Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Noord-Holland

ECLI:NL:RBNHO:2022:9916

2022-10-27 Civiel recht; Verbintenissenrecht 10107341 \ CV EXPL 22-3404
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Uitspraakdatum
2022-10-27
Publicatiedatum
2022-11-09
Rechtsgebied
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure
Bodemzaak
Zaaknummer
10107341 \ CV EXPL 22-3404
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Ambtshalve toetsing. Verstek. De eisende partij heeft voldaan aan de informatieplichten. De vordering komt niet onrechtmatig of ongegrond voor.

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (3.785 tekens)
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Bewind
locatie Zaanstad


Zaaknr./rolnr.: 10107341 \ CV EXPL 22-3404
Uitspraakdatum: 27 oktober 2022




Verstekvonnis in de zaak van:




de besloten vennootschap

ANWB B.V.

gevestigd te 's-Gravenhage
de eisende partij
gemachtigde: gerechtsdeurwaarders A. Niekus en mr. E. Krom



tegen





[gedaagde]

wonende te [plaats] , gemeente [gemeente]
de gedaagde partij
niet verschenen





1De procedure


1.1.
De eisende partij heeft de gedaagde partij gedagvaard. Tegen de gedaagde partij is verstek verleend.





2De beoordeling


2.1.
De eisende partij vordert betaling van een bedrag van € 141,50,te vermeerderen met rente en kosten, in verband met een ANWB-lidmaatschap met Wegenwacht Service.



2.2.
Zoals de kantonrechter in een eerder vonnis in een andere zaak (ECLI:NL:RBNHO:2021:3317, te vinden op rechtspraak.nl) heeft overwogen, moet de overeenkomst tussen partijen gekwalificeerd worden als een verzekeringsovereenkomst. De Wegenwacht Service betreft een verzekering en om deze verzekering te kunnen afsluiten is een ANWB-lidmaatschap vereist. Op een dergelijke overeenkomst zijn de informatieplichten van toepassing zoals bedoeld in paragrafen 1 en 6 van afdeling 6.5.2b van het Burgerlijk Wetboek, artikel 4:20 van de Wet op het financieel toezicht en de paragrafen 8.1.1, 8.1.4, 8.1.6 en 8.1.7 van het Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen. De kantonrechter moet er ambtshalve op toezien dat die voorschriften worden nageleefd, dus ook als er geen verweer is gevoerd.



2.3.
In voornoemde eerdere zaak heeft de kantonrechter geoordeeld dat de eisende partij heeft voldaan aan haar informatieplichten. De kantonrechter ziet, gelet op het gestelde in de dagvaarding en uitgaande van de huidige stand van de jurisprudentie, in deze zaak geen aanleiding om daar anders over te denken.



2.4.
De vordering komt de kantonrechter voor wat betreft de hoofdsom niet onrechtmatig of ongegrond voor. De gevorderde hoofdsom van € 101,50 wordt dan ook toegewezen.



2.5.
Ook de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten en wettelijke rente zullen worden toegewezen, omdat deze vorderingen de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voorkomen.



2.6.
De gedaagde partij wordt in het ongelijk gesteld en zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld.





3De beslissing


De kantonrechter:



3.1.
veroordeelt de gedaagde partij tot betaling aan de eisende partij van € 141,50, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 101,50 vanaf de vervaldatum van de factuur tot aan de dag van de gehele betaling;



3.2.

veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van de eisende partij tot en met vandaag vaststelt op:
€ 107,22 wegens dagvaardingskosten,
€ 128,00 wegens griffierecht en
€ 37,00 wegens salaris gemachtigde;




3.3.
verklaart de veroordeling(en) in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;



3.4.
wijst af het meer of anders gevorderde.


Dit vonnis is gewezen door mr. I. de Greef en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.



De griffier De kantonrechter