Rechtbank Noord-Holland
ECLI:NL:RBNHO:2026:11715
2026-08-27
Civiel recht; Verbintenissenrecht
11397124 \ CV EXPL 24-3017
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Ambtshalve toetsing. Verstek. Eindvonnis na akte. Geen sprake van een bestelknop of soortgelijke functie.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (4.649 tekens)
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Bewind
locatie Zaanstad
Zaaknr./rolnr.: 11397124 \ CV EXPL 24-3017
Uitspraakdatum: 27 augustus 2026
Verstekvonnis van de kantonrechter in de zaak van:
[eiser] B.V.
te [plaats 1]
de eisende partij
gemachtigde: [gemachtigde]
tegen
[gedaagde]
te [plaats 2]
de gedaagde partij
niet verschenen
1De verdere procedure
1.1.
In het tussenvonnis is de eisende partij gevraagd om toe te lichten op welk moment de overeenkomst (digitaal) tot stand is gekomen en of zij daarbij gebruik heeft gemaakt van een bestelknop. De eisende partij heeft gereageerd door middel van een akte.
2De verdere beoordeling
Ambtshalve toetsing van de (pre)contractuele informatieplichten
2.1.
In de akte heeft de eisende partij toegelicht dat de consument na een goedgekeurde aanvraag een digitale leaseovereenkomst ontvangt. Deze moet digitaal worden getekend door de naam in het betreffende vakje te typen en vervolgens op de knop ‘ondertekenen’ te drukken. Ter onderbouwing heeft zij schermafbeeldingen van dit proces in het geding gebracht.
2.2.
De kantonrechter oordeelt dat de eisende partij hiermee voldoende concreet heeft gesteld en onderbouwd dat de overeenkomst tot stand is gekomen doordat de gedaagde partij een digitale handtekening onder de overeenkomst heeft geplaatst en daarmee het aanbod van de eisende partij heeft aanvaard. Uit de overeenkomst volgt onmiskenbaar een betalingsverplichting. Onder deze omstandigheden is geen sprake van een bestelknop of soortgelijke functie.
Wat is toewijsbaar?
2.3.
Zoals in het tussenvonnis overwogen heeft de vernietiging van artikel 22 van de keurmerkvoorwaarden tot gevolg dat de gevorderde ontbindingsvergoeding (op grond van artikel 47 van de keurmerkvoorwaarden) niet verschuldigd is. Deze is immers onlosmakelijk verbonden met dit beding. Dit betekent dat een gedeelte van € 3.715,08 van de oorspronkelijke hoofdsom zal worden afgewezen. De oorspronkelijke hoofdsom is dan ook toewijsbaar tot een bedrag van € 4.214,81.
2.4.
De buitengerechtelijke incassokosten zijn toewijsbaar over deze hoofdsom, tot een bedrag van € 546,48.
2.5.
De vordering tot vergoeding van de verschenen rente zal worden afgewezen, omdat de eisende partij die rente (gelet op de toewijsbare hoofdsom) over een te hoog bedrag heeft berekend. De wettelijke rente zal worden toegewezen over de toewijsbare hoofdsom vanaf de dag van de dagvaarding.
2.6.
De gedaagde partij heeft na het verstrijken van de veertiendagentermijn een bedrag van € 3.200,00 voldaan. Deze deelbetaling strekt, gelet op het bepaalde in artikel 6:44 BW en wat hiervoor is overwogen, eerst in mindering op de buitengerechtelijke incassokosten van € 546,48. Dit maakt dat een bedrag van € 1.561,29 (€ 4.214,81 - € 2.653,52) aan hoofdsom zal worden toegewezen.
2.7.
De gedaagde partij wordt (overwegend) in het ongelijk gesteld en zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten voor het opstellen van de akte komen echter voor rekening van de eisende partij omdat het aan haarzelf te wijten was dat het nodig was om deze kosten te maken.
3De beslissing
De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt de gedaagde partij tot betaling aan de eisende partij van € 1.561,29, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 1 november 2024 tot aan de dag van de gehele betaling;
3.2.
veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van de eisende partij tot en met vandaag vaststelt op:
dagvaarding € 113,54;
griffierecht € 328,00;
salaris gemachtigde € 144,00;
3.3.
verklaart de veroordeling(en) in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
3.4.
wijst de vordering voor het overige af.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.P.E. Oomens en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter
Handel, Kanton en Bewind
locatie Zaanstad
Zaaknr./rolnr.: 11397124 \ CV EXPL 24-3017
Uitspraakdatum: 27 augustus 2026
Verstekvonnis van de kantonrechter in de zaak van:
[eiser] B.V.
te [plaats 1]
de eisende partij
gemachtigde: [gemachtigde]
tegen
[gedaagde]
te [plaats 2]
de gedaagde partij
niet verschenen
1De verdere procedure
1.1.
In het tussenvonnis is de eisende partij gevraagd om toe te lichten op welk moment de overeenkomst (digitaal) tot stand is gekomen en of zij daarbij gebruik heeft gemaakt van een bestelknop. De eisende partij heeft gereageerd door middel van een akte.
2De verdere beoordeling
Ambtshalve toetsing van de (pre)contractuele informatieplichten
2.1.
In de akte heeft de eisende partij toegelicht dat de consument na een goedgekeurde aanvraag een digitale leaseovereenkomst ontvangt. Deze moet digitaal worden getekend door de naam in het betreffende vakje te typen en vervolgens op de knop ‘ondertekenen’ te drukken. Ter onderbouwing heeft zij schermafbeeldingen van dit proces in het geding gebracht.
2.2.
De kantonrechter oordeelt dat de eisende partij hiermee voldoende concreet heeft gesteld en onderbouwd dat de overeenkomst tot stand is gekomen doordat de gedaagde partij een digitale handtekening onder de overeenkomst heeft geplaatst en daarmee het aanbod van de eisende partij heeft aanvaard. Uit de overeenkomst volgt onmiskenbaar een betalingsverplichting. Onder deze omstandigheden is geen sprake van een bestelknop of soortgelijke functie.
Wat is toewijsbaar?
2.3.
Zoals in het tussenvonnis overwogen heeft de vernietiging van artikel 22 van de keurmerkvoorwaarden tot gevolg dat de gevorderde ontbindingsvergoeding (op grond van artikel 47 van de keurmerkvoorwaarden) niet verschuldigd is. Deze is immers onlosmakelijk verbonden met dit beding. Dit betekent dat een gedeelte van € 3.715,08 van de oorspronkelijke hoofdsom zal worden afgewezen. De oorspronkelijke hoofdsom is dan ook toewijsbaar tot een bedrag van € 4.214,81.
2.4.
De buitengerechtelijke incassokosten zijn toewijsbaar over deze hoofdsom, tot een bedrag van € 546,48.
2.5.
De vordering tot vergoeding van de verschenen rente zal worden afgewezen, omdat de eisende partij die rente (gelet op de toewijsbare hoofdsom) over een te hoog bedrag heeft berekend. De wettelijke rente zal worden toegewezen over de toewijsbare hoofdsom vanaf de dag van de dagvaarding.
2.6.
De gedaagde partij heeft na het verstrijken van de veertiendagentermijn een bedrag van € 3.200,00 voldaan. Deze deelbetaling strekt, gelet op het bepaalde in artikel 6:44 BW en wat hiervoor is overwogen, eerst in mindering op de buitengerechtelijke incassokosten van € 546,48. Dit maakt dat een bedrag van € 1.561,29 (€ 4.214,81 - € 2.653,52) aan hoofdsom zal worden toegewezen.
2.7.
De gedaagde partij wordt (overwegend) in het ongelijk gesteld en zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten voor het opstellen van de akte komen echter voor rekening van de eisende partij omdat het aan haarzelf te wijten was dat het nodig was om deze kosten te maken.
3De beslissing
De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt de gedaagde partij tot betaling aan de eisende partij van € 1.561,29, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 1 november 2024 tot aan de dag van de gehele betaling;
3.2.
veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van de eisende partij tot en met vandaag vaststelt op:
dagvaarding € 113,54;
griffierecht € 328,00;
salaris gemachtigde € 144,00;
3.3.
verklaart de veroordeling(en) in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
3.4.
wijst de vordering voor het overige af.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.P.E. Oomens en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter