Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Noord-Holland

ECLI:NL:RBNHO:2026:11009

2026-09-02 Civiel recht; Verbintenissenrecht K/4102/11957246
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Uitspraakdatum
2026-09-02
Publicatiedatum
2026-08-24
Rechtsgebied
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure
Bodemzaak
Zaaknummer
K/4102/11957246
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

De handelaar heeft (per abuis) de zakelijke algemene voorwaarden op de overeenkomst van toepassing verklaard. Deze zijn in de verhouding tot de consument onredelijk bezwarend. De handelaar kan niet 'terugvallen' op de consumentenvoorwaarden.

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (14.905 tekens)
RECHTBANK
NOORD-HOLLAND



Civiel recht
Kantonrechter



Zittingsplaats Haarlem



Zaaknummer: 11957246 \ CV EXPL 25-7466




Vonnis van 2 september 2026




in de zaak van



de besloten vennootschap,


[eiser] B.V. mede handelend onder de naam [bedrijf],
te [plaats 1],
eisende partij in conventie,
verwerende partij in reconventie,
hierna te noemen: [eiser],
gemachtigde: Credifixx Incassoservices B.V.,



tegen





[gedaagde]
,
te [plaats 2],
gedaagde partij in conventie,
eisende partij in reconventie,
hierna te noemen: [gedaagde],
gemachtigde: ARAG Rechtsbijstand.





1De procedure


1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding;- de conclusie van antwoord in conventie en van eis in reconventie;- de conclusie van repliek in conventie en van antwoord in reconventie;- de conclusie van dupliek in conventie en van repliek in reconventie;- de conclusie van dupliek in reconventie;- de akte van [gedaagde].




1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.





2Feiten


2.1.
Partijen hebben op 4 april 2025 een huurovereenkomst gesloten. Op grond van deze overeenkomst heeft [gedaagde] voor de duur van één dag (8 april 2025) een Ford Transit met kenteken [kenteken] (hierna: de bestelbus) van [eiser] gehuurd.



2.2.
Partijen zijn een vermindering van het eigen risico overeengekomen. Op de door partijen getekende overeenkomst staat daarover:



“Eigen risico (ER): € 1.000,00 per schadegeval

ER vermindert tot: € 375,00

Verwachte looptijd: 1 dagdeel

Voor bovenhoofdse schade of schade wegens achteruit rijden of in-/uitparkeren geldt een verhoogd eigen risico conform de BOVAG voorwaarden op de achterzijde.

In bepaalde gevallen, zoals vermeld in de BOVAG voorwaarden op de achterzijde, is de huurder volledig aansprakelijk voor gevolgen van schade ontstaan of veroorzaakt met of door het voertuig.”





2.3.
Op de achterzijde van de door partijen ondertekende overeenkomst staan de “Algemene huurvoorwaarden voor de leden van de Bovag verhuur- en deelautobedrijven zakelijke markt” (hierna: de zakelijke voorwaarden).



2.4.
In artikel 10 van de zakelijke voorwaarden staat (onder meer):



“(…)

5. In afwijking van het overeengekomen eigen risico, geldt een hoog eigen risico van maximaal € 5.000 in geval van bovenhoofdse schade en van maximaal € 2.500 bij schade wegens achteruit rijden en wegens in-/uitparkeren.”





2.5.

[eiser] hanteert andere algemene voorwaarden voor consumenten, namelijk de “Algemene voorwaarden verhuur- en deelautobedrijven Bovag” (hierna: de algemene voorwaarden voor consumenten).



2.6.
In artikel 12 van de algemene voorwaarden voor consumenten staat (onder meer):



“1. Huurder is voor schade van de verhuurder per schadegeval aansprakelijk tot het op het huurcontract vermelde eigen risico. Bij het voertuig tot 3500 kilogram is het eigen risico in geval van bovenhoofdse schade maximaal €1500,-. Bij schade wegens achteruit rijden of in-/uitparkeren is het eigen risico eveneens maximaal €1500,-. Voor alle andere schadegevallen is het eigen risico maximaal €1000,-.”





2.7.

[gedaagde] moest uitwijken voor een bal op de weg, waardoor een hangende tak een kras heeft veroorzaakt aan de bovenkant van de bestelbus.



2.8.
Bij factuur van 10 april 2025 heeft [eiser] (onder meer) een bedrag van € 1.500,00 aan schade bij [gedaagde] in rekening gebracht.





3Het geschil in conventie en in reconventie


3.1.

[eiser] vordert - samengevat - veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 1.700,97, vermeerderd de wettelijke rente over de hoofdsom en de proceskosten. [eiser] legt aan haar vordering ten grondslag dat [gedaagde] is tekortgeschoten in de nakoming van zijn betalingsverplichting uit de huurovereenkomst. Op grond van die overeenkomst moet [gedaagde] in totaal een bedrag van € 1.500,00 betalen voor de bovenhoofdse schade aan de gehuurde bestelbus, maar ondanks sommaties heeft [gedaagde] nagelaten om het nog openstaande bedrag van € 1.442,29 te betalen.



3.2.

[gedaagde] voert verweer. Hij betwist een bedrag van € 1.500,00 aan schade verschuldigd te zijn. Hij moet op grond van de overeenkomst slechts maximaal € 375,00 betalen, omdat dit het eigen risico is dat uitdrukkelijk is overeengekomen.



3.3.

[gedaagde] stelt verder dat sprake is van een oneerlijke handelspraktijk, omdat [eiser] haar wettelijke informatieplicht heeft geschonden en de (juiste set) algemene voorwaarden niet (correct) aan [gedaagde] ter hand heeft gesteld. [gedaagde] vordert daarom bij wijze van tegenvordering dat de kantonrechter de overeenkomst (geheel of gedeeltelijk) vernietigt en [eiser] veroordeelt tot restitutie van het door [gedaagde] onverschuldigd betaalde bedrag van € 387,74.



3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.





4De beoordeling



de vordering en de tegenvordering




4.1.
De vordering en de tegenvordering lenen zich voor gezamenlijke behandeling.



Ambtshalve toetsing informatieplichten





4.2.
Tussen partijen is niet in geschil dat [gedaagde] de overeenkomst is aangegaan als consument. De kantonrechter stelt vast dat sprake is van een overeenkomst die anders dan op afstand of buiten de verkoopruimte is gesloten. Bij het sluiten van dergelijke overeenkomsten moet de handelaar (in dit geval [eiser]) voldoen aan de wettelijke precontractuele informatieplichten van artikel 6:230l van het Burgerlijk Wetboek (BW). Dat aan deze plichten is voldaan, moet gemotiveerd worden gesteld en onderbouwd.



4.3.
Volgens [gedaagde] heeft [eiser] niet aan de informatieplicht van artikel 6:230l onder c BW voldaan. Volgens dat artikel moet de informatie over de totale prijs van de zaak of dienst en in ieder geval het feit dat er eventueel extra kosten verschuldigd kunnen zijn in duidelijke en begrijpelijke wijze aan de consument worden verstrekt.



4.4.

[eiser] stelt dat de informatie over het niet te verlagen eigen risico bij bovenhoofdse schade voldoende duidelijk aan [gedaagde] is gecommuniceerd bij het sluiten van de overeenkomst. [eiser] heeft verwezen naar de door partijen getekende overeenkomst waarop op de voorzijde de informatie over bovenhoofdse schade staat vermeld en op de achterzijde algemene voorwaarden gedrukt staan. Dit is naar het oordeel van de kantonrechter voldoende, omdat [gedaagde] deze overeenkomst vóór het zetten van zijn handtekening (en dus vóór het sluiten van de overeenkomst) heeft kunnen lezen. De vraag of [gedaagde] ook mondeling op de hiervoor bedoelde informatie is gewezen, kan daarom in het midden blijven.



4.5.
Naar het oordeel van de kantonrechter heeft [eiser] voldoende duidelijk toegelicht dat zij bij het sluiten van de overeenkomst aan de informatieplichten van artikel 6:230l BW heeft voldaan. Er bestaat dan ook geen aanleiding om de overeenkomst op deze grond (gedeeltelijk) te vernietigen.



(Ambtshalve) toetsing oneerlijke bedingen





4.6.
De kantonrechter moet ook ambtshalve onderzoeken of de bedingen die in de tussen partijen gesloten overeenkomst en algemene voorwaarden staan, niet oneerlijk zijn in de zin van Richtlijn 93/12/EEG betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten. Een beding wordt als oneerlijk beschouwd als het in strijd met de goede trouw het evenwicht tussen de uit de overeenkomst voortvloeiende rechten en verplichtingen van de partijen ten nadele van de consument aanzienlijk verstoort.



4.7.
In dit geval zijn de ‘Bovag-voorwaarden zoals opgenomen op de achterzijde van de overeenkomst’ van toepassing verklaard. Tussen partijen is niet in geschil dat de overeenkomst (per abuis) op zakelijk briefpapier is gedrukt. Dat betekent dat de zakelijke voorwaarden op de achterkant van de overeenkomst gedrukt staan en dat deze set algemene voorwaarden dus (onbedoeld) van toepassing is geworden op de overeenkomst. In artikel 10 van deze voorwaarden staat dat de huurder (in afwijking van het overeengekomen eigen risico) in het geval van bovenhoofdse schade aansprakelijk is voor een bedrag van maximaal € 5.000,00 (zie 2.4).


4.8.
De kantonrechter is van oordeel dat het op zichzelf niet onredelijk is dat bepaalde typen schade in de algemene voorwaarden worden uitgezonderd van het overeengekomen eigen risico. In dit geval is de aansprakelijkheidsregeling echter kennelijk toegesneden op overeenkomsten tussen zakelijke partijen. Toepassing van die regeling in een consumentenovereenkomst zou leiden tot een aanzienlijke verdergaande beperking van de rechten van de consument dan gebruikelijk is en verstoort het evenwicht tussen de uit de overeenkomst voortvloeiende rechten en plichten ten nadele van de consument aanzienlijk. De kantonrechter is daarom van oordeel dat het beding onredelijk bezwarend is en vernietigt het.


4.9.
De vernietiging van het aansprakelijkheidsbeding heeft tot gevolg dat [eiser] zich niet met succes op de uitzondering op het overeengekomen eigen risico kan beroepen. Dat [eiser] zich heeft beroepen op het lagere aansprakelijkheidsmaximum uit de consumentenvoorwaarden, maakt dat niet anders. Die voorwaarden zijn immers geen onderdeel van de overeenkomst, zodat daarop niet kan worden teruggevallen.


4.10.
De conclusie is dat [gedaagde] (slechts) het overeengekomen eigen risico van € 375,00 aan [eiser] verschuldigd is. Dit bedrag heeft [gedaagde] al aan [eiser] voldaan. De vorderingen van [eiser] in de hoofdzaak worden daarom afgewezen. Omdat de vernietiging van het beding geen gevolgen heeft voor de geldigheid van de rest van de overeenkomst, zijn de al verrichtte betalingen van [gedaagde] aan [eiser] niet onverschuldigd gedaan. Dat betekent dat de tegenvordering van [gedaagde] tot restitutie eveneens wordt afgewezen.




Proceskosten




4.11.

[eiser] is in conventie in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [gedaagde] in conventie worden begroot op:









- salaris gemachtigde


€


434,00


(2 punten × € 217,00)




- nakosten


€


108,50


(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)




Totaal


€


542,50











4.12.

[gedaagde] is in reconventie (grotendeels) in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser] in reconventie worden begroot op:









- salaris gemachtigde


€


217,00


(2 punten × factor 0,5 x € 217,00)




- nakosten


€


108,50


(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)




Totaal


€


325,50













5De beslissing


De kantonrechter




in conventie




5.1.
vernietigt het op de overeenkomst toepasselijke in artikel 10 van de zakelijke voorwaarden opgenomen beding,



5.2.
wijst de vorderingen van [eiser] af5.3. veroordeelt [eiser] in de proceskosten van € 542,50, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [eiser] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,



in reconventie





5.3.
wijst de vordering van [gedaagde] af,



5.4.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 325,50, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,



in conventie en reconventie





5.5.
wijst het meer of anders gevorderde af,



5.6.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.


Dit vonnis is gewezen door mr. R.I.V. Scherpenhuijsen Rom en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter






Zie, onder meer, het arrest van de Hoge Raad van 12 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:1677.