Rechtbank Noord-Holland
ECLI:NL:RBNHO:2023:2271
2023-02-15
Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht
10278359 WM
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Gedraging is komen vast te staan. Verlaging boetebedrag per 1 maart 2022, dus beroep gedeeltelijk gegrond.
Citeert (1)
- ECLI:NL:GHARL:2022:2330 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 28-03-2022
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (4.465 tekens)
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknummer : 10278359 \ WM VERZ 23-11
CJIB-nummer : [nummer]
Uitspraakdatum : 15 februari 2023
Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV)
in de zaak van
[betrokkene]
adres : [adres]
[woonplaats]
(hierna te noemen: betrokkene).
Het verloop van de procedure
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond dan wel niet-ontvankelijk verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 15 februari 2023. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Betrokkene is niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.
Overwegingen
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: parkeren op gehandicaptenparkeerplaats zonder duidelijk zichtbare geldige gehand.parkeerkaart.
Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft in het beroepschrift de gronden daarvoor aangevoerd.
Betrokkene heeft de gedraging erkend, zodat deze is komen vast te staan. Betrokkene doet een beroep op de omstandigheden van het geval en doet een beroep op overmacht. Er is naar het oordeel van de kantonrechter geen sprake van overmacht. Betrokkene had onder deze omstandigheden anders moeten en kunnen handelen. Daarnaast was er sprake van parkeren en niet van laden en lossen, zoals betrokkene aangeeft. De verbalisant heeft het voertuig namelijk 20 minuten waargenomen en geen laad- of losactiviteiten gezien. De kantonrechter ziet dan ook in de door betrokkene aangevoerde omstandigheden geen aanleiding om de boete te matigen.
De kantonrechter stelt vast dat de boete voor de gedraging waar het hier om gaat – parkeren op een gehandicaptenparkeerplaats – met ingang van 1 maart 2022 is verlaagd van € 400,00 naar € 310,00. Een verandering in de hoogte van de boete na het begaan van de gedraging moet door de kantonrechter (ambtshalve) worden toegepast, als die verandering ten gunste van betrokkene werkt (zie ook de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 28 maart 2022, gepubliceerd op www.rechtspraak.nl met nummer ECLI:NL:GHARL:2022:2330). De beslissing van de officier van justitie zal daarom worden vernietigd en de beschikking waarbij de boete is opgelegd zal worden gewijzigd, in die zin dat het bedrag van de boete zal worden vastgesteld op € 310,00 (de administratiekosten blijven verschuldigd). Het beroep is dus gedeeltelijk gegrond.
De uitspraak
De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gedeeltelijk gegrond;
‒ wijzigt de beslissing van de officier van justitie, in die zin dat het boetebedrag wordt vastgesteld op € 310,00 (met handhaving van de administratiekosten);
‒ bepaalt dat de officier van justitie het bedrag dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terugbetaalt.
Deze uitspraak is gedaan door mr. I.H. Lips, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht. Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending:
Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknummer : 10278359 \ WM VERZ 23-11
CJIB-nummer : [nummer]
Uitspraakdatum : 15 februari 2023
Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV)
in de zaak van
[betrokkene]
adres : [adres]
[woonplaats]
(hierna te noemen: betrokkene).
Het verloop van de procedure
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond dan wel niet-ontvankelijk verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 15 februari 2023. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Betrokkene is niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.
Overwegingen
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: parkeren op gehandicaptenparkeerplaats zonder duidelijk zichtbare geldige gehand.parkeerkaart.
Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft in het beroepschrift de gronden daarvoor aangevoerd.
Betrokkene heeft de gedraging erkend, zodat deze is komen vast te staan. Betrokkene doet een beroep op de omstandigheden van het geval en doet een beroep op overmacht. Er is naar het oordeel van de kantonrechter geen sprake van overmacht. Betrokkene had onder deze omstandigheden anders moeten en kunnen handelen. Daarnaast was er sprake van parkeren en niet van laden en lossen, zoals betrokkene aangeeft. De verbalisant heeft het voertuig namelijk 20 minuten waargenomen en geen laad- of losactiviteiten gezien. De kantonrechter ziet dan ook in de door betrokkene aangevoerde omstandigheden geen aanleiding om de boete te matigen.
De kantonrechter stelt vast dat de boete voor de gedraging waar het hier om gaat – parkeren op een gehandicaptenparkeerplaats – met ingang van 1 maart 2022 is verlaagd van € 400,00 naar € 310,00. Een verandering in de hoogte van de boete na het begaan van de gedraging moet door de kantonrechter (ambtshalve) worden toegepast, als die verandering ten gunste van betrokkene werkt (zie ook de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 28 maart 2022, gepubliceerd op www.rechtspraak.nl met nummer ECLI:NL:GHARL:2022:2330). De beslissing van de officier van justitie zal daarom worden vernietigd en de beschikking waarbij de boete is opgelegd zal worden gewijzigd, in die zin dat het bedrag van de boete zal worden vastgesteld op € 310,00 (de administratiekosten blijven verschuldigd). Het beroep is dus gedeeltelijk gegrond.
De uitspraak
De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gedeeltelijk gegrond;
‒ wijzigt de beslissing van de officier van justitie, in die zin dat het boetebedrag wordt vastgesteld op € 310,00 (met handhaving van de administratiekosten);
‒ bepaalt dat de officier van justitie het bedrag dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terugbetaalt.
Deze uitspraak is gedaan door mr. I.H. Lips, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht. Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending: