Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Noord-Holland

ECLI:NL:RBNHO:2021:12388

2021-12-08 Bestuursrecht; Belastingrecht HAA- 21/2254
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Uitspraakdatum
2021-12-08
Publicatiedatum
2022-01-07
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Belastingrecht
Procedure
Mondelinge uitspraak
Zaaknummer
HAA- 21/2254
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | V-N Vandaag 2022/83 | NLF 2022/0179 | V-N 2022/8.22.15 | Viditax (FutD) 2022011007 | FutD 2022-0240

Inhoudsindicatie

Verzet gegrond na verwijzing door Hoge Raad. Aannemelijk gemaakt dat nota griffierecht niet is ontvangen.

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (3.054 tekens)
Rechtbank Noord-Holland


Zittingsplaats Haarlem


Bestuursrecht


zaaknummer: HAA 21/2254



proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige verzetkamer van 8 december 2021 op het verzet van




[opposant] , wonende te [woonplaats] , opposant(gemachtigde: drs. W.M.A.M. Herbers),


tegen de uitspraak van rechtbank Den Haag in zijn zaak tegen




de inspecteur van de Belastingdienst, verweerder.





Zitting


Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 8 december 2021. Opposant is verschenen. Verweerder is, met bericht, niet-verschenen.




Beslissing


De rechtbank verklaart het verzet gegrond.





Overwegingen
Aan deze uitspraak liggen de navolgende overwegingen ten grondslag.


Rechtbank Den Haag heeft op 28 november 2019 (SGR 19/5356) het beroep van opposant kennelijk niet-ontvankelijk verklaard wegens het uitblijven van betaling van het griffierecht. Opposant is tegen deze uitspraak in verzet gekomen. Opposant stelt de herinnering voor het betalen van griffierecht niet te hebben ontvangen. Rechtbank Den Haag heeft het verzet ongegrond verklaard omdat blijkens gegevens van PostNL voor ontvangst van de betalingsherinnering is getekend.



Opposant heeft cassatie ingesteld tegen de ongegrondverklaring van zijn verzet. De Hoge Raad heeft bij uitspraak van 7 mei 2021 (ECLI:NL:HR:2021:705) de uitspraak op verzet vernietigd en de zaak doorverwezen naar rechtbank Noord-Holland ter verdere behandeling van het verzet.



De rechtbank overweegt dat de Hoge Raad in ontvankelijkheidskwesties bij het controleren van de aanbieding van aangetekende post een tamelijk soepel criterium hanteert. Het is voldoende dat ontvangst van het poststuk redelijkerwijs kan worden betwijfeld.



Opposant heeft gesteld dat de betalingsherinnering niet bij hem thuis kan zijn uitgereikt omdat hij op het moment van uitreiking in het buitenland was en er verder niemand thuis was. Naar het oordeel van de rechtbank heeft opposant aannemelijk gemaakt de betalingsherinnering niet te hebben ontvangen. De rechtbank acht het aannemelijk dat opposant in het buitenland was en dat ook de buren of een ander die op het huis van opposant paste, het poststuk niet hebben aangenomen. Hoogstwaarschijnlijk heeft een onbekende derde voor ontvangst van het poststuk getekend.




Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal.










griffier rechter



mr. T. van Opzeeland mr. T.N. van Rijn






Afschrift verzonden aan partijen op:








Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), Postbus 20303, 2500 EH Den Haag.