Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Midden-Nederland

ECLI:NL:RBMNE:2026:988

2026-03-04 Civiel recht 11717746 \ UC EXPL 25-4642
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Uitspraakdatum
2026-03-04
Publicatiedatum
2026-03-16
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
11717746 \ UC EXPL 25-4642
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Netbeheerder leverde energie aan een pand, zonder energiecontract. Schadevordering ogv ongerechtvaardigde verrijking (art. 6:212 BW) afgewezen. Onvoldoende gesteld dat eigenaar, consument, de energie wilde ontvangen. Art. 7:7 lid 2 BW.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (8.420 tekens)
RECHTBANK
MIDDEN-NEDERLAND



Civiel recht
Kantonrechter



Zittingsplaats Utrecht



Zaaknummer: 11717746 \ UC EXPL 25-4642




Vonnis van 4 maart 2026




in de zaak van





[eiseres] B.V.,
gevestigd in [vestigingsplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiseres] ,
gemachtigde: Syncasso Gerechtsdeurwaarders B.V.,



tegen




de heer [gedaagde],
wonend in [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
gemachtigde: mr. J.W. Adriaansens.






1De procedure


1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:
­ de dagvaarding met producties 1 t/m 4;
­ de conclusie van antwoord met producties 1 en 2;
­ de conclusie van repliek met producties 5 en 6;
­ de akte van [eiseres] met productie 7;
­ de conclusie van dupliek met producties 3 en 4;
­ de akte van [eiseres] met een reactie naar aanleiding van producties 3 en 4 van [gedaagde] .




1.2.
Daarna is bepaald dat er een vonnis zal worden gewezen.





2De kern van de zaak


2.1.
De netbeheerder [eiseres] wil dat [gedaagde] een schadevergoeding van € 7.658,85, plus wettelijke rente en kosten, aan haar betaalt. Voor een pand aan het adres [adres] in [plaats] is in de periode van 6 december 2023 tot 19 juni 2024 energie afgenomen via het netwerk van [eiseres] , zonder dat daarvoor een contract was met een energieleverancier. Dat betekent dat [eiseres] als netbeheerder wel kosten heeft gemaakt, maar geen inkomsten heeft ontvangen voor de afgenomen energie. De schade die ze daardoor heeft geleden, wil ze verhalen op [gedaagde] , de eigenaar van het pand. [gedaagde] is het hier niet mee eens. Hoewel hij in oktober 2023 eigenaar is geworden van het pand, is hij het pand pas later gaan bewonen. Sinds bewoning heeft hij een energiecontract met een energieleverancier.



2.2.
Omdat [gedaagde] een consument is, moet [eiseres] duidelijk maken dat [gedaagde] de energie die aan het pand is geleverd in de periode zonder energiecontract, gewild heeft. De kantonrechter oordeelt dat dit [eiseres] niet is gelukt. Dit wordt hierna uitgelegd.






3De beoordeling



Artikel 7:7 BW beschermt de consument bij ongevraagde levering van energie




3.1.

[eiseres] beroept zich op een verplichting van [gedaagde] om haar schade te vergoeden voor de energie die via haar netwerk aan zijn pand is geleverd, in de periode dat [gedaagde] geen energiecontract had voor de levering. Dit betekent dat zij de feiten moet stellen waaruit volgt dat [gedaagde] de levering van de energie voor zijn pand in de betreffende periode heeft willen ontvangen. Dat gaat over de periode van 6 december 2023 tot 19 juni 2024.



3.2.
Dat moet [eiseres] doen, omdat in artikel 7:7 lid 2 van het Burgerlijk Wetboek (BW) staat dat er geen betalingsverplichting voor de consument ontstaat bij een ongevraagde levering van (onder andere) gas en elektriciteit. Ook niet op grond van ongerechtvaardigde verrijking of onverschuldigde betaling. Wanneer de consument ongevraagd energie geleverd krijgt, mag de consument de energie behouden zonder daarvoor te moeten betalen.



Het is [eiseres] niet gelukt duidelijk te maken dat [gedaagde] de levering heeft gewild





3.3.


[eiseres] heeft gewezen op de omstandigheden dat:
1. een energieleverancier – en niet [gedaagde] – de oorspronkelijke overeenkomst tot levering van energie op 6 december 2023 heeft beëindigd, en
2. [gedaagde] in juni 2024 een overeenkomst heeft gesloten met een energieleverancier.



3.4.
Maar, anders dan [eiseres] betoogt, zijn dit geen handelingen of mededelingen waarvan je kunt zeggen dat [gedaagde] in de periode zonder energiecontract energie wilde blijven ontvangen. In artikel 7:7 lid 2 BW is namelijk te lezen dat het uitblijven van een reactie van de consument op de ongevraagde levering, niet als een aanvaarding van de ongevraagde levering kan worden aangemerkt. In de memorie van toelichting bij dit wetsartikel (Kamerstukken II 2012/13, 33520, nr. 3, p. 58) wordt hierbij uitgelegd dat bij een verhuizing de nieuwe bewoner uitdrukkelijk moet aangeven dat hij de levering van gas en elektriciteit wil, bijvoorbeeld door:


- overname van het oude energiecontract, of
- een mededeling te doen (aan een energieleverancier) dat hij energie geleverd wil krijgen.




3.5.
In de situatie van [gedaagde] is hij de nieuwe bewoner na koop. [gedaagde] heeft uitgelegd dat hij, hoewel hij in oktober 2023 eigenaar van het pand werd, het pand pas later is gaan bewonen en dat hij toen een energiecontract heeft afgesloten. Gelet op het voorbeeld uit de memorie van toelichting is het dan nodig dat [eiseres] feiten stelt waaruit volgt dat [gedaagde] voor de periode zonder energiecontract uitdrukkelijk heeft aangegeven dat hij energie wilde ontvangen. Die feiten of omstandigheden heeft [eiseres] niet gesteld.



3.6.
De stellingen van [gedaagde] met betrekking tot de heer [A] en mevrouw [B] worden daarbij buiten beschouwing gelaten, want [eiseres] heeft zelf aangevoerd dat zij niet aan de [adres] woonden.



3.7.
Omdat het [eiseres] niet is gelukt duidelijk te maken dat [gedaagde] de levering van energie in de betreffende periode heeft gewild, gaat de kantonrechter ervan uit dat [gedaagde] ongevraagd energie heeft ontvangen. In dat geval bestaat er voor die geleverde energie geen betalingsverplichting voor [gedaagde] , ook niet op grond van ongerechtvaardigde verrijking. Om deze reden wordt de schadevordering van [eiseres] afgewezen.



De andere vorderingen van [eiseres] worden ook afgewezen





3.8.
De andere vorderingen van [eiseres] , te weten de wettelijke rente over de schadevordering en de buitengerechtelijke kosten van € 757,94, zijn verbonden aan de schadevordering. Omdat deze schadevordering wordt afgewezen, is er geen reden om de andere vorderingen toe te wijzen. Daarom worden deze ook afgewezen.




[eiseres] moet de proceskosten van [gedaagde] betalen





3.9.

[eiseres] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [gedaagde] worden begroot op:









- salaris gemachtigde


€


720,00


(2 punten × € 360,00)




- nakosten


€


144,00


(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)




Totaal


€


864,00













4De beslissing


De kantonrechter



4.1.
wijst de vorderingen van [eiseres] af,



4.2.
veroordeelt [eiseres] in de proceskosten van € 864,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [eiseres] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,


Dit vonnis is gewezen door mr. J.G. Nicholson en in het openbaar uitgesproken op 4 maart 2026.



8195