Rechtbank Noord-Holland
ECLI:NL:RBNHO:2020:2509
2020-04-09
Civiel recht
8402123 / EJ VERZ 20-87
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
4:214 BW verzoek om datum bepalen om de schuldeisers op te roepen
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (2.525 tekens)
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknr./repnr.: 8402123 / EJ VERZ 20-87 (SJ)
Uitspraakdatum: 9 april 2020
Beschikking van de kantonrechter in de zaak van:
mr. M.F. Rotteveel
te Haarlem
verzoekster
inzake
de nalatenschap van [erflaatster],
geboren op [erflaatster] te [erflaatster] en overleden op [datum overlijden] te [plaats overlijden] , laatstelijk gewoond hebbende te Heemstede.
1Het procesverloop
1.1.
Rotteveel heeft een verzoekschrift ingediend, ter griffie ingekomen op 13 maart 2020.
1.2.
Gelet op de aard van het verzoek is afgezien van een behandeling ter terechtzitting.
2De feiten
2.1.
Bij beschikking van 3 maart 2020 van de Rechtbank Noord-Holland is Rotteveel benoemd tot vereffenaar van de nalatenschap en is Rotteveel opgedragen de benoeming bekend te maken in (de elektronische versie) van de Staatscourant.
3Het verzoek
3.1.
Het verzoek strekt tot bepaling van een termijn als bedoeld in artikel 4:214 lid 1 Burgerlijk Wetboek (BW).
4De beoordeling
4.1.
Rotteveel heeft de kantonrechter verzocht een datum te bepalen om de schuldeisers van de nalatenschap op te roepen hun vorderingen in te dienen.
4.2.
De kantonrechter overweegt dat het verzoek op de wet is gegrond.
4.3.
Nu niet is gebleken van feiten of omstandigheden die zich tegen inwilliging van het verzoek verzetten, zal de kantonrechter, mede gelet op het bepaalde in artikel 4:214 BW, het verzoek toewijzen als hieronder bepaald.
5De beslissing
De kantonrechter:
5.1.
bepaalt dat Rotteveel de schuldeisers van de nalatenschap op zal roepen hun vorderingen bij haar in te dienen binnen drie maanden na de publicatie van de oproeping van de schuldeisers in (de elektronische versie van) de Staatscourant.
Deze beschikking is gegeven door mr. S.W.S. Kiliç, kantonrechter en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
de griffier de kantonrechter
Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknr./repnr.: 8402123 / EJ VERZ 20-87 (SJ)
Uitspraakdatum: 9 april 2020
Beschikking van de kantonrechter in de zaak van:
mr. M.F. Rotteveel
te Haarlem
verzoekster
inzake
de nalatenschap van [erflaatster],
geboren op [erflaatster] te [erflaatster] en overleden op [datum overlijden] te [plaats overlijden] , laatstelijk gewoond hebbende te Heemstede.
1Het procesverloop
1.1.
Rotteveel heeft een verzoekschrift ingediend, ter griffie ingekomen op 13 maart 2020.
1.2.
Gelet op de aard van het verzoek is afgezien van een behandeling ter terechtzitting.
2De feiten
2.1.
Bij beschikking van 3 maart 2020 van de Rechtbank Noord-Holland is Rotteveel benoemd tot vereffenaar van de nalatenschap en is Rotteveel opgedragen de benoeming bekend te maken in (de elektronische versie) van de Staatscourant.
3Het verzoek
3.1.
Het verzoek strekt tot bepaling van een termijn als bedoeld in artikel 4:214 lid 1 Burgerlijk Wetboek (BW).
4De beoordeling
4.1.
Rotteveel heeft de kantonrechter verzocht een datum te bepalen om de schuldeisers van de nalatenschap op te roepen hun vorderingen in te dienen.
4.2.
De kantonrechter overweegt dat het verzoek op de wet is gegrond.
4.3.
Nu niet is gebleken van feiten of omstandigheden die zich tegen inwilliging van het verzoek verzetten, zal de kantonrechter, mede gelet op het bepaalde in artikel 4:214 BW, het verzoek toewijzen als hieronder bepaald.
5De beslissing
De kantonrechter:
5.1.
bepaalt dat Rotteveel de schuldeisers van de nalatenschap op zal roepen hun vorderingen bij haar in te dienen binnen drie maanden na de publicatie van de oproeping van de schuldeisers in (de elektronische versie van) de Staatscourant.
Deze beschikking is gegeven door mr. S.W.S. Kiliç, kantonrechter en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
de griffier de kantonrechter