Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Noord-Holland

ECLI:NL:RBNHO:2023:10538

2023-07-26 Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht 10556470 WM
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Uitspraakdatum
2023-07-26
Publicatiedatum
2023-10-20
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
10556470 WM
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Gedraging is voldoende komen vast te staan. Geen aanleiding om boete te matigen. Beroep ongegrond.

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (5.659 tekens)
RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar



Zaaknummer : 10556470 \ WM VERZ 23-425
CJIB-nummer : 247159948
Uitspraakdatum : 26 juli 2023




Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV)




in de zaak van

[betrokkene]





Het verloop van de procedure


Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.



De zaak is behandeld op de zitting van 26 juli 2023. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Betrokkene is niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.




Overwegingen


De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: doorrijden bij een driekleurig verkeerslicht (stoplicht) dat op rood staat.



Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft in het beroepschrift de gronden daarvoor aangevoerd.



Betrokkene heeft aangevoerd dat de motivering in de beslissing van de officier van justitie niet voldoende ingaat op de verweren die betrokkene in zijn beroepschrift heeft aangevoerd. De kantonrechter overweegt dat de officier van justitie op een beroep een (juist) gemotiveerde beslissing dient te geven. In dit geval is de kantonrechter van oordeel dat de officier van justitie zijn beslissing voldoende heeft gemotiveerd. De officier van justitie overweegt dat het de verantwoordelijkheid van de bestuurder is om voldoende afstand te houden tot de voorganger zodat deze het verkeerslicht (tijdig) kan zien. De officier van justitie concludeert daarmee dat de door betrokkene aangevoerde verweren geen of onvoldoende reden geven om de beschikking te vernietigen of het boetebedrag te verlagen. De kantonrechter overweegt dat een juiste motivering niet behelst dat afzonderlijk op ieder door betrokkene aangevoerd verweer of omstandigheid wordt ingegaan. De kantonrechter ziet daarom geen aanleiding om de beslissing van de officier van justitie te vernietigen.
Betrokkene voert ook aan dat de geeltijd te kort is voor een 70 km weg.
De kantonrechter overweegt dat in beginsel ervan kan worden uitgegaan dat de geellichtfase, uitgaande van de maximumsnelheid en van de veronderstelling dat het voertuig beschikt over de voorgeschreven bedrijfsrem, lang genoeg is om dat voertuig op verantwoorde wijze tijdig voor het rode licht tot stilstand te brengen. Dat in dit geval de geellichtfase daarvoor te kort zou zijn geweest, is niet gebleken. De kantonrechter overweegt voor de volledigheid dat de norm met betrekking tot de geellichtfase zich richt tot de wegbeheerder en dat een individuele weggebruiker hieraan geen rechten kan ontlenen. Dit verweer treft dus geen doel.



De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken die zich in het dossier bevinden – met name uit de verklaring van de verbalisant – voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. Betrokkene betwist de gedraging dan ook niet, maar doet een beroep op de omstandigheid dat de vrachtwagen die voor hem reed, hem het zicht ontnam.
De kantonrechter stelt dat van iedere weggebruiker mag worden verwacht dat hij een dusdanige afstand houdt tot de voorligger dat hij tijdig kan reageren op een naderende verkeerssituatie. Indien betrokkene het naderende verkeerslicht niet tijdig heeft kunnen waarnemen doordat het zicht werd belemmerd door een vrachtwagen, houdt dit in dat betrokkene onvoldoende afstand heeft gehouden tot de voorligger. Dat betrokkene niet tijdig heeft kunnen anticiperen op het rood uitstralend verkeerslicht, is dan ook een omstandigheid die voor rekening en risico van betrokkene komt. De boete is dus terecht opgelegd.



De kantonrechter ziet in hetgeen betrokkene heeft aangevoerd ook geen reden om de boete te matigen.



Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.





De uitspraak


De kantonrechter:



‒ verklaart het beroep ongegrond.



Deze uitspraak is gedaan door mr. P.J. Jansen, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.



De griffier De kantonrechter











Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht. Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.




Datum toezending:



Vgl. de uitspraak van Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 12 mei 2022, te vinden op www.rechtspraak.nl met zoekterm ECLI:NL:GHARL:2022:3765.