze procedure te wijzen vonnis al haar professionele wederverkopers schriftelijk te verzoeken de resterende voorraad van de Inbreukmakende Vazen binnen één week op haar kosten aan [gedaagde] te retourneren, met een gelijktijdige kopie van deze verzoeken aan de advocaat van Des Pots;

I. [gedaagde] te bevelen om binnen een termijn van vier weken na betekening van het in deze procedure te wijzen vonnis overgebleven voorraad van de Inbreukmakende Vazen, waaronder de van professionele wederverkopers teruggestuurde voorraad, in aanwezigheid van een deurwaarder te laten vernietigen, en binnen één week na vernietiging een kopie van proces-verbaal van vernietiging aan de advocaat van Des Pots te sturen;

[gedaagde] te bevelen om binnen een termijn van één week na betekening van het in deze procedure te wijzen vonnis op de website van [gedaagde] (www.[gedaagde].nl) op een bij het openen van de homepagina direct duidelijk zichtbare plaats een duidelijk leesbare rectificatie te plaatsen met de volgende tekst, zonder nadere toevoegingen, en gedurende ten minste twee maanden na plaatsing te handhaven: "Door de rechtbank Noord-Nederland is op [datum] geoordeeld dat door [gedaagde] met de volgende bloemenvazen (modellen: |...]) inbreuk is gemaakt op de auteursrechten van Des Pots en is geoordeeld dat deze vazen ongeoorloofde slaafse nabootsingen zijn van bloemenvazen van Des Pots. De bloemenvazen van Des Pots zijn auteursrechtelijk beschermd en [gedaagde] zal de betreffende vazen in de toekomst niet meer aanbieden."
(…)




3.2.

Des Pots legt, samengevat en voor zover van belang, het volgende aan haar vorderingen ten grondslag.
De Bloemenvazen uit de Bloemenvazencollectie van Des Pots zijn beschermd in de zin van artikel 1 jo. 10 Auteurswet (Aw) en artikel 2 van de Auteursrechtrichtlijn 2001/29. De auteursrechten op deze werken komen aan Des Pots toe. De Bloemenvazen zijn namelijk als van Des Pots afkomstig op de markt gebracht en Des Pots beroept zich daarom primair op artikel 8 Aw. Subsidiair doet Des Pots een beroep op het makerschap omdat de auteursrechten zijn overgedragen aan Des Pots door mevrouw [betrokkene], creatief directeur en indirect eigenaar van Des Pots en ontwerper (en dus oorspronkelijk maker) van de Bloemenvazen. [gedaagde] biedt zeer vergaande kopieën aan van de Bloemenvazen uit de Bloemenvazen collectie van Des Pots en maakt daarmee inbreuk op de auteursrechten van Des Pots. Daarnaast is ook sprake van slaafse nabootsing wat eveneens maakt dat [gedaagde] onrechtmatig handelt jegens Des Pots. De Bloemenvazen hebben een eigen gezicht op de markt doordat zij zich door hun uiterlijke verschijningsvorm onderscheiden van gelijksoortige producten op de Nederlandse markt. Gelet op de overeenstemming tussen de vazen van Des Pots en de Rozenvazen van [gedaagde] is gevaar voor verwarring aanwezig en gegeven, aldus nog steeds Des Pots.




3.3.


[gedaagde] voert, samengevat en voor zover van belang, het volgende verweer. [gedaagde] betwist dat sprake is van auteursrechtinbreuk en/of slaafse nabootsing. Volgens [gedaagde] levert Des Pots geen bewijs van haar stelling dat zij de maker is van de Bloemenvazen. Artikel 8 Aw moet restrictief worden uitgelegd; het toekennen van auteursrecht aan een organisatie louter op basis van het ontbreken van naamsvermelding van de feitelijke maker bij de eerste openbaarmaking is disproportioneel en staat op gespannen voet met het fundamentele uitgangspunt dat auteursrecht in beginsel toekomt aan de feitelijke maker. Uit de door Des Pots overgelegde akte blijkt volgens [gedaagde] verder niet dat de personen die de auteursrechten aan haar hebben overgedragen, ook daadwerkelijk de auteursrechten op de Bloemenvazen bezitten. Bij gebrek aan wetenschap betwist [gedaagde] dan ook dat Des Pots auteursrechthebbende op de vazen is. In dat kader stelt [gedaagde] bovendien dat zij een soortgelijke Rozenvaas eerder op de markt hebben gebracht dan Des Pots. Van slaafse nabootsing is ook geen sprake; Des Pots heeft niet bewezen dat sprake is van een eigen gezicht op de markt noch heeft zij onderbouwd dat sprake is van verwarringsgevaar.
Meer specifiek ten aanzien van het gevorderde voert [gedaagde], voor zover van belang, aan, dat Des Pots geen belang heeft bij een verklaring voor recht dat [gedaagde] inbreuk maakt op haar auteursrechten, omdat dit geen vereiste is voor het verhalen van schadevergoeding. Het verbinden van een dwangsom aan een eventuele veroordeling is niet noodzakelijk omdat [gedaagde] vrijwillig zal voldoen aan het vonnis. Daarbij komt dat de gevorderde dwangsom niet redelijk is. Het is [gedaagde] verder onmogelijk om aan de vordering onder H te voldoen omdat er al geruime tijd is verstreken sinds zij enkele Rozenvazen aan zakelijke afnemers heeft verkocht en deze dus alweer zullen zijn doorverkocht. Voor de gevorderde rectificatie geldt dat het niet waarschijnlijk is dat potentiële afnemers die in januari/februari 2025 of eerder kennis hebben genomen van het aanbod van de Rozenvazen van [gedaagde], zich dat nu nog zullen herinneren. De kans dat potentiële afnemers een eventuele aankoopbeslissing op basis van een rectificatie zullen heroverwegen is dan ook nihil. Er bestaat dan ook geen rechtens te respecteren belang bij deze vordering, aldus nog steeds [gedaagde].




3.4.
Op de stellingen van partijen gaat de rechtbank hierna, voor zover nodig, nader in.





4De beoordeling



Auteursrecht en makerschap



4.1.
Voor toewijzing van de vorderingen van Des Pots die zijn gegrond op auteursrechtinbreuk moet de rechtbank eerst vaststellen of de Bloemenvazen werken zijn in de zin van artikel 1 in verbinding met artikel 10 Aw. Om als auteursrechtelijk werk beschermd te zijn, moet het voortbrengsel oorspronkelijk zijn, in die zin dat het een eigen intellectuele schepping van de maker is die de persoonlijkheid van de maker weerspiegelt en tot uiting komt door de vrije creatieve keuzes van de maker bij de totstandkoming van het werk. Om een voorwerp als oorspronkelijk te kunnen beschouwen, is zowel noodzakelijk als voldoende dat dit voorwerp de persoonlijkheid van de auteur ervan weerspiegelt door uitdrukking te geven aan de vrije en creatieve keuzen van die auteur. Ook een verzameling of bepaalde selectie van op zichzelf niet beschermde elementen kan een (oorspronkelijk) werk zijn in de zin van de Aw. Daarbuiten valt in elk geval al hetgeen een vorm heeft die zo banaal of triviaal is, dat daarin geen creatieve arbeid van welke aard ook valt aan te wijzen. De keuzes van de maker mogen niet louter een technisch effect dienen of te zeer het resultaat zijn van een door technische uitgangspunten beperkte keuze; de verschillende manieren om een idee uit te voeren zijn dan zodanig beperkt dat het idee samenvalt met de uitdrukking ervan en de auteur onmogelijk uitdrukking kan geven aan zijn creatieve geest en tot een resultaat kan komen dat een eigen intellectuele schepping vormt. Of aan deze maatstaf is voldaan, moet beoordeeld worden naar de situatie op het moment waarop het voortbrengsel tot stand is gebracht. Verder geldt dat de enkele omstandigheid dat het werk of bepaalde elementen daarvan, passen binnen een bepaalde mode, stijl of trend niet betekent dat het werk of deze elementen zonder meer onbeschermd zijn. Onderzocht moet worden of de vormgeving van de (combinatie van de) verschillende elementen zodanig is dat aangenomen kan worden dat met het ontwerp door de maker op een voldoende eigen wijze uiting is gegeven aan de vigerende stijl, trend of mode.



4.2.

[gedaagde] heeft niet betwist dat de Bloemenvazen van Des Pots een werk zijn. Haar verweer richt zich uitsluitend op het makerschap en niet zozeer op de vraag of de vormgeving van de Bloemenvazen als zodanig auteursrechtelijk beschermd is. Bij gebreke van een concrete betwisting op dit punt gaat de rechtbank uit van auteursrechtelijke bescherming van de Bloemenvazen, waarbij de rechtbank toetst aan de hiervoor omschreven maatstaf en zich baseert op de stellingen die Des Pots hierover naar voren heeft gebracht.



4.3.
Ten aanzien van het makerschap beroept Des Pots zich primair op artikel 8 Aw, waartoe zij stelt dat zij de Bloemenvazen als eerste als afkomstig van haarzelf openbaar heeft gemaakt, zonder daarbij een natuurlijk persoon als maker te vermelden. Daartoe verwijst Des Pots naar een uitnodiging voor de expositie van haar voorjaarscollectie in januari 2007 (zie onder 2.12). [gedaagde] voert terecht aan dat artikel 8 Aw, als wettelijke fictie die afwijkt van het uitgangspunt dat het auteursrecht toekomt aan de natuurlijke persoon-maker, restrictief moet worden uitgelegd. Dat neemt echter niet weg dat, als aan de vereisten van dat artikel is voldaan – openbaarmaking als eigen werk, geen vermelding van een natuurlijke persoon-maker, en geen aanwijzingen dat deze openbaarmaking jegens de werkelijke maker onrechtmatig was – Des Pots zich in beginsel op het vermoeden van makerschap kan beroepen.



4.4.
Subsidiair heeft Des Pots zich beroepen op een akte van overdracht waarin [betrokkene], die de ontwerpen naar eigen zeggen in 2006 in het kader van haar werkzaamheden voor Des Pots heeft gemaakt, haar auteursrechten onvoorwaardelijk aan Des Pots heeft overgedragen. [gedaagde] betwist dat [betrokkene] daadwerkelijk de feitelijk maker is. [gedaagde] voert echter geen concrete feiten en omstandigheden aan die twijfel zaaien over het makerschap van [betrokkene], terwijl uit de akte een consistente en op zichzelf niet ongeloofwaardige gang van zaken blijkt. [betrokkene] is al sinds 1990 als ontwerper voor Des Pots werkzaam. Hiermee is de betwisting van [gedaagde] dan ook onvoldoende gemotiveerd om aan de bewijskracht van de akte te kunnen afdoen.



4.5.
Op grond van het voorgaande komt de rechtbank tot de conclusie dat het makerschap van Des Pots zowel op grond van artikel 8 Aw als op grond van de overdracht voldoende vast staat.



Ontlening / eerder gebruik




4.6.
Voor auteursrechtinbreuk is vereist dat sprake is van ontlening. [gedaagde] beroept zich op een factuur van 7 mei 2007 van een Chinese producent voor “Rozenvazen”, een ongedateerde offerte met corresponderende artikelnummers en een foto van een Flower Pot en stelt dat zij een soortgelijke vaas, de Flower Pot, al eerder dan Des Pots op de markt heeft gebracht.



4.7.
Dit verweer faalt omdat Des Pots een uitnodiging voor de expositie van haar voorjaarscollectie in januari 2007 heeft overgelegd, dus van vóór de datum van de overgelegde factuur. Ook de door [gedaagde] overgelegde foto van een Flower Pot / Rozenvaas laat een latere datum zien dan deze uitnodiging, namelijk 7 augustus 2007. Alleen al daarom kan op basis van deze stukken niet worden aangenomen dat [gedaagde] de Flower Pot / de Rozenvaas eerder op de markt heeft gebracht dan Des Pots de Bloemenvazen Collectie. De rechtbank gaat er daarom van uit dat de door [gedaagde] aangeboden Rozenvazen zijn ontleend aan de Bloemenvazen van Des Pots.



4.8.
Het voorgaande leidt tot de conclusie dat de Rozenvazen van [gedaagde] inbreuk maken op de Bloemenvazen van Des Pots.



Slaafse nabootsing




4.9.
Des Pots heeft aan haar vordering mede ten grondslag gelegd dat [gedaagde] onrechtmatig jegens haar heeft gehandeld op grond van slaafse nabootsing. Omdat in het voorgaande is vastgesteld dat [gedaagde] met het aanbieden en verhandelen van haar vazen inbreuk heeft gemaakt op de auteursrechten van Des Pots op de Bloemenvazen en de gevorderde verklaring voor recht, stakingsbevelen, de dwangsom en de overige nevenvorderingen in beginsel al op die grondslag toewijsbaar zijn, heeft [gedaagde] onvoldoende zelfstandig belang bij een afzonderlijke beoordeling van de vraag of daarnaast ook sprake is van onrechtmatig handelen wegens slaafse nabootsing. Deze grondslag zou namelijk niet tot een verdergaande of andersluidende toewijzing van het gevorderde kunnen leiden dan al op grond van de auteursrechtinbreuk wordt bereikt. De rechtbank laat de beoordeling van het beroep op de slaafse nabootsing daarom verder onbesproken en zal een afzonderlijk bevel op die grondslag zoals gevorderd onder C dan ook afwijzen.



Ten aanzien van de (overige) vorderingen




4.10.

[gedaagde] heeft gesteld dat Des Pots geen belang heeft bij de door haar onder A gevorderde verklaring voor recht omdat dit geen vereiste is voor schadevergoeding. Omdat Des Pots haar geldelijke vorderingen ter verificatie in het faillissement zal indienen en wel een rectificatie vordert waarvan de tekst een verklaring van inbreuk veronderstelt, en gelet op de vastgestelde inbreuk, is de rechtbank van oordeel dat Des Pots een zelfstandig belang heeft bij haar vordering onder A. De rechtbank zal die vordering dan ook toewijzen.



4.11.
Ten aanzien van de stakingsbevelen overweegt de rechtbank dat het feit dat [gedaagde] op 31 januari 2025 een onthoudingsverklaring heeft getekend, aan het belang van Des Pots bij een rechterlijk bevel niet afdoet. [gedaagde] is de gestelde inbreuk in deze procedure bovendien ook gemotiveerd blijven betwisten. Het risico van herhaling is dan ook niet weg. Nu de inbreuk is vastgesteld zal het bevel onder B worden toegewezen.



4.12.
Het enkele feit dat [gedaagde] stelt vrijwillig te zullen voldoen staat aan het vonnis staat aan het opleggen van een dwangsom niet in de weg; dit dient juist om nakoming te verzekeren voor het geval [gedaagde] daarin, ondanks haar toezegging, tekortschiet. De rechtbank acht de gevorderde dwangsom van € 10.000,00 per dag echter onevenredig hoog en zal de dwangsom matigen tot een bedrag van € 1.000,00 per dag met een maximum van € 100.000,00.



4.13.
De vorderingen tot opgave van gegevens op straffe van verbeurte van een dwangsom onder E en F dienen ook zonder schadevordering een controlerend doel. Zij stellen Des Pots namelijk in staat toe te zien op de naleving van het stakingsbevel en op de omvang van de eerder gepleegde inbreuk. Nu de inbreuk is vastgesteld, zijn deze vorderingen in beginsel toewijsbaar.



4.14.
Ten aanzien van de vorderingen tot het terugroepen bij wederverkopers en vernietiging onder H en I heeft [gedaagde] betoogd dat het onmogelijk is om daaraan te voldoen omdat er al geruime tijd is verstreken sinds zij enkele Rozenvazen aan zakelijke afnemers heeft verkocht en deze dus alweer zullen zijn doorverkocht. De rechtbank zal de vorderingen toewijzen voor zover [gedaagde] nog daadwerkelijk over voorraad beschikt en voor zover professionele wederverkopers Rozenvazen retourneren.



4.15.
Ten aanzien van de onder J gevorderde rectificatie heeft [gedaagde] aangevoerd dat het niet waarschijnlijk is dat veel potentiële afnemers die in januari/februari 2025 of eerder kennis hebben genomen van het aanbod van de Rozenvazen van [gedaagde], zich dat nu nog zullen herinneren. Dat potentiële afnemers een eventuele aankoopbeslissing op basis van een rectificatie zullen heroverwegen is dan ook nihil, zodat er geen rechtens te respecteren belang bestaat bij deze vordering. De rechtbank gaat niet mee in dit verweer. Rectificatie dient niet uitsluitend om eerdere aankoopbeslissingen te doen heroverwegen maar ook om de markt in algemene zin te informeren over de vastgestelde inbreuk. De rechtbank zal de duur van de verplichte plaatsing evenwel afstemmen op het tijdsverloop, zoals hierna in de beslissing bepaald. Gelet op het faillissement van [gedaagde] zal de rechtbank deze voorwaardelijk toewijzen, namelijk voor het geval de website van [gedaagde] nog bestaat.



Proceskosten




4.16.
Aangezien de curator niet is verschenen zijn de proceskosten een boedelschuld voor zover de proceskosten gedurende het faillissement zijn gemaakt. Voor zover de proceskosten vóór de faillietverklaring zijn gemaakt kunnen zij ter verificatie worden ingediend en is de procedure geschorst op grond van artikel 29 Fw. De proceskosten na de faillietverklaring gemaakt zijn boedelschuld. De stellingen in de akte zijn, voor zover de akte in de beoordeling is meegenomen, niet gegrond op het intellectuele eigendomsrecht, zodat een veroordeling in de volledige proceskosten op grond van artikel 1019h Rv en de indicatietarieven in IE-zaken niet aan de orde is, nog los van het feit dat de proceskosten gemaakt na faillietverklaring niet zijn gespecificeerd. De rechtbank zal deze proceskosten daarom begroten op grond van het liquidatietarief. Deze kosten betreffen:
- de oproeping van de curator van € 99,83
- de akte van Des Pots van 3 juni 2026 begroot op € 326,50 (0,5 punt x tarief II).

In totaal bedragen de totale proceskosten na de faillietverklaring dus € 426,33.
De rechtbank zal [gedaagde] als de in het ongelijk gestelde partij veroordelen in deze proceskosten.







5De beslissing


De rechtbank



5.1.
verklaart voor recht dat [gedaagde] door het aanbieden en het verhandelen van deInbreukmakende Rozenvazen (ongeacht de kleur of maat) inbreuk heeft gemaakt op de auteursrechten van Des Pots ten aanzien van de ontwerpen van de Bloemenvazen uit de Bloemenvazen Collectie;



5.2.
beveelt [gedaagde] onmiddellijk na betekening van dit vonnis iedere inbreuk op de auteursrechten van Des Pots ten aanzien van de ontwerpen van de Bloemenvazen uit de Bloemenvazen Collectie, zoals omschreven in dit vonnis, waaronder in ieder geval begrepen het aanbieden en verhandelen van de Inbreukmakende Rozenvazen, te staken en gestaakt te houden;



5.3.
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van een onmiddellijk opeisbare dwangsom van EUR 1.000,00 per dag (een gedeelte van een dag daaronder gerekend) dat [gedaagde] in strijd handelt met het onder 5.2 gegeven bevel, met een maximum van € 100.000,00;



5.4.

beveelt [gedaagde] om binnen een termijn van zes weken na betekening van dit vonnis aan de advocaat van Des Pots een verklaring te verstrekken, voorzien van alle relevante documenten ter staving daarvan, betreffende:
1) het totaal aantal Inbreukmakende Rozenvazen dat [gedaagde] heeft vervaardigd, laten vervaardigen, heeft besteld/ingekocht, in voorraad heeft en heeft verkocht, al het voorgaande gespecificeerd per product;
2) de productie/inkoop- en verkoopprijzen van de Inbreukmakende Rozenvazen, gespecificeerd per product;
3) de met de verkoop van de Inbreukmakende Rozenvazen behaalde nettowinst, gespecificeerd per product, die zal worden berekend door van de verkoopprijs af te trekken de aankoopprijs en de rechtstreeks daaraan verbonden transportkosten;
4) de volledige naam/namen en contactgegevens van de producent(en) en/of leverancier(s) en professionele afnemers van de Inbreukmakende Rozenvazen.




5.5.
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van een onmiddellijk opeisbare dwangsom van EUR 500,00 per dag (een gedeelte van een dag daaronder gerekend) dat [gedaagde] in strijd handelt met het onder 5.4 gegeven bevel, met een maximum van € 50.000,00;



5.6.
beveelt [gedaagde] om binnen een termijn van twee weken na betekening van dit vonnis al haar professionele wederverkopers schriftelijk te verzoeken de resterende voorraad van de Inbreukmakende Rozenvazen binnen één week op haar kosten aan [gedaagde] te retourneren, met een gelijktijdige toezending van een kopie van deze verzoeken aan de advocaat van Des Pots;



5.7.
beveelt [gedaagde] om binnen een termijn van één week na betekening van dit vonnis op de website van [gedaagde] (www.[gedaagde].nl), indien deze nog bestaat, op een bij het openen van de homepagina direct duidelijk zichtbare plaats, gedurende ten minste vier weken ononderbroken zichtbaar, een duidelijk leesbare rectificatie te plaatsen met de volgende tekst, zonder nadere toevoegingen:


"Door de rechtbank Noord-Holland is op 26 augustus 2026 geoordeeld dat door [gedaagde] met de volgende Rozenvazen inbreuk is gemaakt op de auteursrechten op de bloemenvazen van de Bloemenvazencollectie van Des Pots: [hier de namen van de modellen noemen en de afbeeldingen opnemen van de Inbreukmakende Vazen als afgebeeld onder 2.4 en 2.5 van dit vonnis, rechtbank] De bloemenvazen van Des Pots zijn auteursrechtelijk beschermd en [gedaagde] zal de betreffende Rozenvazen in de toekomst niet meer aanbieden."




5.8.
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de proceskosten na faillietverklaring van € 426,33,




5.9.
verklaart de in dit vonnis gegeven bevelen en veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad,



5.10.
wijst af het meer of anders gevorderde onder A, B, C, D, E, F,H, I en J.









Dit vonnis is gewezen door mr. P.M. Wamsteker en in het openbaar uitgesproken op 26 augustus 2026.
















































HvJEU 4 december 2025, ECLI:EU:C:2025:941 (Mio / Konektra)


Vgl. Hoge Raad 22 februari 2013, ECLI:NL:HR:2013:BY1529 (Stokke / H3)


Vgl. Hoge Raad 30 mei 2008, ECLI:NL:HR:2008:BC2153 (Endstra-tapes)


Vgl. Hoge Raad 16 juni 2006, ECLI:NL:HR:2006:AU8940, (Lancôme / Kecofa)


Vgl. Hoge Raad 22 februari 2013, ECLI:NL:HR:2013:BY1529 (Stokke / H3)


Vgl. ECLI:NL:HR:1996:ZC2052