Rechtbank Noord-Holland
ECLI:NL:RBNHO:2025:15782
2025-09-24
Bestuursrecht
369778 HA RK 25-142
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Wrakingskamer. Verzoek niet-ontvankelijk, nu dit is ingediend nadat er uitspraak is gedaan in de hoofdzaak.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (3.374 tekens)
beslissing
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
[jw.sys.1.zaaknr] / [jw.sys.1.rolnummer_rekestnr][datum_beslissing]
Wrakingskamer
zaaknummer / rekestnummer: 369778 / HA RK 25-142
Beslissing van 24 september 2025
Op het verzoek tot wraking ingediend door:
[verzoeker 1] ,
wonende te [woonplaats] ,
verzoeker.
Het verzoek is gericht tegen:
mr. L.M. Kos,
hierna te noemen: de rechter.
1Procesverloop
1.1
Verzoeker heeft bij e-mailbericht, ingekomen op 22 september 2025, schriftelijk de wraking verzocht van de rechter in de onder zaaknummer HAA 24/1288 bekende zaak bij deze rechtbank, team Bestuur Algemeen/VK, locatie Haarlem, hierna te noemen: de hoofdzaak. Wederpartij in de hoofdzaak is het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Dijk en Waard.
1.2
De wrakingskamer heeft afgezien van behandeling van het wrakingsverzoek op zitting om de hierna te noemen reden.
2De beoordeling
2.1
Zoals in artikel 8:15 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is bepaald kan de rechter die een zaak behandelt, worden gewraakt als de in wet genoemde grond zich voordoet.
2.2
De rechter heeft in de hoofdzaak uitspraak gedaan. De uitspraak is uitgesproken op 19 september 2025 en dezelfde dag aan partijen, waaronder verzoeker, verzonden.
2.3
Nadat uitspraak in een zaak is gedaan, behandelt de rechter de zaak niet meer zoals bedoeld in artikel 8:15 Awb. Dat betekent dat de wrakingskamer een wrakingsverzoek na de uitspraak niet meer kan inhoudelijk kan beoordelen en een dergelijk verzoek niet-ontvankelijk moet worden verklaard. Die situatie is hier aan de orde omdat verzoeker zijn verzoek op 22 september 2025 en dus na de uitspraak van 19 september 2025 heeft ingediend.
2.4
In die situatie ziet de wrakingskamer af van het behandelen van het wrakingsverzoek ter zitting, zoals ook is neergelegd in artikel 5, tweede lid, aanhef en onder d, van het Wrakingsprotocol rechtbank Noord-Holland, omdat er geen andere beslissing kan worden gegeven.
2.5
De rechtbank moet het verzoek niet-ontvankelijk verklaren en kan het verzoek daarom niet inhoudelijk beoordelen.
3Beslissing
De rechtbank
3.1
verklaart het verzoek tot wraking van de rechter niet-ontvankelijk,
3.2
beveelt de griffier onverwijld aan verzoeker, de rechter en de wederpartij in de hoofdzaak een voor eensluidende gewaarmerkt afschrift van deze beslissing toe te zenden.
Deze beslissing is gegeven door mr. R.H.M. Bruin, voorzitter, mr. A.J. Wolfs en mr. J.L. Roubos, leden van de wrakingskamer, in tegenwoordigheid van B.R. van Tongeren, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 24 september 2025.
[concipiënt_initialen]
griffier voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
[jw.sys.1.zaaknr] / [jw.sys.1.rolnummer_rekestnr][datum_beslissing]
Wrakingskamer
zaaknummer / rekestnummer: 369778 / HA RK 25-142
Beslissing van 24 september 2025
Op het verzoek tot wraking ingediend door:
[verzoeker 1] ,
wonende te [woonplaats] ,
verzoeker.
Het verzoek is gericht tegen:
mr. L.M. Kos,
hierna te noemen: de rechter.
1Procesverloop
1.1
Verzoeker heeft bij e-mailbericht, ingekomen op 22 september 2025, schriftelijk de wraking verzocht van de rechter in de onder zaaknummer HAA 24/1288 bekende zaak bij deze rechtbank, team Bestuur Algemeen/VK, locatie Haarlem, hierna te noemen: de hoofdzaak. Wederpartij in de hoofdzaak is het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Dijk en Waard.
1.2
De wrakingskamer heeft afgezien van behandeling van het wrakingsverzoek op zitting om de hierna te noemen reden.
2De beoordeling
2.1
Zoals in artikel 8:15 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is bepaald kan de rechter die een zaak behandelt, worden gewraakt als de in wet genoemde grond zich voordoet.
2.2
De rechter heeft in de hoofdzaak uitspraak gedaan. De uitspraak is uitgesproken op 19 september 2025 en dezelfde dag aan partijen, waaronder verzoeker, verzonden.
2.3
Nadat uitspraak in een zaak is gedaan, behandelt de rechter de zaak niet meer zoals bedoeld in artikel 8:15 Awb. Dat betekent dat de wrakingskamer een wrakingsverzoek na de uitspraak niet meer kan inhoudelijk kan beoordelen en een dergelijk verzoek niet-ontvankelijk moet worden verklaard. Die situatie is hier aan de orde omdat verzoeker zijn verzoek op 22 september 2025 en dus na de uitspraak van 19 september 2025 heeft ingediend.
2.4
In die situatie ziet de wrakingskamer af van het behandelen van het wrakingsverzoek ter zitting, zoals ook is neergelegd in artikel 5, tweede lid, aanhef en onder d, van het Wrakingsprotocol rechtbank Noord-Holland, omdat er geen andere beslissing kan worden gegeven.
2.5
De rechtbank moet het verzoek niet-ontvankelijk verklaren en kan het verzoek daarom niet inhoudelijk beoordelen.
3Beslissing
De rechtbank
3.1
verklaart het verzoek tot wraking van de rechter niet-ontvankelijk,
3.2
beveelt de griffier onverwijld aan verzoeker, de rechter en de wederpartij in de hoofdzaak een voor eensluidende gewaarmerkt afschrift van deze beslissing toe te zenden.
Deze beslissing is gegeven door mr. R.H.M. Bruin, voorzitter, mr. A.J. Wolfs en mr. J.L. Roubos, leden van de wrakingskamer, in tegenwoordigheid van B.R. van Tongeren, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 24 september 2025.
[concipiënt_initialen]
griffier voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.