Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Noord-Holland

ECLI:NL:RBNHO:2023:3155

2023-03-10 Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht 10300610 \ WM VERZ 23-153
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Uitspraakdatum
2023-03-10
Publicatiedatum
2023-04-07
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
10300610 \ WM VERZ 23-153
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

WAHV. Beroep aan officier van justitie te laat ingediend. De opmerking 'buiten onze wil' is onvoldoende om vast te stellen dat de termijnoverschrijding verschoonbaar geacht moet worden. Beroep ongegrond.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (4.500 tekens)
RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem



Zaaknummer : 10300610 \ WM VERZ 23-153
CJIB-nummer : [nummer]
Uitspraakdatum : 10 maart 2023




Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV)




in de zaak van
naam : [naam]
adres : [adres]
woonplaats : [postcode] , [woonplaats]
(hierna te noemen: betrokkene).




Het verloop van de procedure


Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.



De zaak is behandeld op de zitting van 10 maart 2023. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Betrokkene is niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.




Overwegingen


De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: 5 km per uur harder rijden dan mag op een autosnelweg buiten de bebouwde kom (verkeersbord A1).



Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft in het beroepschrift de gronden daarvoor aangevoerd.



Het beroep bij de officier van justitie is te laat ingesteld. Volgens artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht is de termijn voor het indienen van een beroepschrift zes weken. Het beroep is namens betrokkene ingesteld op 15 september 2022, terwijl dat beroep uiterlijk op 14 juni 2022 ontvangen had moeten zijn. De officier van justitie heeft vanwege het te laat ontvangen van het beroepschrift, dit niet-ontvankelijk verklaard.



Om over te kunnen gaan tot inhoudelijke behandeling van het beroepschrift aan de kantonrechter, moet de kantonrechter eerst bepalen of de officier van justitie het beroepschrift aan de officier van justitie terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard.



De regels met betrekking tot het tijdig indienen van een beroepschrift zijn heel strikt, maar artikel 6:11 Awb (Algemene Wet Bestuursrecht) geeft aan dat een beroepschrift, ondanks het feit dat dit te laat is ontvangen, toch ontvankelijk kan worden verklaard als redelijkerwijs niet gezegd kan worden dat betrokkene in verzuim is geweest.



In zowel het beroepschrift aan de officier van justitie, als in het beroepschrift aan de kantonrechter, wordt geen verklaring gegeven waarom het beroepschrift aan de officier van justitie te laat is ingediend. Er is enkel opgenomen dat ‘dit buiten onze wil’ is gebeurd, maar niet duidelijk wordt waardoor betrokkene het niet voor elkaar kon krijgen erop toe te zien dat het beroepschrift tijdig aan de officier van justitie werd verzonden. Ook is namens betrokkene niemand ter zitting verschenen om hier een toelichting over te geven. Hierdoor is de kantonrechter van oordeel dat de officier van justitie het beroepschrift aan de officier van justitie terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard.



Het beroep aan de kantonrechter wordt daarom ongegrond verklaard.




De uitspraak


De kantonrechter:



‒ verklaart het beroep ongegrond.



Deze uitspraak is gedaan door mr. M.P.E. Oomens, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.



De griffier De kantonrechter







Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht. Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.




Datum toezending: