Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Noord-Holland

ECLI:NL:RBNHO:2020:2316

2020-03-27 Strafrecht 99-000288-58
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Uitspraakdatum
2020-03-27
Publicatiedatum
2020-03-30
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
Zaaknummer
99-000288-58
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Vordering tot afstel voorwaardelijke invrijheidsstelling afgewezen

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (5.228 tekens)
RECHTBANK NOORD-HOLLAND


Team Straf, locatie Alkmaar
Meervoudige strafkamer


Parketnummer: 15-058362-19 (VI)
V.I. zaaknummer : 99-000288-58
Uitspraakdatum: 27 maart 2020



Beslissing afstel voorwaardelijke invrijheidstelling (ex artikel 6:2:12 jo 6:6:21 Sv)



Bij onherroepelijk geworden vonnis van de meervoudige kamer van de rechtbank Noord-Holland rechtdoende in strafzaken d.d. 4 juli 2019 is



[veroordeelde] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] ,
thans gedetineerd in P.I. Flevoland, HvB Lelystad,



veroordeeld tot - onder meer - een gevangenisstraf voor de duur van 15 maanden, waarvan de tenuitvoerlegging op 10 maart 2019 is aangevangen.



Gelet op de totale duur van de inmiddels ondergane vrijheidsontneming ter zake van bedoeld vonnis zal het moment waarop betrokkene krachtens het bepaalde in artikel 6:2:10 Wetboek van Strafvordering voorwaardelijk in vrijheid kan worden gesteld worden bereikt op 6 april 2020.




De vordering


De schriftelijke vordering van de officier van justitie d.d. 18 februari 2020 strekt ertoe dat de rechtbank zal bepalen dat deze voorwaardelijke invrijheidstelling geheel achterwege wordt gelaten.



De officier van justitie heeft daartoe aangevoerd dat veroordeelde zich sinds de aanvang van zijn straf meermalen ernstig heeft misdragen. Veroordeelde heeft tijdens de tenuitvoerlegging van zijn straf 12 keer een disciplinaire straf opgelegd gekregen, onder andere vanwege positieve urinecontroles, invoer van contrabande en fysieke en verbale agressie jegens personeel. Tevens heeft veroordeelde verklaard niet bereid te zijn om de aan voorwaardelijke invrijheidsstelling te verbinden voorwaarden na te leven. Gezien de ernst van het delict en de houding van veroordeelde acht de reclassering interventies in de vorm van een behandeling noodzakelijk om het recidiverisico in te perken. Veroordeelde geeft echter aan dat hij niet zal meewerken als hem bijzondere voorwaarden worden opgelegd.




De behandeling ter terechtzitting


Het onderzoek is gehouden ter openbare terechtzitting van 13 maart 2020.



Veroordeelde is ter terechtzitting verschenen en werd bijgestaan door zijn raadsman mr. H. Teunisse, advocaat te Den Helder. Tevens is als getuige verschenen [naam reclasseringswerker] , als reclasseringswerker werkzaam bij Tactus Reclassering Flevoland.
Veroordeelde en zijn raadsman hebben het woord gevoerd en, zakelijk weergegeven, en als volgt verklaard.



Veroordeelde wil zodra hij vrijkomt fulltime aan het werk om een ontstane belastingschuld te kunnen betalen. Een meldplicht bij de reclassering en een behandelverplichting zouden daaraan aan in de weg staan. Veroordeelde erkent dat hij zich heeft misdragen in de P.I., maar hij wist niet dat hij daarmee de vervroegde invrijheidsstelling in gevaar bracht.



De raadsman van veroordeelde heeft afwijzing van de vordering bepleit.



De officier van justitie heeft gepersisteerd bij de schriftelijke vordering tot afstel.




De beoordeling


De rechtbank heeft vastgesteld dat het Openbaar Ministerie ontvankelijk is in zijn vordering, nu deze tijdig en op de bij de wet voorgeschreven wijze is ingediend en ook overigens voldoet aan de daaraan te stellen eisen.



De rechtbank stelt vast dat bij vonnis van 4 juli 2019 aan veroordeelde - onder meer - een gevangenisstraf voor de duur van 15 maanden is opgelegd.



De rechtbank stelt voorts vast dat de detentie van veroordeelde op 10 maart 2019 is aangevangen en dat ingevolge artikel 6:2:10 van het Wetboek van Strafvordering de voorwaardelijke invrijheidstelling op 6 april 2020 kan plaatsvinden.



De rechtbank heeft kennisgenomen van de rapportage Voorwaardelijke Invrijheidstelling betreffende veroordeelde, gedateerd 29 januari 2020 en opgemaakt door [naam reclasseringswerker] , als reclasseringswerker werkzaam bij Tactus Reclassering Flevoland. In genoemde rapportage wordt geadviseerd over te gaan tot afstel van de V.I., omdat betrokkene aangeeft niet mee te gaan werken met de reclassering en verplichte ambulante behandeling.



De rechtbank is van oordeel dat er – gelet op het voorgaande – termen zijn de vordering toe te wijzen.




Toepasselijke wetsartikelen


De rechtbank heeft gelet op artikel 6:2:12 en 6:6:21 van het Wetboek van Strafvordering.




Beslissing


Wijst de vordering tot het achterwege laten van de voorwaardelijke invrijheidstelling toe.








Deze beslissing is gegeven door
mr. R.M. Steinhaus, voorzitter,
mr. M.E. Allegro en mr. C.H. de Jonge van Ellemeet, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. M. van Randeraat, griffier en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 27 maart 2020.



Mr. C.H. de Jonge van Ellemeet is buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.