Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Noord-Holland

ECLI:NL:RBNHO:2026:11598

2026-08-13 Civiel recht; Verbintenissenrecht C/15/381098 / KG ZA 26-477 (uitwerking vonnis)
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Uitspraakdatum
2026-08-13
Publicatiedatum
2026-09-02
Rechtsgebied
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure
Kort geding
Zaaknummer
C/15/381098 / KG ZA 26-477 (uitwerking vonnis)
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Kort geding. Uitwerking vonnis. Opheffing beslag.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (32.356 tekens)
RECHTBANK Noord-Holland


Civiel recht



Zittingsplaats Haarlem



Zaaknummer: C/15/381098 / KG ZA 26-477




Vonnis in kort geding van 13 augustus 2026




in de zaak van





1A-VENUE EVENTS B.V.,

hierna te noemen: A-Venue
2. [eiser 2],
beiden te [plaats] ,
hierna te noemen: [eiser 2] ,
eisende partijen,
hierna gezamenlijk te noemen: A-Venue c.s.
advocaten: mr. A.D. van Koningsveld en mr. B.E.C. de Jong,



tegen





1TAF VALLEY B.V.,

te Purmerend,
hierna te noemen: TAF Valley,2. [gedaagde 2] B.V.,
te Emmen,
hierna te noemen: [gedaagde 2] ,3. [gedaagde 3] B.V.,
te [plaats] ,
hierna te noemen: [gedaagde 3] ,
gedaagde partijen,
hierna samen te noemen: TAF Valley c.s.,
advocaat: mr. A.G. Moeijes.






1De procedure


1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties 1 t/m 10
- de aanvullende producties 11 t/m 17 van A-Venue c.s.
- de akte overleggen producties tevens vordering in reconventie met producties 1 t/m 9 van TAF Valley c.s.
- de eiswijziging tevens houdende eisvermeerdering met aanvullende producties 18 en 19 van A-Venue c.s.
- de mondelinge behandeling van 13 augustus 2026, waarvan de griffier aantekeningen heeft gemaakt,
- de pleitnota van mr. Moeijes namens TAF Valley c.s.


1.2.
Ter gelegenheid van de mondelinge behandeling zijn verschenen:
- mede namens A-Venue: [eiser 2] , bijgestaan door mr. Van Koningsveld voornoemd
- mede namens TAF Valley, [gedaagde 2] en [gedaagde 3] : [betrokkene] , bijgestaan door mr. Moeijes.



1.3.
Op 13 augustus 2026 heeft de voorzieningenrechter een verkort vonnis uitgesproken. Het onderstaande vormt daarvan de uitwerking. Deze is aan partijen verstrekt op 14 augustus 2026.





2De feiten


2.1.
A-Venue houdt zich bezig met de productie en marketing van live events, waaronder het festival Latin Village op zondag 16 augustus 2026. Bestuuder van A-Venue is de besloten vennootschap Xanou Holding B.V. Xanou Holding B.V. wordt bestuurd door [eiser 2] .



2.2.

TAF Valley en [gedaagde 2] B.V. houden zich eveneens bezig met de organisatie van muziekfestivals. Specifiek gaat het om de festivals 'Dance Valley', 'Zin in de Zomer', en het nieuwe festival 'R2'. Bestuurder van beide ondernemingen is [gedaagde 3]
. [gedaagde 3] wordt bestuurd door [betrokkene].




2.3.
A-Venue en TAF Valley zijn beide bestuurder en houden ieder 50% van de aandelen in de joint venture Valley Village B.V. (hierna: Valley Village). Valley Village huurt op basis van een meerjarenovereenkomst twee weekenden per jaar het festivalterrein van het Recreatieschap Spaarnwoude (hierna: het Recreatieschap). Deze overeenkomst maakt het mogelijk dat er door Valley Village op twee achtereenvolgende weekenden in augustus op de zaterdag en de zondag festivals worden georganiseerd, op het festivalterrein in Spaarnwoude. Dit jaar vond het eerste weekend plaats op 8 en 9 augustus 2026. Dat weekend wordt geëxploiteerd door TAF c.s. Het tweede weekend vindt dit jaar plaats op 15 en 16 augustus 2026.



2.4.
Tussen partijen bestaat een samenwerkingsovereenkomst. De bedoeling van de samenwerking is om gezamenlijk gebruik te kunnen maken van de basisfaciliteiten zoals podia, hekwerken, sanitair en voorzieningen te delen, omdat de exploitatie van festivals alleen winstgevend kan zijn als er goed wordt samengewerkt.



2.5.

Tot 2023 was de verdeling dat A-Venue het volledige tweede weekend benutte om een festival te organiseren. Nadien is echter in een deal memo overeengekomen dat A-Venue haar zaterdag verhuurt aan [gedaagde 3] , tegen betaling van een
jaarlijks bedrag van € 50.000,- excl. btw als tegemoetkoming in de productiekosten.
In de memo staat dat de verdeling van de gezamenlijke kosten 25% per festivaldag is. Alleen als TAF Valley niet overgaat tot aanbieding van een festivaldag op de zaterdag die toebehoort aan A-Venue, zal de verdeling van de gezamenlijke kosten 33% per festivaldag zijn en komt de productievergoeding te vervallen. Partijen zijn dan gehouden samen een derde te zoeken die deze festivaldag wil invullen, in welk geval de verdeling van de gezamenlijke kosten weer wordt teruggebracht naar 25% per festivaldag.




2.6.
Op enig moment is de samenwerking verstoord geraakt. Op 18 juni 2026 heeft A-Venue TAF Valley c.s. gedagvaard in kort geding, omdat TAF Valley c.s. volgens A-Venue niet de nodige informatie overlegden die nodig was om de exploitatie van Latin Village mogelijk te maken.



2.7.
Omdat vanwege de onderliggende geschillen de doorgang van de festivals in gevaar dreigde te komen, is tijdens het kort geding van 24 juni 2026 een meeromvattende schikking getroffen. De afspraken zijn vastgelegd in het proces-verbaal van 24 juni 2026 (hierna: het proces-verbaal).



2.8.
In het proces-verbaal staat:


Uiterlijk op 15 juli 2026 betaalt A-Venue een bedrag van € 50.000,00 excl. btw aan TAF c.s.


Uiterlijk op 1 augustus 2026 betaalt A-Venue een bedrag van € 250.000,00 excl. btw aan TAF c.s.


Indien één van deze twee afspraken niet gehaald wordt, verbeurt A-Venue een direct opeisbare boete van € 25.000,00.



[eiser 2] stelt zich persoonlijk garant voor de betaling van deze bedragen en de eventueel te verbeuren boete. Ter zekerheid van deze borgstelling verleent hij een eerste recht van hypotheek ten bedrage van € 400.000,00 op het appartementsrecht aan de [adres] te [plaats] .


A-Venue draagt zo spoedig mogelijk na maandag 29 juni 2026 zorg voor opheffing van het beslag dat is gelegd onder CM en Rabobank ten laste van TAF c.s. Er zullen ook geen nieuwe beslagen worden gelegd.


TAF c.s. zal geen beslag leggen ten laste van A-Venue gedurende de uitvoering van


deze regeling, tot 1 januari 2027,
7. In totaal betaalt A-Venue in beginsel € 400.000,00 excl. btw voor de productie, exclusief: eten, diesel, lasers, fsx, personeelskosten op de dag, vloer van de R2-tent (die wel geplaatst zal zijn op het R2-festival op zaterdag 15 augustus 2026), verbruikskosten, verzekering, portofoons, het kleine VIP-deck en de hotelkamers voor die dag.
Maandag 29 juni 2026 zal TAF c.s. uiterlijk om 14.00 uur laten weten of de € 400.000,00 excl. btw voor de productie akkoord is. Als TAF c.s. daarvan afziet komen al deze afspraken te vervallen. Ook A-Venue heeft tot maandag 29 juni 14.00 uur de gelegenheid om terug te komen op de vandaag gemaakte afspraken en alsnog vonnis te vragen,
8. De laatste € 100.000,00 excl. btw van dit totaalbedrag betaalt A-Venue uiterlijk op 21 augustus 2026. Indien deze datum niet gehaald wordt, verbeurt A-Venue een direct opeisbare boete van € 25.000,00.
9. Indien de bedragen onder 1, 2 en 8 niet tijdig worden betaald, is A-Venue ook een rente van 12,5% op jaarbasis over de niet-betaalde bedragen verschuldigd.
10. TAF c.s. verstrekt A-Venue een lijst met de sponsoren die hij heeft afgesloten. De deal met Grolsch/Viper zal gezamenlijk worden verkend.
11. De Jongens van de Straat zal ook als producent voor A-Venue mogen optreden. De afspraak is dat gevraagd wordt bij die partij om twee afzonderlijke contactpersonen. De kosten van Jongens van de Straat voor de werkzaamheden voor A-Venue zijn voor rekening van A-Venue.
12. TAF c.s. verstrekt A-Venue de tekeningen, een materiaallijst, de bouwboeken en de communicatie met de gemeente die nodig is voor de vergunningverlening van A-Venue.
13. De kosten voor de bar op de dag van het evenement van A-Venue zijn voor A-Venue.
14. Uiterlijk 31 december 2026 betaalt A-Venue aan TAF c.s. € 38.000,00 excl. btw als definitieve afrekening over 2025. Omdat nu deze afspraak wordt gemaakt, zal TAF c.s. de faillissementsaanvraag gericht tegen A-Venue ingetrokken.



2.9.
A-Venue heeft de eerste termijnbetaling van € 50.000,- exclusief btw niet tijdig voldaan. De tweede termijn is nog altijd niet betaald. Ook is tot op heden geen recht van eerste hypotheek gevestigd als overeengekomen onder randnummer 4 van het proces-verbaal.



2.10.
Op 21 juli 2026 hebben TAF Valley c.s. ten laste van A-Venue diverse beslagen gelegd. A-Venue heeft uiteindelijk met externe financiering vervolgens € 50.000,- exclusief btw aan TAF c.s. betaald, waarna de beslagen ten laste van A-Venue zijn opgeheven, met uitsluiting van het beslag op de woning [eiser 2] .



2.11.
Omdat ondanks sommatie (aanvankelijk) niet werd betaald en ook de verplichting onder artikel 4 proces-verbaal niet werd nagekomen, hebben TAF c.s. in een e-mail van 24 juli 2026 meegedeeld het proces-verbaal partieel te ontbinden, namelijk voor zover dat ziet op de afspraak geen beslag te leggen (artikel 6 proces-verbaal).



2.12.
Overeenkomstig het proces-verbaal moest A-Venue op 1 augustus 2026 een bedrag van € 250.000,- exclusief btw aan TAF c.s. betalen. Dit is niet gebeurd. Ook is geen eerste recht van hypotheek verstrekt. In plaats daarvan heeft [eiser 2] een tweede recht van hypotheek verleend aan Mogelijk Hypotheken B.V., met een inschrijven van € 600.000,-.



2.13.

Op 3 augustus 2026 hebben TAF c.s. ten laste van A-Venue executoriale beslagen gelegd onder de ticketproviders, de bankrekeningen van A-Venue en het onroerend goed van de bestuurder van A-Venue, ter verzekering van betaling van een hoofdsom van
€ 302.500,- uit hoofde van de grosse van het proces-verbaal.




2.14.
A-Venue heeft TAF c.s. is gesommeerd de gelegde beslagen op te heffen, omdat de doorgang van Latin Village en het bestaan van A-Venue op dit moment in gevaar komen. Aan deze sommatie is geen gehoor gegeven. Daarop is A-Venue deze kortgedingprocedure gestart.



2.15.

In een brief van 27 juli 2026 van het Recreatieschap wordt Valley Village gemaand de gebruiksvergoeding van € 154.070,- nu direct te betalen. De brief houdt verder het volgende in:

Indien voornoemd bedrag niet, dan wel niet volledig, wordt overgemaakt, zal het recreatieschap per vrijdag 31 juli 2026 gebruikmaken van haar wettelijke opschortingsrecht en het terrein op zondag 16 augustus 2026 niet ter beschikking stellen. Dit houdt concreet in, dat u die dag geen gebruik kunt maken van het terrein. Hierdoor kan het festival Latin Village geen doorgang vinden.

Vervolgens heeft A-Venue een deel betaald. Op 5 augustus 2026 heeft het Recreatieschap daarop geschreven:

Deze deelbetaling is op donderdagavond 30 juli 2026 door het recreatieschap ontvangen. Echter dit betreft slechts een deelbetaling, het resterende bedrag van € 54.070 is op moment van schrijven van deze brief, nog steeds niet ontvangen. Daarmee heeft u niet aan uw betalingsverplichting voldaan.


Voor de volledigheid willen wij u erop wijzen dat voornoemde deelbetaling de opschorting niet heeft doen eindigen.





2.16.
In een brief van 12 augustus 2026 heeft de gemeente Velsen aan A-Venue bericht dat zij voornemens is om de evenementenvergunning voor Latin Village in te trekken, omdat er ernstige zorgen bestaan over de uitvoering van de evenementenvergunning. Als leveranciers kort voor opening van het festival niet of niet allemaal komen opdagen of leveren, of duidelijk is dat er geen uitvoering gegeven kan worden aan de evenementenvergunning met bijbehorende planvorming/voorschriften, omdat essentiële onderdelen ontbreken, kan het festival geen doorgang vinden. Als het festival op het laatste moment moet worden geannuleerd, bestaat het risico dat er een openbare orde en veiligheidsverstoring zal plaatsvinden.





3Het geschil



in conventie




3.1.

A-Venue c.s. vorderen – na wijziging van eis – TAF c.s. hoofdelijk:
I. de onder
- de naamloze vennootschap CM.com Ticket Guarantee N.V.
- de naamloze vennootschap CM.com Netherlands B.V.
- de naamloze vennootschap CM.com N.V
- de stichting CM.com
- de besloten vennootschap CM.com international B.V.
- de besloten vennootschap CM.com Ticketing B.V.
- de naamloze vennootschap ING Bank N.V.
- de heer [eiser 2]
ten laste van eisers gelegde executoriale derdenbeslagen op te heffen en enig
ander door gedaagden ten laste van eiseres gelegde beslag(en) uit hoofde van de
grosse van het proces-verbaal van de rechtbank Noord-Holland, locatie Haarlem
d.d. 24 juni 2026 op te heffen, zulks op straffe van een dwangsom van € 500.000,- per dag(deel) zij in gebreke blijven aan deze veroordeling te voldoen, met een maximum van € 2.500.000,-, waarbij de opdracht tot opheffing binnen één uur na de uitspraak dient te worden gegeven aan de deurwaarder, bij wijze van spoedopdracht;
II. gedaagden te verbieden uitvoering te geven aan de gelegde beslagen;
III. gedaagden hoofdelijk, althans ieder voor het geheel voor zover de één betaalt de
ander zal zijn bevrijd, voor zover er reeds bedragen door derden aan gedaagden
dan wel de deurwaarder zijn afgedragen, te veroordelen om al hetgeen zij uit
hoofde van de onderhavige executoriale beslagen reeds hebben geïncasseerd of
uitgekeerd hebben gekregen, binnen 2 uur na betekening van het in deze te
wijzen vonnis terug te betalen aan eisers, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van ontvangst van die gelden, althans vanaf een door de
voorzieningenrechter te bepalen datum, tot aan de dag der algehele voldoening;
IV. [gedaagde 3] B.V. te veroordelen tot betaling aan A-Venue van de
productievergoeding ad € 50.000,- (zegge: vijftigduizend euro) exclusief btw
binnen 24 uur na vonnis;
V. gedaagden te verbieden de toegang tot sector 1 en 2 van het terrein te weigeren
aan eenieder die zich daartoe dient te begeven op verzoek van eisers, zulks op
straffe van een dwangsom van € 250.000,- per geweigerde partij, met een
maximum van € 2.000.000,-;
VI. gedaagden te verbieden om zich negatief uit te laten over eisers tot en met 1
september 2026, of anderzijds het ertoe te geleiden dat de productie van Latin Village wordt gefrustreerd, zulks op straffe van een dwangsom van
€ 100.000,- per overtreding daarvan, met een maximum van € 1.000.000,
VII. gedaagden te gebieden binnen dertig minuten na uur van het vonnis (waaronder
begrepen een kop-staartvonnis) een verklaring af te geven aan de gemeente
Velsen, waarin wordt verklaard dat zij de betreffende diensten ten aanzien van
het medegebruik van het terrein en de materialen conform de vergunde
evenementenvergunning, inclusief voorschriften en planvorming, zal leveren
tijdens Latin Village, alsmede al hetgeen de gemeente verlangd van gedaagden
om de vergunning te kunnen verlenen, zulks op straffe van een dwangsom van
€ 250.000,- per uur dat daarmee in gebreke wordt gebleven, met een maximum
van € 2.000.000,-;
VIII. alles onder veroordeling van TAF c.s. in de proceskosten en eventuele nakosten,
alsmede in de kosten van de reeds gelegde beslagen.




3.2.
A-Venue c.s. leggen aan de vordering ten grondslag dat het TAF Valley c.s. aan een executoriale titel ontbreekt, omdat partijen in het proces-verbaal zijn overeengekomen dat TAF Valley c.s. geen beslag legt zolang partijen uitvoering geven aan de regeling, maar in ieder geval tot 1 januari 2027. De beslaglegging is in strijd met de strekking van de joint-venture van partijen, waarin zij ten doel hebben om samen succesvol een winstgevend evenement te organiseren verdeeld over twee weekenden, en van de gemaakte afspraken in de vaststellingsovereenkomst. Door de gelegde beslagen kunnen geen betalingen plaatsvinden, waardoor het doorgaan van het festival, gelet op de brieven van het Recreatieschap, en ook de vergunning van het festival in gevaar komen. Daarnaast is sprake van misbruik van recht door TAF Valley c.s. doordat zij A-Venue in een noodtoestand plaatst. TAF Valley c.s. waren ermee bekend dat A-Venue voor haar bedrijfsvoering (en voor de doorgang van Latin Village) afhankelijk is van de beschikbaarheid van haar liquide middelen en inkomsten uit de ticketverkoop. Door beslaglegging komt de continuïteit van de onderneming in gevaar, met schade die achteraf niet of nauwelijks kan worden hersteld.



3.3.
TAF Valley c.s. voeren verweer.



3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.



in reconventie





3.5.
TAF Valley c.s. vorderen [eiser 2] te veroordelen om binnen zeven dagen na betekening van dit vonnis, ten gunste van [gedaagde 2] en TAF Valley een eerste hypotheek ten bedrage van € 400.000,- te vestigen op het appartementsrecht aan de [adres] te [plaats] althans een gelijkwaardige zekerheden te verstrekken, op straffe van een door [eiser 2] aan hen te verbeuren dwangsom van € 2.500,- per dag(deel) dat hij hiermee in gebreke is met veroordeling van [eiser 2] in de kosten van de procedure in reconventie.



3.6.
TAF Valley c.s. leggen aan de vordering ten grondslag dat de verplichting tot vestigen van een eerste recht van hypotheek op het appartementsrecht aan de [adres] in [plaats] tussen partijen is overeengekomen in het proces-verbaal, maar dat hieraan door [eiser 2] nog geen uitvoering is gegeven.



3.7.

[eiser 2] voert verweer.



3.8.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.





4De beoordeling



in conventie





Spoedeisend belang




4.1.
Het spoedeisend belang van de vorderingen die zien op de gelegde beslagen volgt uit de aard van deze vorderingen. Voor de overige vorderingen geldt dat A-Venue c.s. hebben gesteld dat de continuïteit van de onderneming wordt bedreigd, waardoor zij in ernstige financiële problemen kan raken of zelfs failliet gaat. Deze stelling is voldoende om een spoedeisend belang aan te nemen.



Inleidende opmerking





4.2.
Vooropgesteld wordt dat partijen tijdens de kortgedingzitting op 24 juni 2026 afspraken met elkaar hebben gemaakt, welke afspraken zijn vastgelegd in het proces-verbaal (zie 2.8). De beoordeling van de vorderingen die in deze kortgedingprocedure zijn ingesteld zal plaatsvinden in het licht van die afspraken.



De gelegde beslagen moeten worden opgeheven





Geen partiële ontbinding





4.3.
TAF c.s. hebben op 3 augustus 2026 diverse executoriale beslagen ten laste van A-Venue gelegd. A-Venue betoogt dat dit in strijd is met hetgeen partijen zijn overeengekomen onder de randnummers 5 en 6 van het proces-verbaal, en de beslagen daarom bij gebreke van een executoriale titel moeten worden opgeheven. Deze vordering wordt toegewezen. Hiervoor is het volgende van belang.



4.4.

Vast staat dat partijen in het proces-verbaal zijn overeengekomen dat TAF Valley c.s. geen beslag zullen leggen ten laste van A-Venue gedurende de uitvoering van deze regeling [toevoeging voorzieningenrechter: de afspraken uit het proces-verbaal], tot 1 januari 2027. TAF Valley c.s. stellen dat zij het proces-verbaal in een e-mail van 24 juli 2026 partieel hebben ontbonden, namelijk voor zover dat ziet op de afspraak uit artikel 6 van het proces-verbaal geen beslag te leggen. A-Vanue voert aan dat artikel 6 zonder enig voorbehoud is opgenomen en het op de weg van TAF Valley c.s. had gelegen om een eventuele voorwaarde uitdrukkelijk in het proces-verbaal op te nemen. Volgens A-Venue hebben partijen bewust een regeling getroffen voor het risico van niet-tijdige betaling, namelijk een direct opeisbare contractuele boete vermeerderd met contractuele rente van 12,5% per jaar en een persoonlijke garantstelling door [eiser 2] .
Bovendien kan een partij niet eenzijdig een afzonderlijke bepaling uit een vaststellingsovereenkomst buiten werking stellen, terwijl zij de overige afspraken onverkort in stand laat, en doet een dergelijke ontbinding afbreuk aan de uitleg van de gemaakte afspraken en de bedoeling die partijen daarmee hadden, aldus nog steeds A-Venue.




4.5.
De voorzieningenrechter overweegt als volgt. Artikel 6:265 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) bepaalt dat iedere tekortkoming van een partij in de nakoming van een van haar verbintenissen aan de wederpartij de bevoegdheid geeft om de overeenkomst geheel of gedeeltelijk te ontbinden, tenzij de tekortkoming, gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis, deze ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt. Artikel 6:270 BW bepaalt dat een gedeeltelijke ontbinding een evenredige vermindering inhoudt van de wederzijdse prestaties in hoeveelheid of hoedanigheid.



4.6.

De tussen partijen gemaakte afspraken voorzien in de consequenties in het geval dat A-Venue niet tijdig tot betaling van € 50.000,- respectievelijk € 250.000,- zou overgaan, namelijk het verbeuren van een direct opeisbare boete van € 25.000,-. Daarnaast zou [eiser 2] zich persoonlijk garant stellen voor betaling voor voornoemde bedrag en de eventueel te verbeuren boete. Nadat A-Value de eerste termijnbetaling op 15 juli 2026 niet heeft voldaan hebben TAF Valley c.s. rauwelijks beslag gelegd in weerwil van de afspraken uit het proces-verbaal. Daarmee zijn TAF Valley c.s. buiten de gemaakte afspraken getreden. Dat TAF Valley c.s. daarna een ingebrekestelling hebben verstuurd en de afspraken in het proces-verbaal partieel hebben ontbonden maakt niet dat de verplichting tot het niet leggen van beslag niet langer geldt. Een evenredige vermindering van wederzijdse prestaties is mogelijk, maar geen selectieve vermindering (cherry picking).
TAF Valley c.s. hebben immers wel aanspraak gemaakt op de contractuele boete en vorderen in deze kortgedingprocedure in reconventie nog steeds nakoming van de persoonlijke garantstelling door [eiser 2] . Dat TAF Valley c.s. alleen de bepaling die ziet op de beslaglegging partieel ontbinden, terwijl zij A-Venue aan alle overige bepalingen/verplichtingen uit het proces-verbaal houden valt niet aan te merken als een evenredige vermindering van wederzijdse prestaties. Het beroep op partiële ontbinding faalt daarom. Dit betekent dat de verplichting om geen beslag te leggen tot 1 januari 2027 is blijven bestaan.




Beroep op artikel 6 is naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet onaanvaardbaar





4.7.

TAF Valley c.s. beroepen zich er daarnaast op dat het in strijd is met de redelijkheid en billijkheid om hen aan de verplichting van artikel 6 van het proces-verbaal te houden, terwijl A-Venue c.s. zich niet aan hun verplichtingen houden. Dit verweer slaagt ook niet.
De voorzieningenrechter moet op basis van alle omstandigheden van het geval een belangenafweging maken om te beoordelen of een contractuele regel moet worden beperkt. Het proces-verbaal voorziet in een sanctie als A-Venue niet tijdig tot betaling zou overgaan, namelijk het verschuldigd raken van een direct opeisbare boete van € 25.000,-. Als de gelegde beslagen niet worden opgeheven, kan de vordering van het Recreatieschap niet betaald worden. Het Recreatieschap heeft kenbaar gemaakt dat Latin Village in dat geval geen doorgang kan vinden. Dit betekent dat de gelegde beslagen thans het festival doorkruisen. Bij de belangenafweging houdt de voorzieningenrechter rekening met de belangen van ongeveer 13.500 mensen die al een ticket voor Latin Village hebben gekocht. Voorzienbaar is dat als Latin Village niet kan doorgaan het faillissement van A-Venue zal volgen en deze mensen en verschillende leveranciers hun geld kwijt zijn. Bovendien heeft TAF Valley c.s. alternatieven om de gewenste zekerheid te verkrijgen, indien [eiser 2] niet zou voldoen aan de hem in reconventie op te leggen verplichting (zie hierna 4.15). Vast staat dat de ticketinkomsten pas enkele dagen na het festival door CM aan A-Venue worden afgedragen; als TAF Valley c.s. in dat geval daarop beslag leggen na het festival, voorziet de voorzieningenrechter dat de beoordeling van dit verweer in het nadeel van A-Venue c.s. uitvalt. Er is dus een alternatief. Onder die omstandigheden is het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet onaanvaardbaar dat TAF Valley c.s. op dit moment, nog voor het festival plaatsheeft, gehouden zijn aan artikel 6 van het proces-verbaal.




TAF Valley c.s. moeten een verklaring afgeven aan de gemeente Velsen





4.8.
In een brief van 12 augustus 2026 heeft de gemeente Velsen aan A-Venue bericht dat zij voornemens is om de evenementenvergunning voor Latin Village in te trekken, omdat er ernstige zorgen bestaan over de uitvoering van de evenementenvergunning. Om intrekking van de evenementenvergunning te kunnen voorkomen dient A-Venue verklaringen van leveranciers/partijen zoals opgesomd in de brief te overleggen waaruit blijkt dat deze partij de betreffende diensten overeenkomstig de vergunde evenementenvergunning zal leveren tijdens Latin Village. A-Venue heeft ter zitting toegelicht dat zij alle benodigde verklaringen heeft verzameld, met uitzondering van die van [betrokkene].



4.9.
In het licht van de samenwerkingsovereenkomst die tussen partijen bestaat acht de voorzieningenrechter het redelijk dat ook [betrokkene] de benodigde verklaring afgeeft. De exploitatie van de festivals is een gezamenlijk doel van partijen en zij dienen zich beiden hiervoor in te zetten. Het frustreren van de exploitatie verenigt zich niet met dat doel. Deze vordering zal daarom worden toegewezen.



Productie vergoeding € 50.000,- niet toewijsbaar





4.10.
Vooropgesteld wordt dat bij het geven van een voorziening in kort geding, bestaande uit een veroordeling tot betaling van een geldsom, terughoudendheid op zijn plaats is. De voorzieningenrechter zal niet alleen onderzoeken of het bestaan van de vordering voldoende aannemelijk is, maar ook of sprake is van feiten en omstandigheden die meebrengen dat een onmiddellijke voorziening is vereist.



4.11.
A-Venue vordert betaling van een productievergoeding van € 50.000,-. Uit de overgelegde stukken blijkt dat partijen al sinds 2025 discussiëren over het bestaan van de verplichting tot het betalen van een productievergoeding van € 50.000,-. Volgens TAF Valley c.s. zijn partijen in een overeenkomst van juli 2024 overeengekomen dat TAF Valley c.s. 48% van de aandelen van A-Venue koopt, met als onderdeel van deze transactie dat de verplichting van TAF Valley c.s. om € 50.000,- bij te dragen voor de extra zaterdag vervalt. A-Venue voert aan dat de aandelenoverdracht niet heeft plaatsgevonden en de productievergoeding nog resteert. Gelet op de inhoudelijke discussie is het bestaan van de vordering voorshands onvoldoende aannemelijk geworden, zodat de vordering tot betaling zal worden afgewezen.



Geen verboden tot weigeren toegang terrein en negatieve uitlatingen





4.12.
Op grond van de samenwerkingsovereenkomst mag [betrokkene] de exploitatie van Latin Village niet frustreren. Ter zitting is namens [betrokkene] toegelicht dat eerder aan [eiser 2] dan wel door hem ingeschakelde partijen de toegang tot het terrein is geweigerd, omdat – toen het Recreatieschap nog niet was betaald – het Recreatieschap niet wilde dat er mensen op het terrein rondliepen. Toegezegd is dat [eiser 2] , indien het Recreatieschap wordt betaald, kan langskomen en een lijstje kan geven van de personen die op het terrein aanwezig moeten zijn. Gelet hierop zal de vordering worden afgewezen.



4.13.
Wat betreft de vordering die ziet op een verbod tot het doen van negatieve uitlatingen heeft A-Venue onvoldoende onderbouwd dat TAF Valley c.s., middels [betrokkene] in persoon, verantwoordelijk is voor negatieve uitlatingen. Die vordering zal daarom eveneens worden afgewezen.



in reconventie





Spoedeisend belang





4.14.
De stelling van TAF Valley c.s.. dat er gerede kans is dat [eiser 2] door andere niet betaalde schuldeisers van A-Venu aansprakelijk wordt gesteld, is voldoende om een spoedeisend belang bij de vordering aan te nemen.




[eiser 2] moet zekerheid verstrekken





4.15.
Partijen zijn overeengekomen, zoals in het proces-verbaal is vastgelegd, dat [eiser 2] ter zekerheid van de door hem verstrekte persoonlijke borgstelling een eerste recht van hypotheek ten bedrage van € 400.000,- zal verlenen op het appartementsrecht aan de [adres] in [plaats] . Vaststaat dat deze verplichting door [eiser 2] niet is nagekomen, terwijl hij hier op grond van het proces-verbaal wel toe gehouden was en nog steeds is. Omdat gebleken is dat het vestigen van een eerste recht van hypotheek niet meer mogelijk is, zal de voorzieningenrechter [eiser 2] veroordelen om ten gunste van [gedaagde 2] en TAF Valley zekerheid te verstrekken ten bedrage van € 400.000,-. Dit wordt hierna toegelicht.



4.16.
Ter zitting hebben partijen toegelicht dat het recht van eerste hypotheek gevestigd was ten behoeve van een bevriende relatie van [eiser 2] en daarom rangwisseling wellicht tot de mogelijkheden zou behoren. Vast staat dat op 15 juli 2026 een tweede hypotheekrecht op het appartementsrecht is gevestigd met hypotheekhouder Mogelijk Hypotheken B.V. Dit heeft tot gevolg dat een eventuele rangwisseling niet langer aan de orde is. [eiser 2] kan daarom niet meer voldoen aan de verplichting tot het vestigen van een eerste recht van hypotheek. Om die reden zal [eiser 2] veroordeeld worden een gelijkwaardige zekerheid te verstrekken.



4.17.
De voorzieningenrechter zal de gevorderde dwangsom toewijzen. De dwangsom wordt gemaximeerd op een bedrag van € 25.000,-.





in conventie en in reconventie





4.18.
Omdat beide partijen gedeeltelijk in het gelijk zijn gesteld, zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.



De hiervoor vermelde tekst strekt tot motivering van het vonnis dat tussen partijen op 13 augustus 2026 is gewezen en heeft enkel betekenis in samenhang met dat vonnis. De aanvulling is vastgesteld door mr. A.J. Wolfs en is separaat verstrekt op 14 augustus 2026.




1589