Rechtbank Noord-Holland
ECLI:NL:RBNHO:2026:11286
2026-09-01
Bestuursrecht; Ambtenarenrecht
HAA 25/2801
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Strafontslag politieambtenaar houdt stand.
Citeert (1)
- ECLI:NL:CRVB:2025:1528 Centrale Raad van Beroep 23-10-2025
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (18.773 tekens)
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Zittingsplaats Haarlem
Bestuursrecht
zaaknummer: HAA 25/2801
uitspraak van de meervoudige kamer van 1 september 2026 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [plaats] , eiseres
(gemachtigde: mr.ir. B.J.M. Vernooij),
en
de korpschef van politie,
(gemachtigde: mr. S.G.J. van den Heuvel).
Samenvatting
1. Deze uitspraak gaat over het aan eiseres verleende strafontslag. Eiseres is het hiermee niet eens. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank of het verleende strafontslag stand kan houden.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het opgelegde strafontslag niet onevenredig is. Eiseres krijgt dus geen gelijk en het beroep is dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
2. Met het bestreden besluit van 23 mei 2025 op het bezwaar van eiseres is de korpschef gebleven bij het besluit eiseres om onvoorwaardelijk ontslag te verlenen.
2.1.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
2.2.
De korpschef heeft een verweerschrift ingediend.
2.3.
De rechtbank heeft het beroep op 12 mei 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres en [naam 4] en de gemachtigde van de korpschef. Tevens waren van de zijde van de korpschef aanwezig: [naam 1] ( [functie 1] ) en [naam 2] ( [functie 2] ).
Beoordeling door de rechtbank
Totstandkoming van het bestreden besluit / wat vooraf ging
3. Eiseres was vanaf [datum] in dienst bij de politie. Laatstelijk was eiseres werkzaam als [functie 3]
4. Bij besluit van 29 juni 2021 heeft eiseres een disciplinaire straf, bestaande uit inhouden van 8 verlofuren, opgelegd gekregen voor het zich een aantal maanden niet houden aan de parkeerregels.
5. Op 20 november 2023 is een klacht over eiseres ingediend door [naam 3] . De melding hield in dat eiseres het politiesysteem zou gebruiken voor haar eigen doelen. [naam 3] heeft dat vernomen van [naam 4] , met wie zij een paar maal een date had. Uit het onderzoek dat daarna door de korpschef is ingezet blijkt dat eiseres in april en augustus 2023 het politiesysteem heeft bevraagd op de naam [naam 4] (LAT-partner van eiseres). Eiseres heeft verder verklaard dat zij ook wel eens een date heeft nagetrokken. Haar wordt met het besluit van 13 augustus 2024 wegens meermaals onbevoegd raadplegen van politiesystemen een straf opgelegd bestaande uit de inhouding van 16 verlofuren.
6. Op 3 september 2024 heeft [naam 3] opnieuw een klacht ingediend over eiseres. Eiseres heeft haar telefonisch en via WhatsApp benaderd om, in de beleving van [naam 3] , ‘verhaal te halen’. Daarbij is door eiseres een bericht gestuurd waaruit blijkt dat zij over de adresgegevens van [naam 3] beschikte (uit het dossier).
7. De korpschef heeft naar aanleiding daarvan opnieuw disciplinair onderzoek laten instellen. Dat onderzoek is op 18 november 2024 afgerond.
8. Op 16 december 2024 heeft de korpschef eiseres meegedeeld dat hij voornemens is haar strafontslag te verlenen. De korpschef verwijt eiseres misbruik te hebben gemaakt van haar positie als politieambtenaar ten opzichte van een burger en een burger in de privésfeer ongewenst en ongepast te hebben bejegend.
9. De zienswijze van eiseres verandert dat niet. De korpschef heeft eiseres bij besluit van 11 maart 2025 de straf van onvoorwaardelijk ontslag opgelegd.
10. De bezwaarschriftencommissie heeft geadviseerd het bezwaar ongegrond te verklaren. Daarbij heeft de commissie betrokken dat eiseres de verweten gedragingen heeft erkend en dat deze als ernstig plichtsverzuim zijn aan te merken. Verder heeft de commissie vastgesteld dat eiseres geen feiten of omstandigheden naar voren heeft gebracht op grond waarvan geoordeeld moet worden dat het plichtsverzuim haar niet valt toe te rekenen.
11. Met betrekking tot de evenredigheid van de straf wijst de commissie erop dat de handelwijze van eiseres bij [naam 3] voor gevoelens van onveiligheid heeft gezorgd, terwijl de politieorganisatie juist een bijdrage dient te leveren aan het veiligheidsgevoel van burgers. Om die reden heeft de politieorganisatie een groot belang bij integere en betrouwbare politieambtenaren. Gelet op de twee eerder opgelegde straffen was eiseres goed gewaarschuwd de ontoelaatbare en onprofessionele gedragingen achterwege te laten. Op grond van die aspecten acht de commissie het juist en redelijk dat het verweten gedrag met de zwaarste straf van ontslag gesanctioneerd wordt. Volgens de commissie is het uit de beslissing duidelijk dat de korpschef rekening heeft gehouden met de belangen van eiseres. Daarbij merkt de commissie op dat de korpschef bereid was eiseres een minnelijk voorstel te doen teneinde enigszins rekening te houden met haar persoonlijke omstandigheden en belangen en de gevolgen van een strafontslag. Volgens de commissie heeft de korpschef alle betrokken belangen deugdelijk afgewogen en dit ook voldoende gemotiveerd. De korpschef heeft zich na afweging van alle betrokken belangen op het standpunt mogen stellen dat de persoonlijke omstandigheden van eiseres niet een dusdanig gewicht in de schaal leggen dat de straf van onvoorwaardelijk ontslag onevenredig zou zijn.
12. In het bestreden besluit heeft de korpschef het advies van de bezwaarcommissie overgenomen en het bezwaar ongegrond verklaard.
Beroepsgronden
13. Eiseres voert aan dat er geen goede belangenafweging heeft plaatsgevonden bij de bepaling van de strafmaat. Zij vindt dat er te weinig gewicht is toegekend aan de omstandigheid dat zij meer dan 37 jaar werkzaam is bij de politie. Zij heeft al die jaren goed gefunctioneerd en heeft door haar eenzijdige ervaring weinig kans op de arbeidsmarkt. Daarbij speelden de verweten feiten zich af in de privésfeer. Iemand die al zo lang bij de politie werkt kan volgens eiseres alleen maar onder zeer bijzondere omstandigheden ontslagen worden.
14. Eiseres voert voorts aan dat niet wordt uitgelegd waarom alleen de zwaarste straf denkbaar recht zou doen aan het haar verweten gedrag. Het had voor de hand gelegen dat er gekozen was voor een mildere straf, bijvoorbeeld voorwaardelijk strafontslag. Inhoudelijk is in het voorgenomen besluit, noch in het definitieve strafbesluit te vinden waarom een mildere straf niet meer aangewezen zou kunnen zijn en wordt aan dit punt ten onrechte voorbij gegaan. Het mag zo zijn dat [naam 3] onaangenaam getroffen was doordat eiseres contact met haar opnam en vanuit haar positie als politieambtenaar heeft geacteerd, waarvan eiseres eerlijk toegeeft dat dit fout was, maar dit rechtvaardigt nog geen strafontslag. Daarbij is ook niet gemotiveerd wat de schade is voor de politieorganisatie. Zelfs wanneer de strafmaat wordt gezien in het licht van het eerdere plichtsverzuim kan dit niet tot een dergelijk zware straf leiden. De eerdere feiten hadden volgens eiseres een wezenlijk ander karakter.
15. Eiseres voert voorts aan dat te weinig rekening is gehouden met haar persoonlijke omstandigheden. Gezien haar langdurige eenzijdige dienstverband en de sociale en psychische gevolgen die een strafontslag zal brengen, heeft de korpschef onvoldoende de financiële gevolgen in overweging genomen. Eiseres zal vanwege haar leeftijd niet makkelijk bij een andere werkgever aan de slag kunnen. In de periode waarin de verweten gedragingen zich voordeden was eiseres psychisch instabiel, zoals blijkt uit de ingebrachte psychiatrische informatie. De korpschef heeft daar geen rekening mee gehouden bij de bepaling van de strafmaat. Eiseres kan verder de korpschef niet volgen dat met haar persoonlijke omstandigheden rekening zou zijn gehouden door haar een minnelijke regeling aan te bieden. Zij wil terug naar haar werk.
Verweerschrift
16. De korpschef stelt hoge integriteits- en betrouwbaarheidseisen aan zijn politieambtenaren. Voor een goed functionerend politiekorps is onberispelijk gedrag van eiseres essentieel. Dit belang van de korpschef weegt zwaarder dan het belang van eiseres om een lagere disciplinaire straf te krijgen en haar werk bij de politie te behouden. De korpschef wijst er daarbij op dat door het handelen van eiseres imagoschade is ontstaan voor de politie. Het was [naam 3] immers bekend dat eiseres bij de politie werkzaam was en zij heeft door het optreden van eiseres een gevoel van onveiligheid gekregen. In de ogen van de korpschef heeft eiseres gehandeld in strijd met integriteits- en betrouwbaarheidseisen, zeker gelet op de eerdere disciplinaire bestraffingen. Hierdoor heeft eiseres het in haar gestelde vertrouwen onherstelbaar beschadigd. Tussen de opgelegde disciplinaire straf en het daaraan ten grondslag gelegde plichtsverzuim bestaat een onlosmakelijk verband. Het gaat om de aard en ernst van de gedragingen van eiseres die de disciplinaire straf van onvoorwaardelijk ontslag kunnen dragen. Eiseres heeft een burger op een volstrekt ontoelaatbare manier in de privésfeer benaderd waarmee zij het vertrouwen in haar ernstig en onherstelbaar heeft beschaamd. Daarbij moet in aanmerking worden genomen dat eiseres door eerdere disciplinaire straffen als een gewaarschuwd mens heeft te gelden. Het argument van eiseres dat het eerdere plichtsverzuim betrekking had op feiten met een wezenlijk ander karakter is zorgelijk te noemen. Hierdoor geeft eiseres onvoldoende blijk van het besef dat haar eerder verweten gedragingen eveneens ontoelaatbaar zijn en afbreuk doen aan haar integriteit en betrouwbaarheid. De korpschef merkt hierbij nog op dat eiseres geen zelfreflectie en lerend vermogen heeft getoond. Dat blijkt bijvoorbeeld uit het disciplinaire hoorgesprek naar aanleiding van de eiseres verweten gedragingen jegens [naam 3] , waarin zij deze gedragingen bagatelliseert en zij aangeeft dat het eigenlijk alleen een privékwestie betreft.
17. Met betrekking tot het gegeven dat eiseres naar eigen zeggen psychisch instabiel is geweest ten tijde van haar gedragingen in de richting van de burger stelt de korpschef zich op het standpunt dat uit de voorhanden psychiatrische informatie niet blijkt dat eiseres ten tijde van de gedragingen instabiel was. Voor zover eiseres naar eigen zeggen wel psychisch instabiel was, maakt dit nog niet dat haar gedragingen niet of verminderd zijn toe te rekenen aan haar. Dat is ook nimmer door eiseres aangevoerd.
18. Het door eiseres gepleegde plichtsverzuim raakt de kern van een professioneel functionerende politieorganisatie. Eiseres heeft met haar gedragingen het vertrouwen zodanig geschonden dat een lichtere disciplinaire straf onvoldoende waarborg biedt voor veilig en betrouwbaar functioneren binnen de organisatie. De door eiseres genoemde persoonlijke omstandigheden zoals de lange duur van dienst en haar positie op de arbeidsmarkt zijn meegewogen, maar bieden onvoldoende tegenwicht tegen de aard en ernst van de aan haar verweten gedragingen.
19. De korpschef kan eiseres niet volgen in haar betoog dat geen, althans onvoldoende, belangenafweging zou hebben plaatsgevonden. De korpschef heeft rekening gehouden met de relevante belangen van eiseres en heeft de afweging van haar belangen en die van de politie ook afdoende en kenbaar voor het voetlicht gebracht. De korpschef merkt daarbij op dat hij niet gehouden is om ieder belang afzonderlijk en uitgebreid in de onderbouwing op te nemen.
Toetsingskader
20. In artikel 76, eerste lid, van het Barp is bepaald dat de ambtenaar die de hem opgelegde verplichtingen niet nakomt of zich overigens aan plichtsverzuim schuldig maakt disciplinair kan worden gestraft. Ingevolge het tweede lid van dat artikel omvat plichtsverzuim zowel het overtreden van een voorschrift als het doen of nalaten van iets dat een goed ambtenaar in gelijke omstandigheden behoort na te laten of te doen. Op grond van artikel 77, eerste lid, aanhef en onder j, van het Barp kan als disciplinaire straf onvoorwaardelijk ontslag worden opgelegd.
21. Voor de constatering van plichtsverzuim dat tot het opleggen van een disciplinaire maatregel aanleiding kan geven, is volgens vaste rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) noodzakelijk dat op basis van de beschikbare, deugdelijk vastgestelde gegevens de overtuiging is verkregen dat de betrokken ambtenaar de hem verweten gedragingen heeft begaan. Verder moet het plichtsverzuim de ambtenaar zijn toe te rekenen en mag de opgelegde straf niet onevenredig zijn aan de ernst van het gepleegde plichtsverzuim.
Oordeel rechtbank
22. De rechtbank stelt voorop dat de feiten niet in geschil zijn. Eiseres heeft erkend [naam 3] te hebben benaderd via telefoon en WhatsApp. De inhoud en toon van het telefoongesprek worden door eiseres en [naam 3] verschillend beschreven, maar vaststaat dat het heeft plaatsgevonden.
23. Eiseres heeft niet betwist dat deze gedragingen plichtsverzuim opleveren. Ook heeft zij niet aangevoerd dat de gedragingen haar niet zouden zijn toe te rekenen. Slechts in geschil is de vraag of het opgelegde strafontslag niet onevenredig is.
24. Kwalificaties als “ernstig” of “zeer ernstig” zijn niet rechtstreeks bepalend voor het antwoord op de vraag of een opgelegde straf als (on)evenredig aan het daaraan ten grondslag gelegde plichtsverzuim moet worden beschouwd; alleen de feitelijke aard en ernst van het vastgestelde plichtsverzuim, alle relevante omstandigheden in aanmerking genomen, zijn daarvoor bepalend.
25. Naar het oordeel van de rechtbank is de straf van onvoorwaardelijk ontslag niet onevenredig aan de ernst van het gepleegde plichtsverzuim. Hierbij heeft de rechtbank het volgende in aanmerking genomen.
26. Eiseres is relatief kort voordat de verweten gedragingen hebben plaatsgevonden twee keer eerder met een disciplinaire maatregel geconfronteerd waarbij in het strafvoornemen op 1 augustus 2024 is opgemerkt dat indien eiseres zich in de toekomst opnieuw schuldig maakt aan een vorm van plichtsverzuim er zwaardere disciplinaire maatregelen zouden volgen. Eiseres was daarom als gewaarschuwd mens te beschouwen. De stelling van eiseres dat het daarbij zou gaan om wezenlijk andere feiten en ze daarom minder gewicht in de schaal leggen bij de huidige beoordeling, volgt de rechtbank niet. Ook bij deze feiten ging het om voor een politiemedewerker ontoelaatbaar gedrag. Desondanks heeft eiseres, kort nadat de eerste klacht van [naam 3] had geresulteerd in een bestraffing, op 3 september 2024 contact met haar opgenomen. Dat [naam 3] dit als intimiderend heeft ervaren is begrijpelijk, gelet op de geschetste gang van zaken. Zo heeft eiseres [naam 3] vier keer achter elkaar gebeld, en vervolgens WhatsApp-berichten verstuurd, waarin onder meer staat dat ze het jammer vindt dat [naam 3] niet de ‘moed’ heeft met haar te spreken, en dat ze beschikt over de adresgegevens van [naam 3] . Verder vermeldt eiseres (in strijd met de waarheid) dat de klacht, die [naam 3] over eiseres had ingediend, ‘niet-ontvankelijk’ zou zijn verklaard. Inzicht in hoe dit op [naam 3] kon overkomen, heeft eiseres kennelijk ontbroken. Juist gelet op haar lange staat van dienst mocht van haar worden verwacht dat zij het effect van haar acties op [naam 3] zou kunnen inschatten. De omstandigheid dat het zich – volgens eiseres althans – in de privésfeer afspeelt, doet niets af aan de verwijtbaarheid van het gedrag. Ook dan wordt een politieambtenaar immers geacht voorbeeldgedrag te vertonen. Eiseres heeft door haar gedragingen niet alleen een gevoel van onveiligheid bij [naam 3] teweeg gebracht, maar ook schade toegebracht aan het imago van de politie. Het was [naam 3] immers bekend dat eiseres bij de politie werkzaam was.
27. Gelet op het grote belang van een onkreukbare politieorganisatie mogen aan een politieambtenaar hoge eisen van verantwoordelijkheid, integriteit en betrouwbaarheid worden gesteld. Dit belang weegt zwaarder dan het persoonlijk belang van eiseres bij behoud van haar werk. Wat eiseres verder heeft aangevoerd over haar lange staat van dienst en haar persoonlijke omstandigheden leidt niet tot het oordeel dat de korpschef de betrokken belangen onvoldoende heeft afgewogen.
Conclusie en gevolgen
28. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het strafontslag blijft staan. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.R. ten Berge, voorzitter, en mr. I.S. Burggraaff en mr. H.H. Riemeijer, leden, in aanwezigheid van mr. J.H. Bosveld, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 1 september 2026.
griffier
voorzitter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Besluit algemene rechtspositie politie.
Zie de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 23 oktober 2025, ECLI:NL:CRVB:2025:1528.
Zittingsplaats Haarlem
Bestuursrecht
zaaknummer: HAA 25/2801
uitspraak van de meervoudige kamer van 1 september 2026 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [plaats] , eiseres
(gemachtigde: mr.ir. B.J.M. Vernooij),
en
de korpschef van politie,
(gemachtigde: mr. S.G.J. van den Heuvel).
Samenvatting
1. Deze uitspraak gaat over het aan eiseres verleende strafontslag. Eiseres is het hiermee niet eens. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank of het verleende strafontslag stand kan houden.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het opgelegde strafontslag niet onevenredig is. Eiseres krijgt dus geen gelijk en het beroep is dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
2. Met het bestreden besluit van 23 mei 2025 op het bezwaar van eiseres is de korpschef gebleven bij het besluit eiseres om onvoorwaardelijk ontslag te verlenen.
2.1.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
2.2.
De korpschef heeft een verweerschrift ingediend.
2.3.
De rechtbank heeft het beroep op 12 mei 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres en [naam 4] en de gemachtigde van de korpschef. Tevens waren van de zijde van de korpschef aanwezig: [naam 1] ( [functie 1] ) en [naam 2] ( [functie 2] ).
Beoordeling door de rechtbank
Totstandkoming van het bestreden besluit / wat vooraf ging
3. Eiseres was vanaf [datum] in dienst bij de politie. Laatstelijk was eiseres werkzaam als [functie 3]
4. Bij besluit van 29 juni 2021 heeft eiseres een disciplinaire straf, bestaande uit inhouden van 8 verlofuren, opgelegd gekregen voor het zich een aantal maanden niet houden aan de parkeerregels.
5. Op 20 november 2023 is een klacht over eiseres ingediend door [naam 3] . De melding hield in dat eiseres het politiesysteem zou gebruiken voor haar eigen doelen. [naam 3] heeft dat vernomen van [naam 4] , met wie zij een paar maal een date had. Uit het onderzoek dat daarna door de korpschef is ingezet blijkt dat eiseres in april en augustus 2023 het politiesysteem heeft bevraagd op de naam [naam 4] (LAT-partner van eiseres). Eiseres heeft verder verklaard dat zij ook wel eens een date heeft nagetrokken. Haar wordt met het besluit van 13 augustus 2024 wegens meermaals onbevoegd raadplegen van politiesystemen een straf opgelegd bestaande uit de inhouding van 16 verlofuren.
6. Op 3 september 2024 heeft [naam 3] opnieuw een klacht ingediend over eiseres. Eiseres heeft haar telefonisch en via WhatsApp benaderd om, in de beleving van [naam 3] , ‘verhaal te halen’. Daarbij is door eiseres een bericht gestuurd waaruit blijkt dat zij over de adresgegevens van [naam 3] beschikte (uit het dossier).
7. De korpschef heeft naar aanleiding daarvan opnieuw disciplinair onderzoek laten instellen. Dat onderzoek is op 18 november 2024 afgerond.
8. Op 16 december 2024 heeft de korpschef eiseres meegedeeld dat hij voornemens is haar strafontslag te verlenen. De korpschef verwijt eiseres misbruik te hebben gemaakt van haar positie als politieambtenaar ten opzichte van een burger en een burger in de privésfeer ongewenst en ongepast te hebben bejegend.
9. De zienswijze van eiseres verandert dat niet. De korpschef heeft eiseres bij besluit van 11 maart 2025 de straf van onvoorwaardelijk ontslag opgelegd.
10. De bezwaarschriftencommissie heeft geadviseerd het bezwaar ongegrond te verklaren. Daarbij heeft de commissie betrokken dat eiseres de verweten gedragingen heeft erkend en dat deze als ernstig plichtsverzuim zijn aan te merken. Verder heeft de commissie vastgesteld dat eiseres geen feiten of omstandigheden naar voren heeft gebracht op grond waarvan geoordeeld moet worden dat het plichtsverzuim haar niet valt toe te rekenen.
11. Met betrekking tot de evenredigheid van de straf wijst de commissie erop dat de handelwijze van eiseres bij [naam 3] voor gevoelens van onveiligheid heeft gezorgd, terwijl de politieorganisatie juist een bijdrage dient te leveren aan het veiligheidsgevoel van burgers. Om die reden heeft de politieorganisatie een groot belang bij integere en betrouwbare politieambtenaren. Gelet op de twee eerder opgelegde straffen was eiseres goed gewaarschuwd de ontoelaatbare en onprofessionele gedragingen achterwege te laten. Op grond van die aspecten acht de commissie het juist en redelijk dat het verweten gedrag met de zwaarste straf van ontslag gesanctioneerd wordt. Volgens de commissie is het uit de beslissing duidelijk dat de korpschef rekening heeft gehouden met de belangen van eiseres. Daarbij merkt de commissie op dat de korpschef bereid was eiseres een minnelijk voorstel te doen teneinde enigszins rekening te houden met haar persoonlijke omstandigheden en belangen en de gevolgen van een strafontslag. Volgens de commissie heeft de korpschef alle betrokken belangen deugdelijk afgewogen en dit ook voldoende gemotiveerd. De korpschef heeft zich na afweging van alle betrokken belangen op het standpunt mogen stellen dat de persoonlijke omstandigheden van eiseres niet een dusdanig gewicht in de schaal leggen dat de straf van onvoorwaardelijk ontslag onevenredig zou zijn.
12. In het bestreden besluit heeft de korpschef het advies van de bezwaarcommissie overgenomen en het bezwaar ongegrond verklaard.
Beroepsgronden
13. Eiseres voert aan dat er geen goede belangenafweging heeft plaatsgevonden bij de bepaling van de strafmaat. Zij vindt dat er te weinig gewicht is toegekend aan de omstandigheid dat zij meer dan 37 jaar werkzaam is bij de politie. Zij heeft al die jaren goed gefunctioneerd en heeft door haar eenzijdige ervaring weinig kans op de arbeidsmarkt. Daarbij speelden de verweten feiten zich af in de privésfeer. Iemand die al zo lang bij de politie werkt kan volgens eiseres alleen maar onder zeer bijzondere omstandigheden ontslagen worden.
14. Eiseres voert voorts aan dat niet wordt uitgelegd waarom alleen de zwaarste straf denkbaar recht zou doen aan het haar verweten gedrag. Het had voor de hand gelegen dat er gekozen was voor een mildere straf, bijvoorbeeld voorwaardelijk strafontslag. Inhoudelijk is in het voorgenomen besluit, noch in het definitieve strafbesluit te vinden waarom een mildere straf niet meer aangewezen zou kunnen zijn en wordt aan dit punt ten onrechte voorbij gegaan. Het mag zo zijn dat [naam 3] onaangenaam getroffen was doordat eiseres contact met haar opnam en vanuit haar positie als politieambtenaar heeft geacteerd, waarvan eiseres eerlijk toegeeft dat dit fout was, maar dit rechtvaardigt nog geen strafontslag. Daarbij is ook niet gemotiveerd wat de schade is voor de politieorganisatie. Zelfs wanneer de strafmaat wordt gezien in het licht van het eerdere plichtsverzuim kan dit niet tot een dergelijk zware straf leiden. De eerdere feiten hadden volgens eiseres een wezenlijk ander karakter.
15. Eiseres voert voorts aan dat te weinig rekening is gehouden met haar persoonlijke omstandigheden. Gezien haar langdurige eenzijdige dienstverband en de sociale en psychische gevolgen die een strafontslag zal brengen, heeft de korpschef onvoldoende de financiële gevolgen in overweging genomen. Eiseres zal vanwege haar leeftijd niet makkelijk bij een andere werkgever aan de slag kunnen. In de periode waarin de verweten gedragingen zich voordeden was eiseres psychisch instabiel, zoals blijkt uit de ingebrachte psychiatrische informatie. De korpschef heeft daar geen rekening mee gehouden bij de bepaling van de strafmaat. Eiseres kan verder de korpschef niet volgen dat met haar persoonlijke omstandigheden rekening zou zijn gehouden door haar een minnelijke regeling aan te bieden. Zij wil terug naar haar werk.
Verweerschrift
16. De korpschef stelt hoge integriteits- en betrouwbaarheidseisen aan zijn politieambtenaren. Voor een goed functionerend politiekorps is onberispelijk gedrag van eiseres essentieel. Dit belang van de korpschef weegt zwaarder dan het belang van eiseres om een lagere disciplinaire straf te krijgen en haar werk bij de politie te behouden. De korpschef wijst er daarbij op dat door het handelen van eiseres imagoschade is ontstaan voor de politie. Het was [naam 3] immers bekend dat eiseres bij de politie werkzaam was en zij heeft door het optreden van eiseres een gevoel van onveiligheid gekregen. In de ogen van de korpschef heeft eiseres gehandeld in strijd met integriteits- en betrouwbaarheidseisen, zeker gelet op de eerdere disciplinaire bestraffingen. Hierdoor heeft eiseres het in haar gestelde vertrouwen onherstelbaar beschadigd. Tussen de opgelegde disciplinaire straf en het daaraan ten grondslag gelegde plichtsverzuim bestaat een onlosmakelijk verband. Het gaat om de aard en ernst van de gedragingen van eiseres die de disciplinaire straf van onvoorwaardelijk ontslag kunnen dragen. Eiseres heeft een burger op een volstrekt ontoelaatbare manier in de privésfeer benaderd waarmee zij het vertrouwen in haar ernstig en onherstelbaar heeft beschaamd. Daarbij moet in aanmerking worden genomen dat eiseres door eerdere disciplinaire straffen als een gewaarschuwd mens heeft te gelden. Het argument van eiseres dat het eerdere plichtsverzuim betrekking had op feiten met een wezenlijk ander karakter is zorgelijk te noemen. Hierdoor geeft eiseres onvoldoende blijk van het besef dat haar eerder verweten gedragingen eveneens ontoelaatbaar zijn en afbreuk doen aan haar integriteit en betrouwbaarheid. De korpschef merkt hierbij nog op dat eiseres geen zelfreflectie en lerend vermogen heeft getoond. Dat blijkt bijvoorbeeld uit het disciplinaire hoorgesprek naar aanleiding van de eiseres verweten gedragingen jegens [naam 3] , waarin zij deze gedragingen bagatelliseert en zij aangeeft dat het eigenlijk alleen een privékwestie betreft.
17. Met betrekking tot het gegeven dat eiseres naar eigen zeggen psychisch instabiel is geweest ten tijde van haar gedragingen in de richting van de burger stelt de korpschef zich op het standpunt dat uit de voorhanden psychiatrische informatie niet blijkt dat eiseres ten tijde van de gedragingen instabiel was. Voor zover eiseres naar eigen zeggen wel psychisch instabiel was, maakt dit nog niet dat haar gedragingen niet of verminderd zijn toe te rekenen aan haar. Dat is ook nimmer door eiseres aangevoerd.
18. Het door eiseres gepleegde plichtsverzuim raakt de kern van een professioneel functionerende politieorganisatie. Eiseres heeft met haar gedragingen het vertrouwen zodanig geschonden dat een lichtere disciplinaire straf onvoldoende waarborg biedt voor veilig en betrouwbaar functioneren binnen de organisatie. De door eiseres genoemde persoonlijke omstandigheden zoals de lange duur van dienst en haar positie op de arbeidsmarkt zijn meegewogen, maar bieden onvoldoende tegenwicht tegen de aard en ernst van de aan haar verweten gedragingen.
19. De korpschef kan eiseres niet volgen in haar betoog dat geen, althans onvoldoende, belangenafweging zou hebben plaatsgevonden. De korpschef heeft rekening gehouden met de relevante belangen van eiseres en heeft de afweging van haar belangen en die van de politie ook afdoende en kenbaar voor het voetlicht gebracht. De korpschef merkt daarbij op dat hij niet gehouden is om ieder belang afzonderlijk en uitgebreid in de onderbouwing op te nemen.
Toetsingskader
20. In artikel 76, eerste lid, van het Barp is bepaald dat de ambtenaar die de hem opgelegde verplichtingen niet nakomt of zich overigens aan plichtsverzuim schuldig maakt disciplinair kan worden gestraft. Ingevolge het tweede lid van dat artikel omvat plichtsverzuim zowel het overtreden van een voorschrift als het doen of nalaten van iets dat een goed ambtenaar in gelijke omstandigheden behoort na te laten of te doen. Op grond van artikel 77, eerste lid, aanhef en onder j, van het Barp kan als disciplinaire straf onvoorwaardelijk ontslag worden opgelegd.
21. Voor de constatering van plichtsverzuim dat tot het opleggen van een disciplinaire maatregel aanleiding kan geven, is volgens vaste rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) noodzakelijk dat op basis van de beschikbare, deugdelijk vastgestelde gegevens de overtuiging is verkregen dat de betrokken ambtenaar de hem verweten gedragingen heeft begaan. Verder moet het plichtsverzuim de ambtenaar zijn toe te rekenen en mag de opgelegde straf niet onevenredig zijn aan de ernst van het gepleegde plichtsverzuim.
Oordeel rechtbank
22. De rechtbank stelt voorop dat de feiten niet in geschil zijn. Eiseres heeft erkend [naam 3] te hebben benaderd via telefoon en WhatsApp. De inhoud en toon van het telefoongesprek worden door eiseres en [naam 3] verschillend beschreven, maar vaststaat dat het heeft plaatsgevonden.
23. Eiseres heeft niet betwist dat deze gedragingen plichtsverzuim opleveren. Ook heeft zij niet aangevoerd dat de gedragingen haar niet zouden zijn toe te rekenen. Slechts in geschil is de vraag of het opgelegde strafontslag niet onevenredig is.
24. Kwalificaties als “ernstig” of “zeer ernstig” zijn niet rechtstreeks bepalend voor het antwoord op de vraag of een opgelegde straf als (on)evenredig aan het daaraan ten grondslag gelegde plichtsverzuim moet worden beschouwd; alleen de feitelijke aard en ernst van het vastgestelde plichtsverzuim, alle relevante omstandigheden in aanmerking genomen, zijn daarvoor bepalend.
25. Naar het oordeel van de rechtbank is de straf van onvoorwaardelijk ontslag niet onevenredig aan de ernst van het gepleegde plichtsverzuim. Hierbij heeft de rechtbank het volgende in aanmerking genomen.
26. Eiseres is relatief kort voordat de verweten gedragingen hebben plaatsgevonden twee keer eerder met een disciplinaire maatregel geconfronteerd waarbij in het strafvoornemen op 1 augustus 2024 is opgemerkt dat indien eiseres zich in de toekomst opnieuw schuldig maakt aan een vorm van plichtsverzuim er zwaardere disciplinaire maatregelen zouden volgen. Eiseres was daarom als gewaarschuwd mens te beschouwen. De stelling van eiseres dat het daarbij zou gaan om wezenlijk andere feiten en ze daarom minder gewicht in de schaal leggen bij de huidige beoordeling, volgt de rechtbank niet. Ook bij deze feiten ging het om voor een politiemedewerker ontoelaatbaar gedrag. Desondanks heeft eiseres, kort nadat de eerste klacht van [naam 3] had geresulteerd in een bestraffing, op 3 september 2024 contact met haar opgenomen. Dat [naam 3] dit als intimiderend heeft ervaren is begrijpelijk, gelet op de geschetste gang van zaken. Zo heeft eiseres [naam 3] vier keer achter elkaar gebeld, en vervolgens WhatsApp-berichten verstuurd, waarin onder meer staat dat ze het jammer vindt dat [naam 3] niet de ‘moed’ heeft met haar te spreken, en dat ze beschikt over de adresgegevens van [naam 3] . Verder vermeldt eiseres (in strijd met de waarheid) dat de klacht, die [naam 3] over eiseres had ingediend, ‘niet-ontvankelijk’ zou zijn verklaard. Inzicht in hoe dit op [naam 3] kon overkomen, heeft eiseres kennelijk ontbroken. Juist gelet op haar lange staat van dienst mocht van haar worden verwacht dat zij het effect van haar acties op [naam 3] zou kunnen inschatten. De omstandigheid dat het zich – volgens eiseres althans – in de privésfeer afspeelt, doet niets af aan de verwijtbaarheid van het gedrag. Ook dan wordt een politieambtenaar immers geacht voorbeeldgedrag te vertonen. Eiseres heeft door haar gedragingen niet alleen een gevoel van onveiligheid bij [naam 3] teweeg gebracht, maar ook schade toegebracht aan het imago van de politie. Het was [naam 3] immers bekend dat eiseres bij de politie werkzaam was.
27. Gelet op het grote belang van een onkreukbare politieorganisatie mogen aan een politieambtenaar hoge eisen van verantwoordelijkheid, integriteit en betrouwbaarheid worden gesteld. Dit belang weegt zwaarder dan het persoonlijk belang van eiseres bij behoud van haar werk. Wat eiseres verder heeft aangevoerd over haar lange staat van dienst en haar persoonlijke omstandigheden leidt niet tot het oordeel dat de korpschef de betrokken belangen onvoldoende heeft afgewogen.
Conclusie en gevolgen
28. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het strafontslag blijft staan. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.R. ten Berge, voorzitter, en mr. I.S. Burggraaff en mr. H.H. Riemeijer, leden, in aanwezigheid van mr. J.H. Bosveld, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 1 september 2026.
griffier
voorzitter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Besluit algemene rechtspositie politie.
Zie de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 23 oktober 2025, ECLI:NL:CRVB:2025:1528.