Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Noord-Holland

ECLI:NL:RBNHO:2023:7694

2023-08-08 Civiel recht 10519814
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Uitspraakdatum
2023-08-08
Publicatiedatum
2023-08-07
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
10519814
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | Notamail 2023/195 | Sdu Nieuws Personen- en familierecht 2023/490 | JERF Actueel 2023/353 | ERF-Updates.nl 2023-0434

Inhoudsindicatie

beneficiaire aanvaarding; verzoek opheffing vereffening afgewezen; te verwachten vereffeningskosten niet hoger dan de baten van de nalatenschap.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (6.830 tekens)
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar


Zaaknr./repnr.: 10519814 \ EJ VERZ 23-226 (rvk)
Uitspraakdatum: 8 augustus 2023




Beschikking van de kantonrechter in de zaak van:





Mr. C. Elzenaar, notariskantoor Anna de Vries,
gevestigd te Drachten
verzoekende partij
verder te noemen: verzoekster



inzake




de nalatenschap van [erflaatster],
geboren op [geboortedatum] 1981 te [geboorteplaats] en overleden op [overlijdensdatum] 2022 te [overlijdensplaats] ,
laatstelijk gewoond hebbende te Den Helder.






1Het procesverloop


1.1.
Verzoeker heeft een verzoekschrift ingediend, bij de griffie ontvangen op 10 mei 2023.



1.2.
Gelet op de aard van het verzoek is afgezien van een behandeling op een zitting.





2De feiten


2.1.

[erflaatster] (hierna ook: erflaatster) heeft niet bij uiterste wil over haar nalatenschap beschikt.



2.2.
Erflaatster heeft als enige erfgenaam haar minderjarige dochter, [erfgenaam] achtergelaten.



2.3.
De vader van de minderjarige erfgenaam (wettelijk vertegenwoordiger) heeft aan de kantonrechter verzocht een machtiging te verstrekken voor het verwerpen van de nalatenschap. Deze machtiging is niet verstrekt. De nalatenschap geldt, gelet op het bepaalde in artikel 4:193 Burgerlijk Wetboek (BW) als door de erfgenaam beneficiair aanvaard.



2.4.
De vader en de twee zussen van erflaatster hebben de verklaring afgelegd dat zij de nalatenschap van erflaatster beneficiair aanvaarden en zij hebben op 9 augustus 2022 een boedelbeschrijving ingediend.





3De beoordeling


3.1.
Ingevolge de beneficiaire aanvaarding door de erfgenaam dient de nalatenschap van [erflaatster] op grond van het bepaalde in artikel 4:202 lid 1 onder a van het Burgerlijk Wetboek (BW) overeenkomstig de in Boek 4, titel 6, afdeling 3 (artikelen 4:202 tot en met 4:226 BW) gegeven voorschriften te worden vereffend.



3.2.
Verzoekster heeft namens de wettelijk vertegenwoordiger van de erfgenaam een verzoek ingediend tot opheffing van de vereffening met als reden dat nalatenschap negatief is en dat en dat er geen middelen zijn om de kosten van de verdere vereffening te dragen. Ter onderbouwing heeft verzoekster verwezen naar het in augustus 2022 door de zussen van erflaatster overgelegde overzicht van de stand van de nalatenschap.



3.3.
Uit dit overzicht blijkt dat het saldo van de nalatenschap negatief is. De baten van de nalatenschap bedragen € 2.309,47 en de schulden bedragen € 3.249,75 zodat sprake is van een negatief saldo van € 940,28.



3.4.
Verzoekster heeft ook naar voren gebracht dat de bekende schuldeisers zijn aangeschreven en dat er geen andere schuldeisers meer te verwachten zijn. Verzoekster wijst er voorts op dat de notariskosten tot nu toe € 2.323,20 bedragen (8 uur à € 240,- per uur exclusief btw) en dat dit vereffeningskosten zijn. Verzoekster specificeert die kosten als volgt: het voeren van diverse (telefonische) besprekingen naar aanleiding van het overlijden van erflaatster, het controleren van de schuldenlijst, het adviseren en overleggen over de afwikkeling van de beneficiair te aanvaarden nalatenschap, het aanschrijven van schuldeisers, het voeren van correspondentie, het controleren van de bankafschriften alsmede overige bijkomende werkzaamheden.



3.5.
De kantonrechter overweegt dat het mogelijk is de vereffening op te heffen indien er sprake is van een geringe waarde van de baten waardoor de kosten van de vereffening de boedel onevenredig zwaar belasten. Het enkele feit dat er meer schulden dan bezittingen zijn, is geen reden de vereffening op te heffen. Volgens verzoekster is de nalatenschap negatief en kunnen de vereffeningskosten niet voldaan worden uit de activa/bezittingen. De kantonrechter constateert dat verzoekster in het verzoekschrift een opgave heeft gedaan van de kosten van vereffening van € 2.323,20 en dat dit gaat om de door verzoekster uitgevoerde werkzaamheden in de vereffening van deze nalatenschap.



3.6.
De kantonrechter stelt voorop dat in het geval van een beneficiaire aanvaarding waarbij geen sprake is van een benoemde vereffenaar, de erfgenaam/vereffenaar (of diens wettelijk vertegenwoordiger) in beginsel zelf de vereffeningswerkzaamheden dient uit te voeren en dat hij daar geen vergoeding (loon) voor krijgt. Een benoemde vereffenaar heeft daarnaast recht op loon voor uitgevoerde werkzaamheden. Gemaakte kosten die noodzakelijk gemaakt zijn in het kader van de vereffening, vallen onder de vereffeningskosten en komen ten laste van de boedel



3.7.
Verzoekster is echter niet tot vereffenaar benoemd, maar heeft haar werkzaamheden kennelijk op basis van een overeenkomst van opdracht verricht. Met de waardering of beloning van de op die basis verrichte werkzaamheden heeft de kantonrechter geen bemoeienis. Echter, in deze zaak acht de kantonrechter het voorstelbaar dat – ook al vanwege de verwarring door het ten onrechte zich als erfgenaam beschouwen van de zussen van erflaatster – zonder tussenkomst van een professional onjuiste of helemaal geen vereffeningshandelingen zouden zijn verricht. Gelet op het belang van een deugdelijke vereffening acht de kantonrechter het wel redelijk om voor de werkzaamheden van verzoekster 5 uur loon als ‘pre-vereffeningskosten’ als vereffeningskosten aan te merken die ten laste van de boedel kunnen worden gebracht. De kantonrechter sluit hierbij aan de ‘Handleiding erfrechtprocedures kantonrechter’.



3.8.
Uitgaande van het door verzoekster gehanteerde tarief van € 240,- per uur, komt dit neer op een bedrag van €1.452,- aan vereffeningskosten. Dit betekent dat niet is voldaan aan de voorwaarde dat de (verwachte) kosten van vereffening hoger zijn dan de baten. De opheffing van de vereffening zal niet worden bevolen en het verzoek zal worden afgewezen.





4De beslissing


De kantonrechter:




4.1.
wijst het verzoek af.




Deze beschikking is gegeven door mr. J.S. Reid en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.



De griffier De kantonrechter





Handleiding erfrechtprocedures kantonrechter, p. 120