Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Noord-Holland

ECLI:NL:RBNHO:2025:4992

2025-05-07 Civiel recht; Burgerlijk procesrecht C/15/360884 / HA ZA 25-25
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Uitspraakdatum
2025-05-07
Publicatiedatum
2025-05-08
Rechtsgebied
Civiel recht; Burgerlijk procesrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
C/15/360884 / HA ZA 25-25
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

incident - exceptie van nietigheid van de dagvaarding

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (4.563 tekens)
RECHTBANK Noord-Holland


Civiel recht



Zittingsplaats Alkmaar



Zaaknummer: C/15/360884 / HA ZA 25-25




Vonnis in incident van 7 mei 2025




in de zaak van




VERENIGING VAN EIGENAARS [eiser],
die is gevestigd in [woonplaats] ,
eisende partij in conventie in de hoofdzaak,
verwerende partij in voorwaardelijke reconventie in de hoofdzaak en in het incident,
hierna te noemen: VvE,
advocaat: mr. M.A. Pool (voorheen mr. K. Straathof),



tegen




VOL BOUWPROJECTEN B.V.,
die is gevestigd in Volendam,
gedaagde partij in conventie in de hoofdzaak,
eisende partij in voorwaardelijke reconventie in de hoofdzaak en in het incident,
hierna te noemen: Vol Bouwprojecten,
advocaat: mr. W.S. van Dijk en mr. S.F.T.C. van Veen.






1De procedure


1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 2 december 2024 met producties 1 tot en met 20,
- de conclusie van antwoord tevens houdende exceptie van nietigheid van de dagvaarding en voorwaardelijke eis in reconventie, met productie 1 en 2,- de conclusie van antwoord in incident (exceptie van nietigheid dagvaarding).



1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.





2De beoordeling in het incident


2.1.
Vol Bouwprojecten vordert dat de rechtbank de dagvaarding nietig verklaart. Volgens Vol Bouwprojecten voldoet de dagvaarding niet aan de eisen van artikel 111 lid 2 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv), omdat de dagvaarding aanzeggingen bevat die gedaan moeten worden als sprake is van meerdere gedaagden.



2.2.
De VvE is het daar niet mee eens. De VvE concludeert tot afwijzing van de incidentele vordering met veroordeling van Vol Bouwprojecten in de proceskosten, te vermeerderen met rente.



2.3.
De rechtbank vindt de dagvaarding niet nietig. In deze zaak is Vol Bouwprojecten de enige gedagvaarde partij. De dagvaarding vermeldt alle gegevens die op grond van artikel 111 lid 2 Rv in de dagvaarding opgenomen moeten worden als sprake is van één gedaagde. Dat de dagvaarding daarnaast ook aanzeggingen bevat die vermeld moeten worden als sprake is van meerdere gedaagden (die van artikel 111 lid 2 sub j en l Rv), maakt de gedane aanzeggingen niet fout of gebrekkig. De vermelde aanzeggingen die gelden in het geval van meerdere gedaagden, zijn gewoonweg niet van toepassing. Overigens valt ook niet in te zien dat Vol Bouwprojecten door de vermelding daarvan in enig belang is geschaad.



2.4.
Vol Bouwprojecten krijgt ongelijk en moet daarom de proceskosten betalen. De rechtbank begroot de proceskosten van de VvE op:

- salaris advocaat € 614,00 (1 punt × € 614,00)
- nakosten € 178,00 (plus de verhoging zoals

vermeld in de beslissing)
totaal € 792,00.




2.5.
De rechtbank zal de wettelijke rente toewijzen vanaf de vijftiende dag na dit vonnis.





3De beslissing


De rechtbank




in het incident




3.1.
wijst het gevorderde af,



3.2.
veroordeelt Vol Bouwprojecten in de proceskosten van € 792,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als Vol Bouwprojecten niet tijdig aan de veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,



3.3.
veroordeelt Vol Bouwprojecten tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na dit vonnis zijn betaald, vanaf de vijftiende dag na dit vonnis tot de dag van volledige betaling,



in de hoofdzaak





3.4.
bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 18 juni 2025 voor conclusie van antwoord in voorwaardelijke reconventie,






3.5.
houdt iedere verdere beslissing aan.


Dit vonnis is gewezen door mr. N. Boots, rechter, bijgestaan door mr. N.M. Bindhammer, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 7 mei 2025.