Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Noord-Holland

ECLI:NL:RBNHO:2026:10674

2026-08-11 Strafrecht 15/153439-25
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Uitspraakdatum
2026-08-11
Publicatiedatum
2026-08-18
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
Zaaknummer
15/153439-25
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Vrijspraak voor het plegen van ontuchtige handelingen met een minderjarige. Veroordeling voor het gewoonte maken van het verwerven van, het in bezit hebben van en het zich de toegang verschaffen tot kinderpornografische afbeeldingen. Gevangenisstraf voor de duur van zes maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren. Taakstraf voor de duur van 120 uren. Geen overschrijding van de redelijke termijn. Vordering benadeelde partij niet-ontvankelijk.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (40.449 tekens)
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Team Straf, zittingsplaats Haarlem
Meervoudige strafkamer


Parketnummer: 15/153439-25 (P)
Uitspraakdatum: 11 augustus 2026
Tegenspraak



Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 28 juli 2026 in de zaak tegen:





[verdachte]

,

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],
ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres [adres].



De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. A.M.H.G. Peters en van wat de verdachte en zijn raadsvrouw, mr. A.D. Renshof, advocaat te Haarlem, naar voren hebben gebracht.





1Tenlastelegging
Aan de verdachte is, verkort en zakelijk weergegeven, ten laste gelegd dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan:



Feit 1


primair

het plegen van ontuchtige handelingen, die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam met [het slachtoffer], die op dat moment de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, in de periode van 1 juni 2014 tot en met 1 oktober 2014 te Hoofddorp;




subsidiair

het plegen van ontuchtige handelingen met [het slachtoffer], die op dat moment de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt in de periode van 1 juni 2014 tot en met 1 oktober 2014 te Hoofddorp;




Feit 2

het verwerven van, het in bezit hebben van en het zich de toegang verschaffen tot kinderpornografische afbeeldingen in de periode van 28 september 2014 tot en met 6 januari 2022 te Alkmaar, althans in Nederland.



De volledige tenlastelegging is opgenomen in bijlage I bij dit vonnis en geldt als hier ingevoegd.





2Voorvragen
De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.




3Beoordeling van het bewijs

3.1


Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot vrijspraak van het onder 1 primair en subsidiair ten laste gelegde feit en tot bewezenverklaring van het onder 2 ten laste gelegde feit.




3.2


Standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft vrijspraak bepleit van het onder 1 primair en subsidiair ten laste gelegde feit. Ten aanzien van feit 2 heeft zij zich op het standpunt gesteld dat de verdachte geen gewoonte heeft gemaakt van het ten laste gelegde feit. De verdachte moet aldus van feit 2 partieel worden vrijgesproken.




3.3

Oordeel van de rechtbank


3.3.1

Vrijspraak feit 1
Naar het oordeel van de rechtbank is niet wettig en overtuigend bewezen wat aan de verdachte onder 1 primair en subsidiair ten laste is gelegd, zodat hij daarvan moet worden vrijgesproken. De rechtbank overweegt daartoe als volgt.



Juridisch kader

Bij de beoordeling van het bewijs stelt de rechtbank voorop dat zedenzaken zich doorgaans laten kenmerken door het gegeven dat slechts twee personen aanwezig waren bij de ten laste gelegde seksuele handelingen: het veronderstelde slachtoffer en de vermeende dader. Wanneer de vermeende dader de seksuele handelingen ontkent, zoals zich in deze zaak voordoet, dan is er slechts een getuige, het slachtoffer, die vanuit eigen waarneming verklaart over wat er is gebeurd.



Op grond van het bepaalde in artikel 342, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering (Sv) is echter de verklaring van één getuige onvoldoende om tot een bewezenverklaring te kunnen komen. Daarvoor moet in ieder geval sprake zijn van ander bewijs dat aan die verklaring voldoende steun biedt (steunbewijs). Of sprake is van voldoende steunbewijs is afhankelijk van de omstandigheden van het geval.



Dat betekent dat de rechtbank moet beoordelen of de verklaringen van het veronderstelde slachtoffer betrouwbaar zijn en vervolgens of die verklaringen ook voldoende steun vinden in ander bewijsmateriaal. Uit de jurisprudentie van de Hoge Raad volgt dat niet is vereist dat elk bestanddeel van het ten laste gelegde feit steun vindt in ander bewijsmateriaal. Het is voldoende dat de verklaring van het veronderstelde slachtoffer op bepaalde punten bevestiging vindt in andere bewijsmiddelen afkomstig van een andere bron. Daar staat tegenover dat tussen die verklaring en het overige bewijsmateriaal een niet te ver verwijderd verband mag bestaan.




De betrouwbaarheid van de verklaringen van de aangeefster

Uit het dossier blijkt dat de verdachte en de aangeefster langere tijd contact hebben gehad via verschillende digitale (media)platforms en dat zij hadden afgesproken elkaar te ontmoeten. Die ontmoeting volgde in de zomer van 2024 in Hoofddorp. De aangeefster heeft, nadat eerder een zogenaamd informatief gesprek met haar had plaatsgevonden, op 28 januari 2021 aangifte gedaan, waarin zij heeft verklaard dat er tijdens die ontmoeting seksuele handelingen hebben plaatsgevonden tussen haar en de verdachte. Zij heeft verklaard dat de verdachte aan haar borsten heeft gezeten, aan haar tepels heeft gezogen en haar vagina heeft betast, waarbij hij ook met zijn vinger(s) in haar vagina is geweest. Ook heeft zij verklaard dat zij seksuele handelingen bij de verdachte heeft verricht, namelijk het in zijn ballen knijpen, aftrekken en het opzetten en aftrekken van tepelklemmen.



De rechtbank stelt vast dat de verklaringen van de aangeefster in het informatieve gesprek zeden en het verhoor bij de politie in grote lijnen gelijkluidend zijn. Ook de latere verklaring die zij tijdens het verhoor bij de rechter-commissaris heeft afgelegd is in grote lijnen gelijkluidend aan hetgeen zij eerder bij de politie heeft verklaard. Haar verklaringen zijn dan ook consistent ten opzichte van elkaar. Naast de concrete en gedetailleerde verklaring van de aangeefster over de seksuele handelingen en de wijze waarop die hebben plaatsgevonden, heeft zij ook concrete gebeurtenissen en details benoemd, zoals de plaats waar zij met de verdachte had afgesproken en de (emotionele) reacties die de verdachte op bepaalde momenten op haar (seksueel) handelen gaf. De aangeefster heeft haar verhaal op authentieke wijze, in haar eigen bewoordingen, gedaan en komt daarmee geloofwaardig over. De rechtbank is van oordeel dat de verklaring van de aangeefster betrouwbaar en als bewijs kan worden gebruikt.




Het steunbewijs

Naast de verklaring van de aangeefster, bevinden zich in het dossier een getuigenverklaring van [getuige], de ex-vriend van de aangeefster, en gesprekken via verschillende digitale (media)platforms tussen de verdachte en de aangeefster.



De verklaring van getuige [getuige] over wat de aangeefster zou zijn overkomen kan geen steun bieden aan de verklaring van de aangeefster. De getuige heeft de feiten die aan de verdachte zijn ten laste gelegd namelijk niet zelf waargenomen en hij verklaart uitsluitend wat hij van de aangeefster heeft gehoord. Daarmee is de informatie waarover deze getuige heeft verklaard afkomstig uit dezelfde bron, namelijk de aangeefster. Voor zover de getuige een gedragsverandering bij de aangeefster heeft waargenomen, namelijk dat zij wat stiller werd, op het moment dat hij voorstelde om samen naar Alkmaar te gaan, kan zijn verklaring ook niet voldoende steun bieden aan de verklaringen van de aangeefster. De gedragsverandering bij de aangeefster waarover deze getuige heeft verklaard, zijn geen emoties die vlak na of enige tijd na de vermeende seksuele handelingen zijn waargenomen maar een verandering in gedrag die enkele jaren daarna zijn gezien. Van deze waarnemingen kan daarom niet zonder meer worden vastgesteld dat deze een verband hebben met de beschuldiging. De verklaring van de ex-vriend van de aangeefster kan daarom niet worden gebruikt als steunbewijs.



De rechtbank is evenmin van oordeel dat voldoende steunbewijs kan worden geput uit de online gesprekken tussen de verdachte en de aangeefster. Uit deze gesprekken valt op te maken dat deze soms seksueel van aard waren, maar geen enkel bericht wijst erop dat er tijdens de ontmoeting enig seksueel contact tussen de verdachte en de aangeefster heeft plaatsgevonden.




Conclusie

De rechtbank is, gelet op het voorgaande van oordeel dat er onvoldoende steunbewijs voor de verklaring van de aangeefster is. Daarom wordt niet voldaan aan het bewijsminimum van artikel 342, tweede lid, Sv. Dit betekent dat voor het onder 1 primair en subsidiair ten laste gelegde onvoldoende bewijs in het dossier aanwezig is. De rechtbank zal de verdachte hiervan dan ook vrijspreken.




3.3.2


Redengevende feiten en omstandigheden feit 2

De rechtbank komt op grond van de inhoud van de bewijsmiddelen tot bewezenverklaring van het onder 2 ten laste gelegde feit.



De rechtbank heeft vastgesteld dat er ten aanzien van het bewezen verklaarde feit – met uitzondering van het bestanddeel ‘een gewoonte maken’ – sprake is van een bekennende verdachte en dat namens hem geen vrijspraak is bepleit als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste volzin, Sv. Gelet daarop zal worden volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen op grond waarvan de rechtbank tot een bewezenverklaring is gekomen, te weten:



de bekennende verklaring van de verdachte, ter terechtzitting van 28 juli 2026 afgelegd;


een proces-verbaal van beschrijving kinderpornografisch materiaal van 31 juli 2024 met bijlagen I tot en met IV (dossierpaginanummer 76-115).


een proces-verbaal van bevindingen van 22 juli 2026 (aanvullend proces-verbaal van bevindingen).




De genoemde processen-verbaal zijn in de wettelijke vorm opgemaakt door personen die daartoe bevoegd zijn en voldoen ook overigens aan de daaraan bij wet gestelde eisen.




3.3.3


Bewijsoverweging feit 2 – een gewoonte maken

De rechtbank is van oordeel dat de strafverzwarende omstandigheid ‘een gewoonte maken’ wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard. Daartoe overweegt de rechtbank als volgt.



Uit het dossier volgt dat op 6 januari 2022 onder de verdachte vier computers en twee harddisks (hierna: gegevensdragers) in beslag zijn genomen waarop in totaal 55.974 foto’s en 97 video’s zijn aangetroffen die als kinderpornografisch materiaal kunnen worden gekwalificeerd. Een deel daarvan was ten tijde van het aantreffen niet meer direct toegankelijk. Verder volgt uit het onderzoek naar de metadata (de aanmaakdatum en de laatst geopende datum) van het aangetroffen materiaal dat het aannemelijk is dat de verdachte in de periode 28 september 2014 tot en met 12 mei 2022 actief is geweest in het toegang verschaffen tot en het in bezit komen van kinderpornografisch materiaal.



Het betoog van de raadsvrouw dat niet bewezen kan worden verklaard dat de verdachte een gewoonte heeft gemaakt van het onder 2 ten laste gelegde omdat onder meer een deel van het aangetroffen materiaal niet meer direct toegankelijk was, volgt de rechtbank niet. Bij de verdachte is een zeer grote hoeveelheid kinderpornografisch materiaal aangetroffen. Daar komt bij dat dit materiaal naar ‘thema’ is gerangschikt en opgeslagen in een georganiseerde mappenstructuur op verschillende gegevensdragers. Dat een deel van de afbeeldingen niet meer direct toegankelijk was, doet er niet aan af dat de verdachte over een langere periode zich de toegang heeft verschaft tot het materiaal en dat materiaal heeft verworven. De rechtbank acht daarom de strafverzwarende omstandigheid ‘een gewoonte maken’ wettig en overtuigend bewezen.





3.4


Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 2 ten laste gelegde feit heeft begaan, in die zin dat



hij in de periode van 28 september 2014 tot en met 6 januari 2022 te Alkmaar, althans in Nederland, meermalen - afbeeldingen, te weten: foto's en video's en- gegevensdragers, bevattende afbeeldingen, te weten:een NVIDIA Shield tablet, goednummer 1331420, en een Server HP Proliant zwart (disk 1), goednummer 1331502 en een Computer Corsair, goednummer 1331508, - van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken heeft verworven en/of in bezit heeft gehad en/of zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang heeft verschaft welke seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit:het oraal en/of vaginaal penetreren van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en/of het oraal en/of vaginaal penetreren van het lichaam van een (ander) persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en/of het oraal en/of vaginaal penetreren van/door zichzelfenhet betasten en/of aanraken van het geslachtsdeel van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en/of het betasten en/of aanraken van de borsten van/door zichzelfenhet geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van/door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, waarbij deze persoon gekleed is en/of opgemaakt is en/of poseert in een omgeving en/of met een voorwerp en/of in een erotisch getinte houding (op een wijze) die niet bij zijn/haar leeftijd past/passen en/of waarbij deze persoon zich (vervolgens) in opeenvolgende afbeeldingen/filmfragmenten van zijn/haar kleding ontdoet en/of (waarna) door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van deze persoon en/of de uitsnede van de foto's/film(s) nadrukkelijk het (ontblote) geslachtsdeel, de borsten en/of billen van deze persoon in beeld gebracht worden (waarbij) de afbeelding (aldus) (telkens) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkelingenhet houden van een (stijve) penis bij/naast het gezicht en/of lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt (waarbij op dat gezicht/lichaam een op sperma gelijkende substantie zichtbaar is) (waarbij) de afbeelding (aldus) (telkens) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkelingen hij aldus van het plegen van dit misdrijf een gewoonte heeft gemaakt.



De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten zijn verbeterd. Blijkens het verhandelde op de terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in zijn verdediging.



Wat aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.






4Kwalificatie en strafbaarheid van het feit
Het bewezen verklaarde levert op:



een gegevensdrager bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, verwerven, in bezit hebben en zich door middel van een geautomatiseerd werk of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang daartoe verschaffen, terwijl van het plegen van dit misdrijf een gewoonte wordt gemaakt.




Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden waardoor de wederrechtelijkheid aan het bewezen verklaarde zou ontbreken. Het bewezen verklaarde is dus strafbaar.





5Strafbaarheid van de verdachte
Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.




6Motivering van de sanctie

6.1


Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van zes maanden, met een proeftijd van twee jaren. Hieraan moeten de door de reclassering geadviseerde voorwaarden worden verbonden, met uitzondering van het contactverbod. Daarnaast heeft de officier van justitie gevorderd dat aan de verdachte een taakstraf wordt opgelegd voor de duur van 120 uren, te vervangen door 60 dagen hechtenis.




6.2


Standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft verzocht om bij de strafoplegging rekening te houden met de omstandigheden dat een groot deel van het aangetroffen materiaal bestond uit zogenoemde poseerafbeeldingen en -fotoseries en dat een groot gedeelte niet meer rechtstreeks toegankelijk was. Daarnaast moet rekening gehouden worden met een overschrijding van de redelijke termijn, de persoonlijke omstandigheden van de verdachte en zijn proactieve houding door direct na zijn aanhouding hulp te aanvaarden. Een voorwaardelijke gevangenisstraf met een proeftijd van één jaar en de geadviseerde bijzondere voorwaarden acht de raadsvrouw passend.




6.3


Oordeel van de rechtbank

Bij de beslissing over de sancties die aan de verdachte moet worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.




Ernst van het feit

De verdachte heeft zich gedurende een zeer lange periode (ruim zeven jaar) schuldig gemaakt aan het verwerven van en/of het in bezit hebben van en/of zich de toegang verschaffen tot een grote hoeveelheid kinderpornografisch beeldmateriaal, waarvan hij een gewoonte heeft gemaakt. Het is een feit van algemene bekendheid dat de gevolgen die deze kinderen hiervan in psychische en fysieke zin ondervinden, heel ingrijpend zijn. De rechtbank houdt de verdachte medeverantwoordelijk voor het seksueel misbruik en de exploitatie van jonge kinderen omdat hij, door (op grote schaal) kinderporno te verzamelen, heeft bijgedragen aan het in stand houden van de vraag naar kinderporno. Voor een effectieve bestrijding van kinderporno is het noodzakelijk dat niet alleen de personen die kinderporno maken worden vervolgd en bestraft, maar ook degenen die kinderporno verzamelen. Dat een groot gedeelte van de kinderpornografische afbeeldingen lijkt te gaan om poseerafbeeldingen en -fotoseries, doet naar het oordeel van de rechtbank niets af aan de ernst van het feit.




Persoonlijke omstandigheden

Met betrekking tot de persoon van de verdachte heeft de rechtbank gelet op het strafblad van de verdachte (Uittreksel Justitiële Documentatie) van 18 juni 2026, waaruit blijkt dat hij niet eerder voor een strafbaar feit is veroordeeld.



De rechtbank heeft verder kennisgenomen van het reclasseringsadvies van 26 november 2025. De reclassering heeft geadviseerd een (deels) voorwaardelijke straf op te leggen, met daaraan verbonden de volgende bijzondere voorwaarden:



een meldplicht bij de reclassering;


een ambulante behandeling;


ambulante begeleiding;


het vinden en behouden van dagbesteding;


een contactverbod


het vermijden van digitale omgevingen waar de verdachte in aanraking komt met seksueel kindermisbruik.





Geen overschrijding redelijke termijn

De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat de rechtbank bij het bepalen van de hoogte van de straffen ook rekening moet houden met een overschrijding van de redelijke termijn.



De rechtbank stelt voorop dat in artikel 6, eerste lid van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden het recht van iedere verdachte is gewaarborgd om binnen een redelijke termijn te worden berecht. Die termijn vangt aan op het moment dat door of namens de Nederlandse staat tegenover een verdachte een handeling is verricht waaraan hij in redelijkheid de verwachting kan ontlenen dat tegen hem een strafvervolging zal worden ingesteld. Het eerste verhoor van de verdachte door de politie heeft niet steeds als een zodanige handeling te gelden. Wel moeten de inverzekeringstelling van de verdachte en de betekening van de dagvaarding als zo'n handeling worden aangemerkt.



Anders dan de raadsvrouw is de rechtbank van oordeel dat de doorzoeking van de woning van verdachte en de inbeslagname van de gegevensdragers op 6 januari 2022 niet geldt als een handeling waaraan de verdachte in redelijkheid de verwachting kon ontlenen dat tegen hem een strafvervolging zou worden ingesteld. De vraag of als gevolg van die doorzoeking een strafvervolging zou worden ingesteld is immers sterk afhankelijk van wat er tijdens die doorzoeking en op de in beslag genomen gegevensdragers zou worden gevonden. Op 8 mei 2025 is de verdachte vervolgens aangehouden voor het kinderpornografische materiaal dat op zijn gegevensdragers is aangetroffen. Kort na die aanhouding van de verdachte heeft de raadsvrouw zich in juni 2025 gesteld. Uit deze omstandigheden leidt de rechtbank af dat de verdachte zich naar aanleiding van zijn aanhouding tot zijn raadsvrouw heeft gewend en dat hij er vanaf dat moment rekening mee hield dat er tegen hem een strafvervolging zou worden ingesteld. Naar het oordeel van de rechtbank is de redelijke termijn daarom op 8 mei 2025 aangevangen. Omdat de rechtbank dit vonnis op 11 augustus 2026 wijst, is de redelijke termijn (van twee jaar) niet is overschreden. Wel zal de rechtbank in strafverminderende zin rekening houden met het tijdsverloop van deze zaak.




Op te leggen straffen

Bij het bepalen van de hoogte van de straffen heeft de rechtbank gekeken naar de oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht. Normaliter wordt in dit soort zaken een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van aanzienlijke duur opgelegd. De rechtbank is echter van oordeel dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf in deze zaak niet passend is. Daarbij zijn voor de rechtbank van belang dat de verdachte ten aanzien van het bewezen verklaarde feit vanaf het begin openheid van zaken heeft gegeven, dat hij vrijwillig is gestart met een behandeling en dat hij een first offender is. Zoals gezegd houdt de rechtbank ook rekening met het tijdsverloop. Gelet hierop en hoewel voor dit feit een taakstrafverbod (artikel 22b van het Wetboek van Strafrecht) geldt, zal de rechtbank geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf opleggen. De rechtbank acht een onvoorwaardelijke gevangenisstraf niet passend, ook niet voor één dag. De verdachte is hier niet bij gebaat en de strafvorderlijke en maatschappelijke meerwaarde om aan deze verdachte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen ontbreekt. Het taakstrafverbod zou er voorts toe leiden dat aan de verdachte alleen een geldboete kan worden opgelegd. Gelet op de ernst van het bewezen verklaarde acht de rechtbank ook die straf niet passend.



Alles afwegende zal de rechtbank, in lijn met de vordering van de officier van justitie, een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van zes maanden opleggen. De rechtbank acht oplegging van de hiervoor genoemde bijzondere voorwaarden, met uitzondering van het contactverbod en het vinden en behouden van dagbesteding, noodzakelijk om het herhalingsgevaar tot een aanvaardbaar niveau in te perken. Deze voorwaarden zal de rechtbank verbinden aan de voorwaardelijke gevangenisstraf, met een proeftijd van twee jaar. De voorwaardelijke gevangenisstraf is (mede) bedoeld om de verdachte ervan te weerhouden zich voor het einde van die proeftijd schuldig te maken aan een strafbaar feit en dient als stok achter de deur voor het naleven van de bijzondere voorwaarden.



Om de ernst van het bewezen verklaarde feit te benadrukken zal de rechtbank aan de verdachte ook een taakstraf van 120 uren opleggen, te vervangen door 60 dagen hechtenis.






7Het beslag
Onder de verdachte zijn zes verschillende gegevensdragers (vier computers en twee harddisks) in beslag genomen en niet teruggegeven.


7.1


Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de inbeslaggenomen goederen moeten worden onttrokken aan het verkeer, omdat op de gegevensdragers kinderpornografisch materiaal is aangetroffen.




7.2


Standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft geen opmerkingen over de inbeslaggenomen goederen gemaakt.




7.3


Oordeel van de rechtbank

De rechtbank is van oordeel dat de onder de verdachte in beslag genomen en niet teruggegeven gegevensdragers aan het verkeer moeten worden onttrokken. Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat het onder 2 bewezen verklaarde feit met behulp van die voorwerpen is begaan, en gelet op de op die voorwerpen aangetroffen kinderpornografische afbeeldingen, zijn die voorwerpen van zodanige aard dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet.






8Vordering benadeelde partij
Namens de benadeelde partij [het slachtoffer] heeft mr. N.H.J.M. Linotte, advocaat te Haarlem, tegen de verdachte een vordering tot schadevergoeding ingediend van € 47.837,05 wegens materiële en immateriële schade die zij als gevolg van het onder 1 primair en subsidiair ten laste gelegde zou hebben geleden.


Omdat de verdachte wordt vrijgesproken van het onder 1 primair en subsidiair ten laste gelegde, kan de rechtbank de vordering van de benadeelde partij niet beoordelen. De benadeelde partij wordt daarom in haar vordering niet-ontvankelijk verklaard.



De rechtbank zal bepalen dat de benadeelde partij en de verdachte ieder de eigen proceskosten dragen.





9Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:
artikel 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 36b, 36c en 240b van het Wetboek van Strafrecht.



Deze voorschriften zijn toegepast zoals zij golden op het moment van het bewezen verklaarde dan wel van deze uitspraak.





10Beslissing
De rechtbank:


Verklaart niet bewezen wat aan de verdachte onder 1 primair en subsidiair is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij.



Verklaart bewezen dat de verdachte het onder 2 ten laste gelegde feit heeft begaan zoals hiervoor onder 3.4 weergegeven.



Verklaart niet bewezen wat aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt hem daarvan vrij.



Bepaalt dat het bewezen verklaarde feit het hierboven onder 4. vermelde strafbare feit oplevert.



Verklaart de verdachte hiervoor strafbaar.



Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van zes (6) maanden, met bevel dat deze straf niet ten uitvoer zal worden gelegd en stelt daarbij een proeftijd vast van twee jaren.



Stelt als algemene voorwaarde dat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit.



Stelt als bijzondere voorwaarden dat:


1. Meldplicht bij reclassering
De verdachte zich zal melden bij Reclassering Nederland op het adres Drechterwaard 102 te Alkmaar. De verdachte blijft zich melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt.

2. Ambulante behandeling

De verdachte zich zal laten behandelen door de Waag, GGZ-NHN of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering. De behandeling duurt de gehele proeftijd of
zoveel korter als de reclassering nodig vindt. De verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling. Gelet op de problematiek kan hieronder ook het innemen van medicijnen vallen, als de zorgverlener dat nodig vindt.


3. Ambulante begeleiding
De verdachte zich zal laten begeleiden door Stichting de Ontmoeting, Leger des Heils of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering. De begeleiding moet nog starten en duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. De verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de begeleiding.

4. Vermijden digitale omgevingen seksueel kindermisbruik
De verdachte gedurende de gehele proeftijd:


digitale omgevingen zal vermijden waarin hij in aanraking kan komen met afbeeldingen van seksuele handelingen met minderjarigen;


digitale omgevingen zal vermijden waarin over seksuele handelingen met minderjarigen wordt gecommuniceerd;


3. geen gebruik zal maken van virtuele machines, versleutelprogramma’s (zoals Bitlocker, Veracrypt) of applicaties die helpen de identiteit te verbergen (zoals een VPN), tenzij de reclassering toestemming heeft gegeven voor het gebruik (zoals voor werk of voor bankzaken);
4. inzicht geeft in de wijze waarop hij de omgevingen genoemd onder 1. en 2. zal vermijden en bespreekt hoe dit verlopen is voor het verstreken deel van de proeftijd.


Het toezicht op de naleving van de onderdelen 1. tot en met 3. beperkt zich tot geautomatiseerde controles van digitale apparaten (zoals computers, smart devices, USB sticks, SD-kaarten, externe harde schijven) waarop bestanden kunnen worden opgeslagen en/of waarmee internet kan worden benaderd en die de verdachte in gebruik heeft. De verdachte werkt mee aan deze controles tijdens (on)aangekondigde huisbezoeken en verschaft toegang tot alle aanwezige digitale apparaten die de verdachte in gebruik heeft. Hieronder wordt begrepen het verstrekken van wachtwoorden, codes of
andere wijzen van ontgrendeling of ontsluiting zoals vingerafdrukken, die nodig zijn voor toegang. Op verzoek past de verdachte de instellingen zodanig aan dat controle mogelijk is. De wijzigingen mogen niet leiden tot definitieve wijzigingen aan het apparaat en worden aan het einde van de controle weer teruggezet. De controles worden uitgevoerd door de reclassering. Indien en voor zover noodzakelijk mag de reclassering voor ondersteuning op technisch en digitaal gebied een specialist, niet zijnde een opsporingsambtenaar meenemen. De controles mogen gedurende de gehele proeftijd maximaal drie keer per aantal jaren van de proeftijd uitgevoerd worden, waarbij de persoonlijke levenssfeer van de verdachte zoveel mogelijk wordt geëerbiedigd. De controles strekken er in het bijzonder niet toe een min of meer volledig beeld te krijgen van het persoonlijke leven van de verdachte.



Geeft aan voornoemde reclasseringsinstelling de opdracht als bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden.



Voorwaarden daarbij zijn dat de verdachte gedurende de proeftijd:

- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;
- medewerking zal verlenen aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht, daaronder begrepen.


Veroordeelt de verdachte tot het verrichten van 120 (honderdtwintig) uren taakstraf die bestaat uit het verrichten van onbetaalde arbeid, bij het niet of niet naar behoren verrichten daarvan te vervangen door 60 (zestig) dagen hechtenis.




Beslag

Verklaart verbeurd:



1 STK Computer (Omschrijving: PL1100-2021049113-1331420, zwart);


1 STK Computer (Omschrijving: PL1100-2021049113-1331417, grijs, merk: HP);


1 STK Harddisk (Omschrijving: PL1100-2021049113-1331426, zwart, merk: clickfree);


1 STK Harddisk (Omschrijving: PL1100-2021049113-1331467, fujitsu);


1 STK Computer (Omschrijving: PL1100-2021049113-1331502 computer server, zwart, merk: HP);


1 STK Computer (Omschrijving: PL1100-2021049113-1331508, zwart, merk: corsair).





Benadeelde partij

Verklaart de benadeelde partij [het slachtoffer] niet-ontvankelijk in de vordering.



Bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder de eigen proceskosten dragen.








Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door
mr. D.J. Straathof, voorzitter,
mr. G.D. Kleijne en mr. M. van Doesburg, rechters,
in tegenwoordigheid van de griffier L. Verheul,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 11 augustus 2026.





Bijlage I





De tenlastelegging





Feit 1


primair

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 juni 2014 tot en met 1 oktober 2014 te Hoofddorp, gemeente Haarlemmermeer, althans in Nederland met [het slachtoffer], geboren op [datum], die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [het slachtoffer], te weten het een en/of meermalen:

- ( tong)zoenen met die [het slachtoffer] en/of
- betasten en/of strelen van de borsten van die [het slachtoffer] en/of
- zoenen van en/of zuigen aan de borsten van die [het slachtoffer] en/of
- betasten van de vagina van die [het slachtoffer] en/of
- stoppen van zijn, verdachtes, vinger(s) in de vagina en/of tussen de schaamlippen van die [het slachtoffer] en/of vingeren van die [het slachtoffer] en/of
- laten vasthouden van zijn penis en/of (vervolgens) zich door die [het slachtoffer] laten aftrekken en/of
- laten vasthouden en/of knijpen in zijn ballen door die [het slachtoffer] en/of
- het laten aanbrengen van en/of trekken aan de tepelklemmen bij hem door die [het slachtoffer];



subsidiair

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 juni 2014 tot en met 1 oktober 2014 te Hoofddorp, gemeente Haarlemmermeer, althans in Nederland met [het slachtoffer], geboren [datum], die toen de leeftijd van zestienjaren nog niet had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, bestaande uit

- ( tong)zoenen met die [het slachtoffer] en/of
- betasten en/of strelen van de borsten van die [het slachtoffer] en/of
- zoenen van en/of zuigen aan de borsten van die [het slachtoffer] en/of
- betasten van de vagina van die [het slachtoffer] en/of
- laten vasthouden van zijn penis en/of (vervolgens) zich door die [het slachtoffer] laten aftrekken en/of
- laten vasthouden en/of knijpen in zijn ballen door die [het slachtoffer] en/of
- het laten aanbrengen van en/of trekken aan de tepelklemmen bij hem door die [het slachtoffer];



Feit 2

hij op één of meer tijdstipppen in of omstreeks de periode van 28 september 2014 tot en met 6 januari 2022 te Alkmaar, althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal telkens

- een of meer afbeeldingen, te weten: foto's en/of video's en/of
- gegevensdragers, bevattende afbeeldingen, te weten:

een NVIDIA Shield tablet, goednummer 1331420, en/of een Server HP Proliant zwart (disk 1), goednummer 1331502 en/of een Computer Corsair, goednummer 1331508, - van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken heeft verworven en/of in bezit heeft gehad en/of zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang heeft verschaft welke seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit:
het oraal en/of vaginaal penetreren van het lichaam van een persoon die kennelijk
de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt
en/of
het oraal en/of vaginaal penetreren van het lichaam van een (ander) persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en/of het oraal en/of vaginaal penetreren van/door zichzelf
(Foto 1,2,3,4 en 5 op pagina 81 van het proces-verbaal)
en/of
het betasten en/of aanraken van het geslachtsdeel van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt
en/of
het betasten en/of aanraken van de borsten van/door zichzelf
(Foto 16 en 17 op pagina 82 van het proces-verbaal)
en/of
het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van/door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, waarbij deze persoon gekleed is en/of opgemaakt is en/of poseert in een omgeving en/of met een voorwerp en/of in een erotisch getinte houding (op een wijze) die niet bij zijn/haar leeftijd past/passen en/of waarbij deze persoon zich (vervolgens) in opeenvolgende afbeeldingen/filmfragmenten van zijn/haar kleding ontdoet en/of (waarna) door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van deze persoon en/of de uitsnede van de foto's /film(s) nadrukkelijk het (ontblote) geslachtsdeel, de borsten en/of billen van deze persoon in beeld gebracht worden (waarbij) de afbeelding (aldus) (telkens) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling
(Foto 6,7,8,9,10,11,12,13,14,15,19,20,21,22,23 op pagina 81 van het proces-verbaal)
en/of
het houden van een (stijve) penis bij/naast het gezicht en/of lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt (waarbij op dat gezicht/lichaam een op sperma gelijkende substantie zichtbaar is) (waarbij) de afbeelding (aldus) (telkens) een onmiskenbaar seksuele strekkig heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling
(Foto 18 op pagina 82 van het proces-verbaal)
en hij aldus van het plegen van dit misdrijf een gewoonte heeft gemaakt.