Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Noord-Holland

ECLI:NL:RBNHO:2026:10327

2026-06-24 Civiel recht; Verbintenissenrecht K/4101/11881699
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Uitspraakdatum
2026-06-24
Publicatiedatum
2026-08-12
Rechtsgebied
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
K/4101/11881699
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

In deze zaak gaat het om de vraag of de huurders van een woning recht hebben op een vermindering van de huurprijs vanwege gebreken. De kantonrechter is van oordeel dat dit niet zo is, omdat de huurders onvoldoende hebben aangetoond dat er sprake is van gebreken die het huurgenot verminderen. De tegenvordering tot betaling van ingehouden huur wordt toegewezen, evenals een bedrag vanwege meerverbruik gas, water en licht.

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (32.222 tekens)
RECHTBANK
NOORD-HOLLAND



Civiel recht
Kantonrechter



Zittingsplaats Alkmaar



Zaaknummer: 11881699 \ CV EXPL 25-3264 (rvk)




Vonnis van 24 juni 2026




in de zaak van





1 [eiser sub 1] , 2. [eiseres sub 2] ,

beiden te [woonplaats] ,
eisende partijen,
verwerende partijen tegen de tegenvordering,
hierna samen te noemen: [eisers] ,
gemachtigden: mr. A. Hafkamp en mr. N.P. Wolfs,



tegen





[gedaagde]
,
te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
eisende partij met een tegenvordering,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
gemachtigde: mr. A. Harmanci.





De zaak in het kort




In deze zaak gaat het om de vraag of de huurders van een woning recht hebben op een vermindering van de huurprijs vanwege gebreken. De kantonrechter is van oordeel dat dit niet zo is, omdat de huurders onvoldoende hebben aangetoond dat er sprake is van gebreken die het huurgenot verminderen. De tegenvordering tot betaling van ingehouden huur wordt toegewezen, evenals een bedrag vanwege meerverbruik gas, water en licht.





1De procedure


1.1.

[eisers] hebben bij dagvaarding van 2 september 2025 een vordering tegen [gedaagde] ingesteld. [gedaagde] heeft schriftelijk geantwoord en een tegenvordering ingesteld.


1.2.

[eisers] hebben schriftelijk geantwoord in de zaak van de tegenvordering.


1.3.
Op 16 maart 2026 heeft een zitting plaatsgevonden. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen, mede aan de hand van pleitaantekeningen, ter toelichting van hun standpunten naar voren hebben gebracht. [eisers] hebben daarbij gebruik gemaakt van pleitaantekeningen die zijn overgelegd. Voorafgaand aan de zitting hebben [eisers] bij brief van 13 maart 2026 nog een document in het geding gebracht.


1.4.

[gedaagde] heeft bij akte van 1 april 2026 een nadere toelichting gegeven en producties overgelegd. [eisers] hebben bij antwoordakte van 29 april 2026 gereageerd.




2De feiten


2.1.

[eisers] huurden met ingang van 16 mei 2023 van [gedaagde] de gemeubileerde woning aan de [adres] te [woonplaats] . De huurovereenkomst is geëindigd op 16 mei 2025.



2.2.
De huurprijs bedroeg aanvankelijk € 1.750,- per maand. Na een met terugwerkende kracht doorgevoerde indexatie bedraagt de huurprijs vanaf 17 mei 2024 € 1.846,22 per maand. Voor gas water en licht is een bedrag van € 250,- per maand overeengekomen, met daarbij de clausule dat als het verbruik meer wordt dan € 250,- per maand, dit meerverbruik moet worden vergoed.



2.3.
Op 22 mei 2023 hebben [eisers] in een Whatsapp-bericht aan [gedaagde] melding gemaakt van de volgende gebreken:


een gat in de glazen ruit van de voordeur, weggewerkt met een stukje plexiglas,


gaten en kieren in de kozijnen op de bovenste verdieping en in de slaapkamers en badkamer


door een verouderde modem kan geen gebruik gemaakt worden van het internet


de deur van de douchecabine sluit niet goed





2.4.
Op 31 juli 2023 hebben [eisers] in een Whatsapp-bericht aan [gedaagde] melding gemaakt van een aantal gebreken:


ernstig verouderde oven, koelkast en vaatwasser niet bruikbaar


ernstig verouderde wasmachine


ontbreken van rookmelders in de woning





2.5.
Op 13 mei 2024 hebben [eisers] in een Whatsapp-bericht aan [gedaagde] melding gemaakt van een aantal gebreken:


verschillende kozijnen, zowel boven als beneden in de woning, zijn rot


sluitwerk kozijnen slaapkamer en badkamer is rot


aanwezigheid schimmel in de woning


enkele kranen lekken





2.6.

[eisers] betalen vanaf september 2023 de maandelijkse huur niet volledig. Er is in totaal, over de gehele looptijd van de huurovereenkomst, een bedrag van € 9.500,64 niet betaald.



2.7.

[gedaagde] is in april 2025 een procedure in kort geding begonnen om de woning te ontruimen en om de niet-betaalde huur te innen. [gedaagde] heeft tegelijkertijd beslag laten leggen op bankrekeningen van [eisers]



2.8.
Een dag voor de geplande mondelinge behandeling van het kort geding op 11 juni 2025, heeft [gedaagde] het kort geding ingetrokken. [gedaagde] heeft ook de gelegde beslagen laten opheffen.





3Het geschil



de vordering




3.1.

[eisers] vorderen dat de kantonrechter (1) de huurprijs over de gehele looptijd van de huurovereenkomst vermindert met 60 procent, (2) [gedaagde] veroordeelt tot betaling van € 16.392,36 met rente, (3) voor recht verklaart dat de te betalen eindafrekeningen van 2023 en 2025 van de nutsvoorzieningen moeten worden verdeeld aan de hand van de verdeelsleutel van de Huurcommissie, (4) [gedaagde] veroordeelt om binnen veertien dagen de eindafrekeningen van 2023 en 2025 aan [eisers] te verstrekken, dan wel, indien [gedaagde] nog niet beschikt over de eindafrekening van 2025, die eindafrekening aan [eisers] te verstrekken binnen veertien dagen nadat [gedaagde] deze heeft ontvangen, op straffe van een dwangsom, (5) [gedaagde] veroordeelt tot terugbetaling van de waarborgsom van € 2.000,-, met rente en (6) [gedaagde] veroordeelt tot betaling van € 240,- als vergoeding van de schade die [eisers] hebben geleden door het door [gedaagde] gelegde conservatoir beslag.



3.2.

[eisers] leggen hieraan het volgende ten grondslag. [eisers] hebben recht op een vermindering van de huurprijs omdat het gehuurde gebreken vertoont waardoor er sprake is van verminderd huurgenot. Zij hebben deze gebreken telkens gemeld, maar [gedaagde] weigert de gebreken te verhelpen. De gebreken rechtvaardigen daarom een huurprijsvermindering van 60%. Gerekend over de hele huurperiode gaat het om een korting van € 25.893,-. Deze korting dient verrekend te worden met het deel van de huur dat [eisers] opgeschort hebben, een bedrag van € 9.500,64, zodat [gedaagde] nog een bedrag van € 16.392,36 moet betalen aan [eisers] [gedaagde] is op 20 mei 2025 aangeschreven om dit bedrag binnen veertien dagen te voldoen. Omdat [gedaagde] niet heeft betaald is hij vanaf 6 juni 2025 in verzuim en vanaf die datum ook de wettelijke rente verschuldigd.



3.3.
Omdat de woning geen aparte water-, elektriciteits- of gasmeter heeft, dient de eindafrekening voor gas water en licht opgesteld te worden volgens de verdeelsleutel uit de richtlijnen van de Huurcommissie. Bij hantering van die verdeelsleutel dient [gedaagde] een bedrag van € 967,23 bij te dragen op de eindafrekeningen van 2023 en 2024. Voor 2023 is nog geen volledige eindafrekening overgelegd en voor 2025 nog helemaal geen eindafrekening. [gedaagde] dient een overzicht van de afrekeningen van 2023 en 2025 over te leggen en de eindafrekening volgens de juiste verdeelsleutel op te stellen.



3.4.

[gedaagde] dient ook de waarborgsom van € 2.000,- terug te betalen na het einde van de huurovereenkomst. Er is geen reden om de borg achter te houden omdat de opschorting terecht was en de huurprijs verminderd dient te worden zodat er geen huurachterstand valt te verrekenen. [eisers] hebben verzocht om terugbetaling, maar [gedaagde] heeft daaraan geen gehoor gegeven. [eisers] hebben in een brief van 22 juli 2025 een termijn van 14 dagen gesteld, maar ook binnen die termijn heeft [gedaagde] niet betaald zodat hij in verzuim verkeert.



3.5.

[gedaagde] moet ook de schade vergoeden die [eisers] hebben geleden als gevolg van de onrechtmatig gelegde beslagen. [gedaagde] heeft conservatoir beslag gelegd op drie bankrekeningen, maar dat was onnodig omdat er geen vrees bestond dat [eisers] onvoldoende verhaal zouden bieden. De beslagen waren ook in een onnodig vroeg stadium gelegd. Daarom zijn de beslagen, die [gedaagde] zelf weer heeft laten opheffen, onrechtmatig. [gedaagde] is daarom gehouden het door de banken in verband met de gelegde beslagen per rekening ingehouden bedrag van € 80,- (€ 240,- in totaal) te vergoeden.



3.6.

[gedaagde] voert verweer. [gedaagde] vindt dat de vordering van [eisers] moet worden afgewezen. [gedaagde] voert daartoe het volgende aan.



3.7.

[gedaagde] heeft het gat in de voordeur hersteld en dit vormt dus geen gebrek meer dat een huurprijsvermindering rechtvaardigt. Hetzelfde geldt voor de lekkende ruiten (thermopane), die heeft [gedaagde] ook hersteld. Voor het overige zijn er geen gebreken, of betreft het kleine herstellingen die voor rekening van de huurders komen zoals verlichting, afvoer, scharnieren en sloten. Er is dus geen reden voor een huurprijsvermindering en [eisers] zijn de volledige huur verschuldigd en er is geen grond voor verrekening. [eisers] kunnen dus geen aanspraak maken op terugbetaling van de gestelde teveel betaalde huur. Omdat er geen sprake is van ernstige gebreken, mochten [eisers] ook de huur niet opschorten.



3.8.
Omdat [eisers] ten onrechte de huur (deels) hebben opgeschort of ingehouden, mocht [gedaagde] overgaan tot het leggen van beslag. Dit beslag was nodig omdat er bij [gedaagde] de gegronde vrees bestond dat [eisers] geen verhaal zouden bieden. Het beslag is ook niet in een onnodig vroeg stadium gelegd; [gedaagde] verzoekt al twee jaar om volledige betaling van de huur. Het beslag is uiteindelijk door [gedaagde] zelf opgeheven omdat [eisers] geen verhaal boden – en daarom hoeft [gedaagde] de administratiekosten van de banken (€ 240,-) niet te vergoeden.



3.9.
Het is niet zo dat [gedaagde] nog iets aan [eisers] moet betalen in verband met de verbruikskosten van gas, water en licht, maar andersom. De uitkomst van een juiste berekening conform de verdeelsleutel van de Huurcommissie leidt ertoe dat [eisers] nog een bedrag moeten bijbetalen. [gedaagde] komt hierop terug in zijn tegenvordering.



de tegenvordering





3.10.

[gedaagde] vordert, na wijziging en vermeerdering van eis, betaling van € 13.212,03. [gedaagde] legt daaraan het volgende ten grondslag. [eisers] zijn op grond van de huurovereenkomst gehouden de maandelijkse huur te betalen. Er is echter een huurachterstand van € 10.596,72 ontstaan. [eisers] moeten ook de wettelijke rente daarover vanaf september 2023 betalen, want dat is de maand per wanneer de huurachterstand voor het eerst is ontstaan. [eisers] zijn ook gehouden een vergoeding te betalen voor het meerverbruik gas, water en licht. Zij laten echter een bedrag aan meerverbruik van €1.898,93 onbetaald. [eisers] moeten over dit bedrag de wettelijke rente betalen vanaf de datum van het einde van de huurovereenkomst want dat is het moment waarop [gedaagde] het meerverbruik heeft kunnen berekenen.



3.11.
Omdat [eisers] ook na betalingsverzoeken niet tot tijdige en volledige betaling zijn overgegaan, heeft [gedaagde] zijn vordering uit handen gegeven aan zijn gemachtigde en maakt hij aanspraak op vergoeding van de buitengerechtelijke incassokosten van € 898,14.



3.12.

[eisers] voeren verweer en zij vinden dat de vordering van [gedaagde] moet worden afgewezen. [eisers] voeren daartoe het volgende aan.



3.13.

[eisers] mochten de huur opschorten vanwege gebreken die een huurprijsvermindering rechtvaardigen. Na aftrek van de huurkorting heeft [gedaagde] niets te vorderen aan huurachterstand. [eisers] hebben bovendien de huur over de maand maart 2025 voldaan, iets waar [gedaagde] bij zijn berekening geen rekening mee houdt. [eisers] betwisten de juistheid van de afrekening van het gas, water en licht omdat [gedaagde] de (eind)afrekeningen niet in het geding brengt.





4De beoordeling



de vordering




4.1.

[eisers] betwisten op zich niet dat er sprake is van een huurachterstand, behalve dan dat zij er op wijzen dat zij de maand maart 2025 (€ 1.717,17) hebben voldaan. [gedaagde] heeft, nadat een betalingsbewijs door [eisers] in het geding is gebracht erkend dat die betaling heeft plaatsgevonden, zodat uitgangspunt is dat er een huurachterstand is van € 10.596,72. [eisers] zijn van mening dat zij vanwege allerlei gebreken aan het gehuurde recht hebben op een huurprijsvermindering die groter is dan de achterstand, zodat zij nog geld van [gedaagde] tegoed hebben.



4.2.
Beoordeeld moet dus worden of sprake is (geweest) van één of meerdere gebreken in het gehuurde die een vermindering van de huurprijs rechtvaardigen. De kantonrechter is van oordeel dat hiervan geen sprake is geweest. Dit oordeel wordt hieronder toegelicht.



wettelijk kader




4.3.
Op grond van artikel 7:204 lid 2 BW is een gebrek een staat of eigenschap van de zaak of een andere niet aan de huurder toe te rekenen omstandigheid, waardoor de zaak aan de huurder niet het genot kan verschaffen dat een huurder bij het aangaan van de overeenkomst mag verwachten van een goed onderhouden zaak van de soort als waarop de overeenkomst betrekking heeft. Als sprake is van een gebrek, dan is de verhuurder in beginsel verplicht dit probleem op verzoek van de huurder te verhelpen, tenzij dit onmogelijk is of uitgaven vereist die redelijkerwijs niet van de verhuurder te vergen zijn.



4.4.
Een huurder kan naast herstel verder een evenredige vermindering van de huurprijs vorderen, als het gebrek tot een substantiële vermindering van het huurgenot leidt. Deze vermindering kan worden gevorderd vanaf de dag waarop de huurder de verhuurder van het gebrek in kennis heeft gesteld, of vanaf de dag waarop het gebrek in voldoende mate bekend was om tot maatregelen over te gaan, tot de dag waarop het gebrek is verholpen.



algemeen




4.5.
Zowel bij aanvang als bij het einde van de huurovereenkomst heeft een uitgebreide inspectie plaatsgevonden waarvan telkens een opleverrapport is opgesteld. In beide rapporten staat dat de woning in goede staat is. Het enige dat wordt vermeld is dat er gebruikssporen zijn, maar dat is wat anders dan de aanwezigheid van gebreken. In de rapporten staat ook dat de vloer, muren, kozijnen etc. in goede staat zijn. Gelet op deze rapporten dienen de huurders, als zij van mening zijn dat het gehuurde gebreken vertoont, dit goed te onderbouwen. Voorts valt op dat in de dagvaarding wel wordt vermeld wanneer de gestelde gebreken voor het eerst aan de verhuurder zijn gemeld, maar voor geen enkel gebrek wordt vermeld of en zo ja wanneer er nogmaals melding is gemaakt, terwijl dat wel voor de hand ligt indien sprake is van zulke ernstige gebreken dat een vermindering van de huurprijs met 60 procent gerechtvaardigd is. De kantonrechter zal bij de beoordeling uitgaan van de gebreken voor zover die zijn vermeld in de dagvaarding zelf (zie hiervoor onder 2.3 t/m 2.5). Op gebreken die alleen naar voren komen in producties (e-mails en whatsapp-berichten van [eisers] ) wordt geen acht geslagen.



is sprake (geweest) van een gebrek?




4.6.
De kantonrechter zal hieronder puntsgewijs ingaan op de door [eisers] gestelde gebreken.

i. gat in de glazen ruit van de voordeur

[gedaagde] heeft aangevoerd dat hij het probleem met het gat in de voordeur op verzoek van [eisers] heeft hersteld en opgelost. [eisers] hebben niet toegelicht of concreet gemaakt dat het gebrek nog steeds bestaat. Zij herhalen weliswaar dat het gebrek nog steeds bestaat, maar onderbouwen dat niet met bijvoorbeeld een foto. De kantonrechter is daarom van oordeel dat er geen sprake meer is van een gebrek en omdat het gebrek binnen een redelijke tijd, in augustus 2023, is verholpen, is er geen sprake van aantasting van huurgenot dat een huurprijsvermindering rechtvaardigt.

gaten en kieren in de kozijnen op de eerste verdieping en de slaapkamers en de badkamer

[gedaagde] heeft de aanwezigheid van deze gebreken betwist en daarbij ook verwezen naar de opleverrapporten waarin van deze gebreken geen melding wordt gemaakt. [eisers] hebben weliswaar foto’s overgelegd, maar [gedaagde] heeft betwist dat dit foto’s van het gehuurde zijn. De kantonrechter is van oordeel dat [eisers] beter en concreter hadden moeten toelichten en preciseren in welke kozijnen nu precies die gaten en kieren zitten, vooral omdat de opleverrapporten niets over gaten en kieren vermelden. Een stapel foto’s, zonder duidelijke toelichting, is daarvoor onvoldoende. Dit leidt tot de conclusie dat er op dit punt niet komt vast te staan dat er een gebrek is aan het gehuurde.

door een verouderde modem kan geen gebruik gemaakt worden van het internet

[eisers] hebben alleen gesteld dat de modem verouderd is, waardoor zij het internet niet goed kunnen gebruiken. Wat er precies niet goed is en hoe traag de verbinding dan zou zijn, vermelden zij niet. [gedaagde] heeft aangevoerd dat hij bij de provider navraag heeft gedaan en dat die heeft gemeld dat er geen storingen zijn. [gedaagde] heeft ook opgemerkt dat vorige huurders nooit klachten over het internet hebben geuit. Gelet hierop hebben [eisers] onvoldoende onderbouwd en toegelicht dat er geen gebruik kan worden gemaakt van het internet, als dit al een gebrek zou kunnen zijn dat tot een vermindering van de huurprijs zou kunnen leiden.

de deur van de douchecabine sluit niet goed

[gedaagde] heeft voldoende toegelicht dat de deur uit de rails is gelopen en op eenvoudige wijze weer teruggezet kan worden, iets dat zijn dochter ook heeft gedaan zodat de klacht is verholpen. [eisers] zijn hierop niet nader ingegaan zodat het standpunt van [gedaagde] voor juist wordt gehouden. Bovendien, en dat is de kantonrechter met [gedaagde] eens, betreft dit een ‘kleine herstelling’ waar de huurder zelf voor verantwoordelijk is. Er is dus geen sprake van een gebrek.

ernstig verouderde oven, koelkast en vaatwasser niet bruikbaar, ernstig verouderde wasmachine
Ook ten aanzien van deze punten hebben [eisers] niet toegelicht wat er precies niet goed was en [gedaagde] heeft deze gebreken betwist. In de opleverrapporten is niets vermeld over niet-werkende of verouderde apparatuur. Ook hier is de conclusie dat [eisers] onvoldoende hebben onderbouwd dat er sprake is van gebreken.

ontbreken van rookmelders in de woning

[gedaagde] heeft na melding rookmelders geplaatst. Het gebrek is daarmee verholpen en het tijdelijk ontbreken van rookmelders levert geen zodanig aantasting van het woongenot op dat dit een huurprijsvermindering rechtvaardigt.

verschillende kozijnen, zowel boven als beneden in de woning, zijn rot, sluitwerk kozijnen slaapkamer en badkamer is rot
Ook hier geldt: om welke kozijnen gaat het en waaruit bestaat precies de gebrekkigheid? [eisers] lichten niet toe om welke kozijnen het gaat en in welke staat deze dan verkeren. De stelling dat ‘verschillende kozijnen, zowel boven als beneden, rot zijn’ is onvoldoende. Hetzelfde geldt voor het sluitwerk, ook daar wordt niet toegelicht om welk sluitwerk het gaat en wat er precies aan de hand is. Bij de overgelegde foto’s wordt niet vermeld waar ze zijn genomen en [gedaagde] betwist dat het foto’s van het gehuurde zijn. Ook in het opleverrapport staat niets over rotte kozijnen of sluitwerk. Conclusie is daarom dat er geen sprake is van een gebrek op dit punt.

aanwezigheid schimmel in de woning

[eisers] hebben ter onderbouwing zes foto’s overgelegd, naar eigen zeggen van de slaapkamer en de badkamer. De kantonrechter ziet op de foto’s van de slaapkamer inderdaad afbladderende verf die op vochtproblematiek kan duiden, echter [gedaagde] betwist de aanwezigheid van schimmel, althans stelt dat dit door huurdersgedrag komt (onvoldoende luchten). De foto’s van de badkamer laten een minimale aantasting door schimmel zien (enkele zwarte puntjes). Ook op dit punt valt op dat de opleverrapporten niets over schimmel vermelden. De conclusie is dat onvoldoende aannemelijk is gemaakt dat sprake is van een gebrek waar verhuurder voor in actie moet komen.

lekkende kranen
De kantonrechter maakt uit de opleverrapporten op dat de kranen nog niet lekten bij aanvang van de huurovereenkomst en dat maakt dat lekkende kranen vallen onder ‘kleine herstellingen’ die voor rekening van de huurder komen. Een gebrek vormen zij niet.



tussenconclusie




4.7.
Er is geen sprake van gebreken die een vermindering van de huurprijs rechtvaardigen. De vordering tot vermindering van de huurprijs zal worden afgewezen. Dat betekent dat [gedaagde] geen bedrag hoeft terug te betalen aan [eisers] Uit de stellingen van [eisers] volgt dat zij ook nog een bedrag terugvorderen vanwege te veel berekende kosten van gas, water en licht. De kantonrechter is van oordeel dat er geen sprake is van teveel berekende kosten van gas, water en licht. Hoe de kantonrechter tot dit oordeel komt, wordt in de zaak van de tegenvordering uitgelegd.



kosten nutsvoorzieningen




4.8.

[gedaagde] is er mee akkoord dat de te betalen eindafrekeningen van 2023 en 2025 zullen worden verdeeld aan de hand van de verdeelsleutel van de Huurcommissie. De gevraagde verklaring voor recht op dit punt zal worden afgewezen omdat [eisers] daarbij geen belang meer hebben. Omdat [gedaagde] de eindafrekeningen over 2023 en 2025 bij akte na de zitting in het geding heeft gebracht, hebben [eisers] ook geen belang meer bij toewijzing van hun vordering tot afgifte daarvan.



waarborgsom




4.9.

[gedaagde] heeft de waarborgsom verrekend met de huurachterstand. [eisers] hebben dat op zich niet betwist. Omdat de huurvermindering niet wordt toegewezen en er dus sprake is van een huurachterstand, hebben [eisers] geen recht op terugbetaling van de waarborgsom. De vordering op dit punt wordt afgewezen.



kosten beslagen




4.10.
Gelet op de omstandigheid dat [eisers] al sinds september 2023 onregelmatig betalen en een huurachterstand hebben laten ontstaan, mocht [gedaagde] overgaan tot het leggen van beslag. Dat [gedaagde] dit beslag weer heeft opgeheven omdat [eisers] geen verhaal boden, maakt niet dat het beslag onrechtmatig is. [gedaagde] hoeft de kosten die de banken aan [eisers] in rekening hebben gebracht in verband met de beslagen, dan ook niet te vergoeden.



proceskosten




4.11.

[eisers] zijn in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [gedaagde] worden begroot op:









- salaris gemachtigde


€


864,00


(2 punten × € 432,00)




- nakosten


€


144,00


(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)




Totaal


€


1.008,00











4.12.
De veroordeling wordt hoofdelijk uitgesproken. Dat betekent dat iedere veroordeelde kan worden gedwongen het hele bedrag te betalen. Als de één (een deel) betaalt, hoeft de ander dat (deel van het) bedrag niet meer te betalen.



de tegenvordering





vooraf




4.13.

[gedaagde] heeft bij zijn conclusie van antwoord een tegenvordering ingesteld, maar hij sluit dit niet af een met duidelijke omschrijving van zijn eis (petitum), hetgeen wel gebruikelijk is en raadzaam om misverstanden te voorkomen. Omdat [gedaagde] eerder in zijn tegenvordering wel heeft omschreven wat hij eist en [eisers] hebben bevestigd dat zij begrijpen waartegen zij verweer moeten voeren en dat ook hebben gedaan, zal de kantonrechter de tegenvordering in behandeling nemen.



huurachterstand




4.14.
Gelet op het oordeel in de zaak van de vordering, moeten [eisers] de volledige huur betalen. [gedaagde] heeft in zijn akte na de comparitie erkend dat er inderdaad nog een betaling van €1.717,- is verricht voor de maand maart 2025 en hij heeft zijn tegeneis op dit punt verminderd tot € 10.596,72. Dit bedrag zal worden toegewezen. De wettelijke rente zal ook worden toegewezen omdat [eisers] te laat zijn met betalen. De rente zal worden toegewezen telkens vanaf de opeisbaarheid van de respectieve huurtermijnen.



meerverbruik gas, water en licht




4.15.
Partijen zijn het er over eens dat het meerverbruik van het gas, water en licht, moet worden berekend aan de hand van de verdeelsleutel zoals die wordt gehanteerd door de Huurcommissie. [gedaagde] is in de gelegenheid gesteld om bij akte na de comparitie de eindafrekeningen over 2023 en 2025 in het geding te brengen. [gedaagde] heeft dat ook gedaan en voorgerekend dat, met toepassing van de verdeelsleutel, [eisers] nog een bedrag van €1.898,93 moeten bijbetalen. [gedaagde] schrijft in zijn akte dat hij nog steeds niet over alle eindnota’s beschikt (stroom & gas vóór 22 augustus 2023 is niet te verkrijgen van de leveranciers en de eindafrekening water vóór 27 juli 2024 is evenmin te verkrijgen). [gedaagde] schrijft in het slot van zijn akte dat zijn vordering op dit punt € 1.717,- bedraagt, maar de kantonrechter beschouwt dit als een kennelijke verschrijving en gaat er van uit dat [gedaagde] € 1.898,93 bedoelt te vorderen.



4.16.

[gedaagde] heeft naar het oordeel van de kantonrechter goed uitgelegd hoe hij op basis van de overgelegde eindafrekeningen tot het bij te betalen bedrag van € 1.898,93 komt. [eisers] zijn in hun antwoordakte niet inhoudelijk ingegaan op de berekening van [gedaagde] , maar zij schrijven dat zij de stellingen van [gedaagde] zo begrijpen dat [gedaagde] zijn oorspronkelijke eis met betrekking tot het meerverbruik gas, water en licht, vermeerdert. [eisers] maken bezwaar tegen deze eisvermeerdering, alleen omdat deze in een te laat stadium ingesteld is. De kantonrechter is het met [eisers] eens dat sprake is van een eisvermeerdering. Een eisvermeerdering is op grond van artikel 130 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering toegestaan zolang de rechter nog geen eindvonnis heeft gewezen. [gedaagde] heeft zijn eisvermeerdering ingediend voordat eindvonnis is gewezen en is dus niet te laat. Bovendien is de vermeerdering beperkt van omvang en heeft deze betrekking op een geschilpunt wat al uitgebreid aan de orde is geweest. De kantonrechter acht de eisvermeerdering daarom toelaatbaar. Omdat [eisers] geen inhoudelijk verweer hebben gevoerd, zal de vordering ook op dit punt worden toegewezen. De wettelijke rente zal worden toegewezen vanaf 1 april 2026 omdat dat de datum is waarop het meerverbruik deugdelijk is berekend.



buitengerechtelijke incassokosten




4.17.

[gedaagde] maakt aanspraak op de vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De gevorderde vergoeding komt echter niet voor toewijzing in aanmerking, nu niet gebleken is dat in de aanmaning waar [gedaagde] zich op beroept (de brief van 30 oktober 2023) aan [eisers] een betalingstermijn van 14 dagen is gegeven ingaande de dag na ontvangst daarvan, zoals vereist door artikel 6:96 lid 6 BW. In dit verband wordt verwezen naar de uitspraak van de Hoge Raad van 25 november 2016, ECLI:NL:HR:2016:2704.



proceskosten




4.18.

[eisers] zijn grotendeels in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten betalen. De proceskosten van [gedaagde] worden begroot op:









- salaris gemachtigde


€


540,00


(2,5 punten × factor 0,5 × € 432,00)




Totaal


€


540,00











4.19.
De veroordeling wordt hoofdelijk uitgesproken. Dat betekent dat iedere veroordeelde kan worden gedwongen het hele bedrag te betalen. Als de één (een deel) betaalt, hoeft de ander dat (deel van het) bedrag niet meer te betalen.






5De beslissing


De kantonrechter




de vordering




5.1.
wijst de vordering af,



5.2.
veroordeelt [eisers] hoofdelijk in de proceskosten van € 1.008,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe,



5.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,



de tegenvordering





5.4.
veroordeelt [eisers] hoofdelijk tot betaling van een bedrag van € 10.596,72, te vermeerderen met de wettelijke rente over de onbetaalde huurtermijnen vanaf de dag van opeisbaarheid van de respectieve huurtermijnen tot aan de dag van betaling,



5.5.
veroordeelt [eisers] hoofdelijk tot betaling van een bedrag van € 1.898,93, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 april 2026,



5.6.
veroordeelt [eisers] hoofdelijk in de proceskosten van € 540,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe,



5.7.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,



de vordering en de tegenvordering





5.8.
veroordeelt [eisers] hoofdelijk tot betaling van de kosten van betekening als [eisers] niet tijdig aan de veroordelingen voldoen en het vonnis daarna wordt betekend,



5.9.
wijst de vorderingen voor het overige af,



Dit vonnis is gewezen door mr. A.E. Merkus en in het openbaar uitgesproken op 24 juni 2026.