Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Noord-Holland

ECLI:NL:RBNHO:2025:284

2025-01-15 Civiel recht; Verbintenissenrecht 11446775 KG EXPL 24-156
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Uitspraakdatum
2025-01-15
Publicatiedatum
2025-01-15
Rechtsgebied
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
11446775 KG EXPL 24-156
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Vonnis op erkentenis. Ontruiming woonruimte.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (5.706 tekens)
RECHTBANK
NOORD-HOLLAND



Civiel recht
Kantonrechter



Zittingsplaats Alkmaar



Zaaknummer: 11446775 \ KG EXPL 24-156




Vonnis in kort geding van 15 januari 2025




in de zaak van





1 [eiser 1] ,

te [plaats 1] ,2. [eiser 2],
te [plaats 1] ,
eisende partijen,
hierna samen te noemen: [eisers] ,
gemachtigde: mr. F.E. de Neef,



tegen





1 [gedaagde 1] ,

te [plaats 2] ,
hierna te noemen: [gedaagde 1] ,
gedaagde partij,
niet verschenen,2. [gedaagde 2],
te [plaats 1] ,
hierna te noemen: [gedaagde 2] ,
gedaagde partij,
gemachtigde: mr. M.T.A.M. Mes.






1De procedure


1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding,- de producties van [eisers] ,- de mondelinge behandeling van 9 januari 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt,- de pleitnota van [eisers] ,
- de verstekverlening tegen [gedaagde 1] .









2De beoordeling


2.1.


[eisers] vorderen samengevat – op straffe van een dwangsom [gedaagde 1] en [gedaagde 2] te veroordelen tot ontruiming van de door [gedaagde 1] en [gedaagde 2] gehuurde ruimte aan de [adres] te [plaats 1] , bestaande uit een afgescheiden gedeelte van de aldaar staande loods, met medegebruik van het erf, alsmede ontruiming van de nabij deze ruimte aanwezige zeecontainer (hierna samen te noemen: het gehuurde).
Tevens vorderen [eisers] [gedaagde 1] en [gedaagde 2] te veroordelen tot betaling van € 800,-, terzake van achterstallige huur en voorschot servicekosten tot en met 30 november 2024, en € 800,- voor iedere maand of gedeelte daarvan dat [gedaagde 1] en/of [gedaagde 2] na november 2024 het gehuurde in gebruik hebben.




2.2.

[eisers] leggen aan de vorderingen het volgende ten grondslag. Op 20 juni 2021 hebben partijen mondeling een huurovereenkomst gesloten. [eisers] heeft deze huurovereenkomst per brief van 28 februari 2024 opgezegd. Op 5 juli 2024 hebben [gedaagde 1] en [gedaagde 2] ingestemd met een definitieve oplevering per 1 december 2024. Tot op heden hebben [gedaagde 1] en [gedaagde 2] de woning niet verlaten. Bovendien hebben [gedaagde 1] en [gedaagde 2] sinds november 2024 de huurprijs niet meer voldaan.



2.3.
Tijdens de mondelinge behandeling heeft [gedaagde 2] erkend dat de vorderingen toewijsbaar zijn. Ter zitting hebben [eisers] en [gedaagde 2] afgesproken dat [gedaagde 2] het gehuurde uiterlijk 31 januari 2025 zal verlaten en ontruimen. Verder is afgesproken dat de achterstallige huur of gebruiksvergoeding van € 800,- per maand over de maanden november, december en januari uiterlijk 31 januari 2025 zal worden voldaan. Ten aanzien van de proceskosten zijn [eisers] en [gedaagde 2] overeengekomen dat deze kosten worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.



2.4.
Omdat [gedaagde 1] niet in het geding is verschenen heeft de kantonrechter tegen [gedaagde 1] verstek verleend. Het ten aanzien van [gedaagde 1] gevorderde komt de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor.




2.5.
Gelet op het voorgaande zal de kantonrechter de vorderingen op na te melden wijze toewijzen. De kantonrechter zal geen dwangsom aan de veroordeling tot ontruiming verbinden, omdat [eisers] daarbij onvoldoende belang hebben. Indien [gedaagde 1] en [gedaagde 2] het gehuurde niet uiterlijk op 31 januari 2025 verlaten en ontruimen, hebben [eisers] met dit vonnis een titel in handen om de ontruiming te bewerkstelligen door daarvoor een deurwaarder in te schakelen (artikel 556 Rv).















3De beslissing


De kantonrechter:



3.1.
veroordeelt [gedaagde 1] en [gedaagde 2] om uiterlijk 31 januari 2025 de door hen gehuurde ruimte aan de [adres] te [plaats 1] , bestaande uit een afgescheiden gedeelte van de aldaar staande loods, met medegebruik van het erf, alsmede de nabij deze ruimte aanwezige zeecontainer, te verlaten en te ontruimen, met al hetgeen dat en al degenen die van hunnentwege in het gehuurde aanwezig is respectievelijk zijn, en in behoorlijke staat, geheel leeg en bezemschoon, aan [eisers] op te leveren, onder afgifte van alle in omloop zijnde sleutels, en dit object en het erf van [eisers] na ontruiming ook verlaten en ontruimd te houden,



3.2.
veroordeelt [gedaagde 1] en [gedaagde 2] om te betalen aan [eisers] € 800,- aan achterstallige huur en voorschot servicekosten tot en met 30 november 2024 en € 800,- voor iedere maand of gedeelte daarvan dat zij, ieder voor zich of gezamenlijk, na november 2024 in het gehuurde verblijven,



3.3.
compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,



3.4.
wijst het meer of anders gevorderde af,



3.5.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.


Dit vonnis is gewezen door mr. N. Boots en in het openbaar uitgesproken op 15 januari 2025.






















MKI/NB