Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Noord-Holland

ECLI:NL:RBNHO:2026:11704

2026-08-05 Civiel recht; Verbintenissenrecht 11238223 \ CV EXPL 24-5419
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Uitspraakdatum
2026-08-05
Publicatiedatum
2026-09-04
Rechtsgebied
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure
Bodemzaak
Zaaknummer
11238223 \ CV EXPL 24-5419
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Ambtshalve toetsing. Verstek. Eindvonnis na akte. Geen sprake van bestelknop. Vernietiging oneerlijk beding dat ontbindingsmogelijkheden verruimt in de algemene voorwaarden. Beding dat mogelijkheid geeft om schades door te belasten niet oneerlijk.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (7.191 tekens)
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem


Zaaknr./rolnr.: 11238223 \ CV EXPL 24-5419
Uitspraakdatum: 5 augustus 2026




Verstekvonnis van de kantonrechter in de zaak van:





Arval B.V., rechtsopvolgster van Terberg Business Lease Group B.V., onder meer handelend onder de naam Justlease
te Nieuwegein
de eisende partij
gemachtigde: [gemachtigde]



tegen





[gedaagde]

te [plaats]
de gedaagde partij
niet verschenen





1De verdere procedure


1.1.
In het tussenvonnis heeft de kantonrechter de eisende partij de gelegenheid gegeven om te reageren op het voorlopig oordeel over de gehanteerde bestelknop en over een aantal bedingen in de algemene voorwaarden en om een toelichting gegeven op de gefactureerde schades. De eisende partij heeft gereageerd door middel van een akte. Zij heeft daarin haar eis verminderd.





2De verdere beoordeling



Ambtshalve toetsing van de informatieplichten: de bestelknop




2.1.
De eisende partij heeft in de akte toegelicht dat de leaseovereenkomst pas tot stand komt na een het doen van een aanvraag via een persoonlijke online omgeving, waarbij de consument documenten moet uploaden en een borg moest betalen. Vervolgens wordt de consument een digitale leaseovereenkomst getoond, die getekend kan worden door te drukken op de knop ‘tekenen’.



2.2.
De kantonrechter oordeelt dat de eisende partij hiermee voldoende concreet heeft gesteld en onderbouwd dat de overeenkomst tot stand is gekomen doordat de gedaagde partij een digitale handtekening onder de overeenkomst heeft geplaatst en daarmee het aanbod van de eisende partij heeft aanvaard. Uit de overeenkomst volgt onmiskenbaar een betalingsverplichting. Ook komt de overeenkomst niet tot stand zonder de relevante documenten te uploaden en een borg te betalen. Anders dan in het tussenvonnis voorlopig geoordeeld, is onder deze omstandigheden geen sprake van een bestelknop of soortgelijke functie. Dit betekent dat de verplichting van artikel 6:230v lid 3 BW niet van toepassing is. De kantonrechter zal dan ook terugkomen op het voornemen om een sanctie op te leggen.



Ambtshalve toetsing van de algemene voorwaarden





2.3.
In de akte heeft de eisende partij haar vordering verminderd met de opzeggingsvergoeding van € 700,- en zich op het standpunt gesteld dat zij het voorlopig oordeel over artikel 22 van de Keurmerkvoorwaarden begrijpt. De kantonrechter ziet daarom en ook anderszins geen reden om anders over dit beding te oordelen en vernietigt dit beding. Vanwege de vermindering van eis heeft dit geen gevolgen voor de toewijsbare hoofdsom.



2.4.
Anders dan in het tussenvonnis overwogen en in eerdere zaken geoordeeld, is de kantonrechter van oordeel dat het artikel 62 van de Keurmerkvoorwaarden niet oneerlijk is. In het beding staat, samengevat, dat verontreinigingen en schades die niet zijn omschreven in het Innameprotocol voor rekening van de consument komen als deze bij zorgvuldig gebruik van het voertuig naar redelijkheid niet als normaal zijn te beschouwen. Weliswaar zijn de daarin opgenomen criteria voor de beoordeling van schades die niet in het Innameprotocol zijn opgenomen, zoals ‘naar redelijkheid’ en ‘normaal’, niet nader omschreven, maar dat maakt niet zonder meer dat het beding het evenwicht tussen de uit de overeenkomst voortvloeiende rechten en verplichtingen aanzienlijk verstoort ten nadele van de consument.



2.5.
Op grond van de wettelijke regeling is de huurder immers aansprakelijk voor schade aan het gehuurde door het tekortschieten in zijn verplichtingen uit de huurovereenkomst en wordt in beginsel alle schade vermoed daardoor te zijn ontstaan. In het beding wordt gekozen om deze verplichting te concretiseren en in te vullen door een Innameprotocol in het leven te roepen waarin wordt verduidelijkt welke schades en verontreinigingen als (on)acceptabel worden beschouwd na inlevering van de auto. Van de eisende partij kan niet worden verwacht dat zij in dit Innameprotocol alle gevallen van schade en verontreiniging (uitputtend) beschrijft. Dat in het beding een restbepaling is opgenomen om dit te ondervangen, maakt dan ook niet dat de consument door het beding in een juridisch minder gunstige positie wordt geplaatst dan het wettelijk uitgangspunt. Bovendien voorzien de Keurmerkvoorwaarden in een geschillenregeling waarbij een onafhankelijke deskundige kan worden ingeschakeld om de schade of verontreiniging te beoordelen, hetgeen ook een waarborg vormt tegen een eventuele te strenge beoordeling daarvan door de eisende partij. Het beding zal daarom in stand worden gelaten.



Wat is toewijsbaar?





2.6.
De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen, omdat onvoldoende gebleken is dat de gedaagde partij in verzuim verkeerde op het moment dat de eisende partij de aanmaning verstuurde. Daarmee wordt niet voldaan aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW.



2.7.
De vordering tot vergoeding van de verschenen rente zal worden afgewezen, omdat de eisende partij die rente (gelet op de vermindering van eis) over een te hoog bedrag heeft berekend. De wettelijke rente zal worden toegewezen over de toewijsbare hoofdsom vanaf de dag van de dagvaarding.



2.8.
De (verminderde) vordering wordt voor het overige toegewezen omdat deze de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt.


2.9.
De gedaagde partij wordt (overwegend) in het ongelijk gesteld en zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten voor het opstellen van de akte komen echter voor rekening van de eisende partij omdat het aan haarzelf te wijten was dat het nodig was om deze kosten te maken.





3De beslissing


De kantonrechter:



3.1.
veroordeelt de gedaagde partij tot betaling aan de eisende partij van € 2.781,56, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 19 juli 2024 tot aan de dag van de gehele betaling;


3.2.

veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van de eisende partij tot en met vandaag vaststelt op:
dagvaarding € 113,54;
griffierecht € 496,00;
salaris gemachtigde € 253,00;




3.3.
verklaart de veroordeling(en) in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;


3.4.
wijst de vordering voor het overige af.


Dit vonnis is gewezen door mr. J.J. Dijk en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.



De griffier De kantonrechter