Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Noord-Holland

ECLI:NL:RBNHO:2025:9284

2025-08-06 Civiel recht; Verbintenissenrecht 11296272 \ CV EXPL 24-6209
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Uitspraakdatum
2025-08-06
Publicatiedatum
2025-08-12
Rechtsgebied
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure
Bodemzaak
Zaaknummer
11296272 \ CV EXPL 24-6209
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Luchtvaart. Incident tot voeging. Vordering tot voeging wordt afgewezen omdat deze procedure over een andere vlucht gaat dan de andere procedures. Verwijzing naar de rol voor antwoord.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (5.265 tekens)
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem


Zaaknr./rolnr.: 11296272 \ CV EXPL 6209
Uitspraakdatum: 6 augustus 2025




Vonnis van de kantonrechter in het incident in de zaak van:




de rechtspersoon naar buitenlands recht

AirHelp Germany GmbH

eiseres in de hoofdzaak en verweerster in het incident
gevestigd te Berlijn, Duitsland
hierna te noemen AirHelp
gemachtigde: mr. D.E. Lof (Lof Legal Services)



tegen



de commanditaire vennootschap

Transavia Airlines C.V.
gevestigd te Schiphol
gedaagde in de hoofdzaak en eiseres in het incident
hierna te noemen de vervoerder
gemachtigde mr. G.I. Niesert (LVH Advocaten)






1Het procesverloop


1.1.
Het procesverloop blijkt uit:- de dagvaarding;- de incidentele conclusie tot samenvoeging;- het antwoord in incident.


1.2.
Ten slotte is vonnis in incident bepaald.




2De vordering in de hoofdzaak


2.1.
AirHelp vordert in de hoofdzaak dat de vervoerder bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis veroordeeld zal worden tot betaling van een bedrag van € 400,00, te vermeerderen met rente en kosten. AirHelp legt aan de vordering ten grondslag dat [betrokkene] (hierna: de passagier) een overeenkomst heeft gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hem op 21 april 2024 vervoeren van Amman, Jordanië, naar Amsterdam-Schiphol Airport, met vlucht HV6506 (hierna: de vlucht). De vervoerder heeft de vlucht geannuleerd. De passagier heeft zijn eventuele vorderingsrecht overgedragen aan AirHelp.


2.2.
AirHelp baseert haar vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening). Zij stelt dat de vervoerder haar vanwege de annulering van de vlucht de compensatie moet voldoen van € 400,00.




3De vordering in het incident


3.1.
De vervoerder vordert - samengevat - in het incident dat de kantonrechter de procedure samenvoegt met vier andere procedures.



3.2.
De vervoerder legt aan de vordering - voor zover relevant - ten grondslag dat de procedures zijn verknocht omdat de feitelijke en juridische geschilpunten geheel identiek zijn. De vorderingen zien op dezelfde vluchten, namelijk vlucht HV6505 van Amsterdam naar Amman en vlucht HV6506 van Amman naar Amsterdam (de vlucht in kwestie), beide op 21 april 2024. Ook zijn de vorderingen gebaseerd op identieke gronden en wordt AirHelp bijgestaan door dezelfde gemachtigde, aldus de vervoerder.



3.3.
AirHelp refereert zich aan het oordeel van de rechtbank.





4De beoordeling

4.1.
De kantonrechter overweegt als volgt. Voeging kan gevorderd worden, in geval voor dezelfde rechter tussen dezelfde partijen en over hetzelfde onderwerp tegelijk zaken aanhangig zijn, of voor dezelfde rechter verknochte zaken aanhangig zijn.



4.2.
In de zaken waarvoor voeging is gevorderd is sprake van verknochtheid omdat de vorderingen voortvloeien uit hetzelfde feitencomplex. Dit geldt voor alle zaken behoudens de zaak die betrekking heeft op vlucht HV6505 van Amsterdam naar Amman (met zaaknummer/rolnummer 11296338 \ CV EXPL 24-6214). Deze gaat immers over een ander feitencomplex. De kantonrechter is dan ook van oordeel dat de vordering in het incident in de andere zaken moet worden toegewezen, nu de doelmatigheid daarmee is gediend.



4.3.
Naar het oordeel van de kantonrechter kan in het incident geen van partijen als de in het ongelijk gestelde partij worden beschouwd. Daarom zullen de proceskosten worden gecompenseerd in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.





5De beslissing


De kantonrechter




in het incident




5.1.
voegt de hoofdzaak met de bij deze rechtbank aanhangige zaken met;


zaaknummer/rolnummer: 11325025 \ CV EXPL 24-6769;


zaaknummer/rolnummer: 11325005 \ CV EXPL 24-6768;


zaaknummer/rolnummer: 11323615 \ CV EXPL 24-6708;





5.2.
compenseert de proceskosten in het incident in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;



in de hoofdzaak





5.3.
verwijst de zaak naar de rolzitting van woensdag 3 september 2025 voor het nemen van conclusie van antwoord;


5.4.

houdt iedere verdere beslissing aan.Dit vonnis is gewezen door mr. S. Kleij, kantonrechter, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter




In de zin van artikel 222 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv).


Artikel 7 van de Verordening.


Op grond van artikel 222 Rv.


Artikel 222 Rv.