Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Noord-Holland

ECLI:NL:RBNHO:2022:12435

2022-11-28 Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht 10119546 WM VERZ 22-2024
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Uitspraakdatum
2022-11-28
Publicatiedatum
2023-03-02
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
10119546 WM VERZ 22-2024
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

WAHV. Uit het dossier blijkt dat verbalisant geen inzicht heeft verschaft in de reden waarom de verkeerscontrole op die wijze was ingericht dat staandehouding niet mogelijk was. Dit is echter wel vereist. Beroep gegrond verklaard.

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (5.164 tekens)
RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem



Zaaknummer : 10119546 \ WM VERZ 22-2024
CJIB-nummer : 248104245
Uitspraakdatum : 28 november 2022




Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV)




in de zaak van
naam : [betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [postcode] [woonplaats] (hierna te noemen: betrokkene)
gemachtigde : [gemachtigde]




Het verloop van de procedure


Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Namens betrokkene is daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is namens betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.



De zaak is behandeld op de zitting van 28 november 2022. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Namens betrokkene is gemachtigde verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.




Overwegingen


De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: doorgaan bij een driekleurig verkeerslicht (stoplicht) dat op rood staat.



Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft in het beroepschrift de gronden daarvoor aangevoerd. Betrokkene ontkent dat de gedraging naar aanleiding waarvan de boete is opgelegd, is verricht. Ook is namens betrokkene aangevoerd dat de verbalisant ten onrechte niet is overgegaan tot staandehouding.



De kantonrechter is het met gemachtigde eens dat ten onrechte is afgezien van staandehouding. Hiervoor is van belang dat de verbalisant zowel in de verklaring in het zaakoverzicht als in het aanvullend proces-verbaal geen inzicht heeft verschaft in de reden waarom de verkeerscontrole op die wijze was ingericht dat staandehouding niet mogelijk was. Dit is echter wel vereist op grond van een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 28 februari 2022 (vindplaats: ECLI:NL:GHARL:2022:1534). Hierdoor is ten onrechte op kenteken bekeurd, en zal het beroep gegrond worden verklaard. De beschikking waarbij de boete is opgelegd en de beslissing van officier van justitie zullen worden vernietigd.



De kantonrechter ziet aanleiding om de officier van justitie te veroordelen in de proceskosten van betrokkene. De vergoeding van kosten van de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand is in het Besluit proceskosten bestuursrecht forfaitair bepaald per proceshandeling. De gemachtigde heeft een beroepschrift bij de officier van justitie en bij de kantonrechter ingediend, is door de officier van justitie gehoord en aanwezig geweest bij de mondelinge behandeling van de zaak door de kantonrechter. Per proceshandeling wordt 1 punt toegekend, behalve voor de telefonische hoorzitting bij de officier van justitie. Hiervoor wordt een 0,5 punt toegekend.



De waarde van een procespunt voor de fase in beroep bij de kantonrechter is € 759,00. De waardering per punt voor de proceshandelingen in de fase van het administratief beroep is € 541,00. Aangezien de aard van de procedure licht is zal een wegingsfactor van 0,5 worden toegepast. De kantonrechter komt derhalve tot de slotsom dat de proceskostenvergoeding moet worden vastgesteld op een bedrag van
(1,5 X € 541,00 = € 811,50) + (2 X € 759,00 = € 1.518,00) = € 2.329,50 X 0,5 = € 1.164,75.




De uitspraak


De kantonrechter:



‒ verklaart het beroep gegrond;
‒ vernietigt de beslissing van de officier van justitie en de beschikking waarbij de

boete is opgelegd;

‒ bepaalt dat de officier van justitie het bedrag dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terugbetaalt;
‒ veroordeelt de officier van justitie tot het betalen van de proceskostenvergoeding aan gemachtigde, ad € 1.164,75.



Deze uitspraak is gedaan door mr. M.M. Kruithof, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.



De griffier De kantonrechter










Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 70,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht. Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.



Datum toezending: