Rechtbank Noord-Holland
ECLI:NL:RBNHO:2013:8581
2013-09-30
Strafrecht
RK 11/376
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Kennisgeving geen verdere vervolging OM. Verzoek ex art. 89 Sv. toch niet ontvankelijk, omdat na de kennisgeving een procedure ex art. 12 Sv. is gevolgd. Gerechtshof heeft nader onderzoek bevolen. De strafzaak is zodoende nog niet geëindigd.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (3.185 tekens)
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Afdeling Publiekrecht, Sectie Straf
Locatie Alkmaar
Enkelvoudige raadkamer
Registratienummer: 11/376
Parketnummer: 14/880035-10 en 15/810064-13
Uitspraakdatum: 30 september 2013
Beschikking (art. 89 Sv.)
1Ontstaan en loop van de procedure
Op 25 augustus 2011 is ter griffie van de rechtbank Alkmaar, per fax ingekomen een door mr. V.A. Groeneveld, advocaat, ingediend verzoekschrift van
[A], verzoeker,
geboren [datum],
woonplaats kiezende te (1071 VG) Amsterdam, aan de Roelof Hartstraat 31,
op het kantoor van mr. Groeneveld voornoemd.
Het verzoekschrift strekt tot toekenning aan verzoeker van een vergoeding ten laste van de Staat ten bedrage van € 5.000,- als vergoeding voor immateriële schade.
De officier van justitie heeft geconcludeerd tot mondelinge behandeling van het verzoek.
2Beoordeling
Op de voet van het bepaalde in artikel 89 en artikel 90 van het Wetboek van Strafvordering kan de gewezen verdachte – indien de strafzaak is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht – aanspraak maken op vergoeding van de schade die hij ten gevolge van ondergane verzekering of voorlopige hechtenis heeft geleden.
In deze zaak heeft de officier van justitie bij brief van 25 mei 2011 aan verzoeker onder meer het volgende meegedeeld:
“(…) Door middel van deze brief deel ik u mede dat is besloten dat geen verdere strafvervolging tegen u zal worden ingesteld. (…)
Ondanks het feit dat er tot vervolging voor (…) mishandelingen zou kunnen worden overgegaan, zullen deze aangiftes geseponeerd worden, aangezien het Openbaar Ministerie van oordeel is dat u “door feit en/of gevolgen bent getroffen”.
De zaken zijn hiermee afgedaan, tenzij (…) het Gerechtshof alsnog vervolging beveelt. Dat kan als een ander, in dit geval de nabestaanden (…), zich beklagen over deze beslissingen.”
Dat laatste is het geval gebleken. Het Gerechtshof te Amsterdam heeft in een procedure ingevolge artikel 12 Sv de klacht gegrond verklaard en bevolen dat er alsnog nader onderzoek moet worden verricht. Dat heeft erin geresulteerd dat op dit moment onder parketnummer 15/810064-13 de strafzaak tegen verzoeker nog steeds aanhangig is.
De strafzaak is dus nog niet geëindigd en daarom kan verzoeker niet in zijn verzoek worden ontvangen. Hij zal daarom niet-ontvankelijk worden verklaard.
3Beslissing
De rechtbank:
Verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoek.
4Samenstelling raadkamer en uitspraakdatum
Deze beschikking is gegeven door mr. L.J. Saarloos, rechter,
in tegenwoordigheid van M. de Haas, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op 30 september 2013.
Afdeling Publiekrecht, Sectie Straf
Locatie Alkmaar
Enkelvoudige raadkamer
Registratienummer: 11/376
Parketnummer: 14/880035-10 en 15/810064-13
Uitspraakdatum: 30 september 2013
Beschikking (art. 89 Sv.)
1Ontstaan en loop van de procedure
Op 25 augustus 2011 is ter griffie van de rechtbank Alkmaar, per fax ingekomen een door mr. V.A. Groeneveld, advocaat, ingediend verzoekschrift van
[A], verzoeker,
geboren [datum],
woonplaats kiezende te (1071 VG) Amsterdam, aan de Roelof Hartstraat 31,
op het kantoor van mr. Groeneveld voornoemd.
Het verzoekschrift strekt tot toekenning aan verzoeker van een vergoeding ten laste van de Staat ten bedrage van € 5.000,- als vergoeding voor immateriële schade.
De officier van justitie heeft geconcludeerd tot mondelinge behandeling van het verzoek.
2Beoordeling
Op de voet van het bepaalde in artikel 89 en artikel 90 van het Wetboek van Strafvordering kan de gewezen verdachte – indien de strafzaak is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht – aanspraak maken op vergoeding van de schade die hij ten gevolge van ondergane verzekering of voorlopige hechtenis heeft geleden.
In deze zaak heeft de officier van justitie bij brief van 25 mei 2011 aan verzoeker onder meer het volgende meegedeeld:
“(…) Door middel van deze brief deel ik u mede dat is besloten dat geen verdere strafvervolging tegen u zal worden ingesteld. (…)
Ondanks het feit dat er tot vervolging voor (…) mishandelingen zou kunnen worden overgegaan, zullen deze aangiftes geseponeerd worden, aangezien het Openbaar Ministerie van oordeel is dat u “door feit en/of gevolgen bent getroffen”.
De zaken zijn hiermee afgedaan, tenzij (…) het Gerechtshof alsnog vervolging beveelt. Dat kan als een ander, in dit geval de nabestaanden (…), zich beklagen over deze beslissingen.”
Dat laatste is het geval gebleken. Het Gerechtshof te Amsterdam heeft in een procedure ingevolge artikel 12 Sv de klacht gegrond verklaard en bevolen dat er alsnog nader onderzoek moet worden verricht. Dat heeft erin geresulteerd dat op dit moment onder parketnummer 15/810064-13 de strafzaak tegen verzoeker nog steeds aanhangig is.
De strafzaak is dus nog niet geëindigd en daarom kan verzoeker niet in zijn verzoek worden ontvangen. Hij zal daarom niet-ontvankelijk worden verklaard.
3Beslissing
De rechtbank:
Verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoek.
4Samenstelling raadkamer en uitspraakdatum
Deze beschikking is gegeven door mr. L.J. Saarloos, rechter,
in tegenwoordigheid van M. de Haas, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op 30 september 2013.