Rechtbank Noord-Holland
ECLI:NL:RBNHO:2026:11603
2026-05-27
Civiel recht; Verbintenissenrecht
11921858 \ CV EXPL 25-6966
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Jaarafrekeningen en termijnbedragen. Niet geheel voldaan aan de (pre)contractuele informatieplichten. Sanctie.
Citeert (2)
- ECLI:NL:HR:2021:1677 Hoge Raad 12-11-2021
- ECLI:EU:C:2021:68
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (15.328 tekens)
RECHTBANK
NOORD-HOLLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Haarlem
Zaaknummer: 11921858 \ CV EXPL 25-6966
Vonnis van 27 mei 2026
in de zaak van
VATTENFALL SALES NEDERLAND N.V., M.H.O.D.N. NUON ENERGIE, NUON VATTENFALL EN NUON SALES NEDERLAND,
te Amsterdam,
eisende partij,
hierna te noemen: Vattenfall,
gemachtigden: [gemachtigde 1] , [gemachtigde 2] en [gemachtigde 3] , gerechtsdeurwaarders
tegen
[gedaagde]
,
te gemeente [plaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.
1De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 24 september 2025, met producties;- de conclusie van antwoord; - de conclusie van repliek, met producties.
1.2.
[gedaagde] heeft – ondanks daartoe in de gelegenheid te zijn gesteld – niet op de conclusie van repliek gereageerd.
1.3.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2De feiten
2.1.
[gedaagde] heeft met Vattenfall twee overeenkomsten (contractrekeningen: [contractrekening 1] en [contractrekening 2]) gesloten voor gas en elektriciteit voor de adressen [adres 1] en [adres 2] in [plaats] tegen een vaste prijs. De leveringsperiode liep van 1 juli 2021 tot en met 3 augustus 2022 respectievelijk van 19 januari 2021 tot en met juli 2022.
2.2.
In de woningen van [gedaagde] waren slimme meters aanwezig.
2.3.
Vattenfall heeft maandelijks energierapporten aan [gedaagde] gestuurd met een overzicht van het verbruik.
2.4.
[gedaagde] heeft de jaarafrekeningen van de overeenkomsten en enkele termijnbedragen – ondanks aanmaning – niet betaald.
3Het geschil
3.1.
Vattenfall vordert veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 5.695,24, vermeerderd met rente en kosten.
3.2.
Vattenfall legt aan de vordering ten grondslag dat [gedaagde] tekort is geschoten in de nakoming van de tussen partijen gesloten overeenkomsten door de eindafrekeningen en enkele termijnbedragen niet te betalen. Omdat [gedaagde] ook na aanmaning niet tot betaling is overgegaan, is hij ook de buitengerechtelijke incassokosten en rente verschuldigd.
3.3.
[gedaagde] voert verweer. [gedaagde] concludeert tot niet-ontvankelijkheid van Vattenfall, dan wel tot afwijzing van de vorderingen van Vattenfall, met veroordeling van Vattenfall in de kosten van deze procedure.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
4De beoordeling
Ambtshalve toetsing van de (pre)contractuele informatieplichten
4.1.
De vordering is gebaseerd op overeenkomsten op afstand tussen een handelaar en een consument. Bij het sluiten van dergelijke overeenkomsten moet ter bescherming van de consument aan de wettelijke (pre)contractuele informatieplichten van de artikelen 6:230m lid 1 en 6:230v van het Burgerlijk Wetboek (BW) worden voldaan. Dat aan deze plichten is voldaan, moet gemotiveerd worden gesteld en onderbouwd. De kantonrechter moet er ambtshalve op toezien dat die voorschriften worden nageleefd.
4.2.
Strikt genomen heeft Vattenfall onvoldoende gesteld en onderbouwd dat zij heeft voldaan aan de op haar rustende (pre)contractuele informatieplichten. Vattenfall heeft namelijk nagelaten concreet aan te geven welke informatie op welke schermafdruk is te vinden. Zij heeft in zijn algemeenheid gesteld dat is voldaan aan artikel 6:230m lid 1 BW en daarbij verwezen naar schermafdrukken van het aanmeldproces. Vattenfall had echter expliciet en op een duidelijke manier aan moeten geven op producties welke informatie van artikel 6:230m lid 1 BW en artikel 6:230v BW te vinden is (bijvoorbeeld door de relevante informatie in de betreffende producties te arceren, maar tenminste door aan te geven op welke bladzijde van de productie de betreffende informatie te vinden is). Het is niet aan de kantonrechter om eigenhandig op zoek te gaan naar informatie in het dossier.
4.3.
Bij wijze van uitzondering heeft de kantonrechter in dit geval wel zelf in de stukken gecontroleerd of Vattenfall bij het sluiten van de overeenkomst aan de wettelijk voorgeschreven (pre)contractuele informatieverplichtingen heeft voldaan. De kantonrechter komt op basis van door Vattenfall overgelegde stukken tot de conclusie dat niet volledig is voldaan aan (pre)contractuele informatieplichten. Uit de stukken volgt namelijk niet (voldoende) dat Vattenfall voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomst aan de informatieplichten als bedoeld in artikel 6:230m lid 1 onder c en o BW heeft voldaan, aangezien niet blijkt dat de adres- en contactgegevens van Vattenfall tijdens het aanmeldproces aan de consument zijn getoond en niet is gebleken wat de voorwaarden zijn voor het opzeggen van de overeenkomst.
Welke sancties horen hierbij?
4.4.
Gelet op de jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ EU) en het hiervoor genoemde arrest van de Hoge Raad moet de kantonrechter aan de schending van de informatieplichten gevolgen verbinden door passende maatregelen te nemen die de consument effectieve rechtsbescherming bieden. Die maatregelen moeten doeltreffend, afschrikwekkend en evenredig zijn.
4.5.
In deze zaak heeft de Vattenfall de essentiële precontractuele informatieplichten zoals opgenomen in artikel 6:230m lid 1 onder c en o BW geschonden. Met het oog op voornoemde Europeesrechtelijke beginselen en jurisprudentie van het HvJ EU en de Hoge Raad, zal de kantonrechter de overeenkomsten gedeeltelijk vernietigen, te weten voor 20% van de door [gedaagde] eventueel verschuldigde hoofdsom. Daarbij wordt (mede) toepassing gegeven aan de artikelen 3:40 lid 2 en 3:41 BW, en aan de artikelen 6:193b, 6:193d, 6:193f en 6:193j BW, omdat de schending van de informatieplichten ook een oneerlijke handelspraktijk is.
Ambtshalve toetsing van
Productvoorwaarden algemeen deel
(hierna: de productvoorwaarden) en
Algemene Voorwaarden voor de levering van elektriciteit en gas aan kleinverbruikers (april 2017)
(hierna: de algemene voorwaarden)
4.6.
De kantonrechter is, gelet op het Dexia-arrest, ook gehouden om onderzoek te doen naar (mogelijk) oneerlijke bedingen in de toepasselijke algemene voorwaarden. Volgens Richtlijn 93/13/EEG betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten is een beding oneerlijk wanneer dit het evenwicht tussen de wederzijdse rechten en verplichtingen ten nadele van de consument aanzienlijk verstoort. De kantonrechter moet in iedere procedure over ieder onderdeel van de vordering beoordelen of daarover in de algemene voorwaarden afspraken zijn gemaakt en of die afspraken al dan niet oneerlijk zijn ten opzichte van de consument. Als de kantonrechter oordeelt dat een contractuele afspraak oneerlijk is, moet het beding worden vernietigd en moet de vordering op dat onderdeel worden afgewezen (ook als de eisende partij in de procedure een beroep doet op wettelijke bepalingen in plaats van op die contractuele afspraak).
Eindnota
4.7.
In de algemene voorwaarden is ten aanzien van de eindnota een beding (artikel 12.3) opgenomen. Dit beding kan niet als oneerlijk worden aangemerkt.
Buitengerechtelijke incassokosten
4.8.
In de productvoorwaarden is een beding betreffende de buitengerechtelijke incassokosten (artikel 14) opgenomen. Dit beding kan niet als oneerlijk worden aangemerkt.
Onjuiste tenaamstelling
4.9.
[gedaagde] heeft allereerst aangevoerd dat in de overeenkomsten zijn naam onjuist is opgenomen, zodat onvoldoende gebleken is dat Vattenfall met hem overeenkomsten heeft gesloten. Dit verweer slaagt niet. Voor het antwoord op de vraag of [gedaagde] door Vattenfall terecht tot betaling wordt aangesproken is niet beslissend of zijn naam in de stukken die Vattenfall heeft overgelegd steeds correct is weergegeven, maar of hij degene is die de overeenkomsten is aangegaan waarop Vattenfall zich beroept. Vast staat dat [gedaagde] zich (online) tot Vattenfall heeft gewend en dat hij zelf twee aanvraagformulieren heeft ingevuld. Mocht per ongeluk door hem een verkeerde naam dan wel namen zijn ingevuld, dan kan dat niet worden afgewenteld op Vattenfall. Zij gaat immers uit van de door consument ( [gedaagde] ) verstrekte gegevens. Dat Vattenfall in de correspondentie met [gedaagde] niet steeds zijn tussenvoegsel heeft opgenomen is weliswaar juist, maar [gedaagde] heeft hier nooit eerder tegen geprotesteerd. Integendeel, hij heeft op sommige e-mails inhoudelijk gereageerd en bovendien heeft hij enkele termijnbedragen wel betaald. Hiermee is gebleken dat hij de contractspartij is van Vattenfall.
Meterstanden
4.10.
[gedaagde] heeft verder de opvoerde meterstanden betwist. Ook dit verweer slaagt niet. Dat het verbruik hoger is dan dat hij redelijkerwijs kon hebben verbruikt en/of dat sprake is geweest van niet werkende meters, heeft [gedaagde] onvoldoende onderbouwd. De enkele kale stelling is daartoe onvoldoende. Daar komt bij dat Vattenfall bij conclusie van repliek een toelichting heeft gegeven op de meterstanden en hoe de gevorderde hoofdsom is berekend. De beginstanden zijn steeds uitgelezen via slimme meters en de eindstanden zijn door [gedaagde] zelf doorgegeven. Vattenfall heeft maandelijks energierapporten overgelegd met het verbruik en heeft [gedaagde] in de minnelijke fase ook al eens eerder voorzien van een berekening. [gedaagde] heeft het voorgaande niet weersproken, zodat [gedaagde] de gevorderde hoofdsom verschuldigd is.
4.11.
Gelet op wat in rechtsoverweging 4.5 is overwogen, is een bedrag van € 4.556,19 aan hoofdsom toewijsbaar (€ 5.695,24 x 0,8).
Buitengerechtelijke incassokosten en rente
4.12.
Vattenfall vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). De kantonrechter stelt vast dat [gedaagde] een consument is (een natuurlijk persoon die niet heeft gehandeld in de uitoefening van een beroep of bedrijf). Daarom moet de kantonrechter controleren of is voldaan aan de dan geldende extra eisen voor de verschuldigdheid van buitengerechtelijke incassokosten. Vattenfall heeft, anders dan [gedaagde] heeft aangevoerd, aan [gedaagde] een of meer aanmaningen gestuurd die voldoen aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW. Omdat de hoofdsom slechts gedeeltelijk wordt toegewezen, zal een bedrag van € 580,62 aan buitengerechtelijke incassokosten worden toegewezen. De gevorderde rente hierover is eveneens toewijsbaar.
4.13.
De vordering tot vergoeding van de verschenen rente zal worden afgewezen, omdat Vattenfall die rente (gelet op de toewijsbare hoofdsom) over een te hoog bedrag heeft berekend. De wettelijke rente zal worden toegewezen over de toewijsbare hoofdsom vanaf de dag van de dagvaarding.
Proceskosten
4.14.
[gedaagde] is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Vattenfall worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
€
120,78
- griffierecht
€
543,00
- salaris gemachtigde
€
720,00
(2 punten × € 360,00)
- nakosten
€
144,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
1.527,78
Uitvoerbaar bij voorraad
4.15.
De kantonrechter zal dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad verklaren. Dat betekent dat de beslissing van de kantonrechter moet worden gevolgd, ook als een van de partijen daartegen in hoger beroep gaat. De beslissing van de kantonrechter geldt in dat geval totdat het gerechtshof een andere beslissing neemt.
5De beslissing
De kantonrechter
5.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan Vattenfall te betalen een bedrag van € 5.136,81 aan hoofdsom en buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over dit bedrag, met ingang van 24 september 2025 tot de dag van volledige betaling,
5.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.527,78, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
5.4.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.W. Koenis en in het openbaar uitgesproken op 27 mei 2026.
Zie, onder meer, het arrest van de Hoge Raad van 12 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:1677.
HvJ EU 27 januari 2021, C‑229/19 en C‑289/19, ECLI:EU:C:2021:68 (Dexia).
NOORD-HOLLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Haarlem
Zaaknummer: 11921858 \ CV EXPL 25-6966
Vonnis van 27 mei 2026
in de zaak van
VATTENFALL SALES NEDERLAND N.V., M.H.O.D.N. NUON ENERGIE, NUON VATTENFALL EN NUON SALES NEDERLAND,
te Amsterdam,
eisende partij,
hierna te noemen: Vattenfall,
gemachtigden: [gemachtigde 1] , [gemachtigde 2] en [gemachtigde 3] , gerechtsdeurwaarders
tegen
[gedaagde]
,
te gemeente [plaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.
1De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 24 september 2025, met producties;- de conclusie van antwoord; - de conclusie van repliek, met producties.
1.2.
[gedaagde] heeft – ondanks daartoe in de gelegenheid te zijn gesteld – niet op de conclusie van repliek gereageerd.
1.3.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2De feiten
2.1.
[gedaagde] heeft met Vattenfall twee overeenkomsten (contractrekeningen: [contractrekening 1] en [contractrekening 2]) gesloten voor gas en elektriciteit voor de adressen [adres 1] en [adres 2] in [plaats] tegen een vaste prijs. De leveringsperiode liep van 1 juli 2021 tot en met 3 augustus 2022 respectievelijk van 19 januari 2021 tot en met juli 2022.
2.2.
In de woningen van [gedaagde] waren slimme meters aanwezig.
2.3.
Vattenfall heeft maandelijks energierapporten aan [gedaagde] gestuurd met een overzicht van het verbruik.
2.4.
[gedaagde] heeft de jaarafrekeningen van de overeenkomsten en enkele termijnbedragen – ondanks aanmaning – niet betaald.
3Het geschil
3.1.
Vattenfall vordert veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 5.695,24, vermeerderd met rente en kosten.
3.2.
Vattenfall legt aan de vordering ten grondslag dat [gedaagde] tekort is geschoten in de nakoming van de tussen partijen gesloten overeenkomsten door de eindafrekeningen en enkele termijnbedragen niet te betalen. Omdat [gedaagde] ook na aanmaning niet tot betaling is overgegaan, is hij ook de buitengerechtelijke incassokosten en rente verschuldigd.
3.3.
[gedaagde] voert verweer. [gedaagde] concludeert tot niet-ontvankelijkheid van Vattenfall, dan wel tot afwijzing van de vorderingen van Vattenfall, met veroordeling van Vattenfall in de kosten van deze procedure.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
4De beoordeling
Ambtshalve toetsing van de (pre)contractuele informatieplichten
4.1.
De vordering is gebaseerd op overeenkomsten op afstand tussen een handelaar en een consument. Bij het sluiten van dergelijke overeenkomsten moet ter bescherming van de consument aan de wettelijke (pre)contractuele informatieplichten van de artikelen 6:230m lid 1 en 6:230v van het Burgerlijk Wetboek (BW) worden voldaan. Dat aan deze plichten is voldaan, moet gemotiveerd worden gesteld en onderbouwd. De kantonrechter moet er ambtshalve op toezien dat die voorschriften worden nageleefd.
4.2.
Strikt genomen heeft Vattenfall onvoldoende gesteld en onderbouwd dat zij heeft voldaan aan de op haar rustende (pre)contractuele informatieplichten. Vattenfall heeft namelijk nagelaten concreet aan te geven welke informatie op welke schermafdruk is te vinden. Zij heeft in zijn algemeenheid gesteld dat is voldaan aan artikel 6:230m lid 1 BW en daarbij verwezen naar schermafdrukken van het aanmeldproces. Vattenfall had echter expliciet en op een duidelijke manier aan moeten geven op producties welke informatie van artikel 6:230m lid 1 BW en artikel 6:230v BW te vinden is (bijvoorbeeld door de relevante informatie in de betreffende producties te arceren, maar tenminste door aan te geven op welke bladzijde van de productie de betreffende informatie te vinden is). Het is niet aan de kantonrechter om eigenhandig op zoek te gaan naar informatie in het dossier.
4.3.
Bij wijze van uitzondering heeft de kantonrechter in dit geval wel zelf in de stukken gecontroleerd of Vattenfall bij het sluiten van de overeenkomst aan de wettelijk voorgeschreven (pre)contractuele informatieverplichtingen heeft voldaan. De kantonrechter komt op basis van door Vattenfall overgelegde stukken tot de conclusie dat niet volledig is voldaan aan (pre)contractuele informatieplichten. Uit de stukken volgt namelijk niet (voldoende) dat Vattenfall voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomst aan de informatieplichten als bedoeld in artikel 6:230m lid 1 onder c en o BW heeft voldaan, aangezien niet blijkt dat de adres- en contactgegevens van Vattenfall tijdens het aanmeldproces aan de consument zijn getoond en niet is gebleken wat de voorwaarden zijn voor het opzeggen van de overeenkomst.
Welke sancties horen hierbij?
4.4.
Gelet op de jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ EU) en het hiervoor genoemde arrest van de Hoge Raad moet de kantonrechter aan de schending van de informatieplichten gevolgen verbinden door passende maatregelen te nemen die de consument effectieve rechtsbescherming bieden. Die maatregelen moeten doeltreffend, afschrikwekkend en evenredig zijn.
4.5.
In deze zaak heeft de Vattenfall de essentiële precontractuele informatieplichten zoals opgenomen in artikel 6:230m lid 1 onder c en o BW geschonden. Met het oog op voornoemde Europeesrechtelijke beginselen en jurisprudentie van het HvJ EU en de Hoge Raad, zal de kantonrechter de overeenkomsten gedeeltelijk vernietigen, te weten voor 20% van de door [gedaagde] eventueel verschuldigde hoofdsom. Daarbij wordt (mede) toepassing gegeven aan de artikelen 3:40 lid 2 en 3:41 BW, en aan de artikelen 6:193b, 6:193d, 6:193f en 6:193j BW, omdat de schending van de informatieplichten ook een oneerlijke handelspraktijk is.
Ambtshalve toetsing van
Productvoorwaarden algemeen deel
(hierna: de productvoorwaarden) en
Algemene Voorwaarden voor de levering van elektriciteit en gas aan kleinverbruikers (april 2017)
(hierna: de algemene voorwaarden)
4.6.
De kantonrechter is, gelet op het Dexia-arrest, ook gehouden om onderzoek te doen naar (mogelijk) oneerlijke bedingen in de toepasselijke algemene voorwaarden. Volgens Richtlijn 93/13/EEG betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten is een beding oneerlijk wanneer dit het evenwicht tussen de wederzijdse rechten en verplichtingen ten nadele van de consument aanzienlijk verstoort. De kantonrechter moet in iedere procedure over ieder onderdeel van de vordering beoordelen of daarover in de algemene voorwaarden afspraken zijn gemaakt en of die afspraken al dan niet oneerlijk zijn ten opzichte van de consument. Als de kantonrechter oordeelt dat een contractuele afspraak oneerlijk is, moet het beding worden vernietigd en moet de vordering op dat onderdeel worden afgewezen (ook als de eisende partij in de procedure een beroep doet op wettelijke bepalingen in plaats van op die contractuele afspraak).
Eindnota
4.7.
In de algemene voorwaarden is ten aanzien van de eindnota een beding (artikel 12.3) opgenomen. Dit beding kan niet als oneerlijk worden aangemerkt.
Buitengerechtelijke incassokosten
4.8.
In de productvoorwaarden is een beding betreffende de buitengerechtelijke incassokosten (artikel 14) opgenomen. Dit beding kan niet als oneerlijk worden aangemerkt.
Onjuiste tenaamstelling
4.9.
[gedaagde] heeft allereerst aangevoerd dat in de overeenkomsten zijn naam onjuist is opgenomen, zodat onvoldoende gebleken is dat Vattenfall met hem overeenkomsten heeft gesloten. Dit verweer slaagt niet. Voor het antwoord op de vraag of [gedaagde] door Vattenfall terecht tot betaling wordt aangesproken is niet beslissend of zijn naam in de stukken die Vattenfall heeft overgelegd steeds correct is weergegeven, maar of hij degene is die de overeenkomsten is aangegaan waarop Vattenfall zich beroept. Vast staat dat [gedaagde] zich (online) tot Vattenfall heeft gewend en dat hij zelf twee aanvraagformulieren heeft ingevuld. Mocht per ongeluk door hem een verkeerde naam dan wel namen zijn ingevuld, dan kan dat niet worden afgewenteld op Vattenfall. Zij gaat immers uit van de door consument ( [gedaagde] ) verstrekte gegevens. Dat Vattenfall in de correspondentie met [gedaagde] niet steeds zijn tussenvoegsel heeft opgenomen is weliswaar juist, maar [gedaagde] heeft hier nooit eerder tegen geprotesteerd. Integendeel, hij heeft op sommige e-mails inhoudelijk gereageerd en bovendien heeft hij enkele termijnbedragen wel betaald. Hiermee is gebleken dat hij de contractspartij is van Vattenfall.
Meterstanden
4.10.
[gedaagde] heeft verder de opvoerde meterstanden betwist. Ook dit verweer slaagt niet. Dat het verbruik hoger is dan dat hij redelijkerwijs kon hebben verbruikt en/of dat sprake is geweest van niet werkende meters, heeft [gedaagde] onvoldoende onderbouwd. De enkele kale stelling is daartoe onvoldoende. Daar komt bij dat Vattenfall bij conclusie van repliek een toelichting heeft gegeven op de meterstanden en hoe de gevorderde hoofdsom is berekend. De beginstanden zijn steeds uitgelezen via slimme meters en de eindstanden zijn door [gedaagde] zelf doorgegeven. Vattenfall heeft maandelijks energierapporten overgelegd met het verbruik en heeft [gedaagde] in de minnelijke fase ook al eens eerder voorzien van een berekening. [gedaagde] heeft het voorgaande niet weersproken, zodat [gedaagde] de gevorderde hoofdsom verschuldigd is.
4.11.
Gelet op wat in rechtsoverweging 4.5 is overwogen, is een bedrag van € 4.556,19 aan hoofdsom toewijsbaar (€ 5.695,24 x 0,8).
Buitengerechtelijke incassokosten en rente
4.12.
Vattenfall vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). De kantonrechter stelt vast dat [gedaagde] een consument is (een natuurlijk persoon die niet heeft gehandeld in de uitoefening van een beroep of bedrijf). Daarom moet de kantonrechter controleren of is voldaan aan de dan geldende extra eisen voor de verschuldigdheid van buitengerechtelijke incassokosten. Vattenfall heeft, anders dan [gedaagde] heeft aangevoerd, aan [gedaagde] een of meer aanmaningen gestuurd die voldoen aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW. Omdat de hoofdsom slechts gedeeltelijk wordt toegewezen, zal een bedrag van € 580,62 aan buitengerechtelijke incassokosten worden toegewezen. De gevorderde rente hierover is eveneens toewijsbaar.
4.13.
De vordering tot vergoeding van de verschenen rente zal worden afgewezen, omdat Vattenfall die rente (gelet op de toewijsbare hoofdsom) over een te hoog bedrag heeft berekend. De wettelijke rente zal worden toegewezen over de toewijsbare hoofdsom vanaf de dag van de dagvaarding.
Proceskosten
4.14.
[gedaagde] is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Vattenfall worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
€
120,78
- griffierecht
€
543,00
- salaris gemachtigde
€
720,00
(2 punten × € 360,00)
- nakosten
€
144,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
1.527,78
Uitvoerbaar bij voorraad
4.15.
De kantonrechter zal dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad verklaren. Dat betekent dat de beslissing van de kantonrechter moet worden gevolgd, ook als een van de partijen daartegen in hoger beroep gaat. De beslissing van de kantonrechter geldt in dat geval totdat het gerechtshof een andere beslissing neemt.
5De beslissing
De kantonrechter
5.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan Vattenfall te betalen een bedrag van € 5.136,81 aan hoofdsom en buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over dit bedrag, met ingang van 24 september 2025 tot de dag van volledige betaling,
5.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.527,78, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
5.4.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.W. Koenis en in het openbaar uitgesproken op 27 mei 2026.
Zie, onder meer, het arrest van de Hoge Raad van 12 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:1677.
HvJ EU 27 januari 2021, C‑229/19 en C‑289/19, ECLI:EU:C:2021:68 (Dexia).