Rechtbank Noord-Holland
ECLI:NL:RBNHO:2016:3444
2016-02-24
Civiel recht
C/15/239555 / HA RK 16/29
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Wraking. Wrakingsverzoek is kennelijk niet-ontvankelijk, omdat het niet is gemotiveerd.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (3.533 tekens)
beslissing
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
[jw.sys.1.zaaknr] / [jw.sys.1.rolnummer_rekestnr][datum_beslissing]
Wrakingskamer
zaaknummer / rekestnummer: C/15/239555 / HA RK 16/29
Beslissing van 24 februari 2016
Op het verzoek tot wraking ingediend door:
[verzoeker] ,
wonende te [woonplaats] ,
verzoeker,
Het verzoek is gericht tegen:
mr. S. Kleij,
hierna te noemen: de rechter.
1Overwegingen
1.1
Verzoeker heeft op 19 februari 2016 ter zitting de wraking verzocht van de rechter in de bij deze rechtbank, afdeling privaatrecht, sectie kanton, locatie Zaandam aanhangig zijnde zaak met als zaaknummer 4822137 / CV EXPL 16-881, hierna te noemen: de hoofdzaak.
1.2
Blijkens het proces-verbaal van de op 19 februari 2016 in de hoofdzaak gehouden zitting heeft verzoeker ter onderbouwing van zijn wrakingsverzoek het volgende naar voren gebracht: “meneer (bedoeld wordt verzoeker; toevoeging wrakingskamer) heeft het recht om niet gedagvaard te worden en daarom wraakt hij de rechter”.
1.3
Op grond van artikel 36 van het Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering (Rv.) kan de rechter die een zaak behandelt, worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Daarbij geldt als uitgangspunt dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn.
Daarnaast kan de vrees voor partijdigheid objectief gerechtvaardigd zijn indien sprake is van feiten of omstandigheden die grond geven om te vrezen dat een rechter niet onpartijdig is, waarbij ook de (te vermijden) schijn van partijdigheid van belang is.
1.4
Een verzoek tot wraking dient ingevolge artikel 37 lid 2 Rv. gemotiveerd te zijn. De verzoekende partij dient opgave te doen van de feiten en omstandigheden die het vermoeden wettigen dat de rechter bij de behandeling van de zaak niet onpartijdig of niet onafhankelijk zal zijn.
1.5
Verzoeker heeft echter helemaal niets over (on)partijdigheid of onafhankelijkheid van de gewraakte rechter vermeld. Aangezien het verzoek niet gemotiveerd is, is het daardoor kennelijk niet-ontvankelijk.
1.6.
Overeenkomstig het bepaalde in paragraaf 9.1., in samenhang met paragraaf 4.1. van het wrakingsprotocol van deze rechtbank – op internet te vinden op de website van deze rechtbank onder: www. rechtspraak.nl/Rechtbank Noord-Holland/Regels en procedures – zal de wrakingskamer het verzoek tot wraking wegens kennelijke niet-ontvankelijkheid buiten behandeling stellen.
2Beslissing
De rechtbank
2.1 -
- verklaart het gedane verzoek tot wraking kennelijk niet-ontvankelijk;
2.2 -
- stelt het verzoek tot wraking buiten behandeling.
Deze beslissing is gegeven door mr. P.H.B. Littooy, in tegenwoordigheid van mr. W.T. Delleman, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 24 februari 2016.[concipiënt_initialen]
griffier voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
[jw.sys.1.zaaknr] / [jw.sys.1.rolnummer_rekestnr][datum_beslissing]
Wrakingskamer
zaaknummer / rekestnummer: C/15/239555 / HA RK 16/29
Beslissing van 24 februari 2016
Op het verzoek tot wraking ingediend door:
[verzoeker] ,
wonende te [woonplaats] ,
verzoeker,
Het verzoek is gericht tegen:
mr. S. Kleij,
hierna te noemen: de rechter.
1Overwegingen
1.1
Verzoeker heeft op 19 februari 2016 ter zitting de wraking verzocht van de rechter in de bij deze rechtbank, afdeling privaatrecht, sectie kanton, locatie Zaandam aanhangig zijnde zaak met als zaaknummer 4822137 / CV EXPL 16-881, hierna te noemen: de hoofdzaak.
1.2
Blijkens het proces-verbaal van de op 19 februari 2016 in de hoofdzaak gehouden zitting heeft verzoeker ter onderbouwing van zijn wrakingsverzoek het volgende naar voren gebracht: “meneer (bedoeld wordt verzoeker; toevoeging wrakingskamer) heeft het recht om niet gedagvaard te worden en daarom wraakt hij de rechter”.
1.3
Op grond van artikel 36 van het Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering (Rv.) kan de rechter die een zaak behandelt, worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Daarbij geldt als uitgangspunt dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn.
Daarnaast kan de vrees voor partijdigheid objectief gerechtvaardigd zijn indien sprake is van feiten of omstandigheden die grond geven om te vrezen dat een rechter niet onpartijdig is, waarbij ook de (te vermijden) schijn van partijdigheid van belang is.
1.4
Een verzoek tot wraking dient ingevolge artikel 37 lid 2 Rv. gemotiveerd te zijn. De verzoekende partij dient opgave te doen van de feiten en omstandigheden die het vermoeden wettigen dat de rechter bij de behandeling van de zaak niet onpartijdig of niet onafhankelijk zal zijn.
1.5
Verzoeker heeft echter helemaal niets over (on)partijdigheid of onafhankelijkheid van de gewraakte rechter vermeld. Aangezien het verzoek niet gemotiveerd is, is het daardoor kennelijk niet-ontvankelijk.
1.6.
Overeenkomstig het bepaalde in paragraaf 9.1., in samenhang met paragraaf 4.1. van het wrakingsprotocol van deze rechtbank – op internet te vinden op de website van deze rechtbank onder: www. rechtspraak.nl/Rechtbank Noord-Holland/Regels en procedures – zal de wrakingskamer het verzoek tot wraking wegens kennelijke niet-ontvankelijkheid buiten behandeling stellen.
2Beslissing
De rechtbank
2.1 -
- verklaart het gedane verzoek tot wraking kennelijk niet-ontvankelijk;
2.2 -
- stelt het verzoek tot wraking buiten behandeling.
Deze beslissing is gegeven door mr. P.H.B. Littooy, in tegenwoordigheid van mr. W.T. Delleman, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 24 februari 2016.[concipiënt_initialen]
griffier voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.