Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Noord-Holland

ECLI:NL:RBNHO:2023:14027

2023-09-27 Civiel recht; Verbintenissenrecht 10647269 \ CV EXPL 23-5101
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Uitspraakdatum
2023-09-27
Publicatiedatum
2024-02-20
Rechtsgebied
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure
Verstek
Zaaknummer
10647269 \ CV EXPL 23-5101
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Verstekzaak. Machtiging minderjarige. Eisers hebben nagelaten op de juiste wijze in de dagvaarding op te nemen in welke hoedanigheid zij optreden dan wel te stellen wie er in de onderhavige procedure als wettelijk vertegenwoordiger namens de minderjarige passagiers optreden.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (5.417 tekens)
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem


Zaaknr./rolnr.: 10647269 \ CV EXPL 23-5101 (DB)
Uitspraakdatum: 27 september 2023




Verstekvonnis in de zaak van:






1
[eiser 1]

2. [eiser 2]
3. [eiser 3]
4. [eiser 4]

allen wonende te [plaats] (België)
eisers
hierna gezamenlijk te noemen de passagiers
gemachtigde [gemachtigde] (Yource B.V.)



tegen



de vennootschap naar buitenlands recht

United Airlines Inc

gevestigd te Wilmington (Verenigde Staten), mede kantoorhoudende te Hoofddorp
gedaagde
hierna te noemen de vervoerder
niet verschenen






1Het procesverloop


1.1.
De passagiers hebben de vervoerder gedagvaard. Tegen de vervoerder is verstek verleend.




2De beoordeling


2.1.
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat de Nederlandse rechter in deze zaak bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.


2.2.
De kantonrechter heeft ambtshalve te onderzoeken of de passagiers in hun vordering kunnen worden ontvangen. Uit de dagvaarding blijkt dat [eiser 2] en [eiser 3] minderjarig zijn en daarom niet bekwaam om zelfstandig in rechte op te treden. De passagiers hebben geen machtiging als bedoeld in artikel 1:349 lid 1 BW in verbinding met artikel 1:253k BW overgelegd. De passagiers stellen dat er geen bijzondere volmacht nodig is voor de minderjarigen gezien zij de Belgische afkomst hebben. De kantonrechter stelt vast dat de minderjarige passagiers in België wonen en dat hierdoor op grond van artikel 17 van het Haag Kinderbeschermingsverdrag 1996 het Belgisch recht van toepassing is. Ingevolge artikel 378 lid 2 juncto 410 BW België is het voor de ouders van een minderjarige geen vereiste om een machtiging van de Vrederechter te overleggen indien zij namens de minderjarige wensen te procederen. Het is echter aan de passagiers om op de juiste wijze in de dagvaarding op te nemen in welke hoedanigheid zij optreden dan wel te stellen wie er in de onderhavige procedure als wettelijk vertegenwoordiger namens de minderjarige passagiers optreden. Dit hebben de passagiers nagelaten. De kantonrechter ziet daarom geen aanknopingspunten om de dagvaarding als verbeterd te lezen, in die zin dat dat het is ingediend door passagier sub 1 en/of passagier sub 4 pro se en in hoedanigheid wettelijk vertegenwoordiger van de minderjarige passagiers.


2.3.
Gelet op het voorgaande zullen de minderjarige passagiers niet-ontvankelijk worden verklaard in hun vordering. De vordering van passagier sub 1 en sub 4 is toewijsbaar. Die vordering komt de kantonrechter niet ongegrond of onrechtmatig voor.


2.4.
De passagiers hebben wettelijke rente over de hoofdsom gevorderd vanaf ‘de dag der incident’ (de kantonrechter begrijpt: ‘de datum van de vlucht’). De gevorderde wettelijke rente over de toe te wijzen hoofdsom zal daarom worden toegewezen vanaf 24 december 2021.


2.5.
De passagiers hebben een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten gevorderd. De vordering heeft geen betrekking op één van de situaties waarin het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten van toepassing is. Daarom zal de kantonrechter de vraag of buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd zijn toetsen aan de eisen zoals deze zijn geformuleerd in het rapport Voorwerk II. De passagiers hebben onvoldoende aangetoond en onderbouwd dat de verrichte werkzaamheden meer hebben omvat dan de verzending van een enkele (eventueel herhaalde) aanmaning, het enkel doen van een schikkingsvoorstel, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen of het op gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten met de daarover gevorderde rente moet daarom worden afgewezen.


2.6.
Bij deze uitkomst ziet de kantonrechter aanleiding de proceskosten te compenseren, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.


2.7.
De gevorderde afgifte van het certificaat ex artikel 53 EEX-Vo 1215/2012 wordt bij gebrek aan belang afgewezen. Een dergelijk certificaat is bedoeld voor de tenuitvoerlegging van beslissingen in een lidstaat en de vervoerder is niet in een lidstaat gevestigd.




3De beslissing


De kantonrechter:



3.1.
verklaart passagier sub 2 en passagier sub 3 niet-ontvankelijk in hun vordering;



3.2.
veroordeelt de vervoerder tot betaling aan passagier sub 1 en passagier sub 4 van € 1.200,00 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 24 december 2021 tot aan de dag van de gehele betaling;


3.3.
compenseert de proceskosten, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;



3.4.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;


3.5.

wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.



De griffier De kantonrechter